Tubuloglomerulaire feedback
Tubuloglomerulaire feedback (TGF)
- Vindt plaats bij juxtaglomerulair apparaat
o Deel van het nefron, naast glomerulus
o 3 delen: cellen op overgang van Lis van Henle naar distale kronkelbuis (macula densa), cellen van
Ruyter, glomerulaire mesangiale cellen => zorgen voor feedback tussen glomerulus en tubulus (=TGF)
- Tubulus gee feedback aan glomerulus
- Mechanisme
o In macula densa wordt gevoeld hoeveel NaCl er is en hoeveel vocht er stroomt
o Proximale deel van het nefron staat in voor zeer veel reabsorp e
o Indien men in macula densa te veel zout en vocht voelt => signaal te hoge GFR => GFR daalt =
tubuloglomerulaire feedback
- Hoe kan je de GFR doen dalen?
o Door vasoconstric e van de afferente arteriool => minder renale plasma flow => invloed op Starling
forces
Daling hydrosa sche druk in glomerulaire capillair => daling GFR
Snellere toename onco sche druk => sneller equilibrium => geen extra ultrafiltra e => daling
GFR
- Daling hydrosta sche druk en s jging onco sche druk => effect op Starling forces in peritubulaire capillairen
=> s mula e heropname
- Gevoeligheid van TGF
o X-as: late proximal perfusion rate: hetgeen gesenst in macula densa
NKCC co-transporter voelt hoeveel flow nog aanwezig is
‘wat de tubulus zegt tegen de glomerulus’
o Y-as: effect op single-nefron GFR (enkel op GFR van zijn eigen nefron)
‘wat de glomerulus doet als reac e op wat de tubulus gezegd hee ’
o Soms ‘luistert’ glomerulus beter = gevoeligheid van TGF
Oranje curve: hoge gevoeligheid
Bruine curve: lage gevoeligheid
In alle gevallen zien we dat GFR daalt met toenemende perfusiesnelheid
Als de daling sneller gebeurt, dan is systeem gevoeliger (oranje curve)
o Beïnvloedende factoren
1
, Volume contrac e (te weinig vocht) => systeem wordt gevoeliger => lichaam kan volume
terug op punt stellen
Klinisch voorbeeld: pt met hevige diarree => ondervuld
Vocht via infuus toedienen => hopen dat pt meer vocht opneemt en dat nier meer
vocht krijgt waardoor de sensi viteit van de TGF terug normaliseert
Op moment dat pt binnenkomt: nier werkt minder goed door vasoconstric e en lage
renale plasma flow
Pt neemt weer vocht op, maar zolang pt nog niet op normaal vullingsniveau willen
we niet dat toegediende vocht door verhoogde GFR terug verdwijnd. Daarom is het
nu g dat TGF heel gevoelig is
Angiotensine II hee ook zijn rol hierin (te weinig vocht ac va e RAAS): doet
gevoeligheid van TGF toenemen
Volume expansie (te veel vocht): minder gevoelig (tegenovergesteld van volume contrac e)
High protein diet doet gevoeligheid dalen
Experimenteel is vastgesteld dat als je proefdieren veel eiwi en laat eten, de
proximale tubulus bij de dieren meer zout zullen reabsorberen
Toename van zout reabsorp e tgv high proteind iet => kleiner aanbod aan macula
densa => er moet in geval van high protein diet nog veel meer aangeboden worden
voordat GFR begint te dalen
Gevolg voor de Starling forces in de glomerulaire capillair: drukken nemen toe owv
verminderde sensi viteit van TGF => proteïnurie
High protein diets afgeraden aan mensen met een verminderde nierfunc e
ANP: hormoon dat ervoor zorgt dat er meer vocht wordt afgedreven (meer natrium gaat
verloren): daling van de sensi viteit
Voor examen: volume expansie, high proteind iet, volume contrac e en angiotensine II
kennen (andere factoren minder belangrijk)
2
,Glucosetitratiecurve
Glucose wordt vrij gefilterd over de glomerulus
- Bijna alle glucose wordt bij een gezonde persoon heropgenomen
- Grootste deel geabsorbeerd in proximale tubulus
o Apicaal SGLT transporters (sodium glocuse transporter): co-transporter van natrium en glucose
SGLT2
Proximaal van SGLT1
1 glucose : 1 natrium
SGLT1
Distaal van SGLT2
1 glucose : 2 natrium
Karakteris eke eigenschap van carrier gemedieerd transport: verzadigbaar
o Enkelvoudige diffusie: lineaire correla e met concentra e van de stof
Gedreven door concentra egradiënt
o Gefaciliteerde diffusie (carrier gemedieerd): toename van transport met toenemende concentra e
maar curve vlakt af
Limiet door aantal carriers, snelheid van conforma everandering, affiniteit voor de
bindingsplaats (bv verschillende affiniteit voor glucose tussen SGLT1 en SGLT2)
Glucose tra ecurve
- X-as: concentra e van glucose in plasma
- Y-as: gefilterde hoeveelheid, reabsorp e of excre e a ankelijk van de curve
- Gele curve: hoeveelheid gefilterd in glomerulus
o Alle glucose in plasma wordt met dezelfde concentra e gefilterd in de primaire urine
3
, - Glucose komt in proximale tubulus => reabsorp e door SGLT2 samen met natrium
- Zolang er geen satura e van de transporters is, blij de groene curve op nul liggen (geen glucose in de urine)
dankzij het feit dat rode curve gelijk opgaat met gele curve (reabsorp e gelijk aan gefilterde hoeveelheid)
- Op bepaalt moment zijn alle transporters volzet (vanaf 180mg/dL bij de mens) => glucose blij achter in
urine (groene curve)
- Eens glucose in primaire urine bepaalde concentra e overschrijdt => plateaufase voor de reabsorp e
(maximale transport voor glucose is bereikt) => er verschijnt glucose in de urine = glucosurie
o Pt met diabetes melitus
o Hebben pt met suikerziekte al jd glucosurie?
Men probeert glucose pieken in bloed te onderdrukken zodanig dat de pt geen hele hoge
glycemie hebben
Medica e voor s mula e insuline of insuline toediening
Dieet
Zolang de glycemie zich in de donkergrijze zone bevindt zal er geen glucosurie zijn, ook bij
een pt met suikerziekte
- Opmerking: rode en groene curve maken een bochtje en geen knik = de ‘splay’
o Verklaring: satura e is niet in alle nefronen hetzelfde, varia e a ankelijk van hoeveel gefilterd wordt
o We kijken hier naar een curve die volledig effect van de twee nieren weergee => geleidelijke
overgang
o Als je naar 1 nefron kijkt, dan zou je wel een knik zien omdat het plots gesatureerd is
Glucose klaring
- X-as: glucose plasma concentra e
- Y-as: klaring
- Bij klaring vergelijken we met de glomerulaire inuline klaring
o Er gebeurt niets meer met de inuline op tubulair niveau = weerspiegeling van de glomerulaire
filtra esnelheid
- Tubuli kunnen concentra e van bepaalde stoffen in de urine bepalen
- Bij normale plasma concentra e: klaring is nul omdat er geen glucose in de urine verschijnt
- Klaring begint toe te nemen op punt dat reabsorp e gesatureerd wordt => er verschijnt glucose in de urine
=> klaring van de glucose s jgt
- Als de glucose concentra e oneindig was, dan zou dat de inuline klaring benaderen (de rode curve zou de
gele curve benaderen)
Behandeling voor diabetes mellitus
- SGLT2 inhibitoren: moleculen die SGLT2 transporter inhiberen
- Glycemie laag houden door glucose reabsorp e te inhiberen
- Glycemie in bloed wordt niet door de nier geregeld, omdat nier alle glucose reabsorbeert, maar wel door de
pancreas geregeld
- Men hee het idee gehad om de behandeling te ondersteunen door SGLT2 te inhiberen waardoor glucose
uitplassen en glycemie te helpen reguleren
- Nadeel: suiker komt in de urine => verhoogde kans op urineweg infec es
- Wat verandert er aan de glucose tra ecurve bij gebruik van een SGLT2 inhibitor?
o Aantal transporters daalt (omdat er minder beschikbaar zijn) => rode curve bereikt op lager niveau
haar maximum => splay bij lagere plasmaspiegel => extra hoeveelheid glucose wordt uitgeplast
- Maar: SGLT2 is een co-transporter
o Na+ gaan we ook uitplassen
4