1. Proloog: Kreta en Mycene
1.1. De vroegste tijden (8000-800v.C.)
Weinig bekent schaars, moeilijk interpreteren/dateren van bronnen.
de
o 7 millenium: begin landbouwnederzettingen (Balkan)
o 3demillenium: bronstijd (koper en tin)
Minoïsche beschaving (Kreta 2700-1500v.C.)
Helladische beschaving (Mycene 1500-1200v.C.)
o 2000v.C.: Indo-Europese volkeren vestigen in Balkan
Achaïers en Ioniërs
o 1200v.C.: Doriërs (ijzer) verwoesten de Myceense beschaving
Volksverhuizing van Achaïrs en Ioniërs (Klein-Azië)
o 1000-800v.C.: Grieken nemen Fenicisch alfabet over.
1.2. De Minoïsche beschaving op Kreta (3000-1400v.C.)
Opkomst en ondergang;
o 3000v.C.: Nederzettingen op Kreta
Handelscontracten met heel de Middellandse-zeewereld
o 2000v.C.: Ontstaan grote paleiscomplexen
Knossos, Mallia,...
o 1700v.C.: Verwoesting
Aardbeving?
Heropbouw paleizen Minoïsche cultuur hersteld
o 1500v.C.: Vulkaanuitbarsting (Thera)
Schade aan landbouw en Kretenzerse vloot
o Na 1500v.C.: Verval en verovering door Myceners
o 1900v.C.: Sir Arthur Evans
Herkomst Kretenzers onduidelijk
Schrift niet ontcijferd enkel archeologische bronnen (242
karakters – ca. 30 woorden per kant)
Lineair A: Akrotiri
Paleizen;
o Kenmerkende architectuur
Niet omringd door burchtmuren Thalassocratie/geen sterke
centrale macht?
Geen koninklijke monumenten
Geen Kretenzerse vorst met naam gekend
Minos = koning
o Vaststellingen:
Verschillende paleizen op het eiland geen eenheidsstaat, geen
sterke centrale macht
Labyrintische plattegrond zonder verdedigingswerken
Thalassocratie
Economische functie:
Voorraadkamers, opslagruimtes
Politieke functie:
1
, Troonzaal centrum van paleis, zetelde Minos en
Priesterkoningen.
Religieuze functie:
Priesters en raadslieden zetelden in kamer onder muren vol
fresco’s griffioenen, stierspringen, vissen, dubbele bijlen
Labrys: dubbele bijl motief dat bij Kretenzers veel voorkomt
o labyrinth
Paleis van Knossos
La Parisienne (1500v.C.)
Ogen recht in zijaanzicht van gelaat
Lelijke neus
Lichaam en face: gezicht in profiel
Egyptische invloed
Slangengodinnen (1600v.C.)
Kamares-stijl (1700v.C.)
Levendige polychromie
Zwarte achtergrond
Bloemen-en dierenmotieven
1.3. De Helladische beschaving – Mycene (1600-1100v.C.)
Onduidelijke geschiedenis;
o Kernland is Peloponnesos, Attica en Beotië
Veroverde Kreta van Minoïsche cultuur
o Geen paleizen meer, maar burchten
o Mykeens;
Onafhankelijke centra met onduidelijke structuur
uit kleitabletten priesterkoning (Wanax) = grootgrondbezitter
omringde met aristocratie, rijke groep met slaven en grondbezit
Verdeeld in districten aan het hoofd, gekozen functionaris
Landbouwers:
Oogst afgeven aan het paleis (ruil-en distributiecentrum)
Handel drijven met het Middellandse Zeegebied kolonies,
handelsposten (Rodos)
Grote invloedssfeer
Kenden lineair B geschrift
Verwant met Lineair A maar in een Grieks dialect geschreven.
Ontcijferd in 1952
Homeros;
Troje Mykeens aardewerk aangetroffen
De akropolis van Mykene;
o Akropolis = hoge stad
Op een heuvel gebouwd defensief
Omringd met muren (natuursteen)
Zware steenblokken voor constructie toegeschreven aan
Cyclopen (cyclopische muren).
Toegangspoort:
De Leeuwenpoort
2 leeuwen flankeren een altaar met een Kretenzers zuil
2