H24: Vraagzijde en de reële
sfeer
Macro-economische analyse
- In het algemeen:
- Verschillende modellen
- Reële sfeer (goederen en diensten)/ geldmarkt
- Focus op aggregatieve vraag (AV)/aggregatief aanbod (AA) legt de relatie
tussen bbp als indicator voor economische ativiteit en het algemene prijspeil
in de economie
- Met of zonder buitenland?
- Korte termijn
- Geen inflatie (P gegeven) => een wijzigende AV kan kosteloos opgevangen
worden door aanbodkant
- De prijzen staan vast
- De kapitaalvoorraad wijzigt niet
De productie wijzigt enkel omdat de inzet van de productiefactor arbeid, N, wijzigt
- Schommelingen (en beleid op KT)
Het ontbreken van prijseffecten betekent dat de AA-curve horizontaal is op korte
termijn
- Middellange termijn
- Arbeidsproductie wijzigt niet
- Inflatie is mogelijk; effect op arbeidsmarkt en productie
- Bepaling van potentieel BBP (stabiele werkloosheid en P)
- Inflatie en conjunctuur: neemt het prijspeil toe, dan is er sprake van inflatie
De AA-curve verloopt hier niet meer horizontaal, want een stijging van de
productie veroorzaakt via de arbeidsmarkt een stijging van algemene prijspeil
Daalt de productie, dan zorgt de daling in de tewerkingstelling door daling van
de lonen en zo het algemene prijspeil
De aggregatieve aanbodcurve krijgt positieve helling AAMLT
Stijging van het algemene prijspeil zorgt dus voor een daling van de aggregatieve
vraag
de AV-curve: de helling is negatief, hoe hoger het algemene prijspeil op de
verticale as, hoe lager de aggregatieve vraag zal zijn in korte-termijn-evenwicht
Evenwicht op middellange termijn ontstaat indien het aggregatieve aanbod gelijk
is aan de aggregatieve vraag
Er is sprake van een evenwicht in middellang indien naast evenwicht op korte
termijn het verwachte algemene prijspeil gelijk is aan het effectieve prijspeil
, - Lange termijn
- Technologische vooruitgang, groeiend kapitaal
- Groei van potentieel BBP op LT
- Groei en milieu toename belastingen van het milieu
- De arbeidsproductiviteit wijzigt niet
Nieuwe technologieën zorgen ook voor een toename van de arbeidsproductiviteit
Uitbreiding van productie heeft dus geen effecten op de tewerkstelling
De werkloosheid wijzigt niet, dus de prijzen wijzigen ook niet
Het aggregatieve aanbod op lange termijn AALT is daarom verticaal getekend
de technologische ontwikkeling, toename van de kapitaalvoorraad of betere
opleiding zorgt voor verschuiving van de verticale AA-curve naar rechts
Keynesiaanse analyse
- Speciaal geval van AV-AA: algemeen prijspeil is gegeven
- Globale aanbod past zich probleemloos aan aan de vraag
- Vraagzijde verklaart productie (AV => BBP)
- Keynes introduceerde idee om economie zo te analyseren
- Constant prijspeil zorgt ervoor dat er geen onderscheid meer gemaakt moet
worden tussen nominale en reële grootheden
- Dus, in dit hoofdstuk:
- YN = nominale inkomen
- Y = reëel inkomen
gY = nominale groei = gY +π
N
-
de prijzen veranderen niet dus de inflatie = 0
De nominale en reële groei vallen dus samen: g PY =g Y
, N
Y =PY =1. Y =Y
gY =G y , P=1 ,Q N =Q≡ Y
N
N
gY = nominale groei
G y , = groei van het inkomen
- Beperking tot vraagzijde (bestedingen
best
Y ≡Q=BBP =C + I + G+ X−Z
Y ≡Q verwijst de ≡ naar die identiteit, de Y naar het bbp en de Q naar de
productiebenadering binnen dat bbp
- Verandering in componenten van aggregatieve vraag als verklaring voor
veranderingen in economische activiteit
- Terugkoppelingseffecten, vb. tussen C en Q
- Intrestvoet gegeven, geldmarkt blijft buiten beschouwing
- 45-gradendiagram
Een eenvoudig model:
- Gesloten economie (X = 0; Z = 0)
- Geen overheid (G = 0, ook geen belastingen)
- Exogene investeringen
- Gegeven ‘buiten’ het model
- Simpele vraagzijde (bestedingen)
AV = C + I
AV = geplande aggregatieve vraag, C = consumptie, I = investeringen
Aggregatieve vraag bestaat uit:
1. Private consumptie = component die omvang van bbp bepalen
bbpbest = bbpink
omvang bbp is afhankelijk van de private consumptie en de private consumptie is
afhankelijk van het bbp
2. Private investeringen
Private consumptie
1ste component van de aggregatieve vraag
- Beschikbare inkomen is belangrijke determinant van consumptiebestedingen
- Geen overheid: geen belastingen op inkomen
sfeer
Macro-economische analyse
- In het algemeen:
- Verschillende modellen
- Reële sfeer (goederen en diensten)/ geldmarkt
- Focus op aggregatieve vraag (AV)/aggregatief aanbod (AA) legt de relatie
tussen bbp als indicator voor economische ativiteit en het algemene prijspeil
in de economie
- Met of zonder buitenland?
- Korte termijn
- Geen inflatie (P gegeven) => een wijzigende AV kan kosteloos opgevangen
worden door aanbodkant
- De prijzen staan vast
- De kapitaalvoorraad wijzigt niet
De productie wijzigt enkel omdat de inzet van de productiefactor arbeid, N, wijzigt
- Schommelingen (en beleid op KT)
Het ontbreken van prijseffecten betekent dat de AA-curve horizontaal is op korte
termijn
- Middellange termijn
- Arbeidsproductie wijzigt niet
- Inflatie is mogelijk; effect op arbeidsmarkt en productie
- Bepaling van potentieel BBP (stabiele werkloosheid en P)
- Inflatie en conjunctuur: neemt het prijspeil toe, dan is er sprake van inflatie
De AA-curve verloopt hier niet meer horizontaal, want een stijging van de
productie veroorzaakt via de arbeidsmarkt een stijging van algemene prijspeil
Daalt de productie, dan zorgt de daling in de tewerkingstelling door daling van
de lonen en zo het algemene prijspeil
De aggregatieve aanbodcurve krijgt positieve helling AAMLT
Stijging van het algemene prijspeil zorgt dus voor een daling van de aggregatieve
vraag
de AV-curve: de helling is negatief, hoe hoger het algemene prijspeil op de
verticale as, hoe lager de aggregatieve vraag zal zijn in korte-termijn-evenwicht
Evenwicht op middellange termijn ontstaat indien het aggregatieve aanbod gelijk
is aan de aggregatieve vraag
Er is sprake van een evenwicht in middellang indien naast evenwicht op korte
termijn het verwachte algemene prijspeil gelijk is aan het effectieve prijspeil
, - Lange termijn
- Technologische vooruitgang, groeiend kapitaal
- Groei van potentieel BBP op LT
- Groei en milieu toename belastingen van het milieu
- De arbeidsproductiviteit wijzigt niet
Nieuwe technologieën zorgen ook voor een toename van de arbeidsproductiviteit
Uitbreiding van productie heeft dus geen effecten op de tewerkstelling
De werkloosheid wijzigt niet, dus de prijzen wijzigen ook niet
Het aggregatieve aanbod op lange termijn AALT is daarom verticaal getekend
de technologische ontwikkeling, toename van de kapitaalvoorraad of betere
opleiding zorgt voor verschuiving van de verticale AA-curve naar rechts
Keynesiaanse analyse
- Speciaal geval van AV-AA: algemeen prijspeil is gegeven
- Globale aanbod past zich probleemloos aan aan de vraag
- Vraagzijde verklaart productie (AV => BBP)
- Keynes introduceerde idee om economie zo te analyseren
- Constant prijspeil zorgt ervoor dat er geen onderscheid meer gemaakt moet
worden tussen nominale en reële grootheden
- Dus, in dit hoofdstuk:
- YN = nominale inkomen
- Y = reëel inkomen
gY = nominale groei = gY +π
N
-
de prijzen veranderen niet dus de inflatie = 0
De nominale en reële groei vallen dus samen: g PY =g Y
, N
Y =PY =1. Y =Y
gY =G y , P=1 ,Q N =Q≡ Y
N
N
gY = nominale groei
G y , = groei van het inkomen
- Beperking tot vraagzijde (bestedingen
best
Y ≡Q=BBP =C + I + G+ X−Z
Y ≡Q verwijst de ≡ naar die identiteit, de Y naar het bbp en de Q naar de
productiebenadering binnen dat bbp
- Verandering in componenten van aggregatieve vraag als verklaring voor
veranderingen in economische activiteit
- Terugkoppelingseffecten, vb. tussen C en Q
- Intrestvoet gegeven, geldmarkt blijft buiten beschouwing
- 45-gradendiagram
Een eenvoudig model:
- Gesloten economie (X = 0; Z = 0)
- Geen overheid (G = 0, ook geen belastingen)
- Exogene investeringen
- Gegeven ‘buiten’ het model
- Simpele vraagzijde (bestedingen)
AV = C + I
AV = geplande aggregatieve vraag, C = consumptie, I = investeringen
Aggregatieve vraag bestaat uit:
1. Private consumptie = component die omvang van bbp bepalen
bbpbest = bbpink
omvang bbp is afhankelijk van de private consumptie en de private consumptie is
afhankelijk van het bbp
2. Private investeringen
Private consumptie
1ste component van de aggregatieve vraag
- Beschikbare inkomen is belangrijke determinant van consumptiebestedingen
- Geen overheid: geen belastingen op inkomen