H12: onvolmaakte mededinging:
Enkele hoofdlijnen
H12: Volmaakte mededinging
Uit hoofdstuk 3:
1. Kopers en verkopers hebben geen marktmacht
- Prijsnemers: geen invloed op de prijs
- Volmaakte mededinging (perfect competition)
- Hangt af van aantal kopers/verkopers
- Monopolie als tegenvoorbeeld (prijszetter)
- Homogene goederen of diensten
- Elk individueel product perfect inwisselbaar
- Tegengestelde is productdifferentiatie
- Perfecte informatie over de prijs van het goed
- Geen zoekkosten
2. Goederen en diensten zijn “private goederen” zonder externe effecten
3. Kopers en verkopers hebben dezelfde informatie over de goederen en diensten
- Per definitie: als je je niet als een prijsnemer gedraagt = misschien heb je wel marktmacht,
maar je gedraagt je er niet naar
Opm. marktmacht is op zich niet strafbaar, wel misbruik van die macht
- Oorzaken? Toetredingsbelemmeringen
- Technologisch:
- Schaalvoordelen = een grotere schaal leidt tot lagere gemiddelde
productiekosten (hoe groter je bedrijf, hoe meer je kan produceren)
- Soms interessanter dat er weinig bedrijven zijn
- “Natuurlijk” monopolie als extreem geval
- Wanneer de gemiddelde kosten dalen met de productiehoeveelheid
- De productie is wel niet efficiënt zodra er meer dan 1 onderneming
aanwezig is in een markt met schaalvoordelen
- Netwerkeffecten = hoe meer gebruikers, hoe interessanter het product
- Direct: vb. e-mail de waarde van het goed stijgt, naarmate het
aantal gebruikers stijgt
- Indirect: “platform” dat 2 partijen samenbrengt
Vb. gamers en spelontwikkelaars
- Kan ook tegelijk (vb. facebook)
, - Exclusieve toegang (tot grondstoffen, kennis)
- Wettelijke belemmeringen:
- Concurrentieverbod, licenties
- Tijdelijke monopolies (patenten, octrooien) stimuleren van
onderzoek en ontwikkeling
- Strategische belemmeringen:
- Vb. rechtszaken aanspannen tegen ‘imitators’
- Dure reclamecampagnes die “kwaliteit” aantonen
- Essentieel: je kan prijs hoger zetten dan marginale kost
• en soms ook verder gaan, bv. prijsdiscriminatie indien de monopolist niet gebonden is aan
een uniforme prijs
Marktsegmentatie: verschillende types van consumenten krijgen een andere prijs
aangerekend
vb. studententarief en ander tarief in bioscoop
De meer prijsgevoelige consument betaalt een lagere prijs
Zelfselectie: creëer kwaliteitsverschillen zodat je verschillende prijzen kan
aanrekenen
Vb. eerste en tweede klasse in trein, in vliegtuig
Maak de kost van het verschil in kwaliteit zodanig dat de klant met de
hoogste betalingsbereidheid het goedkopere product niet aantrekkelijk vindt
p/MK = mark-up hoeveel kan je bovenop de marginale kost bijleggen terwijl je aan het
verkopen bent
mark-up is de ratio van de prijs over de marginale kost, als er perfecte mededinging is, is
de prijs gelijk aan de marginale kost
Dan is de mark-up = 1
C4: het marktaandeel van de 4 grootste bedrijven in een sector
C = concentratie
Hoe hoger de c4, hoe hoger de concentratie is in een sector
, Productdifferentiatie
- Volledig homogene goederen” komen in de praktijk amper voor
- Verticaal: Verschillen in objectieve kwaliteit
- Horizontaal: Verschillen in subjectieve kwaliteitsbeleving
- Economisch: geen perfecte substituten => kleinere prijsgevoeligheid => “aparte” markten
- Belangrijke drijfveer voor bedrijven voor:
- Productpositionering (nichestrategie) nadeel is dat de vraag beperkter is
- Reclame door grote bedragen te geven om imago te verhogen
- “Exclusieve” distributienetwerken investeren, helpt om de merken
voldoende gedifferentieerd te houden van elkaar, maar impliceert ook
hogere kosten
hiermee kunnen ondernemingen intense concurrentie vermijden en op die manier een
hogere marktmacht realiseren
Overzicht marktvormen
Slechts 1 aanbieder monopolie
Wanneer er zeer veel aanbieders zijn en de producten gedifferentieerd zijn
monopolistische mededinging
Enkele hoofdlijnen
H12: Volmaakte mededinging
Uit hoofdstuk 3:
1. Kopers en verkopers hebben geen marktmacht
- Prijsnemers: geen invloed op de prijs
- Volmaakte mededinging (perfect competition)
- Hangt af van aantal kopers/verkopers
- Monopolie als tegenvoorbeeld (prijszetter)
- Homogene goederen of diensten
- Elk individueel product perfect inwisselbaar
- Tegengestelde is productdifferentiatie
- Perfecte informatie over de prijs van het goed
- Geen zoekkosten
2. Goederen en diensten zijn “private goederen” zonder externe effecten
3. Kopers en verkopers hebben dezelfde informatie over de goederen en diensten
- Per definitie: als je je niet als een prijsnemer gedraagt = misschien heb je wel marktmacht,
maar je gedraagt je er niet naar
Opm. marktmacht is op zich niet strafbaar, wel misbruik van die macht
- Oorzaken? Toetredingsbelemmeringen
- Technologisch:
- Schaalvoordelen = een grotere schaal leidt tot lagere gemiddelde
productiekosten (hoe groter je bedrijf, hoe meer je kan produceren)
- Soms interessanter dat er weinig bedrijven zijn
- “Natuurlijk” monopolie als extreem geval
- Wanneer de gemiddelde kosten dalen met de productiehoeveelheid
- De productie is wel niet efficiënt zodra er meer dan 1 onderneming
aanwezig is in een markt met schaalvoordelen
- Netwerkeffecten = hoe meer gebruikers, hoe interessanter het product
- Direct: vb. e-mail de waarde van het goed stijgt, naarmate het
aantal gebruikers stijgt
- Indirect: “platform” dat 2 partijen samenbrengt
Vb. gamers en spelontwikkelaars
- Kan ook tegelijk (vb. facebook)
, - Exclusieve toegang (tot grondstoffen, kennis)
- Wettelijke belemmeringen:
- Concurrentieverbod, licenties
- Tijdelijke monopolies (patenten, octrooien) stimuleren van
onderzoek en ontwikkeling
- Strategische belemmeringen:
- Vb. rechtszaken aanspannen tegen ‘imitators’
- Dure reclamecampagnes die “kwaliteit” aantonen
- Essentieel: je kan prijs hoger zetten dan marginale kost
• en soms ook verder gaan, bv. prijsdiscriminatie indien de monopolist niet gebonden is aan
een uniforme prijs
Marktsegmentatie: verschillende types van consumenten krijgen een andere prijs
aangerekend
vb. studententarief en ander tarief in bioscoop
De meer prijsgevoelige consument betaalt een lagere prijs
Zelfselectie: creëer kwaliteitsverschillen zodat je verschillende prijzen kan
aanrekenen
Vb. eerste en tweede klasse in trein, in vliegtuig
Maak de kost van het verschil in kwaliteit zodanig dat de klant met de
hoogste betalingsbereidheid het goedkopere product niet aantrekkelijk vindt
p/MK = mark-up hoeveel kan je bovenop de marginale kost bijleggen terwijl je aan het
verkopen bent
mark-up is de ratio van de prijs over de marginale kost, als er perfecte mededinging is, is
de prijs gelijk aan de marginale kost
Dan is de mark-up = 1
C4: het marktaandeel van de 4 grootste bedrijven in een sector
C = concentratie
Hoe hoger de c4, hoe hoger de concentratie is in een sector
, Productdifferentiatie
- Volledig homogene goederen” komen in de praktijk amper voor
- Verticaal: Verschillen in objectieve kwaliteit
- Horizontaal: Verschillen in subjectieve kwaliteitsbeleving
- Economisch: geen perfecte substituten => kleinere prijsgevoeligheid => “aparte” markten
- Belangrijke drijfveer voor bedrijven voor:
- Productpositionering (nichestrategie) nadeel is dat de vraag beperkter is
- Reclame door grote bedragen te geven om imago te verhogen
- “Exclusieve” distributienetwerken investeren, helpt om de merken
voldoende gedifferentieerd te houden van elkaar, maar impliceert ook
hogere kosten
hiermee kunnen ondernemingen intense concurrentie vermijden en op die manier een
hogere marktmacht realiseren
Overzicht marktvormen
Slechts 1 aanbieder monopolie
Wanneer er zeer veel aanbieders zijn en de producten gedifferentieerd zijn
monopolistische mededinging