VERBINTENISSENRECHT DEEL 1
§1. Algemeen......................................................................................2
§2. De verbintenis................................................................................3
DEEL I. de bronnen van verbintenissen - verbintenissen uit
contracten...................................................................................9
Hoofdstuk 1. Begrip en soorten contracten...........................................9
Afdeling 1. Begripsbepaling............................................................................................. 9
§1. Het begrip contract................................................................................................ 9
§2. Kenmerken van een vermogensrechtelijk contract.................................................9
Afdeling 2. Soorten contracten......................................................................................10
§1. Vermogensrechtelijke en andere contracten........................................................10
§2.Soorten vermogensrechtelijke contracten.............................................................12
Hoofdstuk 2. Basisbeginselen van het contractenrecht........................23
Afdeling 1. Historisch uitgangspunt: DE WILSAUTONOMIE.............................................23
Afdeling 2. de wilsautonomie gecorrigeerd....................................................................25
§1. De contractvrijheid kritisch herbekeken...............................................................26
§2. De bindende kracht gecorigeerd..........................................................................27
§3. Het consensualisme vs. Beschermend formalisme (Art 5.28 BW).........................30
Afdeling 3. de centrale rol van de rechter in het contractueel mechanisme..................31
§1. Interpretatie en kwalificatie van het contract (art 5.64 Bw)..................................31
§2. Aanvulling van het contract..................................................................................34
§3. Matiging van de uitoefening van contractuele rechten (art 5.73, lid 2, 2° BW).....35
§4. Aanpassing van het contract (art 5.37 en 5.74 BW).............................................38
Hoofdstuk 3. Totstandkoming van het contract....................................39
Afdeling 1. De totstandkoming dynamisch bekeken.......................................................39
§1. De onderhandelingsfase.......................................................................................39
§2. Aanbod en aanvaarding........................................................................................ 42
§3. Contracteren met vertegenwoordiging.................................................................45
Afdeling 2. De totstandkoming statisch bekeken: de geldigheidsvereiste......................50
§1. De wilsovereenstemming.....................................................................................51
§2. De handelingsbekwaamheid (5.40 BW)................................................................68
§3. Het voorwerp........................................................................................................ 69
§4. De oorzaak........................................................................................................... 70
Afdeling 3. De nieuwe nietigheidsleer............................................................................73
§1. De nietigheid in boek 5......................................................................................... 74
§2. Modulering van de nietigheidssanctie..................................................................80
Hoofdstuk 4. Gevolgen van het contract tussen partijen......................82
Afdeling 1. Contractuele aansprakelijkheid: uitgangspunten.........................................82
§1. Nakoming en niet nakoming.................................................................................82
§2. De toerekenbare niet-nakoming...........................................................................84
Afdeling 2. De ontoerekenbare niet-nakoming...............................................................87
§1. Overmacht............................................................................................................ 87
§2. Imprevisie of verandering van omstandigheden...................................................92
1
, Afdeling 3. De Toerekenbare niet-nakoming en sancties................................................97
§1. Overzicht van de sancties en gemeenschappelijke hoofdregels...........................97
§2. De voorafgaandelijke ingebrekestelling (of: aanmaning)......................................98
§3. De sancties: uitvoering in natura, schadeherstel, ontbinding, prijsvermindering en
exceptie van niet-uitvoering.......................................................................................99
A. UITVOERING IN NATURA ( Artt. 5.84-5.85 en 5.234-235 BW)..............................99
B. HERSTEL VAN SCHADE (Artt. 5.86-5.89 en 5.237-5.238 BW)............................105
C. ONTBINDING (Artt. 5.90-5.96 BW)....................................................................112
D. PRIJSVERMINDERING (Artt. 5.90-5.96 BW)........................................................119
E. EXCEPTIE VAN NIET-UITVOERING (ENAC) (Artt. 5.98 BW en 5.239 BW).............120
Hoofdstuk 5. De gevolgen van het contract jegens derden.................124
Afdeling 1. Beginselen en begrippen............................................................................124
§1. Twee basisprincipes: relativiteit en tegenwerpelijkheid van contracten..............124
§2. Het principe van de relativiteit...........................................................................125
§3. Het principe van de tegenwerpelijkheid.............................................................127
§4. Partijen en derden.............................................................................................. 129
Afdeling 2. Tegenwerpelijkheid van contracten............................................................130
§1. Derde-medeplichtigheid aan contractbreuk........................................................130
§2. Uitzondering: de pauliaanse vordering...............................................................132
§3. Uitzondering: veinzing of simulatie.....................................................................133
Afdeling 3. De relativiteit van de interne gevolgen......................................................135
§1. Verbod op Derdenbinding...................................................................................135
§2.Derdenbegunstiging: derdenbeding en rechtstreekse vordering.........................138
Afdeling 4. Doorwerking van het contract....................................................................142
Inleiding
§1. Algemeen
Het verbintenissenrecht en goederenrecht vermogenrecht (privaatrecht)
2
, Verbintenissenrecht = gemeenrecht (boek 5 en 6)
Doelstellingen voor Boek 5: Boek 5 samen te lezen met Boek 1
1. Herstel rechtszekerheid
2. Versterking toegankelijkheid
3. Creëren van een nieuw evenwicht tussen wilsautonomie en bescherming
zwakkere partij in het algemeen belang
Werking van de wet in de tijd: art 1.2 BW
Principe 1: verbod van terugwerkende kracht als ik een wet stem gaat
die niet terugwerken naar het verleden. Dat kan wel als het GWH dat
bepaalt, maar basisprincipe is verbod
Principe 2: Onmiddelijke werking als deze vandaag in werking treedt
zal deze werking vanaf nu onmiddelijk werken, wel niet op zaken die uit het
verleden al gepasseerd zijn.
Principe 3: Eerbiedigende werking oude wet blijft van toepassing als
nieuwe wet van openbare orde of dwingend recht is of van toepassing is op
lopende contracten, dan is die toen bepaalde wet van toepassing.
§2. De verbintenis
“Een verbintenis is een rechtsband op grond waarvan een schuldeiser van
een schuldenaar, indien nodig in rechte, de uitvoering van een prestatie mag
eisen” (art. 5.1 BW)
Is juridisch afdwingbaar
“De natuurlijke verbintenis is een verbintenis waarvan de uitvoering niet kan
worden afgedwongen” (art. 5.2 BW)
Is NIET juridisch afdwingbaar
Kenmerken verbintenis:
1. Rechtsband tussen personen
2. Bronnen
3. Voorwerp
4. Afdwingbaarheid
3
, !!Opm!!: Contract is een bron van verbintenissen Verbintenis is niet en
contract, maar een verbintenis vloeit voort uit een contract
Het kan namelijk ook voortvloeien uit de wet (Art 5.3 BW)
Een wederkerig contract doet 2 verbintenissen ontstaan, waarbij elke partij
teglijk schuldeiser en schuldenaar is.
Verkoper – koopcontract – koper
SE SA
SA SE
1. Rechtsband tussen personen
Verbintenissenrechten = persoonlijke rechten = vorderingsrechten werden
onderscheiden van zakelijke rechten
Behoren wel tot de vermogensrechten
Hebben rechtstreekse zeggenschap over goed of een gedraging
Onderscheid:
INTERN:
- Persoonlijk recht = verhouding tussen minstens 2 personen (krijgen
beide vorderingsrecht) kan dus aanspraak op bepaalde
gedraging/prestatie
Vb. , ik koop een auto van u, dus u heeft recht op mijn koopprijs, maar
ik heb aanspraak op levering, u hebt recht op de betaling
- Zakelijk recht = verhouding tussen persoon en goed (zeggenschap
over een goed) (art 3.3 en 3.8 BW)
Vb. eigendomsrecht van die wagen, je verwacht geen prestatie, je hebt
zeggenschap over een goed
Voorbeeld:
Huurrecht = een contract waarbij de verhuurder zich ertoe verbindt aan de
huurder tijdelijk het gebruik en genot van een goed te verlenen tegen een
prijs.
Persoonlijk recht/ vorderingsrecht
4
§1. Algemeen......................................................................................2
§2. De verbintenis................................................................................3
DEEL I. de bronnen van verbintenissen - verbintenissen uit
contracten...................................................................................9
Hoofdstuk 1. Begrip en soorten contracten...........................................9
Afdeling 1. Begripsbepaling............................................................................................. 9
§1. Het begrip contract................................................................................................ 9
§2. Kenmerken van een vermogensrechtelijk contract.................................................9
Afdeling 2. Soorten contracten......................................................................................10
§1. Vermogensrechtelijke en andere contracten........................................................10
§2.Soorten vermogensrechtelijke contracten.............................................................12
Hoofdstuk 2. Basisbeginselen van het contractenrecht........................23
Afdeling 1. Historisch uitgangspunt: DE WILSAUTONOMIE.............................................23
Afdeling 2. de wilsautonomie gecorrigeerd....................................................................25
§1. De contractvrijheid kritisch herbekeken...............................................................26
§2. De bindende kracht gecorigeerd..........................................................................27
§3. Het consensualisme vs. Beschermend formalisme (Art 5.28 BW).........................30
Afdeling 3. de centrale rol van de rechter in het contractueel mechanisme..................31
§1. Interpretatie en kwalificatie van het contract (art 5.64 Bw)..................................31
§2. Aanvulling van het contract..................................................................................34
§3. Matiging van de uitoefening van contractuele rechten (art 5.73, lid 2, 2° BW).....35
§4. Aanpassing van het contract (art 5.37 en 5.74 BW).............................................38
Hoofdstuk 3. Totstandkoming van het contract....................................39
Afdeling 1. De totstandkoming dynamisch bekeken.......................................................39
§1. De onderhandelingsfase.......................................................................................39
§2. Aanbod en aanvaarding........................................................................................ 42
§3. Contracteren met vertegenwoordiging.................................................................45
Afdeling 2. De totstandkoming statisch bekeken: de geldigheidsvereiste......................50
§1. De wilsovereenstemming.....................................................................................51
§2. De handelingsbekwaamheid (5.40 BW)................................................................68
§3. Het voorwerp........................................................................................................ 69
§4. De oorzaak........................................................................................................... 70
Afdeling 3. De nieuwe nietigheidsleer............................................................................73
§1. De nietigheid in boek 5......................................................................................... 74
§2. Modulering van de nietigheidssanctie..................................................................80
Hoofdstuk 4. Gevolgen van het contract tussen partijen......................82
Afdeling 1. Contractuele aansprakelijkheid: uitgangspunten.........................................82
§1. Nakoming en niet nakoming.................................................................................82
§2. De toerekenbare niet-nakoming...........................................................................84
Afdeling 2. De ontoerekenbare niet-nakoming...............................................................87
§1. Overmacht............................................................................................................ 87
§2. Imprevisie of verandering van omstandigheden...................................................92
1
, Afdeling 3. De Toerekenbare niet-nakoming en sancties................................................97
§1. Overzicht van de sancties en gemeenschappelijke hoofdregels...........................97
§2. De voorafgaandelijke ingebrekestelling (of: aanmaning)......................................98
§3. De sancties: uitvoering in natura, schadeherstel, ontbinding, prijsvermindering en
exceptie van niet-uitvoering.......................................................................................99
A. UITVOERING IN NATURA ( Artt. 5.84-5.85 en 5.234-235 BW)..............................99
B. HERSTEL VAN SCHADE (Artt. 5.86-5.89 en 5.237-5.238 BW)............................105
C. ONTBINDING (Artt. 5.90-5.96 BW)....................................................................112
D. PRIJSVERMINDERING (Artt. 5.90-5.96 BW)........................................................119
E. EXCEPTIE VAN NIET-UITVOERING (ENAC) (Artt. 5.98 BW en 5.239 BW).............120
Hoofdstuk 5. De gevolgen van het contract jegens derden.................124
Afdeling 1. Beginselen en begrippen............................................................................124
§1. Twee basisprincipes: relativiteit en tegenwerpelijkheid van contracten..............124
§2. Het principe van de relativiteit...........................................................................125
§3. Het principe van de tegenwerpelijkheid.............................................................127
§4. Partijen en derden.............................................................................................. 129
Afdeling 2. Tegenwerpelijkheid van contracten............................................................130
§1. Derde-medeplichtigheid aan contractbreuk........................................................130
§2. Uitzondering: de pauliaanse vordering...............................................................132
§3. Uitzondering: veinzing of simulatie.....................................................................133
Afdeling 3. De relativiteit van de interne gevolgen......................................................135
§1. Verbod op Derdenbinding...................................................................................135
§2.Derdenbegunstiging: derdenbeding en rechtstreekse vordering.........................138
Afdeling 4. Doorwerking van het contract....................................................................142
Inleiding
§1. Algemeen
Het verbintenissenrecht en goederenrecht vermogenrecht (privaatrecht)
2
, Verbintenissenrecht = gemeenrecht (boek 5 en 6)
Doelstellingen voor Boek 5: Boek 5 samen te lezen met Boek 1
1. Herstel rechtszekerheid
2. Versterking toegankelijkheid
3. Creëren van een nieuw evenwicht tussen wilsautonomie en bescherming
zwakkere partij in het algemeen belang
Werking van de wet in de tijd: art 1.2 BW
Principe 1: verbod van terugwerkende kracht als ik een wet stem gaat
die niet terugwerken naar het verleden. Dat kan wel als het GWH dat
bepaalt, maar basisprincipe is verbod
Principe 2: Onmiddelijke werking als deze vandaag in werking treedt
zal deze werking vanaf nu onmiddelijk werken, wel niet op zaken die uit het
verleden al gepasseerd zijn.
Principe 3: Eerbiedigende werking oude wet blijft van toepassing als
nieuwe wet van openbare orde of dwingend recht is of van toepassing is op
lopende contracten, dan is die toen bepaalde wet van toepassing.
§2. De verbintenis
“Een verbintenis is een rechtsband op grond waarvan een schuldeiser van
een schuldenaar, indien nodig in rechte, de uitvoering van een prestatie mag
eisen” (art. 5.1 BW)
Is juridisch afdwingbaar
“De natuurlijke verbintenis is een verbintenis waarvan de uitvoering niet kan
worden afgedwongen” (art. 5.2 BW)
Is NIET juridisch afdwingbaar
Kenmerken verbintenis:
1. Rechtsband tussen personen
2. Bronnen
3. Voorwerp
4. Afdwingbaarheid
3
, !!Opm!!: Contract is een bron van verbintenissen Verbintenis is niet en
contract, maar een verbintenis vloeit voort uit een contract
Het kan namelijk ook voortvloeien uit de wet (Art 5.3 BW)
Een wederkerig contract doet 2 verbintenissen ontstaan, waarbij elke partij
teglijk schuldeiser en schuldenaar is.
Verkoper – koopcontract – koper
SE SA
SA SE
1. Rechtsband tussen personen
Verbintenissenrechten = persoonlijke rechten = vorderingsrechten werden
onderscheiden van zakelijke rechten
Behoren wel tot de vermogensrechten
Hebben rechtstreekse zeggenschap over goed of een gedraging
Onderscheid:
INTERN:
- Persoonlijk recht = verhouding tussen minstens 2 personen (krijgen
beide vorderingsrecht) kan dus aanspraak op bepaalde
gedraging/prestatie
Vb. , ik koop een auto van u, dus u heeft recht op mijn koopprijs, maar
ik heb aanspraak op levering, u hebt recht op de betaling
- Zakelijk recht = verhouding tussen persoon en goed (zeggenschap
over een goed) (art 3.3 en 3.8 BW)
Vb. eigendomsrecht van die wagen, je verwacht geen prestatie, je hebt
zeggenschap over een goed
Voorbeeld:
Huurrecht = een contract waarbij de verhuurder zich ertoe verbindt aan de
huurder tijdelijk het gebruik en genot van een goed te verlenen tegen een
prijs.
Persoonlijk recht/ vorderingsrecht
4