Open vragen straf(proces)recht
1. Leg uit wat het legaliteitsbeginsel inhoudt.
2. Noem drie functies van het strafrecht en licht ze toe.
3. Wat is het verschil tussen materieel en formeel strafrecht?
4. Geef een voorbeeld van een feit dat door opzet wordt gepleegd.
5. Geeft een voorbeeld van culpa.
Casus vraag 6 t/m 10:
Het is zaterdagavond en het café in de binnenstad sluit om middernacht.
Lars, die die avond te veel gedronken heeft, besluit het geld uit de kassa
te pakken terwijl het personeel buiten een praatje maakt. Hij probeert de
kassa open te breken, maar het alarm gaat af. Zijn vriend Robin, die
buiten staat te roken, moedigt hem aan door te roepen: 'Pak alles wat je
kan!’ Lars vlucht zonder iets te stelen als de politie arriveert. Robin filmt
het geheel met zijn telefoon en stuurt het later naar een vriend. De politie
arresteert Lars en neemt hem mee naar het bureau. Robin wordt niet
direct aangehouden.
6. Wie is de dader en wie is medeplichtige, en waarom?
7. Is er sprake van een voltooid misdrijf tot poging? Leg uit.
8. Welke strafbare feiten zouden Lars en Robin kunnen worden verweten?
9. Welke dwangmiddelen mag de politie gebruiken tegen Lars?
10. Zou Lars onder invloed van alcohol in mindere mate strafbaar zijn?
Casus vraag 11 t/m 15:
Op een drukke vrijdagmiddag rijdt Anna te hard op de rotonde bij het
stadscentrum. Door haar snelheid kan ze niet tijdig remmen en botst
tegen de auto van Joris. Joris raakt licht gewond en zijn auto is beschadigd.
Anna verklaart dat ze afgeleid was door haar telefoon en niet op de weg
lette. De politie arriveert en stelt vast dat Anna meer dan 30 km/h te hard
reed.
11. Welke strafbare feiten kan Anna worden verweten?
12. Welke vorm van schuld is hier van toepassing?
13. Welke dwangmiddelen kan de politie toepassen?
14. Welke gevolgen kan Anna juridisch verwachten?
15. Hoe zou dit anders zijn als Anna opzettelijk tegen Joris had gereden?
,Casus vraag 16 t/m 20:
Emma werkt op de financiële afdeling van een groot bedrijf. Ze besluit
haar collega’s te bedriegen door bonnetjes te vervalsen en zichzelf geld
toe te eigenen. Na enkele maanden ontdekt de accountant
onregelmatigheden en meldt dit bij de politie. Emma wordt aangehouden
en bekent gedeeltelijk.
16. Welke strafbare feiten kan Emma worden verweten?
17. Is er sprake van opzet of culpa? Leg uit.
18. Welke rol speelt het bewijs in deze zaak?
19. Welke verzwarende of verzachtende omstandigheden kunnen van
toepassing zijn?
20. Welke straf zou redelijk zijn volgens het strafrecht?
Casus vraag 21 t/m 25
Tijdens de lunch ontstaat er een ruzie tussen twee leerlingen, Tim en Sam.
Tim duwt Sam en Sam valt, waardoor hij een arm breekt. Een derde
leerling filmt het incident en deelt het op sociale media. De school meldt
het bij de politie en ouders van beide kinderen worden geïnformeerd.
21. Welke strafbare feiten zijn mogelijk gepleegd door Tim?
22. Welke schuldvorm is hier van toepassing?
23. Kan de derde leerling strafbaar zijn?
24. Welke maatregelen kan de politie of school nemen?
25. Hoe kunnen verzachtende omstandigheden van toepassing zijn?
Casus vraag 26 t/m 30
David werkt als IT-medewerker en ontdekt een kwetsbaarheid in het
systeem van zijn werkgever. In plaats van dit te melden, besluit hij
persoonlijke informatie van klanten te stelen en door te verkopen. Zijn
collega ontdekt het en meldt David bij de directie en de politie.
26. Welke strafbare feiten heeft David begaan?
27. Is er sprake van opzet of culpa?
28. Welke rol speelt medeplichtigheid hier als een collega hem had
geholpen?
29.Welke dwangmiddelen kan de politie gebruiken in deze zaak?
, 30. Welke verzwarende omstandigheden kunnen van toepassing zijn?
31.Wat is het doel van het strafrecht?
32. Noem twee functies van strafrecht naast bestraffing.
33. Wat is een misdrijf?
34. Wat is een overtreding?
35. Noem een voorbeeld van een overtreding.
36. Noem een voorbeeld van een misdrijf.
37. Wat bepaalt of een feit een overtreding of misdrijf is?
38.Kan een overtreding leiden tot gevangenisstraf?
39.Welke straf hoort bij een misdrijf?
40.Noem drie voorbeelden van misdrijven.
41.Welke rol speelt opzet bij misdrijf?
42.Wat is het verschil tussen poging en voltooid misdrijf?
43.Wat is medeplichtigheid?
44.Wat is uitlokking?
45.Noem een voorbeeld van een overtreding.
46.Wanneer kan een misdrijf leiden tot lichtere straf?
47.Wat is strafbaarheid?
48.Welke factoren beïnvloeden schuld?
49.Wat is het verschil tussen opzet en culpa?
50.Kan een kind van 10 strafbaar worden gesteld?
51. Noem een strafuitsluitingsgrond.
52.Wat is het effect van verzachtende omstandigheden?
53. Wat is het effect van verzwarende omstandigheden?
54.Wat is een voorbeeld van culpa in het verkeer?
1. Leg uit wat het legaliteitsbeginsel inhoudt.
2. Noem drie functies van het strafrecht en licht ze toe.
3. Wat is het verschil tussen materieel en formeel strafrecht?
4. Geef een voorbeeld van een feit dat door opzet wordt gepleegd.
5. Geeft een voorbeeld van culpa.
Casus vraag 6 t/m 10:
Het is zaterdagavond en het café in de binnenstad sluit om middernacht.
Lars, die die avond te veel gedronken heeft, besluit het geld uit de kassa
te pakken terwijl het personeel buiten een praatje maakt. Hij probeert de
kassa open te breken, maar het alarm gaat af. Zijn vriend Robin, die
buiten staat te roken, moedigt hem aan door te roepen: 'Pak alles wat je
kan!’ Lars vlucht zonder iets te stelen als de politie arriveert. Robin filmt
het geheel met zijn telefoon en stuurt het later naar een vriend. De politie
arresteert Lars en neemt hem mee naar het bureau. Robin wordt niet
direct aangehouden.
6. Wie is de dader en wie is medeplichtige, en waarom?
7. Is er sprake van een voltooid misdrijf tot poging? Leg uit.
8. Welke strafbare feiten zouden Lars en Robin kunnen worden verweten?
9. Welke dwangmiddelen mag de politie gebruiken tegen Lars?
10. Zou Lars onder invloed van alcohol in mindere mate strafbaar zijn?
Casus vraag 11 t/m 15:
Op een drukke vrijdagmiddag rijdt Anna te hard op de rotonde bij het
stadscentrum. Door haar snelheid kan ze niet tijdig remmen en botst
tegen de auto van Joris. Joris raakt licht gewond en zijn auto is beschadigd.
Anna verklaart dat ze afgeleid was door haar telefoon en niet op de weg
lette. De politie arriveert en stelt vast dat Anna meer dan 30 km/h te hard
reed.
11. Welke strafbare feiten kan Anna worden verweten?
12. Welke vorm van schuld is hier van toepassing?
13. Welke dwangmiddelen kan de politie toepassen?
14. Welke gevolgen kan Anna juridisch verwachten?
15. Hoe zou dit anders zijn als Anna opzettelijk tegen Joris had gereden?
,Casus vraag 16 t/m 20:
Emma werkt op de financiële afdeling van een groot bedrijf. Ze besluit
haar collega’s te bedriegen door bonnetjes te vervalsen en zichzelf geld
toe te eigenen. Na enkele maanden ontdekt de accountant
onregelmatigheden en meldt dit bij de politie. Emma wordt aangehouden
en bekent gedeeltelijk.
16. Welke strafbare feiten kan Emma worden verweten?
17. Is er sprake van opzet of culpa? Leg uit.
18. Welke rol speelt het bewijs in deze zaak?
19. Welke verzwarende of verzachtende omstandigheden kunnen van
toepassing zijn?
20. Welke straf zou redelijk zijn volgens het strafrecht?
Casus vraag 21 t/m 25
Tijdens de lunch ontstaat er een ruzie tussen twee leerlingen, Tim en Sam.
Tim duwt Sam en Sam valt, waardoor hij een arm breekt. Een derde
leerling filmt het incident en deelt het op sociale media. De school meldt
het bij de politie en ouders van beide kinderen worden geïnformeerd.
21. Welke strafbare feiten zijn mogelijk gepleegd door Tim?
22. Welke schuldvorm is hier van toepassing?
23. Kan de derde leerling strafbaar zijn?
24. Welke maatregelen kan de politie of school nemen?
25. Hoe kunnen verzachtende omstandigheden van toepassing zijn?
Casus vraag 26 t/m 30
David werkt als IT-medewerker en ontdekt een kwetsbaarheid in het
systeem van zijn werkgever. In plaats van dit te melden, besluit hij
persoonlijke informatie van klanten te stelen en door te verkopen. Zijn
collega ontdekt het en meldt David bij de directie en de politie.
26. Welke strafbare feiten heeft David begaan?
27. Is er sprake van opzet of culpa?
28. Welke rol speelt medeplichtigheid hier als een collega hem had
geholpen?
29.Welke dwangmiddelen kan de politie gebruiken in deze zaak?
, 30. Welke verzwarende omstandigheden kunnen van toepassing zijn?
31.Wat is het doel van het strafrecht?
32. Noem twee functies van strafrecht naast bestraffing.
33. Wat is een misdrijf?
34. Wat is een overtreding?
35. Noem een voorbeeld van een overtreding.
36. Noem een voorbeeld van een misdrijf.
37. Wat bepaalt of een feit een overtreding of misdrijf is?
38.Kan een overtreding leiden tot gevangenisstraf?
39.Welke straf hoort bij een misdrijf?
40.Noem drie voorbeelden van misdrijven.
41.Welke rol speelt opzet bij misdrijf?
42.Wat is het verschil tussen poging en voltooid misdrijf?
43.Wat is medeplichtigheid?
44.Wat is uitlokking?
45.Noem een voorbeeld van een overtreding.
46.Wanneer kan een misdrijf leiden tot lichtere straf?
47.Wat is strafbaarheid?
48.Welke factoren beïnvloeden schuld?
49.Wat is het verschil tussen opzet en culpa?
50.Kan een kind van 10 strafbaar worden gesteld?
51. Noem een strafuitsluitingsgrond.
52.Wat is het effect van verzachtende omstandigheden?
53. Wat is het effect van verzwarende omstandigheden?
54.Wat is een voorbeeld van culpa in het verkeer?