B1. De ondergang van het West-Romeinse Rijk
1. De soldatenkeizers of de crisis van de 3 e eeuw verzwakken het rijk
- 2de eeuw: spanningen met buurvolkeren: - Germanen bij grens Rijn en Donau (NO)
- Parthen (O)
- Sassanieden
Rijk beschermen = legioenen bij de grenzen
= veel geld en stellen hoge eisen
- Problemen opvolging na moord keizer Commodus (192)
generaals willen macht overnemen trekken naar Rome
burgeroorlog
Septimus Severus wint
aan macht tot 235
moord op Severische dynastie
opkomst politieke instabiliteit
= periode ‘soldatenkeizers‘ (235-284)
= ‘crisis van de 3de eeuw’
- Gevolgen: 1. belastingsverhoging: om steun legioenen te kopen
2. muntontwaarding: minder zilver = meer geld, maar lagere waarde
economische problemen
dalende belastingsinkomsten
3. steeds hogere eisen legioenen
staatsgreep door generaals die macht willen
4. onverdedigde grenzen plundertochten van buurvolkeren
ontregelen economie verder (landbouw)
honger en epidemieën
druk op de bevolking = afscheuren
2. Een tijdelijke heropleving onder Diocletianus en Constantijn
- Systeem van Diocletianus = ‘tetrarchie’ of viermansbestuur
1. Stabieler bestuur = macht keizer (niet senaat)
2. Splitsen rijk in twee delen (oost en west)
3. per deel van het rijk keizer en medekeizer (opvolger)
- Constantijn: - trekt macht naar zich toe als alleenheerser
- verlenen van godsdienstvrijheid aan christenen (313)
- verplaatsen hoofdstad naar het oosten: Griekse stadje ‘Byzantium’ (Bosporus)
= ‘nieuwe Rome’ = ‘Constantinopel’
1
, 3. ‘Volksverhuizingen’ leiden mee tot het verdwijnen van het West-Romeinse Rijk
- Zelfde problemen: 1. Opstandige legioenen
2. Invallen = grootschalige migraties/volksverhuizingen
redenen: - uitputting ladbouwgronden
- overbevolking
- verslechtering klimaat
- vooruitgedreven door de Hunnen
- Germanen met toestemming in het RR = bondgenoten of ‘foederati’
volgen niet steeds de gemaakte afspraken
bron van spanningen en conflicten
- Theodosius (dood 395): opnieuw splitsen van het rijk
problemen westen: - 410 plundering Rome door Visigoten
hoofdstad = Milaan; later Ravenna
- 455 plundering Rome door Vandalen
het rijk bestaat enkel nog in naam
- 476 Germaan Odoaker zet laatste keizer af
= 15-jarige Romulus Augustulus
= ‘de val van het Romeinse Rijk’
= geen echte breuk in ‘Romeins’ leven
+ Senaat komt nog een eeuw bijeen
oosten: - Romeinse Rijk blijft gewoon voortbestaan
Constantinopel hoofdstad voor 1000 jaar
4. De ondergang van het Romeinse Rijk oefent tot op heden een invloed uit
- Blijvende aantrekkingskracht Romeinse Rijk:
vele West-Europese landen en heersers zien zich als opvolgers
angst om zoals Rome ten onder te gaan (19 de eeuw):
historici, politici, kunstenaars, … zoeken overeenkomsten met heden
B2. De Franken, nieuwe heersers in het westen
1. De Franken worden een politieke macht
- Frankische stammen: - oorspronkelijk stammen langs de Rijn
3de eeuw krijgsgevangenen in WRR: - dienen in het leger
- werken op landbouwgrond
4de eeuw bondgenoten in provincie ‘Belgica’
uitbreiden en controle Noord-Gallië en Rijnland
2