100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Opdracht 1-3 Wetenschapsfilosofie

Rating
-
Sold
-
Pages
6
Uploaded on
02-10-2025
Written in
2024/2025

Vragen die worden behandeld: - Kies een bekende theorie uit je eigen discipline (antropologie, communicatiewetenschap,politicologie of sociologie) waar je in eerdere vakken over hebt geleerd. Vat de theorie of het resultaat in enkele zinnen samen en bespreek dan of en hoe je een of meer van Risjords drie centrale thema’s in de filosofie van de sociale wetenschappen – naturalisme, reductionisme en normativiteit– erin herkent. - Ga na of de theorie die je bij onderdeel a besproken hebt, voldoet aan het verificatiecriterium en aan het falsificatiecriterium. M.a.w., zijn er empirische observaties en experimenten die deze theorie kunnen verifiëren en falsifiëren? Leg kort uit wat de twee demarcatiecriteria inhouden en bespreek zo concreet mogelijk (met voorbeelden) wat voor observaties en experimenten relevant zouden zijn voor beide criteria. - Risjord bespreekt een argument van Richard Rudner dat laat zien dat wetenschappers onvermijdelijk waardeoordelen maken in hun onderzoek (pp. 20–22). Leg dit argument uit aan de hand van een concreet voorbeeld van een onderzoekshypothese of -project uit je eigen vakgebied. - Wat zijn dikke morele / evaluatieve concepten (‘thick moral / evaluative concepts’)? Geef een voorbeeld van zo’n dik concept dat te maken heeft met je eigen vakgebied en leg het voorbeeld kort uit. - Soms klinkt vanuit de politiek het verwijt dat sociale wetenschappen te links (of te ‘woke’) zouden zijn. Dit verwijt heeft uiteraard te maken met de rol van (politieke) waarden in de sociale wetenschappen. Hoe zou je dit verwijt preciezer kunnen formuleren met behulp van het onderscheid tussen een contextuele en constitutieve rol voor waarden in wetenschap? En hoe kun je er op basis van de ideeën uit hoofdstuk 2 van het boek van Risjord op reageren? - Stel dat je als sociale wetenschapper geïnteresseerd bent in de cultuur van organisaties."Organisatiecultuur’ is een voorbeeld van een theoretisch concept: een term voor iets dat niet direct waarneembaar is maar wel een rol speelt in sociaal wetenschappelijke theorieën. Leg aan de hand van het voorbeeld van ‘organisatiecultuur’ uit wat bedoeld wordt met construct validiteit (‘construct validity’)? Hoe verschillen een realistische en een anti-realistische (of instrumentalistische) benadering van construct validiteit? - Sociaal-wetenschappelijk onderzoek maakt soms een onderscheid tussen generaties. Zo worden mensen die geboren zijn tussen 1996 en 2010 bijvoorbeeld ‘Gen Z’ genoemd. Stel dat een sociale wetenschapper deze Generatie Z wil beschrijven en begrijpen met behulp van Clifford Geertz’ methode van ‘thick description’. Wat zijn twee mogelijke punten van kritiek op deze benadering? - Lees Stephen Metcalfs bespreking van Ezra Kleins boek Why We’re Polarized (zie Canvas week 2 M). Wat is Metcalfs centrale punt van kritiek op Klein? Bespreek wat dat punt te maken heeft met de discussie tussen naturalisten/empiristen enerzijds en interpretivisten anderzijds die Risjord bespreekt in hoofdstuk 3?

Show more Read less
Institution
Course









Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
Unknown
Uploaded on
October 2, 2025
Number of pages
6
Written in
2024/2025
Type
Summary

Subjects

Content preview

Opdracht 1 - 3 Wetenschapsfilosofie
Hilde Spaan
2755978


Opdracht 1
A. Kies een bekende theorie uit je eigen discipline (antropologie,
communicatiewetenschap,politicologie of sociologie) waar je in eerdere vakken over hebt
geleerd. Vat de theorie of het resultaat in enkele zinnen samen en bespreek dan of en hoe
je een of meer van Risjords drie centrale thema’s in de filosofie van de sociale
wetenschappen – naturalisme, reductionisme en normativiteit– erin herkent.

Een bekende sociologische theorie is het symbolisch interactionisme. Deze theorie is
ontwikkeld door George Herbert Mead, en later uitgewerkt door Herbert Blumer. Deze theorie
stelt dat sociale realiteit wordt gecreëerd en gevormd door interacties tussen individuen.
Betekenis ontstaat hierbij door gedeelde symbolen en taal. Mensen geven dus actief betekenis
aan hun sociale omgeving op basis van interpretaties en reacties van anderen.

Risjord schrijft over drie thema’s in de filosofie van de sociale wetenschappen: naturalisme,
reductionisme en normativiteit. Deze drie thema’s kunnen we herkennen binnen het symbolisch
interactionisme

Naturalisme: Symbolisch interactionisme verzet zich tegen de strikt naturalistische benadering,
omdat het menselijke interacties en betekenissen niet als universele natuurwetten beschouwt.
In plaats daarvan richt de theorie zich op subjectieve ervaringen en hoe de sociale realiteit
voortdurend wordt geconstrueerd.
Reductionisme: De theorie kan worden gezien als anti-reductionistisch omdat ze sociale
fenomenen niet reduceert tot biologische of psychologische factoren. In plaats daarvan bedrukt
symbolisch interactionisme juist de rol van sociale interactie en gedeelde betekenisgeving.
Normativiteit: De theorie kan niet strikt gedefinieerd worden als normatief, maar ze heeft wel
impliciet een normatieve component omdat ze onderzoekt hoe betekenisgeving sociale
structuren en ongelijkheden in stand kan houden of veranderen. Door te laten zien hoe sociale
normen en rolverwachtingen worden geconstrueerd, biedt ze inzichten in machtsverhoudingen
en sociale verandering.

In het hoorcollege zijn twee verschillende demarcatiecriteria besproken; criteria die een
grens trekken tussen wetenschap en niet-wetenschap. (Zie ook de hoofdstukken van
Godfrey-Smith uit de digitale reader voor deze demarcatiecriteria.)

B. Ga na of de theorie die je bij onderdeel a besproken hebt, voldoet aan het
verificatiecriterium en aan het falsificatiecriterium. M.a.w., zijn er empirische observaties
en experimenten die deze theorie kunnen verifiëren en falsifiëren? Leg kort uit wat de

, twee demarcatiecriteria inhouden en bespreek zo concreet mogelijk (met voorbeelden)
wat voor observaties en experimenten relevant zouden zijn voor beide criteria.

Verificatiecriterium: Stelt dat een theorie wetenschappelijk is als ze empirisch kan worden
bevestigd door waarnemingen of experimenten. Een theorie moet dus toetsbare uitspraken
doen die in overeenstemming zijn met empirische gegevens
-​ Het symbolisch interactionisme kan worden ondersteund door empirische studies door
observaties te leveren die overeenkomen met de theorie.
→ Voorbeeld: Er kan etnografisch onderzoek worden gedaan waarbij onderzoekers
participeren in sociale interacties en vastleggen hoe individuen betekenissen
construeren. Interviews en participerende observaties kunnen aantonen hoe gedeelde
symbolen en taal sociale relaties beïnvloeden.
Falsificatiecriterium: Stelt dat een theorie wetenschappelijk is als ze weerlegbaar is door
empirische observaties. Dit betekent dat er denkbare waarnemingen of experimenten moeten
zijn die de theorie kunnen tegenspreken. Als een theorie in principe niet weerlegbaar is, valt het
onder metafysica, en niet onder wetenschap.
-​ Het falsificeren van symbolisch interactionisme is lastig. De theorie is vrij open en vaak
biedt het achteraf verklaringen voor sociaal gedrag. Theoretisch zou men de theorie
kunnen weerleggen door te tonen dat sociale interactie geen rol speelt in
betekenisgeving, maar dit is moeilijk empirisch vast te stellen.
→ Voorbeeld: Een mogelijke poging zou zijn om te onderzoeken of mensen zonder
sociale interactie nog steeds complexe betekenissystemen ontwikkelen. Bijvoorbeeld bij
individuen die in extreme isolatie zijn opgegroeid. Als zulke mensen toch gedeelde
symbolen ontwikkelen, zou dat een probleem vormen voor de theorie.

Symbolisch interactionisme voldoet dus slechts beperkt aan het verificatie- en
falsificatiecriterium
$7.87
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
hildespaan1
5.0
(1)

Get to know the seller

Seller avatar
hildespaan1 Vrije Universiteit Amsterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
3
Member since
10 months
Number of followers
0
Documents
9
Last sold
3 months ago

5.0

1 reviews

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions