Wat is wetenschap onderzoek
Epidemiologie: Richt zich op het bestuderen van patronen, oorzaken en effecten
van gezondheids- en ziekteomstandigheden in gedefinieerde populaties
probeert gezonde mens gezond te houden
- Wordt gebruikt om oorzaken van ziekten te identificeren, effectiviteit van
interventies te evalueren en om gezondheidsbeleid en preventie te
ontwikkelen
Klinische epidemiologie: Specialisme binnen de epidemiologie dat groepen
patiënten onderzoekt voor verbetering diagnoses en prognoses of voor evaluatie
van interventies
- Richt zich op zieke, individuele patiënt
Evidence Based Practice (EBP)
1. EBP is het zorgvuldig, expliciet en oordeelkundig gebruik
van het beste bewijsmateriaal die op dit moment
beschikbaar is
2. Beslissingen nemen samen met individuele patiënten om zo
de kwaliteit van de zorgverlening te verbeteren
3. Eigen klinische ervaring gebruiken
4. Doel: Klinische onzekerheid verminderen
5 steps of EBP
1. ASK: Het probleem van de patiënt omzetten
naar een klinische vraag
2. ACCESS/ ACQUIRE: Verzamel de beste
onderzoeken en literatuur wat beschikbaar is
3. APPRAISE: bekijk kritisch de literatuur
(evidence)
4. APPLY: bevindingen toepassen op patiënt
5. AUDIT/ ASSESS: evalueer keuzes
Onderzoeksmethoden en begrippen
Kwantitatief: onderzoek uitgedrukt in cijfers
- Causaal onderzoek = verband
- Gebruik van meetinstrumenten en resultaten vaak gepresenteerd in
statistieken
Kwalitatief: resultaten uitgedrukt in woorden
- Interviews, focusgroepen, observaties diepere betekenissen, ervaringen
en motivaties van individuen
Prospectief onderzoek: dataverzameling na het opzetten van een onderzoek
- Kijkt vooruit in de tijd volgt groep deelnemers gedurende bepaalde
periode
Retrospectief onderzoek: kijkt terug in de tijd naar data
- Analyseert bestaande gegevens/ records om associaties of mogelijke
oorzaken en effecten te identificeren
Cross-sectioneel onderzoek: meting op 1 moment (momentopname)
- Zit geen prospectief of retroperspectief karakter aan, omdat het maar één
meting is
,Longitudinaal onderzoek: gegevens worden over langere periode verzameld,
meerdere metingen
- Heeft wel prospectief of retrospectief karakter
- Volgt veranderingen over tijd oorzaak-gevolg relaties onderzoeken
Experimenteel onderzoek: oorzaak-gevolg relaties
- Onderzoeker manipuleert actief participanten/ onderzoek blootstelling
aan bepaald event geeft effect
- Deelnemers worden willekeurig toegewezen aan verschillende groepen =
experimentele/ interventie groep en controle groep
Observationeel onderzoek: observeren en identificeren van relaties
- Onderzoeker observeert enkel de deelnemers zonder eigen interventie of
manipulatie
- Doel: associaties of relaties tussen variabelen identificeren zoals ze
natuurlijk voorkomen
Onderzoeksdesigns primaire onderzoeken
Experimenteel onderzoek:
- Randomized controlled trial (RCT) = onwillekeurige verdeling
- Clinical controlled trial (CCT) = klinisch gekozen verdeling, geen
randomisatie
Observationeel onderzoek:
- Cohort onderzoek = kijken of op natuurlijk beloop iets wel of niet een
uitkomst krijgt
o Is altijd prospectief meting in de toekomst
- Case-control studies = kijken welke uitkomst een bepaalde interventie had
o Is altijd retrospectief gegevens inzien, terug in tijd
- Cross-sectioneel onderzoek = verzamelt data op één moment in de tijd
Secundair onderzoeksdesign = Systematic Review
- Conclusies uit primaire onderzoeken bundelen
Methodologie en begrippen
Onderzoeksdoelen:
- Beschrijvend (descriptief): precies beschrijven van fenomeen
- Explorerend: verkennen fenomeen, ontdekken van verbanden
- Schattend/ verklarend: bepalen van oorzaak-gevolg relaties (manipulatie),
checken of hypothesen afgeleid uit theorie
- Prognostisch/ voorspellend: voorspellen toekomstige uitkomsten doel is
kenmerken identificeren
Meetniveau’s
- Nominaal: categorieën (rood, wit , groen, etc.)
o Dichotoom: man/ vrouw, ja/ nee
- Ordinaal: hoog laag (VMBO, HAVO, VWO, etc.)
- Ratio: absoluut 0-punt (lengte)
- Interval: geen absoluut 0-punt (temperatuur)
Beschrijvende statistiek
Gemiddelde: rekenkundige gemiddelde, som delen door aantal waarden
Mediaan: middelste waarde in geordende dataset (laag naar hoog middelste)
Modus: waarde die het vaakst voorkomt in dataset
, Incidentie: aantal nieuwe gevallen van ziekte in specifieke populatie over
bepaalde tijdsperiode
Prevalentie: totale aantal bestaande gevallen (nieuw en bestaand) van een
bepaalde ziekte op een bepaald moment in een populatie