Introduction
Media studies is meer dan alleen het bestuderen van media. Het is ook een
verzameling van praktijken die bepalen hoe media onderzocht worden en hoe
bestaande academische studies over media georganiseerd en gevalideerd
worden. In die zin fungeert media studies als een kennisgebied – een veld van
studie – in plaats van een afgebakende academische discipline met eigen
concepten, tradities en onderzoeksmethoden.
Hoewel media studies beïnvloed wordt door andere disciplines, zoals sociologie,
literatuurwetenschap, politicologie, psychologie en bedrijfskunde, onderscheidt
het zich ook van deze domeinen. Het staat in wisselwerking met verwante
vakgebieden zoals communicatiewetenschap, journalistiek, film- en
televisiestudies, populaire muziek, fotografie en nieuwe media, waaronder
computergames en het internet.
Taaltechnisch gezien is 'media' het meervoud van 'medium'. Een medium is in de
basis iets dat zich tussen twee andere zaken bevindt. In communicatie verwijst
een medium naar een kanaal waardoor boodschappen van de ene persoon naar
de andere worden overgebracht. In de volksmond is 'de media' uitgegroeid tot
een overkoepelende term voor moderne elektronische communicatievormen.
Maar het gebruik van 'media' als enkelvoudige, verzamelterm brengt ook risico's
met zich mee. Het verdoezelt de verschillen tussen de diverse media-industrieën
en -vormen, die ieder hun eigen kenmerken en contexten hebben. Het leidt
gemakkelijk tot misleidende generalisaties. Hierdoor ontstaat een onterecht
beeld van media als één samenhangend geheel, alsof het een bewust opererende
entiteit is. Bovendien wordt hierdoor vaak de rol van individuen binnen media-
instellingen – zoals creatieve makers, eigenaars, en producenten – onzichtbaar
gemaakt.
Een invloedrijke denker die deze valkuilen onder de aandacht bracht, was de
Canadese communicatiewetenschapper Marshall McLuhan (1911–1980). Hij
stond bekend als een populariserende academicus die bewust helder en
toegankelijk schreef om een breed publiek te bereiken. Hierdoor werden sommige
van zijn uitspraken slogans voor het tijdperk van massacommunicatie, hoewel de
diepere betekenis van zijn werk vaak werd vergeten.
Een bekende term van McLuhan is ‘the global village’, waarmee hij beschreef
hoe communicatietechnologieën de traditionele grenzen van tijd en ruimte
hebben doorbroken. Deze term paste al goed bij de tijd van satelliettelevisie,
maar lijkt nog beter van toepassing op het internettijdperk.
Een nog krachtigere uitdrukking van McLuhan is: ‘the medium is the
message’. Dit idee vormt een fundamenteel inzicht voor iedereen die media als
media wil bestuderen, en dus media studies als een eigen veld beschouwt. Wat
McLuhan hiermee bedoelde, is dat als we alleen kijken naar de inhoud van
mediaberichten – de letterlijke boodschappen – we iets essentieels missen.
Volgens hem is elk medium meer dan slechts een neutraal kanaal dat een
boodschap onveranderd doorgeeft. Juist de vorm en structuur van het medium
zelf beïnvloeden de betekenis die we eraan toekennen. Elk medium draagt op zijn
eigen manier bij aan hoe we een boodschap ervaren en begrijpen.
,Bij het bestuderen van media is context een sleutelbegrip. In brede zin verwijst
context naar de setting of omgeving waarin iets plaatsvindt. In media studies
betekent dit dat we media-inhoud, organisaties, publiek, praktijken en beleid
willen begrijpen binnen de bredere maatschappelijke structuren waarin ze
bestaan. Denk aan hoe samenlevingen georganiseerd zijn, hoe ideeën binnen die
samenlevingen ontstaan, verspreid worden, en welke rol taal speelt in die
processen. Media maken namelijk deel uit van hoe een samenleving zichzelf
begrijpt en ordent.
Een krachtig argument om het belang van media studies te onderbouwen komt
voort uit economische gegevens. Media vormen een enorme sector, met grote
financiële belangen. Maar belangrijker nog: media hebben invloed op ons
dagelijks leven. Ze bieden betekenis, plezier, activiteit, prikkels en afleiding – op
manieren die voor miljoenen mensen tegelijk relevant zijn.
Media zijn diep verweven in ons dagelijks bestaan, vanaf het moment dat we
geboren worden. Ze zijn altijd en overal om ons heen. Toch wordt de manier
waarop media betekenis creëren – en hoe makers daar zelf naar kijken – vaak als
vanzelfsprekend beschouwd. Alsof het ‘logisch’ of ‘natuurlijk’ is wat iets betekent,
terwijl dat juist het resultaat is van keuzes, contexten en culturele interpretatie.
Om dit beter te begrijpen, is theoretiseren essentieel. Dat betekent: nadenken
over de bredere context en betekenis van individuele mediaproducten, en over
hoe wij die gebruiken en er plezier aan beleven. Theorie helpt ons patronen te
herkennen, verbanden te leggen en kritische vragen te stellen over hoe media
functioneren in de samenleving.
Daarnaast is analyse belangrijk: het zorgvuldig interpreteren en onderbouwen
van ideeën over mediainhoud, om zo bredere inzichten te ontwikkelen over
waarde, impact, en betekenis. Een goede analyse is overtuigend, goed
geïllustreerd en in staat om anderen mee te nemen in een doordacht betoog.
, Hoofdstuk 1
Er zijn drie manieren om media output te onderscheiden/labelen:
- De fysieke vorm: de artefact.
- Economisch: commodity status de kosten en verkoopprijzen die verbonden
zijn aan mediaproductie.
- Betekenis: wat media zeggen, de manier waarop het gezegd wordt en hoe dit
het publiek beïnvloedt. Hier zijn we geïnteresseerd in bij het onderzoeken van
tekst.
De snelheid waarmee we mediaproducten tegenkomen en er, al is het
oppervlakkig, betekenis aan geven, is iets wat alle media met elkaar gemeen
hebben en vormt een belangrijk kenmerk van het moderne leven. Het begrijpen
van mediateksten is een gewoonte, een constante factor in ons dagelijks
bestaan.
Er zijn drie opvattingen over betekenisgeving/creeëren:
- Mediaproducten komen voort uit de ideeën van mediaproducenten zelf hun
verwachtingen, opvattingen, conventies en de instituties waar zij mee werken,
dragen bij aan hoe de betekenis van een mediaproduct tot stand komt.
- Mediaconsumenten verwerken een mediaproduct aan de hand van hun eigen
achtergrond (opvoeding, culturele/sociale/historische context) dit heeft invloed op
hoe de betekenis ervaren wordt.
- Doordat we constant omringd zijn door mediaproducten, herkennen we vaak
voorkomende betekenissen sneller.
Daarom zijn mediateksten altijd gecontextualiseerd.
Retorische analyse
- Aristoteles’ definitie van retoriek: manier om anderen te overtuigen van jouw
standpunt door het gebruik van zowel een valide argument als
emotie/presentatie.
- In media: betekenis wordt geconstrueerd door het gebruik van beschikbare
technieken, stijlen en conventies binnen een bepaald medium. deze
constructie heeft als doel een bepaalde psychologische, emotionele of fysieke
reactie op te wekken bij het publiek (=affective responses).
- Verbale retoriek: verwijst naar de woordkeus gebruikt in de media-uiting.
vertelt over de relatie (informeel/formeel) met het publiek.
- Presentationele retoriek: de manier waarop het gesproken/geschreven
woord gebracht
wordt en het decor en de locatie waar de media-uiting zich afspeelt /
lijkt af te spelen.
Mise en scène: de visuele vormgeving (setting, kostuum, make-up,
belichting,
beweging in het frame, acteren, gebaren van
performers/presentatoren.
- Editoriele retoriek: verwijst naar de organisatie van bewegend beeld =
volgorde,
afhankelijk van drie elementen
1. Significantie: afhankelijk van hetgeen dat overgebracht wil worden is het
ene beeld
relevanter op een bepaald punt in de volgorde dan een ander beeld.