Hoorcollege 1 HAFI
Module 1:
Handelsverrichtingen: verrichtingen van een bedrijf die (buitenlandse)handel
voert, we kijken:
welke courante (= gebruikelijke) documenten ze daarbij kunnen gebruiken
welke betalingstechnieken
welke financieringstechnieken
welke soort risico indekkingen mogelijk is
voordelen (internationale) handel
Financiële verrichtingen= kijkt naar verrichtingen van een bedrijf om zich te
financieren via de beurs of financiële markt vb. financiering door obligaties en
aandelen
overzicht
1. Waarom handel?
2. Betalingstechnieken
3. Financieringstechnieken
4. Technieken van risico-indekking
5.
1) Waarom handel?
Elke samenleving kent de oneidigheid van behoeften (zijn divers en heterogeen)
en beperkteheid (enigheid) van beschikbare middelen.
Behoeften: -voedsel; -kleding; -medicijnen;…. onbeperkt
Middelen: -arbeidskrachten; -machines; -grondstoffen;… beperkt
Je moet gaan kiezen omdat je oneidig behoeftes hebt en beperkte middelen
DOEL: Maximale hoeveelheid goederen en bevrediging
Maar hoe 3 mogelijkheden
o Meer productiemiddelen (immigratie hoe meer mensen,
hoe meer arbeid)
o Technologische vooruitgang (betere machines)
o Arbeidsorganisatie wijzigen arbeidsverdeling en
specialisatie (obv talenten)
Arbeidsverdeling en specialisatie: iedereen zich specialiseert in een welbepaalde taak of vak bv.
Mensen goed koken gaan in een restaurant koken en niet poetsen.
Leidt tot meer productie dus meer behoefte bevrediging; vb. 2 mensen: Koen en Karen. Ze
gaan halve dag brood bakken en de andere helft stoelen maken. Ze hebben elk stoelen en
brood maar specialisatie gaat sneller en efficiënter. Karen beter brood bakken 8x2(x halve
dag) =16, Koen beter stoelen maken 2x2=4
Leidt tot ontstaan van bedrijven en ondernemingen ( mensen met zelfde talenten gaan zich
verenigen)
, Productiemogelijkheden per dag
brood stoelen
Koen 4 2
Karen 8 1
Totaal (autarkie) 12 3
Totaal (specialisatie) 16 4
Koen stoelen
Karen brood
( vorm van arbeidsorganisatie) Autarkie: maatschappij waarbij iedereen in eigen behoeften voorziet
(iedereen produceert voor zich zelf en geen (internationale) handel, regio of land is zelf voorzienend.
Voordeel: onafhankelijkheid (handig oorlog of crisis)
Nadeel: geen maximaal gebruik van ieders talenten
Arbeidsverdeling en specialisatie:
Voordeel: maximaal gebruik van ieders talenten
Nadeel: individuele producenten hebben een overschot van goederen die ze produceren en
een tekort aan andere goederen handel nodig
Handel tussen landen:
10.000.000 80.000.000
België Congo
Kleding 60 5
Graan 15 10
België is beter in produceren van beide goederen
! Maar handel kan nog steeds nuttig zijn Congo heeft een comparatief kostenvoordeel: wie van
de twee landen of individuen de laagste relatieve kost heeft voor een product bepaalt wie zich
specialiseert in wat.
Relatieve kost: is kost van een product in termen van een ander product (opportuniteitskost)
(voorbeeld: 1 kg graan ‘kost’ 4 kledingstukken in België en 1kg graan “kost” 0,5 kledingstukken in
Congo)
Relatieve kost voor kleding is laagste in België
Module 1:
Handelsverrichtingen: verrichtingen van een bedrijf die (buitenlandse)handel
voert, we kijken:
welke courante (= gebruikelijke) documenten ze daarbij kunnen gebruiken
welke betalingstechnieken
welke financieringstechnieken
welke soort risico indekkingen mogelijk is
voordelen (internationale) handel
Financiële verrichtingen= kijkt naar verrichtingen van een bedrijf om zich te
financieren via de beurs of financiële markt vb. financiering door obligaties en
aandelen
overzicht
1. Waarom handel?
2. Betalingstechnieken
3. Financieringstechnieken
4. Technieken van risico-indekking
5.
1) Waarom handel?
Elke samenleving kent de oneidigheid van behoeften (zijn divers en heterogeen)
en beperkteheid (enigheid) van beschikbare middelen.
Behoeften: -voedsel; -kleding; -medicijnen;…. onbeperkt
Middelen: -arbeidskrachten; -machines; -grondstoffen;… beperkt
Je moet gaan kiezen omdat je oneidig behoeftes hebt en beperkte middelen
DOEL: Maximale hoeveelheid goederen en bevrediging
Maar hoe 3 mogelijkheden
o Meer productiemiddelen (immigratie hoe meer mensen,
hoe meer arbeid)
o Technologische vooruitgang (betere machines)
o Arbeidsorganisatie wijzigen arbeidsverdeling en
specialisatie (obv talenten)
Arbeidsverdeling en specialisatie: iedereen zich specialiseert in een welbepaalde taak of vak bv.
Mensen goed koken gaan in een restaurant koken en niet poetsen.
Leidt tot meer productie dus meer behoefte bevrediging; vb. 2 mensen: Koen en Karen. Ze
gaan halve dag brood bakken en de andere helft stoelen maken. Ze hebben elk stoelen en
brood maar specialisatie gaat sneller en efficiënter. Karen beter brood bakken 8x2(x halve
dag) =16, Koen beter stoelen maken 2x2=4
Leidt tot ontstaan van bedrijven en ondernemingen ( mensen met zelfde talenten gaan zich
verenigen)
, Productiemogelijkheden per dag
brood stoelen
Koen 4 2
Karen 8 1
Totaal (autarkie) 12 3
Totaal (specialisatie) 16 4
Koen stoelen
Karen brood
( vorm van arbeidsorganisatie) Autarkie: maatschappij waarbij iedereen in eigen behoeften voorziet
(iedereen produceert voor zich zelf en geen (internationale) handel, regio of land is zelf voorzienend.
Voordeel: onafhankelijkheid (handig oorlog of crisis)
Nadeel: geen maximaal gebruik van ieders talenten
Arbeidsverdeling en specialisatie:
Voordeel: maximaal gebruik van ieders talenten
Nadeel: individuele producenten hebben een overschot van goederen die ze produceren en
een tekort aan andere goederen handel nodig
Handel tussen landen:
10.000.000 80.000.000
België Congo
Kleding 60 5
Graan 15 10
België is beter in produceren van beide goederen
! Maar handel kan nog steeds nuttig zijn Congo heeft een comparatief kostenvoordeel: wie van
de twee landen of individuen de laagste relatieve kost heeft voor een product bepaalt wie zich
specialiseert in wat.
Relatieve kost: is kost van een product in termen van een ander product (opportuniteitskost)
(voorbeeld: 1 kg graan ‘kost’ 4 kledingstukken in België en 1kg graan “kost” 0,5 kledingstukken in
Congo)
Relatieve kost voor kleding is laagste in België