Systeemtheorie
4 uitgangspunten:
1. Het geheel is meer dan de som der delen
2. Alles is relatie: in een systeem hangt alles aan elkaar
3. Het gedrag wordt bepaald door de context
4. Menselijke systemen zijn open: ze zoeken balans tussen stabiliteit en verandering
1. Het geheel is meer dan de som der delen
= naast een individu tellen de onderlinge relaties ook mee
= er wordt niet enkel gekeken naar het individu maar ook naar de relaties,...
2. Alles is relatie:in een systeem hangt alles aan elkaar
- veranderingen bij groepsleden → heel de groep ervaart dat
- we bestaan niet op onszelf
=> gehele systeem dat in beweging komt = totaliteit
Totaliteit = verandering in een deel van een systeem → heeft weerslag op ganse
systeem
3. Het gedrag wordt bepaald door de context
Systeem bepaalt het gedrag van de individuen.
4. Menselijke systemen zijn open: ze zoeken balans tussen stabiliteit en verandering
Er is:
- interne invloed = onderlinge relaties → dynamisch (mensen worden ouder,...)
- externe invloed = familie, vrienden, buren,...
=> Daar worden gezinnen ook door beïnvloed → open systeem
Stabiliteit = Wat vinden we belangrijk om te houden?
Verandering = Wat moeten we anders aanpakken?
Feedback = leden van een systeem krijgen informatie over hun eigen functioneren en over
veranderingen binnen en buiten een systeem
1
, Basisbegrippen van de systeemtheorie
Kern van systeemtheorie = kijken naar onderlinge verbanden in plaats van oorzaak en gevolg
Lineaire causaliteit
Interpunctie = iedereen heeft vanuit zijn eigen perspectief een verklaring
Circulariteit
= niet zoeken naar oorzaak of een schuldige
= kijken naar onderliggende relaties en hoe betrokkenen elkaar beïnvloeden (actie- reactie) en wat
dit betekent voor de relaties
=> we gaan zoeken naar gevoelens die leven ten opzichte van elkaar
- met elkaar samenhangende
- elkaar beïnvloeden
- gedragingen zonder begin en einde
- geen begintoestand
→ alleen samenhangende patronen
Patronen
= steeds terugkerende manieren van omgaan met elkaar, zaken die kenmerkend zijn voor
onderlinge relaties en de relaties met de omgeving
4 vragen stellen:
1) Wat is de onderlinge band? ( afstand - nabijheid )
Hoe is hun relatie zowel op sociaal- emotioneel als praktisch vlak
Sociaal- emotioneel
= mensen nodig hebben die je kan vertrouwen, alles aan kunt zeggen, erkend voelen
Praktisch
= samen taken uitvoeren, hobby delen
Minuchin zegt:
- op basis van onderlinge band kan subsysteem ontstaan
2
4 uitgangspunten:
1. Het geheel is meer dan de som der delen
2. Alles is relatie: in een systeem hangt alles aan elkaar
3. Het gedrag wordt bepaald door de context
4. Menselijke systemen zijn open: ze zoeken balans tussen stabiliteit en verandering
1. Het geheel is meer dan de som der delen
= naast een individu tellen de onderlinge relaties ook mee
= er wordt niet enkel gekeken naar het individu maar ook naar de relaties,...
2. Alles is relatie:in een systeem hangt alles aan elkaar
- veranderingen bij groepsleden → heel de groep ervaart dat
- we bestaan niet op onszelf
=> gehele systeem dat in beweging komt = totaliteit
Totaliteit = verandering in een deel van een systeem → heeft weerslag op ganse
systeem
3. Het gedrag wordt bepaald door de context
Systeem bepaalt het gedrag van de individuen.
4. Menselijke systemen zijn open: ze zoeken balans tussen stabiliteit en verandering
Er is:
- interne invloed = onderlinge relaties → dynamisch (mensen worden ouder,...)
- externe invloed = familie, vrienden, buren,...
=> Daar worden gezinnen ook door beïnvloed → open systeem
Stabiliteit = Wat vinden we belangrijk om te houden?
Verandering = Wat moeten we anders aanpakken?
Feedback = leden van een systeem krijgen informatie over hun eigen functioneren en over
veranderingen binnen en buiten een systeem
1
, Basisbegrippen van de systeemtheorie
Kern van systeemtheorie = kijken naar onderlinge verbanden in plaats van oorzaak en gevolg
Lineaire causaliteit
Interpunctie = iedereen heeft vanuit zijn eigen perspectief een verklaring
Circulariteit
= niet zoeken naar oorzaak of een schuldige
= kijken naar onderliggende relaties en hoe betrokkenen elkaar beïnvloeden (actie- reactie) en wat
dit betekent voor de relaties
=> we gaan zoeken naar gevoelens die leven ten opzichte van elkaar
- met elkaar samenhangende
- elkaar beïnvloeden
- gedragingen zonder begin en einde
- geen begintoestand
→ alleen samenhangende patronen
Patronen
= steeds terugkerende manieren van omgaan met elkaar, zaken die kenmerkend zijn voor
onderlinge relaties en de relaties met de omgeving
4 vragen stellen:
1) Wat is de onderlinge band? ( afstand - nabijheid )
Hoe is hun relatie zowel op sociaal- emotioneel als praktisch vlak
Sociaal- emotioneel
= mensen nodig hebben die je kan vertrouwen, alles aan kunt zeggen, erkend voelen
Praktisch
= samen taken uitvoeren, hobby delen
Minuchin zegt:
- op basis van onderlinge band kan subsysteem ontstaan
2