Gehechtheidstheorie
John Bowlby → denken heeft grote impact gehad over hoe we kijken naar de relatie
tussen ouders en kinderen
Hij werkte met jongens die crimineel gedrag stellen en merkte op dat die al een breuk in het
verleden hadden met hun moeder
Tweede wereldoorlog brak uit → kinderen werden gescheiden van ouders
Wereldgezondheidsorganisatie vroeg aan Bobly om onderzoek te doen over de impact van het
scheiden van kinderen met hun ouders
Bobly schrijft rapport daarover → “Mother - love on infancy and childhood is as
important hor mental health as are vitamins and proteins for physical health”
=> moederliefde is even belangrijk voor de mentale gezondheid als vitamines voor de fysieke
gezondheid
Geen warme, intieme, continue relatie met moeder → ernstige en onomkeerbare
gezondheidsproblemen
Vroeger werd er gekeken of mensen fysiek in orde waren maar niet mentaal !!!
Bobly heeft zich gebaseerd op andere onderzoekers:
● Charles Darwin = vader van de evolutietheorie
Alle kinderen hebben inherent de motivatie om zich te hechten
- gehechtheidsgedrag is genetisch verankerd wegens het belang voor de overleving
van de soort
- gehechtheidsgedrag (huilen, nabijheid zoeken) beschermt kind tegen gevaren in het
oorspronkelijke leefmilieu van de mens
● Konrad Lorenz = deed onderzoek naar dieren → ganzen hebben een kritische
periode als ze uit ei komen en zien dan een mens, volgen de mens overal
naartoe omdat ze denken dat dat de moeder is
● René Spitz = beschreef dat kinderen die in het ziekenhuis lagen zonder moeder een
depressie hadden waarbij dat ze levenloos werden
● James Robertson = kinderen die opgenomen werden voor medische behandeling hadden
het zwaar zonder contact van ouders
→ maakte video- opnames van de kinderen die daar alleen verbleven om de
impact te tonen op kinderen zonder contact met ouders
● Harry Harlow = onderzoek met aapjes in een kooi met 2 moeders (harde en zachte )
harde moeder had flesje met melk, maar aapjes gingen naar de zachte mama
1
, Gehechtheid
= is de affectieve band die zich ontwikkelt tussen een kind en zijn verzorgingsfiguur
Hechting
= is het proces waarbij gehechtheid tot stand komt
De ontwikkeling van gehechtheid
● niet aangeboren, ontwikkelt zich
● niet in duidelijk onderscheiden fasen maar wel in een vloeiende ontwikkelingslijn
● kind heeft tijd nodig om zich te hechten aan een hechtingsfiguur
0- 3 maanden
- afgestemd op signalen uit de omgving
- oogcontact, huilen, brabbelen, grijpen
- ongericht
4- 6 maanden
- voorkeur voor gekende verzorgers
- voorkeur niet duidelijk
6- 8 maanden
- duidelijke voorkeur voor verzorgingsfiguren
- 12 maanden → kwaliteit van de gehechtheidsrelatie kan bepaald worden
3 jaar
- kind kan zich inleven in de andere persoon
→ kan erbij rekening houden bij maken van plannen voor de eigen activiteit
Intern werkmodel
= voorstelling over hoe het kind de omgeving en verzorgingsfiguur waarneemt
Kleine kinderen
= hebben verschillende interne werkmodellen
bv: als ik ween komt papa mij pakken of als ik ween wordt mama boos
Bij papa ga ik wenen, bij mama niet
→ kind gaat ander gehechtheidsgedrag stellen
Ouder worden:
- al die verschillende interne werkmodellen geïntegreerd (komen samen )
- vormen samen één gehechtheidsrepresentatie
→ gaat relaties gaan beïnvloeden
2
John Bowlby → denken heeft grote impact gehad over hoe we kijken naar de relatie
tussen ouders en kinderen
Hij werkte met jongens die crimineel gedrag stellen en merkte op dat die al een breuk in het
verleden hadden met hun moeder
Tweede wereldoorlog brak uit → kinderen werden gescheiden van ouders
Wereldgezondheidsorganisatie vroeg aan Bobly om onderzoek te doen over de impact van het
scheiden van kinderen met hun ouders
Bobly schrijft rapport daarover → “Mother - love on infancy and childhood is as
important hor mental health as are vitamins and proteins for physical health”
=> moederliefde is even belangrijk voor de mentale gezondheid als vitamines voor de fysieke
gezondheid
Geen warme, intieme, continue relatie met moeder → ernstige en onomkeerbare
gezondheidsproblemen
Vroeger werd er gekeken of mensen fysiek in orde waren maar niet mentaal !!!
Bobly heeft zich gebaseerd op andere onderzoekers:
● Charles Darwin = vader van de evolutietheorie
Alle kinderen hebben inherent de motivatie om zich te hechten
- gehechtheidsgedrag is genetisch verankerd wegens het belang voor de overleving
van de soort
- gehechtheidsgedrag (huilen, nabijheid zoeken) beschermt kind tegen gevaren in het
oorspronkelijke leefmilieu van de mens
● Konrad Lorenz = deed onderzoek naar dieren → ganzen hebben een kritische
periode als ze uit ei komen en zien dan een mens, volgen de mens overal
naartoe omdat ze denken dat dat de moeder is
● René Spitz = beschreef dat kinderen die in het ziekenhuis lagen zonder moeder een
depressie hadden waarbij dat ze levenloos werden
● James Robertson = kinderen die opgenomen werden voor medische behandeling hadden
het zwaar zonder contact van ouders
→ maakte video- opnames van de kinderen die daar alleen verbleven om de
impact te tonen op kinderen zonder contact met ouders
● Harry Harlow = onderzoek met aapjes in een kooi met 2 moeders (harde en zachte )
harde moeder had flesje met melk, maar aapjes gingen naar de zachte mama
1
, Gehechtheid
= is de affectieve band die zich ontwikkelt tussen een kind en zijn verzorgingsfiguur
Hechting
= is het proces waarbij gehechtheid tot stand komt
De ontwikkeling van gehechtheid
● niet aangeboren, ontwikkelt zich
● niet in duidelijk onderscheiden fasen maar wel in een vloeiende ontwikkelingslijn
● kind heeft tijd nodig om zich te hechten aan een hechtingsfiguur
0- 3 maanden
- afgestemd op signalen uit de omgving
- oogcontact, huilen, brabbelen, grijpen
- ongericht
4- 6 maanden
- voorkeur voor gekende verzorgers
- voorkeur niet duidelijk
6- 8 maanden
- duidelijke voorkeur voor verzorgingsfiguren
- 12 maanden → kwaliteit van de gehechtheidsrelatie kan bepaald worden
3 jaar
- kind kan zich inleven in de andere persoon
→ kan erbij rekening houden bij maken van plannen voor de eigen activiteit
Intern werkmodel
= voorstelling over hoe het kind de omgeving en verzorgingsfiguur waarneemt
Kleine kinderen
= hebben verschillende interne werkmodellen
bv: als ik ween komt papa mij pakken of als ik ween wordt mama boos
Bij papa ga ik wenen, bij mama niet
→ kind gaat ander gehechtheidsgedrag stellen
Ouder worden:
- al die verschillende interne werkmodellen geïntegreerd (komen samen )
- vormen samen één gehechtheidsrepresentatie
→ gaat relaties gaan beïnvloeden
2