Inspanningsfysiologie deel Troosters en Cornelissen Janne
Open vragen
Hoofdstuk 1: Inleiding
Inspanning: integratie =/ systemen (alles gebeurt tegelijkertijd)
- Commando (hersenen) gestuurd nr spieren => je beweegt
- Spieren hebben 02 nodig dus je moet meer ademen = ventilatie
- O2 in longen => meer bloed in longen nodig => hart moet harder werken
- Bloedvatensysteem zet kraantjes open nr spieren die moeten werken (dus per soort
inspanning werkt het anders)
- Dan heb je spiercontracties: metabolieten geproduceerd => verwerkt in lever (want is eig
afval)
Inspanning stopt als 1 vd systemen niet meer kan volgen
1.1 Whole body exercise
= inspanning geleverd dr hele lichaam, grote spiergroepen in actie (niet zo belastend per spiervezel)
en met significante cardiovasculaire en ventilatoire impact
(zie graf dia 19)
Inspanning en energie
- Zolang O2 -en substraataanvoer gebeurt is inspanning mog
o O2 + substraat ATP + CO2
o Substraat ATP + lactaat
- 3 belangrijke systemen
o Ventilatie: longen en ademhalingsspieren
o Hartdebiet: contractie myocard en bloeddruk
o Spiercontracties (musculair systeem)
o Goede gaswisseling tss systemen belangrijk
E nodig voor contracties -> halen uit aerobe processen
O2 nodig in spieren => hartfrequentie en SV verhogen om O2 tot spieren te
krijgen
- Energielevering mog tot 1 vd systemen uitgeput is
1
,Inspanningsfysiologie deel Troosters en Cornelissen Janne
o Centraal: ventilatoir systeem en cardiaal systeem
o Perifeer: spiersysteem
Constant work
= aan constante belasting
VO2 = O2 verbruik of nodig (in L/min) -> per kg lichaamsgewicht
- 3,5ml O2 per kg in rust = 1 MET
o Hoe zwaarder je bent, hoe meer je verbruikt
- Bij inspanning ↑
o Matig: 3x rustmetabolisme -> 3-6MET
o Intens: > 6x rustmetabolisme (voor oudere moeilijk)
Fietsen aan 150W:
Rood: omgekeerd exponentiële toename in
VO2 om te voorzien in energiebehoefte
In dit stuk w E geleverd dr anaerobe
processen => zuurstofschuld (betaal je terug
na inspanning)
Groen: steady state fase
Zuurstofverbruik is precies de noodzakelijke
O2 om in E te voorzien
(zie graf dia 29)
- Bij hogere intensiteit => kortere duur
Maximale zuurstofconsumptie VO2 max
- = ↑ belasting zorgt niet meer vr ↑ vd zuurstofconsumptie
- Max aerobe capaciteit vh lichaam
- Maat voor conditie
Piek zuurstofconsumptie VO2 peak
- = max zuurstofconsumptie die breikt w wanneer belasting langzaam w opgedreven tot het
max
- = incremental exercise test
- Rust zuurstofconsumptie = 1 MET = basale metabolisme nodig om in leven te blijven (in rust)
- Piek capaciteit vh aerobe metabolisme bereikt toename arbeid (ATP levering) enkel dr
toename anaerobe processen
- Bereikt omdat we geen hoger hartdebiet k verkrijgen -> om conditie te verbeteren moet je
cardiovasculair systeem trainen
Klinische tests
Testen hoelang je inspanning aan bep belasting (constante) kan verder zetten
- Labotests (+ metingen tijdens inspanning ih labo)
o Fiets of loopband
2
,Inspanningsfysiologie deel Troosters en Cornelissen Janne
o Uitkomstmaat in revalidatie-onderzoek -> hoe lang kan een P een submax belasting
volhouden
o Zuurstofopname kinetiek als maat vr fitness (of recuperatie polsfrequentie)
- Field testen (+ metingen tijdens klinische fieldtests)
o 6 min wandeltest
o Stair climbing test
Incremental
= steeds hogere belasting (verandert continu)
Klinische tests
Testen met toenemende belasting tot max
- Labotests
o Bepaling van piek responses: VO2, VCO2, HR, VE, StcO2
o Bepaling submax parameters: lactaatdrempel, VCO2-slope,…
- Field testen: incremental shuttle walking (running test)
All out exercise
= zoveel mog inspanning in korte tijd
Anaerobe capaciteit; Wingate test
- 30s, zo snel mog fietsen, aan belasting van 7,5% lichaamsgewicht
- Omwentelingen geregistreerd per 5s
Het dagelijks leven:
1.2 Lokale inspanning
= inspanning geleverd dr specifieke spiergroep(en) meestal zonder significante cardiovasculaire en
ventilatoire impact -> belasting ligt vooral od spiervezels
Kijken naar: spierkracht -, uithouding -en vermoeidheid
Lokaal spierwerk:
- Spierkracht (hoe groter doorsnede, hoe krachtiger)
o Cross sectionele doorsnede
o Excitatie-contractiekoppeling
o Spierlengte
o Spiervezeltype
o Spiervezelverloop
3
, Inspanningsfysiologie deel Troosters en Cornelissen Janne
- Uithouding (-> dr submaximale belasting)
- Lokale bloedvoorziening
o 4 spiervezels met ih midden bloedvat
o Spiercontractie => toename intramusculaire druk
IM druk > cappilaire druk => occlusie cappilair
o 2 peesuiteinden dichter bij elkaar => spiervezel dikker
o Bloedvaten toegeduwd -> bij max contractie: bloedtoevoer dichtgekneld
o Er komt dus geen nieuw bloed toe bij lokale inspanning
- Rechtstaan uit stoel, isometrisch spierwerk (bv; iets optillen en het daar houden),
beroepsmatige activiteiten en ADL
Perifere factoren/systeem testen (niet centraal = ventilatie en hartdebiet) -> dus spiercontracties
- Isometrische spierkrachttest: spier uit systeem halen en apart testen
- Probleem kan ook bij aansturing en efficiëntie ervan zitten
KRACHT
Maximale vrijwillige contractie, krachtmetingen
- Isometrisch: geen beweging (bv; ergens hard tegen duwen)
- Isokinetisch: bew aan vaste hoeksnelheid (dus met machine)
- Dynamisch: zoveel mog gewicht tillen
- Eccentrisch: blijven houden en machine duwt dr kracht vd P (kan zorgen vr schade)
Klinisch diagnostisch weinig belang
Wel belangrijk in trainingsparadigma’s owv specificiteit
Niet vrijwillige contractie, prikkel op zenuw geven om te zien hoeveel kracht gegenereerd kan w
- Elektrisch geïnduceerd
- Magnetisch geïnduceerd
Niet wils-bekwame P
Diermodellen: elektrisch geïnduceerd
UITHOUDING: uithoudingstekort vaak groter dan kracht (bij patiënten)
VERMOEIDHEID
- Hoeveel contracties voor P vermoeid geraakt
- Veel factoren spelen rol:
4
Open vragen
Hoofdstuk 1: Inleiding
Inspanning: integratie =/ systemen (alles gebeurt tegelijkertijd)
- Commando (hersenen) gestuurd nr spieren => je beweegt
- Spieren hebben 02 nodig dus je moet meer ademen = ventilatie
- O2 in longen => meer bloed in longen nodig => hart moet harder werken
- Bloedvatensysteem zet kraantjes open nr spieren die moeten werken (dus per soort
inspanning werkt het anders)
- Dan heb je spiercontracties: metabolieten geproduceerd => verwerkt in lever (want is eig
afval)
Inspanning stopt als 1 vd systemen niet meer kan volgen
1.1 Whole body exercise
= inspanning geleverd dr hele lichaam, grote spiergroepen in actie (niet zo belastend per spiervezel)
en met significante cardiovasculaire en ventilatoire impact
(zie graf dia 19)
Inspanning en energie
- Zolang O2 -en substraataanvoer gebeurt is inspanning mog
o O2 + substraat ATP + CO2
o Substraat ATP + lactaat
- 3 belangrijke systemen
o Ventilatie: longen en ademhalingsspieren
o Hartdebiet: contractie myocard en bloeddruk
o Spiercontracties (musculair systeem)
o Goede gaswisseling tss systemen belangrijk
E nodig voor contracties -> halen uit aerobe processen
O2 nodig in spieren => hartfrequentie en SV verhogen om O2 tot spieren te
krijgen
- Energielevering mog tot 1 vd systemen uitgeput is
1
,Inspanningsfysiologie deel Troosters en Cornelissen Janne
o Centraal: ventilatoir systeem en cardiaal systeem
o Perifeer: spiersysteem
Constant work
= aan constante belasting
VO2 = O2 verbruik of nodig (in L/min) -> per kg lichaamsgewicht
- 3,5ml O2 per kg in rust = 1 MET
o Hoe zwaarder je bent, hoe meer je verbruikt
- Bij inspanning ↑
o Matig: 3x rustmetabolisme -> 3-6MET
o Intens: > 6x rustmetabolisme (voor oudere moeilijk)
Fietsen aan 150W:
Rood: omgekeerd exponentiële toename in
VO2 om te voorzien in energiebehoefte
In dit stuk w E geleverd dr anaerobe
processen => zuurstofschuld (betaal je terug
na inspanning)
Groen: steady state fase
Zuurstofverbruik is precies de noodzakelijke
O2 om in E te voorzien
(zie graf dia 29)
- Bij hogere intensiteit => kortere duur
Maximale zuurstofconsumptie VO2 max
- = ↑ belasting zorgt niet meer vr ↑ vd zuurstofconsumptie
- Max aerobe capaciteit vh lichaam
- Maat voor conditie
Piek zuurstofconsumptie VO2 peak
- = max zuurstofconsumptie die breikt w wanneer belasting langzaam w opgedreven tot het
max
- = incremental exercise test
- Rust zuurstofconsumptie = 1 MET = basale metabolisme nodig om in leven te blijven (in rust)
- Piek capaciteit vh aerobe metabolisme bereikt toename arbeid (ATP levering) enkel dr
toename anaerobe processen
- Bereikt omdat we geen hoger hartdebiet k verkrijgen -> om conditie te verbeteren moet je
cardiovasculair systeem trainen
Klinische tests
Testen hoelang je inspanning aan bep belasting (constante) kan verder zetten
- Labotests (+ metingen tijdens inspanning ih labo)
o Fiets of loopband
2
,Inspanningsfysiologie deel Troosters en Cornelissen Janne
o Uitkomstmaat in revalidatie-onderzoek -> hoe lang kan een P een submax belasting
volhouden
o Zuurstofopname kinetiek als maat vr fitness (of recuperatie polsfrequentie)
- Field testen (+ metingen tijdens klinische fieldtests)
o 6 min wandeltest
o Stair climbing test
Incremental
= steeds hogere belasting (verandert continu)
Klinische tests
Testen met toenemende belasting tot max
- Labotests
o Bepaling van piek responses: VO2, VCO2, HR, VE, StcO2
o Bepaling submax parameters: lactaatdrempel, VCO2-slope,…
- Field testen: incremental shuttle walking (running test)
All out exercise
= zoveel mog inspanning in korte tijd
Anaerobe capaciteit; Wingate test
- 30s, zo snel mog fietsen, aan belasting van 7,5% lichaamsgewicht
- Omwentelingen geregistreerd per 5s
Het dagelijks leven:
1.2 Lokale inspanning
= inspanning geleverd dr specifieke spiergroep(en) meestal zonder significante cardiovasculaire en
ventilatoire impact -> belasting ligt vooral od spiervezels
Kijken naar: spierkracht -, uithouding -en vermoeidheid
Lokaal spierwerk:
- Spierkracht (hoe groter doorsnede, hoe krachtiger)
o Cross sectionele doorsnede
o Excitatie-contractiekoppeling
o Spierlengte
o Spiervezeltype
o Spiervezelverloop
3
, Inspanningsfysiologie deel Troosters en Cornelissen Janne
- Uithouding (-> dr submaximale belasting)
- Lokale bloedvoorziening
o 4 spiervezels met ih midden bloedvat
o Spiercontractie => toename intramusculaire druk
IM druk > cappilaire druk => occlusie cappilair
o 2 peesuiteinden dichter bij elkaar => spiervezel dikker
o Bloedvaten toegeduwd -> bij max contractie: bloedtoevoer dichtgekneld
o Er komt dus geen nieuw bloed toe bij lokale inspanning
- Rechtstaan uit stoel, isometrisch spierwerk (bv; iets optillen en het daar houden),
beroepsmatige activiteiten en ADL
Perifere factoren/systeem testen (niet centraal = ventilatie en hartdebiet) -> dus spiercontracties
- Isometrische spierkrachttest: spier uit systeem halen en apart testen
- Probleem kan ook bij aansturing en efficiëntie ervan zitten
KRACHT
Maximale vrijwillige contractie, krachtmetingen
- Isometrisch: geen beweging (bv; ergens hard tegen duwen)
- Isokinetisch: bew aan vaste hoeksnelheid (dus met machine)
- Dynamisch: zoveel mog gewicht tillen
- Eccentrisch: blijven houden en machine duwt dr kracht vd P (kan zorgen vr schade)
Klinisch diagnostisch weinig belang
Wel belangrijk in trainingsparadigma’s owv specificiteit
Niet vrijwillige contractie, prikkel op zenuw geven om te zien hoeveel kracht gegenereerd kan w
- Elektrisch geïnduceerd
- Magnetisch geïnduceerd
Niet wils-bekwame P
Diermodellen: elektrisch geïnduceerd
UITHOUDING: uithoudingstekort vaak groter dan kracht (bij patiënten)
VERMOEIDHEID
- Hoeveel contracties voor P vermoeid geraakt
- Veel factoren spelen rol:
4