H1: Inleidende begrippen MSK
ICF-model
= schema met verschillende domeinen vh menselijk functioneren en beïnvloedende factoren
ICIDH, 1980
- Omschrijft wat niet meer kan of waar er problemen zijn om tot functioneren te
komen
- Stoornis, beperking, handicap
ICF, sinds 2001
- Omschrijft wat wel en niet lukt of waar er problemen zijn in graad van ernst
- Anatomische functies en eigenschappen + activiteiten en participaties
- Functies= fys en ment eigenschappen vh menselijk organisme
Anatomische eigenschappen= positie aanwezig/vorm van onderdelen
o Stoornissen= afwijking of verlies van functies of anatom eig
- Activiteiten= onderdelen van iemands handelen
o Beperking= moeilijkheden die iem heeft met uitvoering
- Participatie= iemands deelname ah maatschappelijk leven
o Participatie-problemen= moeilijkheden die iemand heeft ermee
Externe factoren= iemands fysieke en sociale omgeving
Persoonlijke factoren= iemands individuele achtergrond
Problemen die vaak voorkomen binnen MSK:
- Anatomische functies: pijn, tonus, mobiliteit, ademhaling
o Verminderen van stoornissen
- Activiteiten: ‘veranderen van’ of zich houden, apparaten bedienen, wandelen, zitten
o Verbeteren van iemands mogelijkheden (kwaliteit)
- Participatie: persoonlijke zorg, mobiliteit, communicatie, werk/school, familie,
vrienden, hobby, sport
1
, o Verbeteren van iemands capaciteit (kwantiteit) in huidige omgeving
Methodisch stappenplan en ICF:
1. Verwijzing/ aanmelding en anamnese
2. Kinesitherapeutisch onderzoek en analyse
3. Opstellen van behandelplan
4. Behandelen en evaluatie
5. Afsluiten van interventie of overdracht
Verwijzing/ aanmelding en anamnese:
- Medisch voorschrift bevat diagnose, aantal behandelingen en contra-indicaties
- Diagnose: medische classificatie
o Goede omschrijving vd onderliggende pathologie
o Ingedeeld nr relevante subgroepen binnen het bio-psycho-sociaal model
o Naar functionele classificatie
1.1 Biopsychosociaal model, psychosociale en fysiologische
risicofactoren id revalidatie
- Vroeger biomedisch model -> functieverlies beschreven in perspectief van
onderliggende stoornis
Voordat je begint met anamnese is voorkennis nuttig
- Van jezelf: belang non-verbale communicatie (lichaamstaal, intonatie, aanraking,…)
- Van de patiënt: de mogelijke vlaggen
o RODE = potentiële gevaarlijke fysiologische condities die verdere technische
investigatie vereisen en zodoende ook doorverwijzing
Meer regio specifiek (zie vb dia 55)
o GELE = psychosociale risico factoren vr h ontwikkelen v ‘chronisch’
functieverlies of verminderde functie -> niet regio specifiek:
a. Attitudes en believes
b. Behavior: gedrag nr de pijn
c. Compensatie vr functieverlies/pijn
d. Diagnose vraag
e. Emotionele belemmering
Angst en pijn zijn belemmerde factoren vr genezing
f. Familiale invloed die niet constructief is
Subjectief vs objectief -> bv; te zwaar werk
o Subj: pesten,…
o Obj: gemeten => ander werk zoeken
1.2 Fasen weefselherstel
Voor T én :
2
, - Gevasculariseerd weefsel (bot, spieren, huid, zenuwscheden,…)
o 3 fasen: (grafiek dia 62)
1. Ontstekingsfase = inflammatiefase
Inflammatie: warmte, roodheid, zwelling, verlies van functie +
pijn (symptoom maar k wij niet objectiveren)
Bloeding en hematoomvorming -> hypoxie + osteocyte necrose
Ontstekingsreactie:
o Inflammatoire cellen en mediatoren
o Groeifactoren
o Fibrine netwerkformatie
2. Profilatiefase = weefselvormingsfase
Granulatieweefsel formatie
o Fibroblasten en mesenchymale celmigratie
o Neovascularisatie
Botresorptie => kraakbeen -en callusformatie
3. Regeneratiefase = maturatiefase
Botformatie en remodellering
o Extracellulaire matrix productie
o ECM mineralisatie
Primaire en secondaire botheling
Soorten:
- Niet gevasculariseerd weefsel (kraakbeen, haar, nagel)
o Geen 3 fasen maar kwantitatieve fase gevolgd dr kwalitatieve fase
Kraakbeen-bot model
- Verdeelt de druk (soort stootkussen) en zorgt vr frictieloos bewegen
- Bestaat uit: chondrocyten, collageenvezels (type 2) en proteoglycanen
- Niet voorzien van bloedvaten, lymfevaten en zenuwvezels
- Beschadiging?
o Chondrocyten apoptosis
o Kunnen matrix en collageen productie niet volhouden
o Graad 1: oppervlakkig maar blunt trauma
= fysiek trauma tgv een krachtige impact zonder penetratie vh
lichaamsoppervlak
o Graad 2 < 50%
o Graad 3 tot op bot
3
, o Graad 4 tot in bot
- Slechts beperkt herstel mogelijk:
o Blunt en tot en met gr 3
o Geen bijkomend botletsel
o > 25 jaar
- Geen celmigratie mogelijk naar wondranden
- Wel humorale veranderingen
- Invloed van belasting op onderliggend bot
Cellulaire reacties k niet leiden tot regeneratie -> wel humorale effecten en adaptatie
- Productie van pro-inflam cytokines, destructieve enzymen en groeifactoren
- Cartilage en cellen:
o Proliferatie
o Toename matrixsynthese
o Verlies van normaal fenotype vd chondrocyten
o Dunner w van kraakbeen
Evaluatie gewrichtsfunctie: symptoom, rubor, calor, dolor, tumor en functio leasie
1.3 Het kinesitherapeutisch onderzoek: anamnese
- Klachtenbevraging
- Niet eenmalig
- Functie:
o Verwerven van info over het probleem/ de problemen
o Inzicht P, verwachtingen, omgang,…
1. Administratief
- Personalia/verzekering/huisarts/…
- Gebruik van gestructureerd formulier
o Nuttig: als leidraad (geen afchecklijst)
o Indeling:
Stoornisniveau:
Probleemstelling (90% komt met pijnklacht)
Intensiteit op een VAS of NRS schaal
o VAS:
o NRS: score op 10
Pijnperceptie over =/ ogenblikken
Kwantificeren nuttig als vergelijking
Activiteiten & Participatieniveau
Externe factoren
4