Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Resume

Uitgebreide samenvatting van alle literatuur voor het vak Psychische problemen en opvoeding

Note
-
Vendu
5
Pages
70
Publié le
30-09-2025
Écrit en
2025/2026

Uitgebreide samenvatting van alle artikelen van PPO 2025/2026

Établissement
Cours

Aperçu du contenu

Psychische problemen en opvoeding – Literatuur
College 1 – Introductie
Bertine Zech – Interview: Onderzoek naar tools voor de praktijk
Hoe betrek je als behandelteam het gezin (vooral de ouders) zo goed mogelijk bij een klinische
behandeling?
• Het is essentieel dat de thuisomgeving goed is ingespeeld op wat de jongere na de
behandeling nodig heeft, omdat de opnames steeds korter zijn vanwege hete gering aantal
plekken. Echter zijn er naast de psychische problemen van de jongere ook altijd problemen in
het gezin. Door het gezin te betrekken, zorg je ervoor dat die problemen niet blijven bestaan
als de jongere weer naar huis gaat. Verandering van de problematiek binnen het gezin hangt
samen met blijvend resultaat voor de jongere.
• Het is van belang om het bewustzijn bij professionals te vergroten omtrent het systeemgericht
werken. Reflectie binnen het multidisciplinaire team speelt daarbij een belangrijke rol.
Daarnaast is het van belang om gezinnen hoop te geven, vaak hebben zij al een lange
behandelgeschiedenis achter de rug. Een behandeling heeft de meeste kans van slagen als er
wederzijds vertrouwen is en de samenwerking goed verloopt.


Pine et al. – Parental involvement in adolescent psychological interventions: A meta-
analysis
De adolescentie wordt gekarakteriseerd als een periode van significante biologische en psychosociale
veranderingen, samenhangend met een verhoogd risico op de ontwikkeling van psychopathologie.
Ongeveer één op de drie adolescenten heeft op 16-jarige leeftijd te maken (gehad) met
psychopathologie, waarbij depressie, sociale fobie en middelen misbruik het meest voorkomen. Deze
aantallen nemen toe naarmate de adolescenten ouder worden. Uit verschillende onderzoeken blijkt
dat psychopathologie in de adolescentie samenhangt met familieprocessen. De pubertijd
(ontwikkeling brein), veranderingen in sociale relaties (meer tijd met vrienden) en interpersoonlijk
functioneren zorgen ervoor dat de verwachtingen en rollen van ouders en adolescenten worden
bijgesteld. Ondanks deze veranderingen kan familie een beschermende factor vormen in de
ontwikkeling van psychopathologie bij adolescenten. Ouders kunnen dan ook worden betrokken bij
de behandeling van adolescenten, maar dit moet weloverwogen plaatsvinden. Adolescenten streven
namelijk naar autonomie en onafhankelijkheid en de therapeut heeft te maken met vertrouwelijkheid,
maar tegelijkertijd moet de therapeut ook de invloed en verantwoordelijkheden van de ouders
erkennen. Er moet daarom sprake zijn van een werkrelatie met de ouders en een therapeutische
relatie met de adolescent. Naarmate de adolescent ouder wordt, neemt de betrokkenheid van de
ouders bij de therapie af.

Discussie
Ouderlijke betrokkenheid vindt meestal plaats bij interventies met pre-adolescente kinderen vanwege
de afhankelijkheid van ouders voor ondersteuning. De resultaten laten echter zien dat interventies
waarbij ouders betrokken zijn, een aanzienlijk groter effect hebben dan interventies die alleen
adolescenten betrekken.
• Het effect van ouderlijke betrokkenheid was significant voor externaliserende problemen,
maar niet voor internaliserende problemen.
o Individuele interventies hebben bij internaliserende problematiek een groot effect,
terwijl dit een klein effect heeft bij externaliserende problematiek.

, o De geïncludeerde artikelen onderzoeken adolescenten met ernstige internaliserende
problemen en adolescenten met sub-symptomen of risicogedrag voor externaliserende
problemen.
▪ Wellicht is het effect van ouderlijke betrokkenheid groter voor sub-symptomen
of risicogedrag.
o Internaliserende problemen zijn minder duidelijk voor ouders. Gezien het feit dat de
adolescentie kan worden geassocieerd met een afname van de ouderlijke controle,
evenals toenemende stress in de relatie tussen ouders en kinderen, kunnen ouders en
jongeren verschillende perspectieven hebben op het succes van de behandeling.
• Het effect van ouderlijke betrokkenheid was significant voor frequentie-uitkomsten (bv.
aantal dagen alcoholgebruik) maar niet voor diagnostische of dimensionele uitkomsten.
o Er is replicatie nodig om dit resultaat te bevestigen.

Belangrijke punten om rekening mee te houden:
• Het is van belang om moderatoren te onderzoeken.
o Uit eerder onderzoek blijkt dat de emotie-uiting van ouders een modererend effect
heeft. Adolescenten waarvan de ouders tijdens de behandeling switchen van veel
emotie-uiting naar weinig emotie-uiting tonen lagere scores op angst dan adolescenten
waarvan de ouders veel emotie bleven uiten.
• Er moet meer nadruk komen op het meten van uitkomstvariabelen op gezinsniveau om het
totale effect van ouderbetrokkenheid te kunnen meten.
• De manier waarop ouders betrokken zijn (co-therapeut of co-cliënt) kan verschillende
effecten hebben op de psychopathologie van adolescenten.

Beperkingen van het onderzoek:
• Drie studies zijn uitgesloten vanwege gebrek aan toegang tot gegevens om effectgroottes te
berekenen.
o Twee van deze studies vonden geen significant verschil tussen individuele interventies
en interventies waarbij ouders betrokken zijn.
o Deze studies onderzochten internaliserende problemen.
• Relatief weinig onderzoeken zijn meegenomen en de algehele effectgrootte was klein, wat de
klinische toepasbaarheid beperkt.
• De geïncludeerde studies betrokken ouders op verschillende manieren en de variabiliteit was
beperkt.
• De geïncludeerde studies omvatten enkel diagnoses voor depressie, angst, obsessief-
compulsieve stoornis en middelenmisbruik.


Van Amelsvoort et al. – Transdiagnostische psychiatrie: Concept in ontwikkeling
De DSM-classificaties met de daaraan gekoppelde stoornisspecifieke behandelprogramma’s maken
langzaam plaats voor een meer persoonlijke, patiëntgerichte benadering. Het transdiagnostisch
denken kan worden onderverdeeld in verschillende aspecten. Temperament en hechtingsstijl zijn
psychologische aspecten die de ontwikkeling van transdiagnostische factoren zoals emotieregulatie,
mentaliseren, welbevinden en existentiële angst beïnvloeden. Deze factoren kunnen een rol spelen bij
het bestaan en voortbestaan van diverse diagnostische classificaties. Transdiagnostisch denken heeft
ook te maken met biologische aspecten. Hierbij worden functiedomeinen (negatieve emoties,
positieve emoties, cognitieve functies, sociale functies en autonome functies) gekoppeld aan
neurobiologische uitkomstmaten. In de praktijk blijkt het echter lastig om de functiedomeinen te
reduceren tot eenvoudige mechanismen, omdat deze processen vaak multifactorieel bepaald zijn.

,Daarnaast worden er vergelijkingen gemaakt tussen verschillende psychiatrische ziekten in plaats
van een vergelijking met een controlegroep. Verder zijn het volume van de hippocampus, de
dorsomediale prefrontale cortex, verminderde doorbloeding van de frontale hersenschors, verlaagde
cortisolstressrespons en verhoogde dopamineafgifte niet stoornisspecifiek. Ook kan een afwijkende
hersenconnectiviteit worden beschouwd als een transdiagnostische kwetsbaarheidsfactor. Het
transdiagnostisch denken heeft tot slot nog therapeutische aspecten. ACT-therapie is een voorbeeld
van een transdiagnostische behandeling met als doel de psychologische flexibiliteit te vergroten in
een veranderende context. Samengenomen kan gesteld worden dat de verschuiving richting
transdiagnostisch denken wenselijk is, echter dient het als een aanvulling te worden gebruikt op de
stoornisspecifieke benadering, omdat het nog in ontwikkeling is.


Braet & Wante – Transdiagnostisch werken, een nieuwe trend: Kan of moet het
protocollair?
De effecten van behandeling van psychologische problemen bij kinderen en jongeren blijken in de
klinische praktijk nog steeds niet in orde. Daarentegen blijkt gestandaardiseerd werken, volgens een
protocol, juist effectiever te zijn en kost het ook nog eens minder tijd. Echter kan problematiek
complex zijn. Daarom zijn er tegenwoordig transdiagnostische protocollen die inwerken op de
mechanismen die onderliggend zijn aan de complexe klachten die kinderen kunnen vertonen en
daardoor breed inzetbaar zijn. De focus kan liggen op cognitieve processen (zelfbeeld,
perfectionisme en informatieverwerking), emotionele processen (emotieregulatie en ACT),
gedragsmatige processen (leerprocessen, assertiviteit en opvoeding) of relationele processen
(vechtscheiding). Helaas zijn niet alle transdiagnostische protocollen bruikbaar.

Indicaties voor transdiagnostisch werken:
• Sluit aan bij de RDC-trend (Research Domain Criteria-trend). Er wordt ingezet op
veronderstelde processen die de ontwikkeling van een probleem verklaren en tegelijkertijd
wordt er dimensioneel naar klachten gekeken. Hierdoor kunnen ook subklinische klachten,
comorbide klachten of vage klachten succesvol worden aangepakt.
• Er is meer mogelijkheid tot flexibiliteit wanneer de focus van de behandeling verandert.
• Wordt ingezet om de care as usual te versterken. Naast klachtgerichte aanpak wordt er ook
ingezet op training voor lijden dat inherent is verbonden aan de stoornis.
• Kanttekening:
o Het geeft meer vrijheid, maar is geen excuus om vrijelijk technieken door elkaar te
gebruiken. Er dient gewerkt te worden volgens een vast protocol.
o Effectiviteit van het protocol is aangetoond bij het volledig doorlopen ervan op een
gestandaardiseerde manier en door adequaat getrainde en ervaren therapeuten.
o De therapeut moet over meer basiskennis van psychologische processen beschikken
en heeft dus een langere opleiding nodig.
o Evidentie is vaak nog gebaseerd op gevalsstudies, wat een minimaal criterium is. De
evidentie voor stoornisspecifieke behandelingen is al robuuster. Bij enkelvoudige
problemen heeft een klachtspecifieke aanpak daarom nog steeds de voorkeur.
o De psychologische basisvoorwaarden (therapeutische relatie en het opstellen van
een indicatiestelling en behandelplan) mogen niet worden vergeten.

, Foolen & Ince (NJI) – Cognitieve gedragstherapie
Cognitieve gedragstherapie (CGT):
• Kerngedachte CGT = psychische klachten houden verband met disfunctionele cognities of
gedachten. De klachten uiten zich in nare of bedreigde gevoelens/stemmingen en
problematisch gedrag.
• Doel CGT = het opsporen en corrigeren van denkfouten die leiden tot psychische problemen
en afwijkend gedrag. Situaties weer reëler, functioneler of evenwichtiger leren beoordelen,
waardoor gevoelens en gedrag veranderen in een positieve of minder belastende richting.
• Cognitieve therapie wijst enkel naar het beïnvloeden van cognities terwijl CGT verwijst naar
de wisselwerking tussen cognities, gevoelens en gedrag.
• CGT kan bij verschillende problemen effectief zijn en de inhoud wordt aangepast aan de
problemen die moeten worden aangepakt. De duur ervan kan variëren van drie maanden tot
één jaar.
o Effecten zijn wisselend bij verschillende problematieken. Het beste resultaat is te
vinden bij angststoornissen, depressie en gedragsproblematiek.

Doelgroep CGT:
• Het kan effectief zijn voor zowel kinderen als jeugdigen, volwassenen en gezinssystemen.
• De cliënt moet gemotiveerd zijn om de klachten te veranderen en openstaan voor kritische
reflectie (de eigen gedachtewereld is disfunctioneel). Daarnaast moet de cliënt in staat zijn de
gedachten onder woorden te brengen en daarop te reflecteren.
o Het is dus minder geschikt voor cliënten met beperkte verstandelijke vermogens of
beperkte taalbeheersing.
• Therapeuten moeten rekening houden met grote onderlinge variaties tussen kinderen van
dezelfde leeftijd, omdat niet elk kind even snel bepaalde vaardigheden beheerst.
o Volgens Piaget bevinden kinderen tussen de 5 en 8 jaar zich in het prelogische
cognitieve stadium. De vaardigheden van deze kinderen worden vaak onderschat en
tegelijkertijd worden de verrichtingen van oudere kinderen overschat. Deze groep
kinderen kan logisch nadenken zolang de vraagstukken eenvoudig en helder zijn. De
effecten van CGT zijn bewezen in onderzoek, maar de effecten zijn groter bij oudere
kinderen en adolescenten.

Methodiek CGT:
• Problematiek in kaart brengen en CGT en huiswerk uitleggen.
• Opsporen gedachten die zijn gekoppeld aan probleemsituaties en deze registreren in het
alledaagse leven, inclusief bijbehorende gevoelens.
• Kritisch onderzoeken van de gedachten. Wanneer de gedachten niet kloppen worden
alternatieve gedachten geformuleerd en wanneer de gedachte wel kloppen wordt er een
actieplan ontwikkeld om met die gedachten te leren leven.
• Oefenen (gedragsexperimenten) met de alternatieve gedachten of het actieplan in het
alledaagse leven.
• Rol therapeut:
o Psycholoog die luistert en helpt verduidelijken.
o Leraar die achtergronden en werking van cognities uitlegt.
o Coach die helpt bij het toepassen van geleerde vaardigheden.

École, étude et sujet

Établissement
Cours
Cours

Infos sur le Document

Publié le
30 septembre 2025
Nombre de pages
70
Écrit en
2025/2026
Type
RESUME

Sujets

$9.18
Accéder à l'intégralité du document:

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF


Document également disponible en groupe

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
cradegroot Universiteit Utrecht
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
307
Membre depuis
5 année
Nombre de followers
162
Documents
22
Dernière vente
4 semaines de cela

4.1

22 revues

5
12
4
4
3
4
2
1
1
1

Récemment consulté par vous

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Vous travaillez sur vos références ?

Créez des citations précises en APA, MLA et Harvard avec notre générateur de sources gratuit.

Vous travaillez sur vos références ?

Foire aux questions