BOEK 1bis
HOOFDSTUK 1. DE GRONDEN VAN AANSPRAKELIJKHEID: FEITEN DIE TOT
AANSPRAKELIJKHEID LEIDEN
AFDELING 1. INLEIDENDE BEGRIPPEN
§ 1. Fout aansprakelijkheid, foutloze aansprakelijkheid, alternatieve
vergoedingssystemen
Gemeen recht (vroeger en in Boek 6) hanteert de FOUT-Ah.
Er is slechts buitencontractuele AH (Bc. AH) als bewijs wordt geleverd
van :
- Fout (begaan door ‘schadeverwekker’, ‘aansprakelijke’)
- Schade (geleden door ‘benadeelde’, ‘schadelijder’)
- Oorzakelijk verband
de benadeelde krijgt in beginsel een integraal SH, ongeacht de
zwaarte van de fout (art. 6.30 BW)
Maar naast gemeen recht (Boek 6) erkent de wetgever ook bijz. gevallen
objectieve of foutloze Ah. :
• Bv. AH voor gebrekkige producten (WAP, art. 6.41-6.55 BW)
• Bv. art. 29bis WAM voor zwakke weggebruikers
• Bv. Burenhinder (art. 3.101 BW)
De wetgever organiseert ook aanvullende en alternatieve
vergoedingssystemen.
De afwijkingen van gemeen recht zijn vaak fragmentarisch en ook:
Met afgelijnd toepassingsgebied en –voorwaarden
Soms met drempels of forfaits
§ 2. Persoonlijke en kwalitatieve aansprakelijkheid
Twee categoriën van gronden:
1° Persoonlijke AH
= AH voor eigen daad (of eigen fout) = art. 6.5-6.11 BW (vroeger:
art. 1382-1383 OBW)
2° Kwalitatieve AH
= AH voor andermans daad (personen met bep. hoedanigheid staan in
voor andere personen (bv. AH voor leerlingen, aangestelden)) = art.
6.12-15 BW (vroeger: art. 1384 OBW)
en
,= AH voor zaken en dieren = art. 6.16-17 BW (vroeger: art. 1384,
1385,1386 OBW)
AFDELING 2. PERSOONLIJKE AANSPRAKELIJKHEID VOOR EIGEN DAAD
§ 1. Beginsel
Art. 6.5 Beginsel
3 toepassingsvoorwaarden voor persoonlijke AH:
(1)fout,
(2)schade en
(3)een oorzakelijk verband tussen de fout en de schade
‘Eenieder’ geldt zowel voor natuurlijke personen als voor
rechtspersonen (zie art. 6.4: “Tenzij de wet anders bepaalt, zijn de
bepalingen van dit boek van toepassing op zowel private en publieke
rechtspersonen als natuurlijke personen.”)
Art. 6.6 Definitie
Een fout bestaat dus uit de schending ve door het recht opgelegde
gedragsnorm, nl.:
- ofwel (a) van een specifieke rechtsnorm/wettelijke
gedragsnorm die een gebod of verbod oplegt,
- ofwel (b) van de algemene zorgvuldigheidsnorm geldend in
maatschappelijk verkeer.
• Een fout kan zowel een (actief) doen als een (passief) nalaten zijn
• De lichtste afwijking van de gedragsnorm is fout en volstaat dus.
§ 2. Definitie van de fout
A. Vooraf
• Art. 6.6 BW: verwijst alleen nog naar het objectieve bestanddeel
• Het subjectieve bestanddeel is verwerkt in de specifieke bepalingen
voor:
- minderjarigen en geestesgestoorden (art. 6.9-6.11 BW) en
- de gronden van uitsluiting van de aansprakelijkheid voor fout (art.
6.7-6.8 BW)
Bv. Minderjarige, jonger dan 12j., is zelf niet aansprakelijk voor eigen daad
(reden: hij is schuldonbekwaam) < art. 6.9 BW.
B. Schending specifieke rechtsnormen
Een fout bestaat bij de schending:
, (a) van een specifieke gedragsnorm die een gebod of verbod
oplegt:
= de bestemmeling van de regel begaat een fout louter door overtreding
vd specifieke gedragsnorm (geen toetsing aan AZN!).
= hieronder vallen alle wetsbepalingen in materiële zin, incl. internationale
rechtsnormen, die bepaald gedrag opleggen of verbieden. Bv. Milieu-,
sociale of fiscale wetgeving, medisch recht, verkeersrecht.
Bv: De bestuurder die naar links afslaat moet […] voorrang verlenen aan
de tegenliggers op de rijbaan die hij gaat verlaten. (art. 19,3 3° wegcode)
C. Schending van AZN
Een fout bestaat bij de schending van:
(b) van de algemene zorgvuldigheidsnorm
Hoe weten? Is er geen wettelijke gedragsnorm geschonden, zal men het
gedrag van de persoon die schade heeft veroorzaakt vergelijken met
het gedrag dat een voorzichtig en redelijk persoon in dezelfde
omstandigheden zou hebben (zie art. 6.6 §2, lid 1 BW) stemt dat
niet overeen, is er een fout van de schadeverwekker (de lichtste fout
volstaat).
• abstract foutcriterium van ‘de goede huisvader’, thans ‘de
voorzichtig en redelijk persoon’ in dezelfde omstandigheden
als de dader
• Hierbij dient het te gaan om een normale persoon, geen superman of
–vrouw;
• Ook al leeft die persoon de wettelijke normen na, toch kan zijn
gedrag nog foutief zijn: AZN kan immers hogere eisen stellen!
Art. 6.6
• Art. 6.6, § 2, lid 1 verankert de AZN maar geeft geen definitie van
voorzichtigheid en redelijkheid
• Wél een lijst van criteria waarmee rechters rekening mogen houden
om die begrippen in te vullen. Dus ‘indicaties’ van onzorgvuldigheid (zie
volgende slide)
• De lijst is exemplatief, facultatief en niet-cumulatief: rechter mag
ook met andere criteria rekening houden; hij moet er geen rekening
mee houden; niet alle criteria zijn af te vinken!
• Voordeel lijst: ze draagt bij tot een ‘objectief referentiekader’.
• Toepassingen?
§ 2. […]
Bij de toepassing ervan kan onder meer rekening gehouden worden met:
HOOFDSTUK 1. DE GRONDEN VAN AANSPRAKELIJKHEID: FEITEN DIE TOT
AANSPRAKELIJKHEID LEIDEN
AFDELING 1. INLEIDENDE BEGRIPPEN
§ 1. Fout aansprakelijkheid, foutloze aansprakelijkheid, alternatieve
vergoedingssystemen
Gemeen recht (vroeger en in Boek 6) hanteert de FOUT-Ah.
Er is slechts buitencontractuele AH (Bc. AH) als bewijs wordt geleverd
van :
- Fout (begaan door ‘schadeverwekker’, ‘aansprakelijke’)
- Schade (geleden door ‘benadeelde’, ‘schadelijder’)
- Oorzakelijk verband
de benadeelde krijgt in beginsel een integraal SH, ongeacht de
zwaarte van de fout (art. 6.30 BW)
Maar naast gemeen recht (Boek 6) erkent de wetgever ook bijz. gevallen
objectieve of foutloze Ah. :
• Bv. AH voor gebrekkige producten (WAP, art. 6.41-6.55 BW)
• Bv. art. 29bis WAM voor zwakke weggebruikers
• Bv. Burenhinder (art. 3.101 BW)
De wetgever organiseert ook aanvullende en alternatieve
vergoedingssystemen.
De afwijkingen van gemeen recht zijn vaak fragmentarisch en ook:
Met afgelijnd toepassingsgebied en –voorwaarden
Soms met drempels of forfaits
§ 2. Persoonlijke en kwalitatieve aansprakelijkheid
Twee categoriën van gronden:
1° Persoonlijke AH
= AH voor eigen daad (of eigen fout) = art. 6.5-6.11 BW (vroeger:
art. 1382-1383 OBW)
2° Kwalitatieve AH
= AH voor andermans daad (personen met bep. hoedanigheid staan in
voor andere personen (bv. AH voor leerlingen, aangestelden)) = art.
6.12-15 BW (vroeger: art. 1384 OBW)
en
,= AH voor zaken en dieren = art. 6.16-17 BW (vroeger: art. 1384,
1385,1386 OBW)
AFDELING 2. PERSOONLIJKE AANSPRAKELIJKHEID VOOR EIGEN DAAD
§ 1. Beginsel
Art. 6.5 Beginsel
3 toepassingsvoorwaarden voor persoonlijke AH:
(1)fout,
(2)schade en
(3)een oorzakelijk verband tussen de fout en de schade
‘Eenieder’ geldt zowel voor natuurlijke personen als voor
rechtspersonen (zie art. 6.4: “Tenzij de wet anders bepaalt, zijn de
bepalingen van dit boek van toepassing op zowel private en publieke
rechtspersonen als natuurlijke personen.”)
Art. 6.6 Definitie
Een fout bestaat dus uit de schending ve door het recht opgelegde
gedragsnorm, nl.:
- ofwel (a) van een specifieke rechtsnorm/wettelijke
gedragsnorm die een gebod of verbod oplegt,
- ofwel (b) van de algemene zorgvuldigheidsnorm geldend in
maatschappelijk verkeer.
• Een fout kan zowel een (actief) doen als een (passief) nalaten zijn
• De lichtste afwijking van de gedragsnorm is fout en volstaat dus.
§ 2. Definitie van de fout
A. Vooraf
• Art. 6.6 BW: verwijst alleen nog naar het objectieve bestanddeel
• Het subjectieve bestanddeel is verwerkt in de specifieke bepalingen
voor:
- minderjarigen en geestesgestoorden (art. 6.9-6.11 BW) en
- de gronden van uitsluiting van de aansprakelijkheid voor fout (art.
6.7-6.8 BW)
Bv. Minderjarige, jonger dan 12j., is zelf niet aansprakelijk voor eigen daad
(reden: hij is schuldonbekwaam) < art. 6.9 BW.
B. Schending specifieke rechtsnormen
Een fout bestaat bij de schending:
, (a) van een specifieke gedragsnorm die een gebod of verbod
oplegt:
= de bestemmeling van de regel begaat een fout louter door overtreding
vd specifieke gedragsnorm (geen toetsing aan AZN!).
= hieronder vallen alle wetsbepalingen in materiële zin, incl. internationale
rechtsnormen, die bepaald gedrag opleggen of verbieden. Bv. Milieu-,
sociale of fiscale wetgeving, medisch recht, verkeersrecht.
Bv: De bestuurder die naar links afslaat moet […] voorrang verlenen aan
de tegenliggers op de rijbaan die hij gaat verlaten. (art. 19,3 3° wegcode)
C. Schending van AZN
Een fout bestaat bij de schending van:
(b) van de algemene zorgvuldigheidsnorm
Hoe weten? Is er geen wettelijke gedragsnorm geschonden, zal men het
gedrag van de persoon die schade heeft veroorzaakt vergelijken met
het gedrag dat een voorzichtig en redelijk persoon in dezelfde
omstandigheden zou hebben (zie art. 6.6 §2, lid 1 BW) stemt dat
niet overeen, is er een fout van de schadeverwekker (de lichtste fout
volstaat).
• abstract foutcriterium van ‘de goede huisvader’, thans ‘de
voorzichtig en redelijk persoon’ in dezelfde omstandigheden
als de dader
• Hierbij dient het te gaan om een normale persoon, geen superman of
–vrouw;
• Ook al leeft die persoon de wettelijke normen na, toch kan zijn
gedrag nog foutief zijn: AZN kan immers hogere eisen stellen!
Art. 6.6
• Art. 6.6, § 2, lid 1 verankert de AZN maar geeft geen definitie van
voorzichtigheid en redelijkheid
• Wél een lijst van criteria waarmee rechters rekening mogen houden
om die begrippen in te vullen. Dus ‘indicaties’ van onzorgvuldigheid (zie
volgende slide)
• De lijst is exemplatief, facultatief en niet-cumulatief: rechter mag
ook met andere criteria rekening houden; hij moet er geen rekening
mee houden; niet alle criteria zijn af te vinken!
• Voordeel lijst: ze draagt bij tot een ‘objectief referentiekader’.
• Toepassingen?
§ 2. […]
Bij de toepassing ervan kan onder meer rekening gehouden worden met: