INLEIDING
§ 1. Het wettelijk kader van het verbintenissenrecht
A. Oud en nieuw verbintenissenrecht
Kern vh verbintenissenrecht: uit de Code Napoléon sinds 2019
hercodificatie oud BW naar het burgerlijk wetboek ~ verb.R hier boek 5
2022: invoeging boek 5 “Verbintenissen” , behandeld:
Bronnen van verbintenissen (rechtshandelingen & rechtsfeiten,
uitgz. Buitencontr. aansp.)
Algemeen regime vd verbintenis (regels geldend voor alle
verbintenissen, ongeacht hun bron)
Oud en nieuw recht blijven bestaan: soort ‘cohabitation’, maar niet
problematisch want Boek 5 verankert nieuwigheden uit recente oude recht
+ rechters inspireren zich aan nieuwe
Boek 5 is NIET van toepassing (tenzij andere afspraak tussen partijen):
• op ‘oude contracten’ (gesloten voor 1/1/2023);
• rechtsgevolgen van oude contracten die intreden na 1/1/2023;
• rechtshandelingen gesteld na 1/1/2023 maar die betrekking heeft
op oud contract (bv. betaling of opzegging).
Boek 5 is WEL van toepassing:
• op ‘nieuwe contracten’ (gesloten op of na 1/1/2023);
verb.R. behoort, samen met het goederenrecht, tot het vermogensrecht
(~privaatR.)
regels boeken 5&6 gemeenrecht: zij zijn geschreven voor
vermogensrechtelijke verb. maar kunnen ook op andere verb. worden
toegepast tenzij de wet dat verzet
Ook nauw verweven met het economisch recht
B. Doelstellingen en krachtlijnen van boek 5
Klemtoon boek 5: modernisering vh verb.R. 3 onderling samenhangende
krachtlijnen:
1) Herstellen vd rechtszekerheid
2) Het versterken vd toegankelijkheid: inhoudelijk coherent &
taalkundig helder
3) Het creëren ve nieuw evenwicht
§ 2. De verbintenis
A. Definitie
= rechtsband
= tussen 2 of méér personen (minstens een SE en een SA)
= door de wet erkend (zie bronnen: art. 5.3) juridisch afdwingbaar
1
, = ontstaan uit een menselijk handelen (een rechtshandeling of een
ander menselijk gedrag) of uit de wet (die verwijst naar haar eigen
bepalingen bv 6.5)
o zodat de SE jegens de SA aanspraken/eisen kan doen gelden
(voorwerp van verbintenis is altijd prestatie)
o die in geld waardeerbaar zijn
o die juridisch en, zo nodig in rechte, afdwingbaar zijn (indien de
SA niet presteert, hem dwingen tot presteren) moet niet altijd
naar de rechter of gewone rechtbank bv arbitrage
Verkoper <---> koper
soms is elke partij SE én SA → wanneer er meerdere verbintenissen
ontstaan tussen hen
bv. wederkerig contract, zoals koop
o → Verkoper is SE van betalingsverbintenis
o → Verkoper is SA van leveringsverbintenis
Wederkerige verbintenissen
= wederzijds én samenhangend (de ene verbind zich omdat de andere
iets gaat doen)
B. Analyse van de kenmerken
een rechtsband tussen personen vorderingsrechten >< zakelijke
rechten
ontstaan uit een menselijk handelen of uit de wet bronnen van
verbintenissen
met als voorwerp een in geld waardeerbare aanspraak tot wat
verbindt de SA zich dan?
die zo nodig in rechte afdwingbaar is afdwingbaarheid
Kenmerk 1: rechtsband tussen personen
1° Intern bekeken:
Verb./persoonlijk recht = rechtsverhouding tss. personen SE heeft
aanspraak op een gedraging/prestatie van SA
Zakelijk Recht (lees art. 3.3 BW) = verhouding tussen een persoon(en) en
een goed(eren) (art. 3.8, §1 BW) titularis heeft zeggenschap over een
zaak/goed
Relativeer want bv. huurder heeft ook relatie tot het goed: recht op rustig
genot; bv. rechtsband tussen vruchtgebruiker en blote eigenaar
2° Extern bekeken: hoe moeten buitenstaanders kijken
= probleem van “derdenwerking” of “tegenwerpelijkheid”
Zakelijk recht = geldt erga omnes + limitatief opgesomd in art. 3.3 BW
moet door iedereen geëerbiedigd worden, ook derden (vaak mits
publiciteit)
Verb. = opsplitsing tss. aanspraken tussen SE & SA en haar bestaan als
rechtsfeit in het Rverkeer:
2
, Aanspraken werken ‘relatief’: enkel SE kan afdwingen; enkel SA is iets
verschuldigd
Bestaan als Rfeit is ‘tegenwerpelijk’ aan 3en en kan door 3en
ingeroepen worden (meestal zonder publiciteit) dus hier vergelijkbaar
met zakel.R.: derden moeten een verbintenis respecteren als feit
Ook zo voor contracten (bv. Cass. 4 oktober 2010, zie voetn. 59)
Kenmerk 2: bronnen van verbintenissen
Art. 5.3 BW bepaald dat ze ontstaan uit twee categorieën: een
rechtshandeling en de wet
De wet ‘erkent’ de bronnen van verbintenissen. Zij geeft hoofdzakelijk
verbintenisscheppende kracht aan bepaalde gedragingen.
Rechtshandelingen = menselijk gedrag dat rechtsgevolgen beoogt:
twee- of meerzijdige Rh. (art. 5.69 BW), bv. CC AstraZeneca ~
wilsuitingen van minstens 2 personen
eenzijdige Rh. (art. 5.125, lid 2 BW, bv. belofte van Gemeente aan
kurk-artiest ~ ene partij maakt een bindende belofte die niet moet
worden aanvaard door een ander
o ook een aanbod is bindend
o Niet alle eenzijdige rechtshandelingen beogen niet altijd
rechtsgevolgen
De wet = de wet, i.h.b. als ze Rgevolgen verbindt aan menselijk gedrag
dat die gevolgen niet beoogt:
foutief handelen/nalaten (art. 6.5 BW/1382 e.v.
OBW) bv. stad Gent als schade uit advies/zaal Julie
Van Espen
oneigenlijke contracten (art. 5.127 BW) (zie IRW) ~ quasi contracten
zaakwaarneming, onrechtmatige verrijking, onverschuldigde
betaling situaties waarin de wetgever moet ingrijpen wegens
ongewilde vermogensverschuiving
RS erkende vroeger al verb. uit eenzijdige Rh., uit ongerechtvaardigde
verrijking en de verbintenis in solidum …
kan men dan als autonome bron nog toevoegen: het verwekken (en het
nadien beschamen) van een rechtmatig vertrouwen?
• Bij schijnmandaat (3-partijenrelatie + meerpartijenco.) zegt men JA:
Cass. 1988 + 2004 + 2010 + 2018. Maar daarbuiten (in 2-
partijenrelaties): eerder aanvaardbaar als een geval van
rechtsmisbruik (Cass. 1 oktober 2010), zelfs als bijzonder criterium
van Rmisbruik (Cass. 16 november 2023)
• Niet als bron in art. 5.3, maar Boek 5 maakt er toepassing van (bv.
art. 1.8, §5 en art. 5.17 BW) eerder “open systeem” (zie H2)
Kenmerk 3: voorwerp van de verbintenis
3
, Art. 5.46 definitie
bevestigt dat het voorwerp een prestatie van de SA is.
Die prestatie is 1° iets doen, 2° iets niet doen, 3° iets geven of 4° iets
garanderen;
o 1°-3° zijn klassiek;
o 4° is aanvulling. BV: Zo garandeert een verzekeraar een som te
betalen bij overlijden van de verzekerde
a. Klassieke opdeling werd aangevuld:
iets doen = facere (bv. aanneming, diensten, patiënt behandelen)
iets niet te doen = non-facere (bv. niet concurreren, niet openbaren)
iets geven = dare (eigendomsR. vestigen van specifieke zaak) (bv.
koop)
iets garanderen (bv. verzekeraar of bank)
Let op! Bij koop: verschil tussen specifieke zaak >< generieke- of
soortzaak is nuttig voor:
• Eigendomsovergang
• Risico-overgang (in de regel tegelijkertijd als eigendomsovergang
(art. 5.80)
Principe: verschil maken tussen specifieke zaken en generieke zaken
Eigendom van een species gaat over bij de consensus
Eigendom van een genus gaat over bij de afzondering of specificatie,
meestal bij aflevering
= art. 3.14, §2 en 5.79 BW
b. Moderne opdeling: Ingevoerd in Boek 5: art. 5.72.
Rspraak en Rleer maken allang het onderscheid tussen:
resultaatsverbintenis:
o = SA moet bepaald resultaat bereiken, tenzij overmacht
aangetoond
inspanningsverbintenis:
o = SA moet nodige inspanningen leveren zoals een voorzichtig
en redelijk persoon om een bepaald resultaat te bereiken
bewijslast bij SE
Let wel:
1° moderne opdeling doorkruist de klassieke
o Verb. geven/niet doen resultaatsverbintenis
2° moderne is nuttig bij verb. om iets te doen (= grootste categorie)
3° uit één contract vloeien vaak de twee soorten voort
4° partijen kunnen zelf bepalen wat voorwerp is (bv. van een
resultaatsverb. maken zij een inspanningsverb.)
5° bij interpretatie kijkt de rechter kijkt naar bedoeling van partijen én
naar zeker of onzeker (aleatoir) karakter van beoogde resultaat (bv.
arts had laten uitschijnen dat sterilisatie routinematig was en resultaat
zeker bereikt zou zijn dergelijke ingreep is dan resultaatsverb. (Cass.
4
§ 1. Het wettelijk kader van het verbintenissenrecht
A. Oud en nieuw verbintenissenrecht
Kern vh verbintenissenrecht: uit de Code Napoléon sinds 2019
hercodificatie oud BW naar het burgerlijk wetboek ~ verb.R hier boek 5
2022: invoeging boek 5 “Verbintenissen” , behandeld:
Bronnen van verbintenissen (rechtshandelingen & rechtsfeiten,
uitgz. Buitencontr. aansp.)
Algemeen regime vd verbintenis (regels geldend voor alle
verbintenissen, ongeacht hun bron)
Oud en nieuw recht blijven bestaan: soort ‘cohabitation’, maar niet
problematisch want Boek 5 verankert nieuwigheden uit recente oude recht
+ rechters inspireren zich aan nieuwe
Boek 5 is NIET van toepassing (tenzij andere afspraak tussen partijen):
• op ‘oude contracten’ (gesloten voor 1/1/2023);
• rechtsgevolgen van oude contracten die intreden na 1/1/2023;
• rechtshandelingen gesteld na 1/1/2023 maar die betrekking heeft
op oud contract (bv. betaling of opzegging).
Boek 5 is WEL van toepassing:
• op ‘nieuwe contracten’ (gesloten op of na 1/1/2023);
verb.R. behoort, samen met het goederenrecht, tot het vermogensrecht
(~privaatR.)
regels boeken 5&6 gemeenrecht: zij zijn geschreven voor
vermogensrechtelijke verb. maar kunnen ook op andere verb. worden
toegepast tenzij de wet dat verzet
Ook nauw verweven met het economisch recht
B. Doelstellingen en krachtlijnen van boek 5
Klemtoon boek 5: modernisering vh verb.R. 3 onderling samenhangende
krachtlijnen:
1) Herstellen vd rechtszekerheid
2) Het versterken vd toegankelijkheid: inhoudelijk coherent &
taalkundig helder
3) Het creëren ve nieuw evenwicht
§ 2. De verbintenis
A. Definitie
= rechtsband
= tussen 2 of méér personen (minstens een SE en een SA)
= door de wet erkend (zie bronnen: art. 5.3) juridisch afdwingbaar
1
, = ontstaan uit een menselijk handelen (een rechtshandeling of een
ander menselijk gedrag) of uit de wet (die verwijst naar haar eigen
bepalingen bv 6.5)
o zodat de SE jegens de SA aanspraken/eisen kan doen gelden
(voorwerp van verbintenis is altijd prestatie)
o die in geld waardeerbaar zijn
o die juridisch en, zo nodig in rechte, afdwingbaar zijn (indien de
SA niet presteert, hem dwingen tot presteren) moet niet altijd
naar de rechter of gewone rechtbank bv arbitrage
Verkoper <---> koper
soms is elke partij SE én SA → wanneer er meerdere verbintenissen
ontstaan tussen hen
bv. wederkerig contract, zoals koop
o → Verkoper is SE van betalingsverbintenis
o → Verkoper is SA van leveringsverbintenis
Wederkerige verbintenissen
= wederzijds én samenhangend (de ene verbind zich omdat de andere
iets gaat doen)
B. Analyse van de kenmerken
een rechtsband tussen personen vorderingsrechten >< zakelijke
rechten
ontstaan uit een menselijk handelen of uit de wet bronnen van
verbintenissen
met als voorwerp een in geld waardeerbare aanspraak tot wat
verbindt de SA zich dan?
die zo nodig in rechte afdwingbaar is afdwingbaarheid
Kenmerk 1: rechtsband tussen personen
1° Intern bekeken:
Verb./persoonlijk recht = rechtsverhouding tss. personen SE heeft
aanspraak op een gedraging/prestatie van SA
Zakelijk Recht (lees art. 3.3 BW) = verhouding tussen een persoon(en) en
een goed(eren) (art. 3.8, §1 BW) titularis heeft zeggenschap over een
zaak/goed
Relativeer want bv. huurder heeft ook relatie tot het goed: recht op rustig
genot; bv. rechtsband tussen vruchtgebruiker en blote eigenaar
2° Extern bekeken: hoe moeten buitenstaanders kijken
= probleem van “derdenwerking” of “tegenwerpelijkheid”
Zakelijk recht = geldt erga omnes + limitatief opgesomd in art. 3.3 BW
moet door iedereen geëerbiedigd worden, ook derden (vaak mits
publiciteit)
Verb. = opsplitsing tss. aanspraken tussen SE & SA en haar bestaan als
rechtsfeit in het Rverkeer:
2
, Aanspraken werken ‘relatief’: enkel SE kan afdwingen; enkel SA is iets
verschuldigd
Bestaan als Rfeit is ‘tegenwerpelijk’ aan 3en en kan door 3en
ingeroepen worden (meestal zonder publiciteit) dus hier vergelijkbaar
met zakel.R.: derden moeten een verbintenis respecteren als feit
Ook zo voor contracten (bv. Cass. 4 oktober 2010, zie voetn. 59)
Kenmerk 2: bronnen van verbintenissen
Art. 5.3 BW bepaald dat ze ontstaan uit twee categorieën: een
rechtshandeling en de wet
De wet ‘erkent’ de bronnen van verbintenissen. Zij geeft hoofdzakelijk
verbintenisscheppende kracht aan bepaalde gedragingen.
Rechtshandelingen = menselijk gedrag dat rechtsgevolgen beoogt:
twee- of meerzijdige Rh. (art. 5.69 BW), bv. CC AstraZeneca ~
wilsuitingen van minstens 2 personen
eenzijdige Rh. (art. 5.125, lid 2 BW, bv. belofte van Gemeente aan
kurk-artiest ~ ene partij maakt een bindende belofte die niet moet
worden aanvaard door een ander
o ook een aanbod is bindend
o Niet alle eenzijdige rechtshandelingen beogen niet altijd
rechtsgevolgen
De wet = de wet, i.h.b. als ze Rgevolgen verbindt aan menselijk gedrag
dat die gevolgen niet beoogt:
foutief handelen/nalaten (art. 6.5 BW/1382 e.v.
OBW) bv. stad Gent als schade uit advies/zaal Julie
Van Espen
oneigenlijke contracten (art. 5.127 BW) (zie IRW) ~ quasi contracten
zaakwaarneming, onrechtmatige verrijking, onverschuldigde
betaling situaties waarin de wetgever moet ingrijpen wegens
ongewilde vermogensverschuiving
RS erkende vroeger al verb. uit eenzijdige Rh., uit ongerechtvaardigde
verrijking en de verbintenis in solidum …
kan men dan als autonome bron nog toevoegen: het verwekken (en het
nadien beschamen) van een rechtmatig vertrouwen?
• Bij schijnmandaat (3-partijenrelatie + meerpartijenco.) zegt men JA:
Cass. 1988 + 2004 + 2010 + 2018. Maar daarbuiten (in 2-
partijenrelaties): eerder aanvaardbaar als een geval van
rechtsmisbruik (Cass. 1 oktober 2010), zelfs als bijzonder criterium
van Rmisbruik (Cass. 16 november 2023)
• Niet als bron in art. 5.3, maar Boek 5 maakt er toepassing van (bv.
art. 1.8, §5 en art. 5.17 BW) eerder “open systeem” (zie H2)
Kenmerk 3: voorwerp van de verbintenis
3
, Art. 5.46 definitie
bevestigt dat het voorwerp een prestatie van de SA is.
Die prestatie is 1° iets doen, 2° iets niet doen, 3° iets geven of 4° iets
garanderen;
o 1°-3° zijn klassiek;
o 4° is aanvulling. BV: Zo garandeert een verzekeraar een som te
betalen bij overlijden van de verzekerde
a. Klassieke opdeling werd aangevuld:
iets doen = facere (bv. aanneming, diensten, patiënt behandelen)
iets niet te doen = non-facere (bv. niet concurreren, niet openbaren)
iets geven = dare (eigendomsR. vestigen van specifieke zaak) (bv.
koop)
iets garanderen (bv. verzekeraar of bank)
Let op! Bij koop: verschil tussen specifieke zaak >< generieke- of
soortzaak is nuttig voor:
• Eigendomsovergang
• Risico-overgang (in de regel tegelijkertijd als eigendomsovergang
(art. 5.80)
Principe: verschil maken tussen specifieke zaken en generieke zaken
Eigendom van een species gaat over bij de consensus
Eigendom van een genus gaat over bij de afzondering of specificatie,
meestal bij aflevering
= art. 3.14, §2 en 5.79 BW
b. Moderne opdeling: Ingevoerd in Boek 5: art. 5.72.
Rspraak en Rleer maken allang het onderscheid tussen:
resultaatsverbintenis:
o = SA moet bepaald resultaat bereiken, tenzij overmacht
aangetoond
inspanningsverbintenis:
o = SA moet nodige inspanningen leveren zoals een voorzichtig
en redelijk persoon om een bepaald resultaat te bereiken
bewijslast bij SE
Let wel:
1° moderne opdeling doorkruist de klassieke
o Verb. geven/niet doen resultaatsverbintenis
2° moderne is nuttig bij verb. om iets te doen (= grootste categorie)
3° uit één contract vloeien vaak de twee soorten voort
4° partijen kunnen zelf bepalen wat voorwerp is (bv. van een
resultaatsverb. maken zij een inspanningsverb.)
5° bij interpretatie kijkt de rechter kijkt naar bedoeling van partijen én
naar zeker of onzeker (aleatoir) karakter van beoogde resultaat (bv.
arts had laten uitschijnen dat sterilisatie routinematig was en resultaat
zeker bereikt zou zijn dergelijke ingreep is dan resultaatsverb. (Cass.
4