VLOEIEND: BEWEGEN
DEEL 1: SCHOOLRIJPHEID
1. INLEIDING
Als de neuromotorische ontwikkeling niet zo ideaal verloopt beweegt een kind al
veel, maar op een ongecontroleerde manier.
Zoekt voortdurend zintuigelijke (buitenaf) en proprioceptieve prikkels (uit
eigen lichaam) op en evenwichtprikkels (oprichting tegen de
zwaartekracht) om tot rust te komen
1.1 WAT KAN JE OP JONGE LEEFTIJD ‘AL’ OF ‘NOG’ DOEN?
Heel veel spelenderwijs motorisch stimuleren
De hersenen zijn zeer plastisch. Deze plasticiteit neemt af vanaf 8j, maar
er blijft voldoende over om basisvaardigheden te leren.
! Door dagelijkse bewegingsmomenten in te bouwen versterk je de motorische
verbindingen in de hersenen van het kind
Het is de printer/beeldscherm waarmee het kind aan de buitenwereld kan
laten zien, kan tekenen, kan uitvoeren, kan opschrijven…
Klimmen, klauteren, gekruiste bewegingen, balspelen… zijn de belangrijkste
stimulatiekansen die je een kind kan geven
2. MOTORISCHE MIJLPALEN
De motorische ontwikkeling kent een bepaalde volgorde & het is belangrijk dat
die in volgorde wordt doorlopen.
De mijlpaal zegt niets over de kwaliteit vd beweging
Elk kind doet dit met zijn eigen tempo
De mate van bewegen is belangrijker dan het moment waarop de
beweging wordt beheerst
4 JAAR
Over een lijn lopen, met twee handen een grote bal vangen
Klimmen, hinkelen, springen, huppelen…
Een paar seconden op één been staan
Grove bewegingen vanuit de pols, fijne motoriek bij het doorknippen van
een stuk papier
Ritsluiting dichtdoen
5 JAAR +
Verfijnd tekenen, kralen rijgen, knippen met een kinderschaar
Armen & benen afwisselend bewegen
Eenvoudige verbale bewegingsopdrachten uitvoeren rond begrippen ‘links’
en ‘rechts’
, Het eigen lichaamsgewicht opvangen bij landen en vallen
Een juiste pengreep gebruiken bij het doelgericht hanteren van
tekenmateriaal
Veters knopen
6 JAAR
Kind verandert lichamelijk: van een ‘mollige’ kleuter naar een kleine
‘bonenstaak’
Fijne motoriek: knutselen, tekenen, eerste letters & woorden
Uithoudingsvermogen & behendigheid nemen toe (6 à 7 jaar)
8 JAAR
Ontdekking van onderscheidt: niet iedereen kan evenveel
Competitie-element en belangstelling voor sport/wedstrijden
3. SCHOOLRIJPHEID
Kinderen doen kennis op in eerste instantie met hun lichaam, door te spelen.
Sensomotorische ontwikkeling
Basis voor alle ontwikkelingsgebieden
! Als lkr moet men zich bewust zijn van het feit dat de psychomotorische
opvoeding in de basisschool, de lln in staat stelt de schoolprestaties eenvoudiger
te leren (lezen, schrijven, spelling…)
De ontwikkeling van een juist lichaamsschema & juiste ruimte- en
tijdsoriëntatie zijn de basis van alle leren:
Rekenen: kleinere getallen & grotere die moeten worden
bijgevoegd/afgetrokken. Vraagt een inzicht in de hoe-groot-heid van iets
(= ruimtelijk inzicht)
Lezen: herkenning van tekens een rondje wordt uitgesproken als ‘o’
Schrijven: letters na elkaar, de ene na de andere te schrijven. Het kind
dient te kunnen waarnemen wat boven, onder is, groot en klein, links -
rechts (= ruimtelijke waarneming)
Motoriek is belangrijk voor de taalontwikkeling:
In het bewegen is het kind actief bezig met nieuwe taalbegrippen te exploreren &
komt het tot het verwoorden ervan
Delen van het eigen lichaam, begrippen als hoog-laag, lang-kort… krijgen
zo een ‘beleefde’ inhoud
3.1 WAAR KAN JE NAAR KIJKEN OF DE KLEUTER SCHOOLRIJP IS?
Reacties
Langdurig op zijn buik liggen met het hoofd goed opgericht
(oprichtreactie)
Evenwicht herstellen als hij over een lijn loopt (evenwichtsreactie)
Kan hij lopen op handen bij kruiwagentje? (steunreactie)
DEEL 1: SCHOOLRIJPHEID
1. INLEIDING
Als de neuromotorische ontwikkeling niet zo ideaal verloopt beweegt een kind al
veel, maar op een ongecontroleerde manier.
Zoekt voortdurend zintuigelijke (buitenaf) en proprioceptieve prikkels (uit
eigen lichaam) op en evenwichtprikkels (oprichting tegen de
zwaartekracht) om tot rust te komen
1.1 WAT KAN JE OP JONGE LEEFTIJD ‘AL’ OF ‘NOG’ DOEN?
Heel veel spelenderwijs motorisch stimuleren
De hersenen zijn zeer plastisch. Deze plasticiteit neemt af vanaf 8j, maar
er blijft voldoende over om basisvaardigheden te leren.
! Door dagelijkse bewegingsmomenten in te bouwen versterk je de motorische
verbindingen in de hersenen van het kind
Het is de printer/beeldscherm waarmee het kind aan de buitenwereld kan
laten zien, kan tekenen, kan uitvoeren, kan opschrijven…
Klimmen, klauteren, gekruiste bewegingen, balspelen… zijn de belangrijkste
stimulatiekansen die je een kind kan geven
2. MOTORISCHE MIJLPALEN
De motorische ontwikkeling kent een bepaalde volgorde & het is belangrijk dat
die in volgorde wordt doorlopen.
De mijlpaal zegt niets over de kwaliteit vd beweging
Elk kind doet dit met zijn eigen tempo
De mate van bewegen is belangrijker dan het moment waarop de
beweging wordt beheerst
4 JAAR
Over een lijn lopen, met twee handen een grote bal vangen
Klimmen, hinkelen, springen, huppelen…
Een paar seconden op één been staan
Grove bewegingen vanuit de pols, fijne motoriek bij het doorknippen van
een stuk papier
Ritsluiting dichtdoen
5 JAAR +
Verfijnd tekenen, kralen rijgen, knippen met een kinderschaar
Armen & benen afwisselend bewegen
Eenvoudige verbale bewegingsopdrachten uitvoeren rond begrippen ‘links’
en ‘rechts’
, Het eigen lichaamsgewicht opvangen bij landen en vallen
Een juiste pengreep gebruiken bij het doelgericht hanteren van
tekenmateriaal
Veters knopen
6 JAAR
Kind verandert lichamelijk: van een ‘mollige’ kleuter naar een kleine
‘bonenstaak’
Fijne motoriek: knutselen, tekenen, eerste letters & woorden
Uithoudingsvermogen & behendigheid nemen toe (6 à 7 jaar)
8 JAAR
Ontdekking van onderscheidt: niet iedereen kan evenveel
Competitie-element en belangstelling voor sport/wedstrijden
3. SCHOOLRIJPHEID
Kinderen doen kennis op in eerste instantie met hun lichaam, door te spelen.
Sensomotorische ontwikkeling
Basis voor alle ontwikkelingsgebieden
! Als lkr moet men zich bewust zijn van het feit dat de psychomotorische
opvoeding in de basisschool, de lln in staat stelt de schoolprestaties eenvoudiger
te leren (lezen, schrijven, spelling…)
De ontwikkeling van een juist lichaamsschema & juiste ruimte- en
tijdsoriëntatie zijn de basis van alle leren:
Rekenen: kleinere getallen & grotere die moeten worden
bijgevoegd/afgetrokken. Vraagt een inzicht in de hoe-groot-heid van iets
(= ruimtelijk inzicht)
Lezen: herkenning van tekens een rondje wordt uitgesproken als ‘o’
Schrijven: letters na elkaar, de ene na de andere te schrijven. Het kind
dient te kunnen waarnemen wat boven, onder is, groot en klein, links -
rechts (= ruimtelijke waarneming)
Motoriek is belangrijk voor de taalontwikkeling:
In het bewegen is het kind actief bezig met nieuwe taalbegrippen te exploreren &
komt het tot het verwoorden ervan
Delen van het eigen lichaam, begrippen als hoog-laag, lang-kort… krijgen
zo een ‘beleefde’ inhoud
3.1 WAAR KAN JE NAAR KIJKEN OF DE KLEUTER SCHOOLRIJP IS?
Reacties
Langdurig op zijn buik liggen met het hoofd goed opgericht
(oprichtreactie)
Evenwicht herstellen als hij over een lijn loopt (evenwichtsreactie)
Kan hij lopen op handen bij kruiwagentje? (steunreactie)