RESPIRATOIRE
Examen mondeling:
® 2 open vragen: 1 afbeelding bespreken
® 1 praktijkvraag over de toestellen waarmee we werken
® Geen voorbereidingstijd
H1: LONGFUNCTIE
RESPIRATOIR SYSTEEM
• Respiratoire pomp (sternum, ribben, wervelkolom & respiratoire spieren)
• Bronchiale tree = luchtwegen
• Alveoli = longblaasjes
LONGSTRUCTUUR
• Pleura mediastinalis/viscerale pleura = vlies rond longen, bekleedt het mediastinum (centrale
gebied borstkas waar hart zich bevindt)
• Pleura costalis/parietale pleura: deel vd pleura dat de binnenkant vd ribbenkast bekleedt
• Lobus superior (rechts/links): bovenste lob vd rechter- en linkerlong => de rechterlong heeft 3
lobben, terwijl de linkerlong er 2 heeft
• Lobus medius (rechts): middelste lob vd rechterlong (is uniek rechterlong heeft deze nt)
• Lobus inferior (rechts/links): onderste lob v zowel rechter- als linkerlong
• Trachea: luchtpijp, die lucht van de keel nr de longen transporteert
• Diafragma: ademhalingspier als koepel onder de long = primaire ademhalingsspier (betekent dat
die altijd werk), scheidt de borstholte vd buikholte
• 7e rib
• Lingula: hier vaak longontsteking
mediastinum
Vocht tssn de vliezen ⇒ zorgt dat longen meebewegen: kunnen
zo meebewegen tijdens het ademen en zich zo vullen met lucht
Indien lucht tssn de longen ⇒ klaplong = pneumothorax:
gebeurt traumatisch of P met ademhalingsproblemen,
behandeling is via buisje de lucht uitzuigen. ≠ pneumonie =
longontsteking
RESPIRATOIRE SPIEREN
Primaire inademingsspieren Secundaire inademingsspieren uitademingsspieren
= werkt altijd in rust & = tijdens inspanning
inspanning ! obstructie = gebruikt deze ook in
rust ⇒ vraagt meer E
1. Diafragma 4. M sternocelidomast. 7. M rectus abdominis
2. M intercostalis ext 5. M scalenus 8. M obliquus abdominis
3. M sternocostalis 6. M pectoralis 9. M intercostalis int
1
, ® Volumeverandering in 3 dimensies => anterioposterior, lateraal & craniocaudaal
® Beweging
o Pump handle: bovenste ribben anterieur & craniaal
o Bucket handle: onderste ribben lateraal & craniaal
Bij ziek bv een deel nr boven & een deel nr beneden = paradoxale ademhaling
BRONCHIAL TREE/LUCHTWEGEN !
® Luchtpijp ⇒ 2 hoofdbronchi ⇒ bronchiolen ⇒ alveoli (= kleven aan buitenkant thorax)
® meer vertakken = meer luchtwegen
® luchtpijp = grootste diameter A=1: 3,14 cm2
® vertakking ⇒ 2 hoofdbronchi Bx2: opp 3/4A dus kleinere opp individ maar gezamenlijk grotere
opp dan trachea: 3,53 cm2
® vertakking (Cx4): 3/4B maar 4 takken dus gezamenlijk groter…: 3,93 cm2
® (Dx8): 3/4C: 4,31 cm2
® 23 generaties tot alveoli in onderkwabben : meer naar periferie = ↑ opp
Afname in diameter ⇒ TOENAME in doorsnede OPP
® Vergelijkbaar met omgkeerde trechter
® Hoe meer nr terminale luchtwegen ⇒ gezamelijke opp luchtwegen 180x groter
® Heeft enorme implicaties op luchtsnelheid
Generaties luchtwegen
® Van trachea ⇒ nr onderaan = 23 generaties luchtwegen
® Bovenkwabben = 12 generaties ⇒ sneller v grote nr middelmatig nr klein
® Nr beneden toe gaat de vertakking nr de kleinste luchtwegen veel langer duren
2
,Functie generaties
® Eerste 16 generaties luchtwegen: lucht nr de alveolen transporteren
! nemen NT deel aan gasuitwisseling
® 17-23 generaties (beneden) = overgangszone, respiratoire zone
! wel alveolen gasuitwisseling
Funnel
Flow = debiet
Verschil tssn debiet en snelheid:
® eenheid debiet = volume/tijdseenheid
® eenheid snelheid = afgelegde weg/tijdseenheid
Dus
® 1L lucht inademen met snelheid v 1l/s ⇒ debiet blijft hetzelfde w nt aangepast
® 1L lucht inademen met snelheid 1m/s ⇒ door kleine doorgang is de snelheid 1 l/sec → bij het
groter opp erna w de snelheid lager: snelheid in grote deel zal 180x kleiner zijn
Dus
Drainage (bewegen v secreties): gaat altijd over luchtsnelheid → hoe meer nr de kleine luchtwegen → hoe
lager de luchtsnelheid → DUS slijmen v kleine luchtwegen bewegen moeilijker dan in de grote luchtwegen
Dead space
® 150 ml dead space
® hoeveelheid lucht die NT deelneemt aan gasuitwisseling
® eerste 16 generaties v luchtwegen transporteren alleen lucht
Þ Bij 1L lucht inademen (21% zuurstof) ⇒ 850 ml zuurstofrijke lucht komt tot in de alveoli terecht
Þ Want de eerste lucht die je inademt gaat de 150 ml dead space zijn die in je luchtwegen staat
® P met chronische respiratoire aandoening hebben een dead space die kan oplopen tot 1L ⇒ dan
moet je meer lucht inademen om toch zo zuurstofrijke lucht binnen te krijgen
Bronchial tree = luchtwegen tot alveolen
Bronchi ≠ bronchioli
• Bronchi = grote luchtwegen
o 9 generaties
o kraakbeenringen met onderaan een ligament
Þ ligament zorgt ervoor dat de bronchi
beweeglijk zijn
Þ kraakbeenringen beschermen tegen
externe druk
3
, • Bronchioli = kleine luchtwegen
o 10 – 19/20e generatie
o Alveoli (longblaasjes) hangen hieraan vast
o Geen kraakbeenringen
Þ veel gevoeliger voor externe druk
Þ kunnen veel sneller dichtklappen
ALVEOLAIRE CONNECTIES & COLLATERALE VENTILATIE
Collaterale ventilatie = hulpmiddel zodat eens er ergens in de luchtwegen iets verstopt zit/slijmprop zit,
er sluipwegen zijn
Dit zijn verbindingen tssn ≠ generaties v luchtwegen en tssn alveoli &
luchtwegen
3 soorten:
® verbindingen tssn bronchiolen = kanaaltjes v martin
® bronchiolen & alevolen = verbindingen v Lambert
® verbindingen tssn alveolen = poriën v Kohn
Als je gezond bent zijn deze afunctioneel ⇒ stel dat er een slijmprop zit dat de
luchtwegen verstopt wordt er een drukverschil opgemerkt waardoor de collateralen opengaan
Op deze manier zorgen de sluipwegen ervoor dat er toch nog lucht achter de verstopping kan
MAAR
® Poriën Kohn pas functioneel vanaf de leeftijd 2 jaar ⇒ probleem voor baby’s
® Kanaaltjes v Lambert pas vanaf 6 jaar
® Alleen kanaaltjes v Martin kunnen we gebruiken bij drainage voor
baby’s de rest is dus nog afunctioneel
ALVEOLI EN TERMINALE BRONCHIOLI
EXAMENPRENT!!!
Alveolen & T-lymfocyten
® T lymfocyten = cellen die surfactant produceren dat in alveolen
terechtkomt
® Alveolen = ‘elastische ballonetjes’ die ervoor zorgen dat als je inademt ze opvullen en bij
het uitadement ze ledigt
Þ Surfactant zorgt ervoor dat alveolen bij het uitademen nt meteen dichtklapt ⇒ verlaagt de
oppervlaktespanning
Als die steeds volledig zouden dichtklappen moeten we veel kracht v inspiratoire spieren gebruiken om
die telkens terug open te krijgen
Premature kinderen maken minder surfactant aan ⇒ dus hun alveolen klappen heel de tijd dicht &
ademhalingsspieren zijn nog nt krachtig genoeg dus zijn ze meteen uitgeput
Þ Oplossing met toestel druk in luchtwegen verhogen zodat deze wat blijven openstaan
Geen secreties dus nt draineren, enkel zorgen dat lucht in de alveolen kan
4
Examen mondeling:
® 2 open vragen: 1 afbeelding bespreken
® 1 praktijkvraag over de toestellen waarmee we werken
® Geen voorbereidingstijd
H1: LONGFUNCTIE
RESPIRATOIR SYSTEEM
• Respiratoire pomp (sternum, ribben, wervelkolom & respiratoire spieren)
• Bronchiale tree = luchtwegen
• Alveoli = longblaasjes
LONGSTRUCTUUR
• Pleura mediastinalis/viscerale pleura = vlies rond longen, bekleedt het mediastinum (centrale
gebied borstkas waar hart zich bevindt)
• Pleura costalis/parietale pleura: deel vd pleura dat de binnenkant vd ribbenkast bekleedt
• Lobus superior (rechts/links): bovenste lob vd rechter- en linkerlong => de rechterlong heeft 3
lobben, terwijl de linkerlong er 2 heeft
• Lobus medius (rechts): middelste lob vd rechterlong (is uniek rechterlong heeft deze nt)
• Lobus inferior (rechts/links): onderste lob v zowel rechter- als linkerlong
• Trachea: luchtpijp, die lucht van de keel nr de longen transporteert
• Diafragma: ademhalingspier als koepel onder de long = primaire ademhalingsspier (betekent dat
die altijd werk), scheidt de borstholte vd buikholte
• 7e rib
• Lingula: hier vaak longontsteking
mediastinum
Vocht tssn de vliezen ⇒ zorgt dat longen meebewegen: kunnen
zo meebewegen tijdens het ademen en zich zo vullen met lucht
Indien lucht tssn de longen ⇒ klaplong = pneumothorax:
gebeurt traumatisch of P met ademhalingsproblemen,
behandeling is via buisje de lucht uitzuigen. ≠ pneumonie =
longontsteking
RESPIRATOIRE SPIEREN
Primaire inademingsspieren Secundaire inademingsspieren uitademingsspieren
= werkt altijd in rust & = tijdens inspanning
inspanning ! obstructie = gebruikt deze ook in
rust ⇒ vraagt meer E
1. Diafragma 4. M sternocelidomast. 7. M rectus abdominis
2. M intercostalis ext 5. M scalenus 8. M obliquus abdominis
3. M sternocostalis 6. M pectoralis 9. M intercostalis int
1
, ® Volumeverandering in 3 dimensies => anterioposterior, lateraal & craniocaudaal
® Beweging
o Pump handle: bovenste ribben anterieur & craniaal
o Bucket handle: onderste ribben lateraal & craniaal
Bij ziek bv een deel nr boven & een deel nr beneden = paradoxale ademhaling
BRONCHIAL TREE/LUCHTWEGEN !
® Luchtpijp ⇒ 2 hoofdbronchi ⇒ bronchiolen ⇒ alveoli (= kleven aan buitenkant thorax)
® meer vertakken = meer luchtwegen
® luchtpijp = grootste diameter A=1: 3,14 cm2
® vertakking ⇒ 2 hoofdbronchi Bx2: opp 3/4A dus kleinere opp individ maar gezamenlijk grotere
opp dan trachea: 3,53 cm2
® vertakking (Cx4): 3/4B maar 4 takken dus gezamenlijk groter…: 3,93 cm2
® (Dx8): 3/4C: 4,31 cm2
® 23 generaties tot alveoli in onderkwabben : meer naar periferie = ↑ opp
Afname in diameter ⇒ TOENAME in doorsnede OPP
® Vergelijkbaar met omgkeerde trechter
® Hoe meer nr terminale luchtwegen ⇒ gezamelijke opp luchtwegen 180x groter
® Heeft enorme implicaties op luchtsnelheid
Generaties luchtwegen
® Van trachea ⇒ nr onderaan = 23 generaties luchtwegen
® Bovenkwabben = 12 generaties ⇒ sneller v grote nr middelmatig nr klein
® Nr beneden toe gaat de vertakking nr de kleinste luchtwegen veel langer duren
2
,Functie generaties
® Eerste 16 generaties luchtwegen: lucht nr de alveolen transporteren
! nemen NT deel aan gasuitwisseling
® 17-23 generaties (beneden) = overgangszone, respiratoire zone
! wel alveolen gasuitwisseling
Funnel
Flow = debiet
Verschil tssn debiet en snelheid:
® eenheid debiet = volume/tijdseenheid
® eenheid snelheid = afgelegde weg/tijdseenheid
Dus
® 1L lucht inademen met snelheid v 1l/s ⇒ debiet blijft hetzelfde w nt aangepast
® 1L lucht inademen met snelheid 1m/s ⇒ door kleine doorgang is de snelheid 1 l/sec → bij het
groter opp erna w de snelheid lager: snelheid in grote deel zal 180x kleiner zijn
Dus
Drainage (bewegen v secreties): gaat altijd over luchtsnelheid → hoe meer nr de kleine luchtwegen → hoe
lager de luchtsnelheid → DUS slijmen v kleine luchtwegen bewegen moeilijker dan in de grote luchtwegen
Dead space
® 150 ml dead space
® hoeveelheid lucht die NT deelneemt aan gasuitwisseling
® eerste 16 generaties v luchtwegen transporteren alleen lucht
Þ Bij 1L lucht inademen (21% zuurstof) ⇒ 850 ml zuurstofrijke lucht komt tot in de alveoli terecht
Þ Want de eerste lucht die je inademt gaat de 150 ml dead space zijn die in je luchtwegen staat
® P met chronische respiratoire aandoening hebben een dead space die kan oplopen tot 1L ⇒ dan
moet je meer lucht inademen om toch zo zuurstofrijke lucht binnen te krijgen
Bronchial tree = luchtwegen tot alveolen
Bronchi ≠ bronchioli
• Bronchi = grote luchtwegen
o 9 generaties
o kraakbeenringen met onderaan een ligament
Þ ligament zorgt ervoor dat de bronchi
beweeglijk zijn
Þ kraakbeenringen beschermen tegen
externe druk
3
, • Bronchioli = kleine luchtwegen
o 10 – 19/20e generatie
o Alveoli (longblaasjes) hangen hieraan vast
o Geen kraakbeenringen
Þ veel gevoeliger voor externe druk
Þ kunnen veel sneller dichtklappen
ALVEOLAIRE CONNECTIES & COLLATERALE VENTILATIE
Collaterale ventilatie = hulpmiddel zodat eens er ergens in de luchtwegen iets verstopt zit/slijmprop zit,
er sluipwegen zijn
Dit zijn verbindingen tssn ≠ generaties v luchtwegen en tssn alveoli &
luchtwegen
3 soorten:
® verbindingen tssn bronchiolen = kanaaltjes v martin
® bronchiolen & alevolen = verbindingen v Lambert
® verbindingen tssn alveolen = poriën v Kohn
Als je gezond bent zijn deze afunctioneel ⇒ stel dat er een slijmprop zit dat de
luchtwegen verstopt wordt er een drukverschil opgemerkt waardoor de collateralen opengaan
Op deze manier zorgen de sluipwegen ervoor dat er toch nog lucht achter de verstopping kan
MAAR
® Poriën Kohn pas functioneel vanaf de leeftijd 2 jaar ⇒ probleem voor baby’s
® Kanaaltjes v Lambert pas vanaf 6 jaar
® Alleen kanaaltjes v Martin kunnen we gebruiken bij drainage voor
baby’s de rest is dus nog afunctioneel
ALVEOLI EN TERMINALE BRONCHIOLI
EXAMENPRENT!!!
Alveolen & T-lymfocyten
® T lymfocyten = cellen die surfactant produceren dat in alveolen
terechtkomt
® Alveolen = ‘elastische ballonetjes’ die ervoor zorgen dat als je inademt ze opvullen en bij
het uitadement ze ledigt
Þ Surfactant zorgt ervoor dat alveolen bij het uitademen nt meteen dichtklapt ⇒ verlaagt de
oppervlaktespanning
Als die steeds volledig zouden dichtklappen moeten we veel kracht v inspiratoire spieren gebruiken om
die telkens terug open te krijgen
Premature kinderen maken minder surfactant aan ⇒ dus hun alveolen klappen heel de tijd dicht &
ademhalingsspieren zijn nog nt krachtig genoeg dus zijn ze meteen uitgeput
Þ Oplossing met toestel druk in luchtwegen verhogen zodat deze wat blijven openstaan
Geen secreties dus nt draineren, enkel zorgen dat lucht in de alveolen kan
4