100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting medische biologie BS7&8

Rating
-
Sold
-
Pages
54
Uploaded on
26-09-2025
Written in
2024/2025

Een samenvatting dat alles bevat van medische biologie BS7&8. Hierin zijn de kennisclips uitgewerkt en is er aangevuld vanuit de literatuurboeken. Zelf had ik voor deze toets een 8,1 gehaald dus door dit goed te leren zal je hier vast goed op scoren ;)

Show more Read less
Institution
Module











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Module

Document information

Uploaded on
September 26, 2025
Number of pages
54
Written in
2024/2025
Type
Summary

Subjects

Content preview

Medische biologie BS7

Week 1: Gaswisseling

Kennisclip: gaswisseling
Diffusie: het proces waarbij opgeloste stoffen in een waterig milieu zich verplaatsen van een
hoge concentratie opgeloste stoffen naar een lage concentratie opgeloste stoffen
- Door een (semi)permeabel membraan
 Gaswisseling vindt plaats door het respiratorische membraan

Partiële druk: bepalend voor de snelheid waarmee het gas tussen de lucht in de alveoli en
het bloed diffundeert
- De druk per type gas
 Totale druk (760 mmHg) = som partiële druk per type gas

Externe respiratie: het contact tussen alveolaire capillairen en het alveolaire membraan
- Alveolaire capillairen: PCO2 hoger
- Alveolaire membraan: PO2 hoger
 Zuurstof het bloed in, koolstofdioxide het bloed uit

Interne respiratie: het contact tussen capillairen van de grote bloedsomloop en interstitiële
cellen van perifere weefsels
- Capillairen grote bloedsomloop: PO2 hoger
- Interstitiële cellen: PCO2 hoger
 Zuurstof uit het bloed naar cellen, koolstofdioxide uit cellen naar bloed

Zuurstoftransport: via erytrocyten gebonden aan hemoglobine (eiwit)
- Zuurstof is slecht oplosbaar in plasma
- 4 zuurstofatomen kunnen binden per Hb, na elke binding verandert de vorm
waardoor de volgende binding makkelijker is
- Hb + O2  HbO2 (oxyhemoglobine)
 Hoeveelheid O2 gebonden: afhankelijk van PO2 omgeving (↑ = meer binden)
 Hoeveelheid O2 afgifte: afhankelijk activiteit weefsels (actiever = lagere PO2), pH (lager =
meer afgifte) & temperatuur (↑ = meer afgifte)

Koolstofdioxide transport
1) Opgelost in bloedplasma (ong 7% in de vorm CO2)
2) Gebonden aan hemoglobine (ong 23% onder vorming carbaminohemoglobine)
3) Omgezet in koolzuur (H2CO3)  bicarbonaat (HCO3-)
- CO2 + H2O  Koolzuuranhydrase  H2CO3  H+ + HCO3-
 Bicarbonaat verplaatst uit de erytrocyt in ruil voor Cl-

,Redenen O2 delivery
1) ↓ PO2
2) H+ concurreert met O2 voor Hb
 H+ + HbO2  H+Hb + O2
3) CO2 concurreert met O2 voor Hb
 CO2 + HbO2  HbCOO- + O2

Redenen CO2 delivery
1) ↓ PCO2
2) O2 concurreert met H+ en CO2 voor Hb

Kennisclip: zuur-base evenwicht
Ph = zuurgraad = concentratie H+ ionen

Homeostase = pH- waarde van 7.35-7.45
- Acidose < 7.35  centraal zenuwstelsel functioneert niet goed  coma
* Komt vaker voor, doordat bij veel normale processen zuren vrijkomen
- Alkalose > 7.45
 Vooral veranderingen in zenuwstelsel en bloedvatenstelsel
 Bij verandering: o.a verstoring stabiliteit celmembranen, verandering eiwitstructuren,
beïnvloeding enzymen

Oorzaken acidose (pH < 7.35)
- Respiratoire acidose (longen): hypoventilatie, insufficiënte ademhaling
- Metabole acidose (nieren): nieren, stofwisseling

Compensatiemechanismen acidose
- Respiratoire acidose: metabole compensatie door nieren  HCO3- vasthouden
- Metabole acidose: respiratoire compensatie door longen  CO2 afblazen

Oorzaken alkalose pH (> 7.45)
- Respiratoire alkalose (longen): hyperventilatie
- Metabole alkalose (nieren): nieren, stofwisseling

Compensatiemechanismen alkalose
- Respiratoire acidose: metabole compensatie door nieren  HCO3- uitscheiden
- Metabole acidose: respiratoire compensatie door longen  hypoventilatie

CO2 + H2O  Koolzuuranhydrase  H2CO3  H+ + HCO3-

,PCO2 en pH omgekeerd evenredig
- Hoge PCO2: CO2 omgezet in H+ en HCO3-, waardoor de pH daalt
 Sneller ademen  H+ wegblazen  pH omhoog
- Lage PCO2: CO2 vasthouden en aanmaken (minder H+), waardoor de pH stijgt
 Trager ademen  H+ houden  pH omlaag


Buffersystemen: handhaven de homeostase van de pH
- Zwak zuur (CO2): H+ afstaan  pH daalt
- Zwakke base (HCO3-): H+ opnemen (binden)  pH stijgt
 Bij acidose: HCO3- zal zich binden aan het overschot H+
 Bij alkalose: koolzuur zal splitsen in HCO3- (via nieren uitgescheiden) en H+
H+

Soorten buffersystemen
1) Eiwitbuffer: intra en extracellulair
2) Fosfaatbuffer: intracellulair (concentratie fosfaationen hoger)
3) Bicarbonaat buffer: extracellulair
 Nieren (mate uitscheiding HCO3- en H+) & ademhalingsstelsel (mate uitscheiding CO2)
helpen ook

Diagnostiek acidose of alkalose
- Arteriële bloedgasanalyse (astrup): onderzoeken waarden pH, PCO2, HCO3 -

Week 2: Ziekte van luchtwegen

Kennisclip: medicatie bij luchtwegaandoeningen
Medicatiegroepen
- Antibiotica (bacteriële pneumonie)
- Inhalatiemedicatie (astma & COPD)
1. Luchtwegverwijders
2. Corticosteroïden  ontstekingsremmend
- Orale corticosteroïden (longaanval)
- Zuurstof (longaanval)

Antibiotica
- Bacteriële pneumonie
- Breedspectrum  evt. aanpassen tot smalspectrum als door een kweek de bacterie
bekend is

, Luchtwegverwijders/ puffers/ bronchodilatatoren
- Astma en COPD
- Selectieve beta-2-agonisten/ B2-sympaticomimetica: adrenaline of een bèta-2-
agonist bindt aan de bèta-2-adrenergereceptoren van het sympathisch zenuwstelsel
in de luchtwegen, waardoor het bronchiale gladde spierweefsel ontspant
* Salbutamol (ventolin)
- Antimuscarinerge bronchodilatoren/ parasympaticolytica: remmen de werking van
acetylcholine door de competitieve blokkade van de muscarine receptoren met als
resultaat ontspanning van het bronchiale gladde spierweefsel
* Ipratrorium (atrovent)
* Tiotropium (spiriva)
 Kortwerkende en langwerkende varianten

Inhalatiecorticosteroïden
- Astma (vooral) en COPD
- Onderhoudsbehandeling: zorgt ervoor dat de slijmproductie in de luchtwegen
afneemt en dat de luchtwegen minder snel reageren op prikkels
- Fluticason (flixotide), budesonide (pulmicort)

Exacerbatie (longaanval)
- Kortwerkende inhalatiemedicatie
- Orale corticosteroïden
* Prednison
* Dexamethason
- Eventueel antibiotica
- Eventueel zuurstof

Kennisclip: COPD
COPD: chronische bronchitis en longemfyseem
- Chronische bronchitis: oedeem, verkramping glad spierweefsel, slijmklieren nemen in
omvang toe, extra mucus productie en trilhaarepitheel aangetast
- Longemfyseem: wanden van de longblaasjes raken beschadigd, waardoor de
elasticiteit en het oppervlak voor gaswisseling afneemt
* Bullae: bijna alle tussenwanden kapot waardoor meerdere alveoli samen één
worden
* Air trapping: bronchioli vallen dicht waardoor de lucht vast komt te zitten in
de alveoli en dus niet meer ververst kan worden
 In de onderste luchtwegen

Risicofactoren COPD
- Roken
- Inademen schadelijke deeltjes
- Erfelijkheid
- Leeftijd
- Schade door eerdere aandoening
$6.78
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
felinevegt

Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
felinevegt
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
8
Member since
2 year
Number of followers
2
Documents
7
Last sold
3 weeks ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their exams and reviewed by others who've used these revision notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No problem! You can straightaway pick a different document that better suits what you're after.

Pay as you like, start learning straight away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and smashed it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions