Samenvatting – pedagogische
ethiek
Week 1
Hoorcollege 1
Op welke gronden krijgt/heeft iemand moreel gezien het recht op ouderschap?
We zijn kinderen een rechtvaardiging/verantwoording verschuldigd voor hun behandeling en
in het bijzonder voor de toewijzing van control-rights over hen
Anca Gheaus verdedigt de best available parent benadering: “het recht op ouderschap valt toe
aan diegene, van alle mensen die het kind willen grootbrengen, die de belangen van het kind
het beste zal dienen”. Deze rechtvaardiging moet gebaseerd zijn op het belang van het kind
- Hoewel ouders anderen mogen verbieden bepaalde vormen van gezag uit te oefenen over
hun kind, mogen ze anderen niet verbieden met hun kind om te gaan, zolang deze omgang
in het belang van het kind is. Kinderen komen ter wereld in een reeds bestaande relatie
met hun geboortemoeder, in veel gevallen verdient deze relatie bescherming.
Status quo is echt om de biologische ouders het recht op ouderschap te geven:
- De juridische voorwaarden hiervoor zijn dat je je kind niet mishandelt of verwaarloost
- Er is geen ouderschapstraining of toets nodig, behalve bij adoptie
- Vanuit een liberaal gezichtspunt is die een anomalie
Normatieve achtergrond van de best available parent positie
Kinderen hebben belangen
De zwaarwegende belangen van kinderen worden beschermd door rechten, die dezelfde
bescherming verdienen als de rechten van volwassenen
Het is in het belang van kinderen om onder ouderlijk gezag te staan, wat idealiter uitgeoefend
wordt door een klein aantal, en steeds dezelfde, toegewijde volwassenen
Alternatieve posities op best available parent positie
De duties beget rights positie
- Als je kinderen ter wereld brengt, heb je de morele plicht om hen een zo goed mogelijk
leven te geven en volgens sommigen zelfs een relatie met hen aan te gaan. Als je die plicht
hebt, moet je ook wel het recht hebben om ouderlijk gezag uit te oefenen/relatie aan te
gaan en kun je dit niet uitbesteden. Als ik jou in het water duw en je kunt niet zwemmen,
krijg ik de plicht om jou te redden
- Bezwaar: maar wat als er een veel betere zwemmer langs de kant staat, die jou wil redden
en dat veel sneller kan doen? Het belang van het kind is dus afhankelijk van wie er
eventueel nog meer bereid is om het kind groot te brengen
De flourishing positie
- Kinderen hebben een zwaarwegend, rechtgenererend belang bij adequate ouders, bij een
intieme en autoritatieve relatie met een volwassene die een competente, liefhebbende en
stabiele voogd zal zijn. Alle volwassenen die een adequate ouder zijn hebben er een
rechtgenererend belang bij zo’n rol te kunnen spelen in het leven van een kind
- Bezwaar: wat als het verlies voor het kind triviaal is en de winst voor een volwassene
enorm? Het kan niet legitiem zijn om het uitoefenen van controle over een ander te
rechtvaardigen op grond van je eigen belang bij het uitoefenen van die controle
Lifetime positie
- Het recht op ouderschap moet zo verdeeld worden dat het de belangen van individuen
over hun hele levensloop het beste dient. Kinderen worden later ook volwassenen, die dan
ook belangen hebben bij de mogelijkheid de rol van ouder te vervullen. Verlies aan
, welzijn als kind wordt gecompenseerd door de winst als volwassene de rol van ouder te
kunnen vervullen.
- Bezwaar: deze positie betreft niet alle kinderen, want sommige kinderen halen de
volwassenheid niet, andere worden geen adequate ouder en sommige kinderen kunnen dat
alleen worden als ze door de beste ouders worden grootgebracht. Het is niet legitiem om
controle/gezag over iemand uit te oefenen, omdat jij degene die de controle uitoefent daar
belang bij hebt. Des te meer geldt dit in het geval van relaties die liefdevol horen te zijn
Betekenis Gheaus positie in de wereld
Haar positie onderscheidt het recht op uitoefening van ouderlijk gezag van het recht op associatie met
kinderen. Ouders mogen anderen uitsluiten van de uitoefening van bepaalde vormen van gezag over
hun kinderen; zulke relaties zijn in het belang van volwassenen en kinderen. Het recht op uitoefening
van ouderlijk gezag is volledig gebaseerd op de belangen van het kind. Dit zorgt voor;
De legitimiteit van draagmoederschap, begrepen als vrijwillige overdracht van het recht op
ouderschap aan een ander wordt kwestieus
In voogdijzaken dient uitsluitend het belang van het kind bepalend te zijn
Het grootbrengen van kinderen zal meer een gemeenschappelijke praktijk worden
MAAR; er is geen reden om te denken dat kinderen vaker dan bij hoge uitzonderingen bij hun
biologische ouders vandaag gehaald zullen moeten worden
Pedagogiek en ethiek
Pedagogiek gaat over wat een goede opvoeding is en daarmee over opvoedingsdoelen en de vraag hoe
opvoeding georganiseerd zou moeten worden. Het gaat om people professions waarin naast
bekwaamheid ook integriteit en deugdzaamheid van groot belang zijn.
Praktijken van opvoeding en onderwijs stellen mensen regelmatig voor morele dilemma’s en vragen:
De vraag of we een bepaalde opvoedmethode of onderwijsmethode zouden moeten gebruiken
of niet, is niet alleen een vraag naar of die methode effectief zou zijn in het bereiken van een
doel, maar kent ook een morele dimensie
Het gaat om praktijken waarin zorg en rechtvaardigheid van groot belang zijn en met elkaar
kunnen conflicteren
Het belang van morele argumentatie
In de pedagogische beroepspraktijk is het vaak nodig om morele afwegingen te maken. Je kunt dan
niet volstaan met het ventileren van je onmiddellijke reactie of mening. Je moet je conclusie kunnen
verantwoorden, dus een zorgvuldige afweging maken.
Het is belangrijk om een zorgvuldige afweging te maken, omdat je het juist(e) wilt doen.
Het is noodzakelijk om verantwoording af te geven, omdat je moet kunnen laten zien dat je
een zorgvuldige afweging gemaakt hebt.
Het is noodzakelijk om tot overeenstemming te komen, omdat zonder morele argumentatie en
morele reflectie, morele meningsverschillen onoplosbaar zijn.
Zaken die hierbij helpen:
- Moreel zelfinzicht
- Analytisch en argumentatief vermogen
- Kennis van ethiek
Ethiek en moraal
Ethiek: systematische reflectie op moraal. De systematische bestudering van alles wat met
moraliteit te maken heeft; moreel handelen, denken, voelen, oordelen, maar ook normen,
waarden, principes, deugden en morele taal en begrippen. Niet als sociale of antropologie,
maar om te bepalen wat goed en juist is
Moraal: het moreel handelen, denken, voelen en oordelen van mensen, op de normen, waarden
en principes die daarin gehanteerd worden, en op de deugden van waaruit mensen handelen’
- Deugden: moreel wenselijk karaktereigenschappen of disposities
Moreel: behorend tot het morele domein of gezien vanuit het gezichtspunt maar niet per se
moreel goed
, Morele domein
- Morele waarden: goed of kwaad
- Morele handelingen: juist of verkeerd
Morele kwesties gaan over morele waarden/principes, morele verantwoordelijkheden/plichten
Morele argumentatie: de conclusie is een moreel oordeel; een oordeel over wat (niet) goed is
om te doen, in het licht van de belangen/rechten/waardigheid van betrokkenen
, Werkgroep 1
Hoofdstuk 1
Er is een verschil tussen ethiek, moraal, waarden
Er zijn verschillende claims:
- Prescriptief
- Descriptief
- Waarde
Er zijn normatieve domeinen die naast het morele bestaan: juridisch, etiquette en
prudentiële
Er moet onderscheid gemaakt worden tussen het morele en het juridische domein
Er is verschil tussen hold (gelden) en apply (van toepassing zijn)
Er is verschil tussen intrinsieke en instrumentele waarden
Fundamentele waarden verschillen van een ethische theorie, zoals het hedonisme
1.1 Ethiek vs. Moraal vs. Waarden
Ethiek is de systematische studie van moraal, waarbij we nadenken over goed en kwaad.
Moraal verwijst naar de regels en normen die bepalen wat als goed of slecht wordt gezien
binnen een bepaalde groep.
Waarden zijn zaken die we belangrijk vinden in het leven, zoals eerlijkheid, loyaliteit of
vrijheid.
Voorbeeld: Denk aan het verhaal van Gyges, de herder die een ring vindt waarmee hij onzichtbaar
wordt. Hij gebruikt deze macht om de koning te vermoorden en de troon te grijpen. Zijn verhaal roept
de vraag op: waarom zouden mensen moreel handelen als ze geen gevolgen hoeven te vrezen?
1.2 Soorten Claims
Prescriptieve claims schrijven voor hoe mensen zouden moeten handelen.
Voorbeeld: "Mensen zouden niet moeten liegen."
Descriptieve claims beschrijven hoe de wereld is zonder een normatieve uitspraak.
Voorbeeld: "Veel mensen liegen regelmatig."
Waardeclaims drukken uit wat waardevol of belangrijk is.
Voorbeeld: "Eerlijkheid is een deugd."
1.3 Normatieve Domeinen
Naast het morele domein bestaan andere normatieve domeinen:
Juridisch: wetten en regels opgelegd door de overheid.
Etiquette: sociale conventies zoals beleefdheid.
Prudentieel: eigenbelang, zoals gezondheid en veiligheid.
Voorbeeld: Het is onbeleefd (etiquette) om iemand te negeren, maar het is niet per se immoreel.
Tegelijkertijd kan een wet juridisch correct zijn maar moreel onjuist (denk aan apartheid of slavernij).
1.4 Verschil tussen ‘Hold’ en ‘Apply’
Een morele regel houdt voor iedereen als ze objectief waar is.
Maar ze is niet altijd van toepassing op elke situatie.
Voorbeeld: "Men zou geen geweld moeten gebruiken." Dit houdt altijd, maar het is niet van
toepassing in zelfverdediging.
1.5 Intrinsieke vs. Instrumentele Waarden
Intrinsieke waarde: iets dat waarde heeft op zichzelf (bijvoorbeeld geluk).
Instrumentele waarde: iets dat waardevol is omdat het iets anders mogelijk maakt
(bijvoorbeeld geld).
1.6 Fundamentele Waarden en Ethische Theorieën
Ethische theorieën baseren zich vaak op fundamentele waarden:
Hedonisme: stelt dat plezier de enige intrinsieke waarde is.
Deugdethiek: focust op karaktereigenschappen zoals eerlijkheid en moed.
Hoofdstuk 4
ethiek
Week 1
Hoorcollege 1
Op welke gronden krijgt/heeft iemand moreel gezien het recht op ouderschap?
We zijn kinderen een rechtvaardiging/verantwoording verschuldigd voor hun behandeling en
in het bijzonder voor de toewijzing van control-rights over hen
Anca Gheaus verdedigt de best available parent benadering: “het recht op ouderschap valt toe
aan diegene, van alle mensen die het kind willen grootbrengen, die de belangen van het kind
het beste zal dienen”. Deze rechtvaardiging moet gebaseerd zijn op het belang van het kind
- Hoewel ouders anderen mogen verbieden bepaalde vormen van gezag uit te oefenen over
hun kind, mogen ze anderen niet verbieden met hun kind om te gaan, zolang deze omgang
in het belang van het kind is. Kinderen komen ter wereld in een reeds bestaande relatie
met hun geboortemoeder, in veel gevallen verdient deze relatie bescherming.
Status quo is echt om de biologische ouders het recht op ouderschap te geven:
- De juridische voorwaarden hiervoor zijn dat je je kind niet mishandelt of verwaarloost
- Er is geen ouderschapstraining of toets nodig, behalve bij adoptie
- Vanuit een liberaal gezichtspunt is die een anomalie
Normatieve achtergrond van de best available parent positie
Kinderen hebben belangen
De zwaarwegende belangen van kinderen worden beschermd door rechten, die dezelfde
bescherming verdienen als de rechten van volwassenen
Het is in het belang van kinderen om onder ouderlijk gezag te staan, wat idealiter uitgeoefend
wordt door een klein aantal, en steeds dezelfde, toegewijde volwassenen
Alternatieve posities op best available parent positie
De duties beget rights positie
- Als je kinderen ter wereld brengt, heb je de morele plicht om hen een zo goed mogelijk
leven te geven en volgens sommigen zelfs een relatie met hen aan te gaan. Als je die plicht
hebt, moet je ook wel het recht hebben om ouderlijk gezag uit te oefenen/relatie aan te
gaan en kun je dit niet uitbesteden. Als ik jou in het water duw en je kunt niet zwemmen,
krijg ik de plicht om jou te redden
- Bezwaar: maar wat als er een veel betere zwemmer langs de kant staat, die jou wil redden
en dat veel sneller kan doen? Het belang van het kind is dus afhankelijk van wie er
eventueel nog meer bereid is om het kind groot te brengen
De flourishing positie
- Kinderen hebben een zwaarwegend, rechtgenererend belang bij adequate ouders, bij een
intieme en autoritatieve relatie met een volwassene die een competente, liefhebbende en
stabiele voogd zal zijn. Alle volwassenen die een adequate ouder zijn hebben er een
rechtgenererend belang bij zo’n rol te kunnen spelen in het leven van een kind
- Bezwaar: wat als het verlies voor het kind triviaal is en de winst voor een volwassene
enorm? Het kan niet legitiem zijn om het uitoefenen van controle over een ander te
rechtvaardigen op grond van je eigen belang bij het uitoefenen van die controle
Lifetime positie
- Het recht op ouderschap moet zo verdeeld worden dat het de belangen van individuen
over hun hele levensloop het beste dient. Kinderen worden later ook volwassenen, die dan
ook belangen hebben bij de mogelijkheid de rol van ouder te vervullen. Verlies aan
, welzijn als kind wordt gecompenseerd door de winst als volwassene de rol van ouder te
kunnen vervullen.
- Bezwaar: deze positie betreft niet alle kinderen, want sommige kinderen halen de
volwassenheid niet, andere worden geen adequate ouder en sommige kinderen kunnen dat
alleen worden als ze door de beste ouders worden grootgebracht. Het is niet legitiem om
controle/gezag over iemand uit te oefenen, omdat jij degene die de controle uitoefent daar
belang bij hebt. Des te meer geldt dit in het geval van relaties die liefdevol horen te zijn
Betekenis Gheaus positie in de wereld
Haar positie onderscheidt het recht op uitoefening van ouderlijk gezag van het recht op associatie met
kinderen. Ouders mogen anderen uitsluiten van de uitoefening van bepaalde vormen van gezag over
hun kinderen; zulke relaties zijn in het belang van volwassenen en kinderen. Het recht op uitoefening
van ouderlijk gezag is volledig gebaseerd op de belangen van het kind. Dit zorgt voor;
De legitimiteit van draagmoederschap, begrepen als vrijwillige overdracht van het recht op
ouderschap aan een ander wordt kwestieus
In voogdijzaken dient uitsluitend het belang van het kind bepalend te zijn
Het grootbrengen van kinderen zal meer een gemeenschappelijke praktijk worden
MAAR; er is geen reden om te denken dat kinderen vaker dan bij hoge uitzonderingen bij hun
biologische ouders vandaag gehaald zullen moeten worden
Pedagogiek en ethiek
Pedagogiek gaat over wat een goede opvoeding is en daarmee over opvoedingsdoelen en de vraag hoe
opvoeding georganiseerd zou moeten worden. Het gaat om people professions waarin naast
bekwaamheid ook integriteit en deugdzaamheid van groot belang zijn.
Praktijken van opvoeding en onderwijs stellen mensen regelmatig voor morele dilemma’s en vragen:
De vraag of we een bepaalde opvoedmethode of onderwijsmethode zouden moeten gebruiken
of niet, is niet alleen een vraag naar of die methode effectief zou zijn in het bereiken van een
doel, maar kent ook een morele dimensie
Het gaat om praktijken waarin zorg en rechtvaardigheid van groot belang zijn en met elkaar
kunnen conflicteren
Het belang van morele argumentatie
In de pedagogische beroepspraktijk is het vaak nodig om morele afwegingen te maken. Je kunt dan
niet volstaan met het ventileren van je onmiddellijke reactie of mening. Je moet je conclusie kunnen
verantwoorden, dus een zorgvuldige afweging maken.
Het is belangrijk om een zorgvuldige afweging te maken, omdat je het juist(e) wilt doen.
Het is noodzakelijk om verantwoording af te geven, omdat je moet kunnen laten zien dat je
een zorgvuldige afweging gemaakt hebt.
Het is noodzakelijk om tot overeenstemming te komen, omdat zonder morele argumentatie en
morele reflectie, morele meningsverschillen onoplosbaar zijn.
Zaken die hierbij helpen:
- Moreel zelfinzicht
- Analytisch en argumentatief vermogen
- Kennis van ethiek
Ethiek en moraal
Ethiek: systematische reflectie op moraal. De systematische bestudering van alles wat met
moraliteit te maken heeft; moreel handelen, denken, voelen, oordelen, maar ook normen,
waarden, principes, deugden en morele taal en begrippen. Niet als sociale of antropologie,
maar om te bepalen wat goed en juist is
Moraal: het moreel handelen, denken, voelen en oordelen van mensen, op de normen, waarden
en principes die daarin gehanteerd worden, en op de deugden van waaruit mensen handelen’
- Deugden: moreel wenselijk karaktereigenschappen of disposities
Moreel: behorend tot het morele domein of gezien vanuit het gezichtspunt maar niet per se
moreel goed
, Morele domein
- Morele waarden: goed of kwaad
- Morele handelingen: juist of verkeerd
Morele kwesties gaan over morele waarden/principes, morele verantwoordelijkheden/plichten
Morele argumentatie: de conclusie is een moreel oordeel; een oordeel over wat (niet) goed is
om te doen, in het licht van de belangen/rechten/waardigheid van betrokkenen
, Werkgroep 1
Hoofdstuk 1
Er is een verschil tussen ethiek, moraal, waarden
Er zijn verschillende claims:
- Prescriptief
- Descriptief
- Waarde
Er zijn normatieve domeinen die naast het morele bestaan: juridisch, etiquette en
prudentiële
Er moet onderscheid gemaakt worden tussen het morele en het juridische domein
Er is verschil tussen hold (gelden) en apply (van toepassing zijn)
Er is verschil tussen intrinsieke en instrumentele waarden
Fundamentele waarden verschillen van een ethische theorie, zoals het hedonisme
1.1 Ethiek vs. Moraal vs. Waarden
Ethiek is de systematische studie van moraal, waarbij we nadenken over goed en kwaad.
Moraal verwijst naar de regels en normen die bepalen wat als goed of slecht wordt gezien
binnen een bepaalde groep.
Waarden zijn zaken die we belangrijk vinden in het leven, zoals eerlijkheid, loyaliteit of
vrijheid.
Voorbeeld: Denk aan het verhaal van Gyges, de herder die een ring vindt waarmee hij onzichtbaar
wordt. Hij gebruikt deze macht om de koning te vermoorden en de troon te grijpen. Zijn verhaal roept
de vraag op: waarom zouden mensen moreel handelen als ze geen gevolgen hoeven te vrezen?
1.2 Soorten Claims
Prescriptieve claims schrijven voor hoe mensen zouden moeten handelen.
Voorbeeld: "Mensen zouden niet moeten liegen."
Descriptieve claims beschrijven hoe de wereld is zonder een normatieve uitspraak.
Voorbeeld: "Veel mensen liegen regelmatig."
Waardeclaims drukken uit wat waardevol of belangrijk is.
Voorbeeld: "Eerlijkheid is een deugd."
1.3 Normatieve Domeinen
Naast het morele domein bestaan andere normatieve domeinen:
Juridisch: wetten en regels opgelegd door de overheid.
Etiquette: sociale conventies zoals beleefdheid.
Prudentieel: eigenbelang, zoals gezondheid en veiligheid.
Voorbeeld: Het is onbeleefd (etiquette) om iemand te negeren, maar het is niet per se immoreel.
Tegelijkertijd kan een wet juridisch correct zijn maar moreel onjuist (denk aan apartheid of slavernij).
1.4 Verschil tussen ‘Hold’ en ‘Apply’
Een morele regel houdt voor iedereen als ze objectief waar is.
Maar ze is niet altijd van toepassing op elke situatie.
Voorbeeld: "Men zou geen geweld moeten gebruiken." Dit houdt altijd, maar het is niet van
toepassing in zelfverdediging.
1.5 Intrinsieke vs. Instrumentele Waarden
Intrinsieke waarde: iets dat waarde heeft op zichzelf (bijvoorbeeld geluk).
Instrumentele waarde: iets dat waardevol is omdat het iets anders mogelijk maakt
(bijvoorbeeld geld).
1.6 Fundamentele Waarden en Ethische Theorieën
Ethische theorieën baseren zich vaak op fundamentele waarden:
Hedonisme: stelt dat plezier de enige intrinsieke waarde is.
Deugdethiek: focust op karaktereigenschappen zoals eerlijkheid en moed.
Hoofdstuk 4