Leer de tentamen voorbereiding PowerPoint
Artikel Kees Schuyt doornemen > Kameleontisch, beleid, stekelige
wetenschap
Zie de PowerPoint met “Schuyt”
Iets kunnen zeggen over actoren van beleid (week 8)
Gedecentreerde eenheidstaat
Preventie
Samenvatting tentamen:
Zinberg - Model van Zinberg
Tellegen: relativering
De omvang, de effecten en de beoordeling van drugsgebruik blijken naar
plaats, tijd en sociaal milieu sterk te verschillen. Sommige drugs hadden
bijvoorbeeld een religieuze of sociaal- rituele functie, maar zijn nu een veel
algemener individueel gebruikt roesmiddel. Gebruik van een bepaalde
drug kan van uitzonderlijk gewoon worden of andersom. Er stond een
cocaïnefabriek in Amsterdam tot minder dan 100 jaar geleden. Vaak
begint gebruik in een elite of een subcultuur en bereikt daarna andere
lagen van de bevolking. Wat men denkt over drugs kan kortom variëren
van tijd tot plaats. Het is vaak een kwestie van overtuiging, afkeuring,
denken in termen van goed en kwaad, van moraal.
Drug, Set en Setting
De theorie van ‘drug, set and setting’ van Norman Zinberg en Wayne
Harding richt zich op de manier waarop ‘normale’ of in elk geval
probleemloze gebruikers hun gebruik onder controle houden en reguleren.
De gedachte hierachter is opvallend, namelijk dat het mogelijk is een drug
gecontroleerd te gebruiken zonder schade toe te brengen of afhankelijk te
raken, zelfs wanneer het een potentieel verslavend of schadelijk middel is.
Zinberg en Harding leggen de nadruk op informele systemen van
onderlinge ‘sociale regelgeving’. Dat wil zeggen alles wat mensen laten
blijken over goed- of afkeuren, en de manieren waarop dat gebeurt.
Afkeuring is negatief, kan verschillende vormen hebben en is in het sociale
verkeer een zeer krachtig middel. Hetzelfde geldt voor goedkeuring. Deze
informele sociale regels leiden via ‘internalisering’ (verinnerlijking) tot
controle van gedrag. Internalisering wil zeggen dat externe regels eigen
worden gemaakt, intern, en onderdeel worden van ons geweten. Denk
hierbij aan het feit dat de meesten van ons niet stelen, ook al zou het
straffeloos kunnen in een bepaalde situatie. Een innerlijke rem houdt je
tegen.
,‘Drug, set and setting’ verwijst naar de drie dimensies die een rol spelen in
de ervaring van druggebruik en de manier waarop het gebruikt wordt. Kort
samengevat: het effect (de werking) van een middel hangt af van het
middel zelf, de mindset van de gebruiker en de sociale setting waarin het
gebruik plaatsvindt.
=> Het middel zelf, de gebruiker zelf, de sociale omgeving.
a. ‘Drug’ verwijst zowel naar de farmacologische substantie zelf als
naar de dosis, de wijze van inname en de fysiologie (lichamelijke
conditie, toestand) van de gebruiker. Het is dus meer dan alleen de
werkzame bestanddelen van het middel die iets veranderen aan
lichaam of geest.
b. Of een gebruiker afhankelijk wordt en hoe de effecten van de drug
ervaren worden is ook afhankelijk van de mentale leefwereld, het
geheel van verwachtingen, overtuigingen, eerdere ervaringen en
persoonlijkheidskenmerken. Wat is de situatie van de gebruiker: in
welke gemoedstoestand, stemming is deze? Positief, vrolijk,
energiek? Of moe, gedeprimeerd, gestrest? Je kunt ook nog denken
aan dieperliggende ‘situatie’ in de zin van motivatie om te
gebruiken: is gebruiker dakloos en gebruikt alleen op straat of is
gebruiker festivalbezoeker op vrije zaterdag. Ook belangrijk hier is
de ervaring die een gebruiker heeft met het middel. Zoals bij Becker
blijkt, is de werking ook sterk afhankelijk van hoe men het heeft
‘leren definiëren’.
c. De derde dimensie ten slotte is die van de sociale setting of sociale
context. Een ander woord voor sociale setting is sociale situatie, de
groep waar je op een moment deel vanuit maakt. Maar ook in
bredere zin het milieu of de sociale omgeving, een vastere
vriendengroep, familie, groep van leeftijdsgenoten (peer group)
enzovoorts. De meeste mensen maken deel uit van meerdere
settings. Een setting kan zeker ook tijdelijk zijn, zoals mensen die je
tijdens uitgaan of op een verjaardagsfeest ontmoet. De sociale
context is het geheel van onderlinge sociale interactie die gericht is
op sturing en vorming van de mate van gebruik. Op allerlei
manieren, van jongs af aan, denk bijvoorbeeld aan alcohol, wordt
ons geleerd welke manier of mate van gebruik geoorloofd is, en
welke afgekeurd wordt en welke sociale sanctie daar op staat.
Zinberg kent de meeste waarde toe aan de invloed van de gebruikende
peer group. De peer group is de groep mensen om je heen (waar je toe
behoort) met een vergelijkbare leeftijd, sociale status en interesses/life
style.
Zinberg ontleende veel aan de socioloog Howard Becker. Met name het
sociale leereffect zoals beschreven in ‘Outsiders’ (1963), hoofdstuk 3,
Becoming A Marihuana User. De techniek van gebruik, het ervaren van de
effecten en zeker ook het genieten van de effecten is allemaal aangeleerd
gedrag!
,Extra: de 4 fasen
Zinberg onderscheidt vier fasen in het aanleren van gecontroleerd gebruik.
1. Duidelijk maken wat precies gematigd gebruik is en veroordelen
compulsief of overmatig gebruik. Duidelijke regels voor gedrag dus;
bijvoorbeeld alleen in het weekend gebruiken.
2. Aanleren van de specifieke sociale en fysieke settings die
bevorderlijk zijn voor een ‘veilige’ drugservaring. Gebruikers wijzen
elkaar er bijvoorbeeld op dat trippen achter het stuur gevaarlijk is en
dat een rustige omgeving beter is dan een drukbezochte club.
3. Potentieel ongunstige effecten van drugs benoemen.
Voorzorgsmaatregelen aanwijzen die in acht worden genomen voor
en tijdens het drugsgebruik. Kennis van dosering en wijze van
toediening zijn essentieel in het minimaliseren van al te heftig
gebruik.
4. Verschil maken tussen druggerelateerde contacten (meestal in de
vrije tijd) en niet-druggerelateerde contacten (meestal door de
week).
Extra bij functie van drugs
2. Het bevestigen van de eigen identiteit: drugs gebruiken om aandacht te
trekken en erkenning te verwerven. Gericht op bevestigen van gevoel van
eigenwaarde en sociale status.
4. Het verstoren van het ego. Wat is dat precies?
Bij Becker heet dit: need for fantasy & escape, kortom ‘recreational use’.
Dus ontspanning of ontsnapping uit het hier en nu als motief. Vergelijk het
met in een achtbaan zitten, een spannende film kijken, alles om je heen
vergeten, het is een ervaring, je zit in een flow, je leeft in het moment.
Past goed bij de theorie van de experience economy van Pine & Gilmour
en de flow theory gebaseerd op onderzoek naar geluk beleving:
paradoxaal genoeg zijn we het meest gelukkig wanneer we vergeten dat
we zijn.
11. Het toegeven aan groepsdwang. The Asch (conformity) experiment:
https://youtu.be/iRh5qy09nNw. ‘Peer pressure’ doet zich sociaal en
biologisch het sterkst gelden bij jonge mensen.
Functies van drugs (Tellegen, Nabben)
Godsdienstige rituelen
Het stimuleren van artistieke creativiteit
, Prestaties voor Amerikaanse indianen de drug peyote, die als
werkzame stof mescaline bevat, bij dansen, musiceren en
schilderen.
Het bevorderen en versterken van sociaal contact
Het toegeven aan groepsdwang
Het verdedigen van de eigen cultuur tegenover die van anderen
Het ondermijnen van een tegenstander
Normalisering
Dit is een breuk met de wijze waarop er lang tegen drugsgebruik
werd
aangekeken; patiënt (heroïneverslaafden) of delinquent (crimineel).
Gebruik voor de lol, ter ontspanning, ter recreatie: recreatief
gebruik.
Een nieuwe uitdaging voor beleidsmakers.
Vgl. Nabben met zijn constatering dat drugs in sommige kringen
meer
als regulier consumptieartikel wordt gezien
o Extra informatie algemeen:
Slechts een kleine minderheid van de totale bevolking
van Nederland gebruikt drugs, dus in kwantitatieve zin
zeker niet. Ten minste, niet als het gaat om illegale
drugs. (Wel alcohol, tabak.)
Het drugsgebruik in jongeren- en clubculturen wordt
door sociaal
wetenschappers in verband gebracht met een wens tot
hedonisme, consumentisme, individualisme, (tijdelijke)
gemeenschapsvorming en escapisme. Uitgaan onder
invloed is dan een ontspannende time-out van de
prestatiemaatschappij, met zijn hoge orde, regelmaat en
prestatiedruk. Bij het uitgaan verlangen de jongeren
zoveel mogelijk vrijheid. Dit is echter al snel strijdig met
het verlangen van de overheid
=> veiligheid.
Koppeling aan normalisering en Zinberg
Zinbergs "Set en Setting" sluit aan bij Nabben: de sociale context
bepaalt mede of drugsgebruik wordt gezien als normaal.
De normaliseringstheorie (Parker) sluit aan bij Nabben: als
drugsgebruik binnen een groep functioneel is, wordt het sneller
geaccepteerd.
Subculturele benadering
De subculturele benadering richt zich op hoe drugsgebruik binnen
specifieke groepen ontstaat en wordt beïnvloed door
groepsnormen en sociale structuren.