1) Negatief geladen hydride dat loskomt van NADPH, valt nucleofiel aan op δ+ geladen
C-atoom (δ+ door verschuiving e--densiteit naar EN N-atoom) van foliumzuur waarna
een covalente binding gevormd wordt waarbij e--verschuiving optreedt → N-atoom wordt
(-)geladen en neemt een H+ uit de omgeving op tvv dihydrofoliumzuur
➔ Cofactor NADPH komt los van (dihydro)folaatreductase na omzetting tot NADP+
en wordt vervangen door een nieuwe cofactor NADPH
2) Hydride van NADPH valt nucleofiel aan op δ+ geladen C-atoom (δ+ door verschuiving
e--densiteit naar EN N-atoom) van dihydrofoliumzuur en vormt een covalente binding
waardoor e--verschuiving optreedt naar het N-atoom dat dan een H+ uit de omgeving
opneemt tvv tetrahydrofoliumzuur
➔ Cofactor NADPH komt los van (dihydro)folaatreductase na omzetting tot NADP+
en wordt vervangen door een nieuwe cofactor NADPH
3) Andere enzymen dan (dihydro)folaatreductase vormen tetrahydrofoliumzuur om tot
methyleentetrahydrofoliumzuur, wat een cofactor is voor de synthese van nucleotiden
, Dihydrofolaatreductase (DHFR) katalyseert omzetting foliumzuur naar cofactor
voor aanmaak nucleotiden
Dihydrofolaatreductase-inhibitoren = foliumzuuranalogen: methotrexaat
(antitumoraal), trimethoprim (antibacterium), pyrimethamine (antiparasiticum),
proguanil (antiparasiticum)
➔ Binden resp. menselijk, bacterieel of parasiteit DHFR sterker dan foliumzuur
zelf → blokkade DHFR → inhibitie reductie van foliumzuur tot
tetrahydrofoliumzuur → inhibitie nucleotidesynthese → inhibitie celgroei en
celdeling