OVERZICHT SPSS OMT 2
H3: T-TOETSEN
SOORTEN
One sample t-test= tov v norm
o Vgl v gemiddelde v 1 KWAN var tov vaste waarde
Paired samples t-test = within
o 2 gepaarde/herhaalde KWAN metingen v DEZELFDE var bij DEZELFDE mensen
o 1 steekproef ⇒ zelfde metingen op ≠ momenten bij dezelfde pp / metingen met 2
analoge instrumenten testen bij dezelfde pp
o Vb pre-post, vetpercentagebepaling
Independent samples t-test = between
o 1 KWAN afh var testvariabele + 1 KWAL groepsvar
o 2 steekproeven ⇒ gem vgl
o Levene’s test α = 0,001 ⇒ geen vereiste zoals one-way anova, wel opschrijven
o Vb experimentele & controlegroep
HOE
Via analyze ⇒ compare means
NOTATIE
1. oz vraag
o soort test: verschil/verband
o soorten var: kwal/kwan
o soort design: between/within
naam test
2. hypothese: H0 en Ha
3. sign niveau: 0,05
4. gemiddelde + SD
5. resultaten
o levenes F, T, p…
o cijfermatig + in woorden
o grafieken indien nodig
6. conclusie: terugkoppeling oz vraag
OZ VRAGEN
1. Een onderzoeker wil nagaan of er een verschil is in concentratievermogen tussen
tennissers en voetballers. Hieronder de resultaten op een concentratietest (score op 10,
hoe hoger hoe beter) afgenomen bij 24 voetballers en 24 tennissers.
Independent samples t-test
2. Een leerkracht LO heeft het gevoel dat zijn klas onvoldoende fit is. Hij neemt een looptest af
bij zijn 16-jarige leerlingen. Hieronder de duur in seconden op de looptest van de 20
leerlingen. De norm voor 16-jarigen is 40 seconden. Presteerden deze leerlingen slechter
dan de norm?
One sample t-test
1
, 3. Een groep van 14 patienten volgt krachttraining na een knie-operatie. Is er een positieve
evolutie in de kracht na 5 weken training?
Paired-samples t-test
4. Hieronder de scores van 14 personen op 2 proeven voor het meten van fitheid. De proeven
zijn gescoord op een 6-puntenschaal (gaande van 1 tot 6, hoe hoger de score, hoe beter de
fitheid).
a) Is er een verschil in fitheid naargelang de proef die werd afgenomen?
Paired samples t-test
b) Is er een verschil in gem fitheid (maak hiervoor nieuwe variabele aan) naargelang
geslacht?
Independent samples t-test
5. Bij 16 proefpersonen werd snelheid gemeten. De snelheid wordt uitgedrukt op een 6-
puntenschaal (gaande van 1 tot 6; hoe lager hoe sneller). Onderzoek of er een verschil is in
snelheid tussen mensen met een normaal gewicht (BMI < 25 kg/m²) en mensen met
overgewicht (BMI ≥ 25 kg/m²).
Independent samples t-test
6. Een onderzoeker meet de prestatie ve groep voetballers na het nemen ve sauna en na een
massage. De prestatie w uitgedrukt op een score v 1 tot 10, waarbij hoe hoger de score, hoe
beter de prestatie.
a) In welke omstandigheden presteren de voetballers het best?
Paired samples t-test
b) Presteert deze groep beter of slechter dan een groep basketballers die een
gemiddelde prestatie van 5,6 hadden. (gebruik de beste prestatie)
One sample t-test
2
H3: T-TOETSEN
SOORTEN
One sample t-test= tov v norm
o Vgl v gemiddelde v 1 KWAN var tov vaste waarde
Paired samples t-test = within
o 2 gepaarde/herhaalde KWAN metingen v DEZELFDE var bij DEZELFDE mensen
o 1 steekproef ⇒ zelfde metingen op ≠ momenten bij dezelfde pp / metingen met 2
analoge instrumenten testen bij dezelfde pp
o Vb pre-post, vetpercentagebepaling
Independent samples t-test = between
o 1 KWAN afh var testvariabele + 1 KWAL groepsvar
o 2 steekproeven ⇒ gem vgl
o Levene’s test α = 0,001 ⇒ geen vereiste zoals one-way anova, wel opschrijven
o Vb experimentele & controlegroep
HOE
Via analyze ⇒ compare means
NOTATIE
1. oz vraag
o soort test: verschil/verband
o soorten var: kwal/kwan
o soort design: between/within
naam test
2. hypothese: H0 en Ha
3. sign niveau: 0,05
4. gemiddelde + SD
5. resultaten
o levenes F, T, p…
o cijfermatig + in woorden
o grafieken indien nodig
6. conclusie: terugkoppeling oz vraag
OZ VRAGEN
1. Een onderzoeker wil nagaan of er een verschil is in concentratievermogen tussen
tennissers en voetballers. Hieronder de resultaten op een concentratietest (score op 10,
hoe hoger hoe beter) afgenomen bij 24 voetballers en 24 tennissers.
Independent samples t-test
2. Een leerkracht LO heeft het gevoel dat zijn klas onvoldoende fit is. Hij neemt een looptest af
bij zijn 16-jarige leerlingen. Hieronder de duur in seconden op de looptest van de 20
leerlingen. De norm voor 16-jarigen is 40 seconden. Presteerden deze leerlingen slechter
dan de norm?
One sample t-test
1
, 3. Een groep van 14 patienten volgt krachttraining na een knie-operatie. Is er een positieve
evolutie in de kracht na 5 weken training?
Paired-samples t-test
4. Hieronder de scores van 14 personen op 2 proeven voor het meten van fitheid. De proeven
zijn gescoord op een 6-puntenschaal (gaande van 1 tot 6, hoe hoger de score, hoe beter de
fitheid).
a) Is er een verschil in fitheid naargelang de proef die werd afgenomen?
Paired samples t-test
b) Is er een verschil in gem fitheid (maak hiervoor nieuwe variabele aan) naargelang
geslacht?
Independent samples t-test
5. Bij 16 proefpersonen werd snelheid gemeten. De snelheid wordt uitgedrukt op een 6-
puntenschaal (gaande van 1 tot 6; hoe lager hoe sneller). Onderzoek of er een verschil is in
snelheid tussen mensen met een normaal gewicht (BMI < 25 kg/m²) en mensen met
overgewicht (BMI ≥ 25 kg/m²).
Independent samples t-test
6. Een onderzoeker meet de prestatie ve groep voetballers na het nemen ve sauna en na een
massage. De prestatie w uitgedrukt op een score v 1 tot 10, waarbij hoe hoger de score, hoe
beter de prestatie.
a) In welke omstandigheden presteren de voetballers het best?
Paired samples t-test
b) Presteert deze groep beter of slechter dan een groep basketballers die een
gemiddelde prestatie van 5,6 hadden. (gebruik de beste prestatie)
One sample t-test
2