📘 Hoofdstuk 1: Zee – De
geschiedenis als oceaan
Begrip Uitleg
De zee als metafoor De zee staat voor het verleden: diep, vol verborgen lagen,
grillig en moeilijk helemaal te overzien.
Schelpen Symboliseren bronnen of overblijfselen uit het verleden die
aanspoelen en ons een glimp geven van wat was.
Golven Terugkerende patronen of bewegingen in de geschiedenis,
vaak pas achteraf zichtbaar.
De stip van Het heden: het enige moment dat ‘echt’ lijkt. Een klein
werkelijkheid ankerpunt tussen verleden en toekomst.
Ether der toekomst De ongrijpbare, onzekere toekomst – een ruimte van
verwachting en verbeelding.
Geschiedenis is Geschiedenis is niet puur objectief. Historici ‘vissen’ selectief
interpretatie (Carr, 1961) in de oceaan van feiten en construeren daaruit een verhaal.
De bril van de historicus Iedereen kijkt naar het verleden met zijn/haar eigen bril:
gevormd door cultuur, opvoeding, tijdsgeest en persoonlijke
overtuigingen.
Vertrekpunt Elke kaart of visie op het verleden vertrekt vanuit een bepaald
(kaartmetafoor) perspectief – net als geschiedschrijving.
Intra-geschiedenis Het verhaal van gewone mensen die vaak uit de officiële
geschiedenis worden weggelaten – de ‘vergeten’ stemmen.
Geschiedenis als Bepaalde verhalen of standbeelden worden bewust gekozen
instrument van macht om macht te bevestigen of identiteiten te versterken.
Valse traditie ‘Tradities’ die zijn opgebouwd uit een selectieve of vervormde
lezing van het verleden. Ze worden gepresenteerd als
authentiek, maar dat zijn ze niet altijd.
Kritische reflectie Nadenken over wat we als vanzelfsprekend beschouwen in de
geschiedenis. Waarom worden bepaalde zaken herinnerd,
andere vergeten?
Postkoloniale blik Kijken naar de impact van kolonisatie op herinnering, taal,
onderwijs en identiteit – en zoeken naar tegenverhalen.
2
, Tegenverhalen Alternatieve perspectieven van mensen die niet in het
dominante narratief voorkomen, bv. Aboriginals of
Congolezen.
Geesten gekoloniseerd Niet alleen land werd gekoloniseerd, maar ook de denkwijze
van mensen via taal, onderwijs en cultuur.
Derek Walcott – The Sea Een gedicht waarin de zee symbool staat voor verloren
is History verhalen van de slavernij en kolonisatie in de Caraïben.
Koloniale collecties Verzamelingen in musea die vaak het perspectief van de
kolonisator tonen, en niet van de gekoloniseerde.
Meerstemmigheid De inzet om verschillende stemmen en perspectieven te laten
horen in de geschiedschrijving.
Narratief Het verhaal dat verteld wordt – kan dominant zijn of
marginaal. Geschiedenis is een keuze van welk narratief je
naar voren schuift.
📘 Hoofdstuk 2: Afbakenen van
territoriale wateren
1. Canonvorming
Selectie van historische gebeurtenissen of figuren die als “essentieel” worden beschouwd voor
een gedeeld verleden. Het is altijd een keuze en dus een constructie van wat als belangrijk
wordt gezien, vaak beïnvloed door de tijdsgeest.
2. Tijdslijn als constructie
Een chronologische lijst van feiten is geen neutrale weergave van het verleden. Elk verhaal is
gekleurd door wie het vertelt, en waarom.
3. Territoriale wateren
De zeegebieden die door een staat worden opgeëist. Ze zijn economisch belangrijk
(grondstoffen) én symbolisch (macht en identiteit).
4. Natievorming
Het proces waarbij mensen zich gaan zien als deel van één politieke gemeenschap op basis
van taal, cultuur of geschiedenis.
5. Nationalisme
De ideologie die streeft naar het laten samenvallen van natiegrenzen met staatsgrenzen. Dit
kan inclusief of exclusief zijn.
2
, 6. Inclusieve natie
Iedereen mag meedoen mits gedeelde waarden en participatie. Focus op solidariteit zonder
afkomst als voorwaarde.
7. Exclusieve natie (‘bloed en bodem’)
Natie wordt gedefinieerd op basis van geboorte en etniciteit. Migranten worden uitgesloten
van volledige deelname.
8. Inburgering
Het proces waarbij migranten taal, waarden en normen van het ontvangende land leren. Maar:
hoeveel mag je eisen? Wanneer wordt het uitsluiting?
9. Symboliek en beeldvorming
Kaarten, standbeelden, boeken en prenten zijn geen neutrale voorstellingen van het verleden.
Ze versterken een bepaald verhaal of identiteit.
10. Standplaatsgebondenheid
Iedereen kijkt naar geschiedenis vanuit zijn/haar eigen referentiekader (tijd, cultuur,
opvoeding…). Dit beïnvloedt interpretatie.
11. Eurocentrisme
Het westerse perspectief wordt als norm gezien, waardoor andere geschiedenissen als “minder
belangrijk” of “afgeleid” worden behandeld.
12. Multiperspectiviteit
Het vermogen om meerdere standpunten naast elkaar te bekijken, zonder je eigen visie als
absoluut te beschouwen.
13. Historisch denken
Het vermogen om denkkaders uit andere tijden te begrijpen, ondanks culturele en morele
verschillen. Vergelijkbaar met "reizen in de tijd".
14. Egodocument
Persoonlijke bron zoals een dagboek of brief. Ze tonen hoe mensen hun tijd zelf beleefden –
zeer waardevol, maar ook subjectief.
15. Empathie vs. Goedkeuring
Begrijpen waarom mensen in het verleden iets deden, is niet hetzelfde als het goedkeuren.
Historisch inzicht vraagt nuance.
3: De kunst van het navigeren – Oriëntatie in het verleden
Begrip Verklaring
2
geschiedenis als oceaan
Begrip Uitleg
De zee als metafoor De zee staat voor het verleden: diep, vol verborgen lagen,
grillig en moeilijk helemaal te overzien.
Schelpen Symboliseren bronnen of overblijfselen uit het verleden die
aanspoelen en ons een glimp geven van wat was.
Golven Terugkerende patronen of bewegingen in de geschiedenis,
vaak pas achteraf zichtbaar.
De stip van Het heden: het enige moment dat ‘echt’ lijkt. Een klein
werkelijkheid ankerpunt tussen verleden en toekomst.
Ether der toekomst De ongrijpbare, onzekere toekomst – een ruimte van
verwachting en verbeelding.
Geschiedenis is Geschiedenis is niet puur objectief. Historici ‘vissen’ selectief
interpretatie (Carr, 1961) in de oceaan van feiten en construeren daaruit een verhaal.
De bril van de historicus Iedereen kijkt naar het verleden met zijn/haar eigen bril:
gevormd door cultuur, opvoeding, tijdsgeest en persoonlijke
overtuigingen.
Vertrekpunt Elke kaart of visie op het verleden vertrekt vanuit een bepaald
(kaartmetafoor) perspectief – net als geschiedschrijving.
Intra-geschiedenis Het verhaal van gewone mensen die vaak uit de officiële
geschiedenis worden weggelaten – de ‘vergeten’ stemmen.
Geschiedenis als Bepaalde verhalen of standbeelden worden bewust gekozen
instrument van macht om macht te bevestigen of identiteiten te versterken.
Valse traditie ‘Tradities’ die zijn opgebouwd uit een selectieve of vervormde
lezing van het verleden. Ze worden gepresenteerd als
authentiek, maar dat zijn ze niet altijd.
Kritische reflectie Nadenken over wat we als vanzelfsprekend beschouwen in de
geschiedenis. Waarom worden bepaalde zaken herinnerd,
andere vergeten?
Postkoloniale blik Kijken naar de impact van kolonisatie op herinnering, taal,
onderwijs en identiteit – en zoeken naar tegenverhalen.
2
, Tegenverhalen Alternatieve perspectieven van mensen die niet in het
dominante narratief voorkomen, bv. Aboriginals of
Congolezen.
Geesten gekoloniseerd Niet alleen land werd gekoloniseerd, maar ook de denkwijze
van mensen via taal, onderwijs en cultuur.
Derek Walcott – The Sea Een gedicht waarin de zee symbool staat voor verloren
is History verhalen van de slavernij en kolonisatie in de Caraïben.
Koloniale collecties Verzamelingen in musea die vaak het perspectief van de
kolonisator tonen, en niet van de gekoloniseerde.
Meerstemmigheid De inzet om verschillende stemmen en perspectieven te laten
horen in de geschiedschrijving.
Narratief Het verhaal dat verteld wordt – kan dominant zijn of
marginaal. Geschiedenis is een keuze van welk narratief je
naar voren schuift.
📘 Hoofdstuk 2: Afbakenen van
territoriale wateren
1. Canonvorming
Selectie van historische gebeurtenissen of figuren die als “essentieel” worden beschouwd voor
een gedeeld verleden. Het is altijd een keuze en dus een constructie van wat als belangrijk
wordt gezien, vaak beïnvloed door de tijdsgeest.
2. Tijdslijn als constructie
Een chronologische lijst van feiten is geen neutrale weergave van het verleden. Elk verhaal is
gekleurd door wie het vertelt, en waarom.
3. Territoriale wateren
De zeegebieden die door een staat worden opgeëist. Ze zijn economisch belangrijk
(grondstoffen) én symbolisch (macht en identiteit).
4. Natievorming
Het proces waarbij mensen zich gaan zien als deel van één politieke gemeenschap op basis
van taal, cultuur of geschiedenis.
5. Nationalisme
De ideologie die streeft naar het laten samenvallen van natiegrenzen met staatsgrenzen. Dit
kan inclusief of exclusief zijn.
2
, 6. Inclusieve natie
Iedereen mag meedoen mits gedeelde waarden en participatie. Focus op solidariteit zonder
afkomst als voorwaarde.
7. Exclusieve natie (‘bloed en bodem’)
Natie wordt gedefinieerd op basis van geboorte en etniciteit. Migranten worden uitgesloten
van volledige deelname.
8. Inburgering
Het proces waarbij migranten taal, waarden en normen van het ontvangende land leren. Maar:
hoeveel mag je eisen? Wanneer wordt het uitsluiting?
9. Symboliek en beeldvorming
Kaarten, standbeelden, boeken en prenten zijn geen neutrale voorstellingen van het verleden.
Ze versterken een bepaald verhaal of identiteit.
10. Standplaatsgebondenheid
Iedereen kijkt naar geschiedenis vanuit zijn/haar eigen referentiekader (tijd, cultuur,
opvoeding…). Dit beïnvloedt interpretatie.
11. Eurocentrisme
Het westerse perspectief wordt als norm gezien, waardoor andere geschiedenissen als “minder
belangrijk” of “afgeleid” worden behandeld.
12. Multiperspectiviteit
Het vermogen om meerdere standpunten naast elkaar te bekijken, zonder je eigen visie als
absoluut te beschouwen.
13. Historisch denken
Het vermogen om denkkaders uit andere tijden te begrijpen, ondanks culturele en morele
verschillen. Vergelijkbaar met "reizen in de tijd".
14. Egodocument
Persoonlijke bron zoals een dagboek of brief. Ze tonen hoe mensen hun tijd zelf beleefden –
zeer waardevol, maar ook subjectief.
15. Empathie vs. Goedkeuring
Begrijpen waarom mensen in het verleden iets deden, is niet hetzelfde als het goedkeuren.
Historisch inzicht vraagt nuance.
3: De kunst van het navigeren – Oriëntatie in het verleden
Begrip Verklaring
2