GEZONDHEIDSPREVENTIE
DEEL 1: VOEDSELSAMENSTELLING & LEVENSMIDDELENCHEMIE
H1 KOOLHYDRATEN
1. Inleiding:
= Sachariden = suikers —> aangemaakt dr fotosynthese: Cn(H₂O)n
- Chemisch: oxidatieproducten vn polyalcoholen = polyhydroxyaldehyden & -ketonen
- Monosachariden: dr hydrolyse niet verder ontbonden
- Oligosachariden = 2-10 monosachariden —> dr hydrolyse vrijgesteld
- Polysachariden = macromoleculairen, fysisch & chemisch afwijkend vd bouwstenen
- Nutritioneel:
- Energiebron na resorptie —> verbranding
- Lagere energieinhoud dan vetten (9 kcal of 38 kJ/g vet tov. 4 kcal of 17 kJ/g suiker)
- Vezels = niet-verteerbare koolhydraten: belangrijk in voeding
- Organoleptische bijdrage:
- Zoetend vermogen a aromasto en (dr karamellisatie & andere reacties)
2. Monosachariden
- Fischer projectie —> Haworth projectie kunnen tekenen (stoelconf):
Fischer: OH rechts (links) = Haworth: OH nr onder (boven)
- Aldose = C1: aldehyde
- Ketose = C2: keton
- Con guratie
- Benaming volgens #C-atomen
- Ketogroep = ketosen / aldehydegroep = aldosen
- Nummering C vanaf uiteinde dat dichtst bij de reducerende functie ligt
- Chirale centra (asymmetrische C-atomen) —> 4 versch substituenten
- Enantiomeren: bovenste OH links = L / rechts = D —> chemisch niet te onderscheiden
- Optische activiteit
- Optische isomeren: vermogen om draaiingsvlak van gepolariseerd licht te wijzigen
(zelfde mate, in tegengestelde zin)
- Rechtsdraaiend (+); linksdraaiend (-)
- Racemische / equimolaire mengsels D & L = optisch inactief
—> verschillend smeltpunt dan vd zuivere isomeren!
- Polarimetrie (polarimeter)
- Mutarotatie
- Hemiacetal- / lactol-vorming dr inwendige ringvormen tssn carbonylgroep & C5
- C1 atoom = ook asymmetrisch: diastereoisomeren / anomeren (α- en β-vorm)
—> met elk een eigen optische activiteit (= geen optische isomeren)
- α = nieuwe OH aan zelfde kant als bovenste OH vn oorspronkelijke con guratie
- β = nieuwe OH aan andere kant als bovenste OH vn oorspronkelijke con guratie
- D-glucose: apart gekristalliseerd —> afwijkende fysische eigenschappen: mengkristallen
- α: uit water
- β: uit pyridine
- 1 vn beide in oplossing: dynamisch tautomeer evenwicht = mutarotatie: via de open
structuur w 1 deel omgezet tot andere vorm
- Haworth projectie = stoelcon guratie met alle groepen equatoriaal
- Hemiacetalen —> pyranosering (6-ring)
- Ketosen —> ook furanosering (5-ring)
1
fi fi ff fifi
,2.1.Algemene eigenschappen
- Kleurloze, vaste sto en, oplosbaar in water (+ moeilijk uit te kristalliseren uit wateropl.)
- Goed oplosbaar in water: dr OH-groepen (minder in methanol & ethanol)
- Zoet (soms bitter / zonder smaak)
- Karamellisatie bij verwarmen: verliezen water & w bruin
- Vergisting: omzetting hexosen in alcohol + CO₂
- Bacteriële afbraak —> organische zuren: lactose —> melkzuur (yoghurt, zuurkool)
- Alkalisch milieu: reduceren makkelijk koper- & ijzerionen: aldehydegroep —> carboxyl
- Fructose: makkelijk gepimeriseerd tot glucose (op C2) = ook reducerend
- In planten: omzetting mono —> minder reactieve oligo- & polysachariden:
glucose & fructose —> niet-reducerend sacharose = transport & stockage
- Glucose —> zetmeel & cellulose
- Fructose —> insuline
2.2.Monosachariden in levensmiddelen:
2.2.1.Hexosen:
- α-D-glucose (druivensuiker, dextrose) = belangrijkste koolhydraat (nutritioneel)
- Honing = niet gezonder: geeft evenveel energie als gwn suiker
- Bouwsteen riet-, melk-, moutsuiker, zetmeel, glycogeen, cellulose
- Dextrose: dexter = rechtsdraaiend
- Verschillend zoetend vermogen: sacharose = 100
- D-Galactose:
- Bouwtsene lactose (melksuiker), ra nose
- In polysach: arabische gom, johannesbroodgom
- D-fructose: (fruitsuiker, levulose)
- Belangrijke bouwsteen inuline
- Linksdraaiend
- In zoete vruchten
- Kristallijne vorm = pyranosestructuur (6-ring)
- Gebonden in sacharose = furanosevorm (5-ring)
- Gebruikt in dieetproducten: hoger zoetend vermogen, dus minder suiker nodig
- Invert suiker = gehydrolyseerd sacharose = glucose + fructose in zelfde hoeveelheid:
niet meer gebonden, los fructose = hoger zoetend vermogen, bewaart langer
—> polarisatievlak: rechts —> links draaiend (= geïnverteerd)
—> dr invertase uit gistcellen
- Inuline = voedingsvezel: lange keten fructose-eenheden met op einde 1 glucose
—> Pre-bioticum: darmbacteriën veel gunstiger = gezondere darm ora (dr fructose)
2.2.2.Suikeralcoholen
→ Volledig gereduceerd: aldehyde weg = poly-acohol: enkel OH-groepen
- Lagere E-waarde: 2,4 ipv 4 kcal (dieet)
- Zoetend vermogen ↓ = ↑ nodig (niet beste vervanger)
- D-Sorbitol = meest natuurlijk voorkomend: in fruit, behalve in druiven
—> wijn checken: mag geen sorbitol zitten (kwaliteitsparameter)
—> zoetstof in kauwgom zonder suiker
- Xylitol: groter zoetend vermogen, 1/2 E-waarde = goede vervanger suikers
- Kauwgom, dieetvoeding vr diabetici
- Komt voor in aardbeien, frambozen, bloemkool
- Nadeel: laxatif
2
ff ffi fl
, 3. Oligosachariden
3.1.Sacharose (sucrose, klontje suiker)
- In suikerriet & suikerbieten + stengels maïs
- Chemisch: β-D-fructofuranosyl-α-D-glucopyranoside
- Transport vn monosachariden id planten: onder vorm vn sucrose dr lage reactiviteit
- Gevoelig aan zure hydrolyse dr furano-structuur fructose (enkel pyranose = ↓ gevoeligheid)
(hydrolyse = glycosidische bindingen verbreken)
- Monosach. gebonden via glycosidische binding dr afsplitsing vn water
- Positie binding belangrijk: glucose via C1 (aldehyde), fructose via C2 (keto)
—> geen reducerend vermogen meer!!: glycosidische binding tssn beide lactolgroepen
3.2.Maltose (moutsuiker: bierbrouwen)
- 2x glucose: C1 & C4 —> C2 glucose 2 is nog vrij = blijft reducerend
- Bier: start vn gerst (graan) —> water toevoegen
—> mout = ontkiemde graan: zetmeel w maltose (dr hydrolyse) —> w alcohol met gist
- Zoetend vermogen: minder zoet
3.3.Lactose (melksuiker): koe & moeder
- Galactose + glucose gebonden via C1-C4 = reducerend
- Melkzuurbacteriën zetten lactose om tot melkzuur
- Zoetend vermogen: minst zoet —> baby is niet gewend aan zoete dingen
- Enkel fermentatie dr speciale gistsoorten —> ke r = zure drank met 1% alcohol
4. Polysachariden:
- Homopolymeren = 1 soort monomeer —> bouwsteen+aan: D-glucaan
- Heteropolymeren = weinig / niet oplosbaar in water, niet zoet
- Afbraak tot bouwstenen: zure / enzymatische hydrolyse
- Degradatie dr oxidatie / basische sto en —> afbraakproducten ≠ bouwstenen
4.1. Zetmeel = glucose-eenheden via α-binding aan elkaar
- Spijsverteringsstelsel: enkel α-splitsend
- Cellulose = via β-bindingen = ongeschikt vr menselijke voeding = niet-degradeerbaar
- Herkauwers: via microbiële ora id maag —> enzymen die wel β kunnen splitsen (gras)
- Belangrijkste E-bron id voeding: graan (rijst, maïs, tarwe) = 75% zetmeel + aardappelen
- Structuur
- 2 soorten polysachariden vn D-glucose:
- Lineair = amylose
- Vertakt = amylopectine
- Komt voor in korrels
- Sommige graansoorten: enkel amylopectine
- Amylose
- Lange onvertakte ketens glucose: α binding C1-4
- Oplosbaar in warm water
- Dubbele helix
- Amylopectine
- Minder oplosbaar
- Lateraal verankerd tssn C1 eindstandige glucose & C6 andere keten
—> verdere vertakkingen
- Zetmeelkorrels
- In planten: bij verwerking vn graan (malen,..) niet aangetast
- Identi catiemiddel: zeer speci eke structuur
- Radiale schikking amylose-amylopectine mengsels in concentrische schalen
—> dr H-bruggen bij elkaar = kristallijn deel vd korrel
- Lossere stapeling = amorfe zones —> makkelijk toegankelijk vr water
- Rijst: kleinste, aardappel; grootste korrels
3
fi fl fi ff fi
, 4.2. Glycogeen = reservebron glucose: belangrijk voor spieren
- Dierlijk zetmeel: vooral id lever & spieren
- Vertakt polymeer D-glucose
4.3. Cellulose = niet verteerbaar dr menselijke enzymen: β-binding
- Bouwmateriaal planten = meest voorkomend koolhydraat
- Niet verteerbaar dr de mens (β) = geen voedingsstof
- Toch: cellulosehoudende groenten & vruchten —> motiliteit darmstelsel ↑
- Belangrijkste component voedingsvezelfractie
- Herhalende disacharide = cellobiose
4.4. Pectinen
- Uronzuur: galactose waar terminale OH-functie carboxylfunctie is: COOH
- Con tuur: binding (gel-vorm): uit aardbeien pectinen vrijgesteld —> duurt lang:
con tuur-suiker toevoegen = pectinen: hoge methylatie-graad = snelle vorming gel
- Zuur milieu + grote hoeveelheden sacharose vormen pectinen gel
- Complexe colloïdale koolhydraten (heteropolymeren)
- (1,4)-α-D-galacturonopyranosyleenheden + D-galactose en L-arabinose waarbij de
vrije carboxylgroepen partieel veresterd zijn / geneutraliseerd dr basen
- Snelle pectinen = om uitzakking vd vruchten te voorkomen (DM >70)
- Dieetcon tuur: DM <50, weinig suiker en divalente kationen (Ca, Mg)
- DM = Degree of Methylation = (# gemethyleerde) / (totaal #galacturonzuurresten)
—> onderscheiding pectinesoorten
4.5. Dextrinen
- Geur geroosterd brood, beter verteerbaar: zetmeel afgebroken (ook goed vr baby)
- Gedeeltelijk afgebroken zetmeel (3-10 D-glucose eenheden)
- Fysicochemische eigenschappen afhankelijk vd afmeting:
- Zware moleculen lossen slecht op in water (enkel zwellen bij hogere temp); lichte
moleculen lossen goed op + hebben uiterst gering verdikkingse ect
4.6. Plantaardige gommen
- Natuurlijk voorkomende polysachariden: hetero-polymeren
- Als stabilisator / verdikkingsmiddel gebruikt (pudding, romig ijs…)
- Hydrocolloïden omdat ze met koud / warm water viskeuze oplossingen vormen
- Di erentiëren na hydrolyse & identi ceren vd bouwstenen
- Niet verteerbaar
- Voorbeelden:
- Guar: uit boon = verdikkingsmiddel
- Johannesbroodpitmeel: zaden = verdikkingsmiddel —> nutrilon voor baby’s
- Carrageen: chocomelk = stabilisator: zorgt dat vetdruppels zich niet afscheiden vn
watergedeelte
4.7. Voedingsvezel
- Niet verteerbare polysachariden, maar belangrijk vr darm-microbioom
- Gezondheidse ecten: ↓ verlaagd risico
- Coronair hartlijden, beroerte, ↑ - Obesitas
bloeddruk - Sommige kankers
- Diabetes - G-I aandoeningen
- Types:
- Niet-zetmeel polysachariden: cellulose, pectine, inuline,…
- Enzym-weerstanding zetmeel = moeilijk verteerbaar: nog opgesloten in plantsel
- Lignine: polyfenol in planten
- Versch soorten voedingsvezels (chemische structuren) = versch fysiologische e ecten
4
ff fifi
fi ff fi ff ff
DEEL 1: VOEDSELSAMENSTELLING & LEVENSMIDDELENCHEMIE
H1 KOOLHYDRATEN
1. Inleiding:
= Sachariden = suikers —> aangemaakt dr fotosynthese: Cn(H₂O)n
- Chemisch: oxidatieproducten vn polyalcoholen = polyhydroxyaldehyden & -ketonen
- Monosachariden: dr hydrolyse niet verder ontbonden
- Oligosachariden = 2-10 monosachariden —> dr hydrolyse vrijgesteld
- Polysachariden = macromoleculairen, fysisch & chemisch afwijkend vd bouwstenen
- Nutritioneel:
- Energiebron na resorptie —> verbranding
- Lagere energieinhoud dan vetten (9 kcal of 38 kJ/g vet tov. 4 kcal of 17 kJ/g suiker)
- Vezels = niet-verteerbare koolhydraten: belangrijk in voeding
- Organoleptische bijdrage:
- Zoetend vermogen a aromasto en (dr karamellisatie & andere reacties)
2. Monosachariden
- Fischer projectie —> Haworth projectie kunnen tekenen (stoelconf):
Fischer: OH rechts (links) = Haworth: OH nr onder (boven)
- Aldose = C1: aldehyde
- Ketose = C2: keton
- Con guratie
- Benaming volgens #C-atomen
- Ketogroep = ketosen / aldehydegroep = aldosen
- Nummering C vanaf uiteinde dat dichtst bij de reducerende functie ligt
- Chirale centra (asymmetrische C-atomen) —> 4 versch substituenten
- Enantiomeren: bovenste OH links = L / rechts = D —> chemisch niet te onderscheiden
- Optische activiteit
- Optische isomeren: vermogen om draaiingsvlak van gepolariseerd licht te wijzigen
(zelfde mate, in tegengestelde zin)
- Rechtsdraaiend (+); linksdraaiend (-)
- Racemische / equimolaire mengsels D & L = optisch inactief
—> verschillend smeltpunt dan vd zuivere isomeren!
- Polarimetrie (polarimeter)
- Mutarotatie
- Hemiacetal- / lactol-vorming dr inwendige ringvormen tssn carbonylgroep & C5
- C1 atoom = ook asymmetrisch: diastereoisomeren / anomeren (α- en β-vorm)
—> met elk een eigen optische activiteit (= geen optische isomeren)
- α = nieuwe OH aan zelfde kant als bovenste OH vn oorspronkelijke con guratie
- β = nieuwe OH aan andere kant als bovenste OH vn oorspronkelijke con guratie
- D-glucose: apart gekristalliseerd —> afwijkende fysische eigenschappen: mengkristallen
- α: uit water
- β: uit pyridine
- 1 vn beide in oplossing: dynamisch tautomeer evenwicht = mutarotatie: via de open
structuur w 1 deel omgezet tot andere vorm
- Haworth projectie = stoelcon guratie met alle groepen equatoriaal
- Hemiacetalen —> pyranosering (6-ring)
- Ketosen —> ook furanosering (5-ring)
1
fi fi ff fifi
,2.1.Algemene eigenschappen
- Kleurloze, vaste sto en, oplosbaar in water (+ moeilijk uit te kristalliseren uit wateropl.)
- Goed oplosbaar in water: dr OH-groepen (minder in methanol & ethanol)
- Zoet (soms bitter / zonder smaak)
- Karamellisatie bij verwarmen: verliezen water & w bruin
- Vergisting: omzetting hexosen in alcohol + CO₂
- Bacteriële afbraak —> organische zuren: lactose —> melkzuur (yoghurt, zuurkool)
- Alkalisch milieu: reduceren makkelijk koper- & ijzerionen: aldehydegroep —> carboxyl
- Fructose: makkelijk gepimeriseerd tot glucose (op C2) = ook reducerend
- In planten: omzetting mono —> minder reactieve oligo- & polysachariden:
glucose & fructose —> niet-reducerend sacharose = transport & stockage
- Glucose —> zetmeel & cellulose
- Fructose —> insuline
2.2.Monosachariden in levensmiddelen:
2.2.1.Hexosen:
- α-D-glucose (druivensuiker, dextrose) = belangrijkste koolhydraat (nutritioneel)
- Honing = niet gezonder: geeft evenveel energie als gwn suiker
- Bouwsteen riet-, melk-, moutsuiker, zetmeel, glycogeen, cellulose
- Dextrose: dexter = rechtsdraaiend
- Verschillend zoetend vermogen: sacharose = 100
- D-Galactose:
- Bouwtsene lactose (melksuiker), ra nose
- In polysach: arabische gom, johannesbroodgom
- D-fructose: (fruitsuiker, levulose)
- Belangrijke bouwsteen inuline
- Linksdraaiend
- In zoete vruchten
- Kristallijne vorm = pyranosestructuur (6-ring)
- Gebonden in sacharose = furanosevorm (5-ring)
- Gebruikt in dieetproducten: hoger zoetend vermogen, dus minder suiker nodig
- Invert suiker = gehydrolyseerd sacharose = glucose + fructose in zelfde hoeveelheid:
niet meer gebonden, los fructose = hoger zoetend vermogen, bewaart langer
—> polarisatievlak: rechts —> links draaiend (= geïnverteerd)
—> dr invertase uit gistcellen
- Inuline = voedingsvezel: lange keten fructose-eenheden met op einde 1 glucose
—> Pre-bioticum: darmbacteriën veel gunstiger = gezondere darm ora (dr fructose)
2.2.2.Suikeralcoholen
→ Volledig gereduceerd: aldehyde weg = poly-acohol: enkel OH-groepen
- Lagere E-waarde: 2,4 ipv 4 kcal (dieet)
- Zoetend vermogen ↓ = ↑ nodig (niet beste vervanger)
- D-Sorbitol = meest natuurlijk voorkomend: in fruit, behalve in druiven
—> wijn checken: mag geen sorbitol zitten (kwaliteitsparameter)
—> zoetstof in kauwgom zonder suiker
- Xylitol: groter zoetend vermogen, 1/2 E-waarde = goede vervanger suikers
- Kauwgom, dieetvoeding vr diabetici
- Komt voor in aardbeien, frambozen, bloemkool
- Nadeel: laxatif
2
ff ffi fl
, 3. Oligosachariden
3.1.Sacharose (sucrose, klontje suiker)
- In suikerriet & suikerbieten + stengels maïs
- Chemisch: β-D-fructofuranosyl-α-D-glucopyranoside
- Transport vn monosachariden id planten: onder vorm vn sucrose dr lage reactiviteit
- Gevoelig aan zure hydrolyse dr furano-structuur fructose (enkel pyranose = ↓ gevoeligheid)
(hydrolyse = glycosidische bindingen verbreken)
- Monosach. gebonden via glycosidische binding dr afsplitsing vn water
- Positie binding belangrijk: glucose via C1 (aldehyde), fructose via C2 (keto)
—> geen reducerend vermogen meer!!: glycosidische binding tssn beide lactolgroepen
3.2.Maltose (moutsuiker: bierbrouwen)
- 2x glucose: C1 & C4 —> C2 glucose 2 is nog vrij = blijft reducerend
- Bier: start vn gerst (graan) —> water toevoegen
—> mout = ontkiemde graan: zetmeel w maltose (dr hydrolyse) —> w alcohol met gist
- Zoetend vermogen: minder zoet
3.3.Lactose (melksuiker): koe & moeder
- Galactose + glucose gebonden via C1-C4 = reducerend
- Melkzuurbacteriën zetten lactose om tot melkzuur
- Zoetend vermogen: minst zoet —> baby is niet gewend aan zoete dingen
- Enkel fermentatie dr speciale gistsoorten —> ke r = zure drank met 1% alcohol
4. Polysachariden:
- Homopolymeren = 1 soort monomeer —> bouwsteen+aan: D-glucaan
- Heteropolymeren = weinig / niet oplosbaar in water, niet zoet
- Afbraak tot bouwstenen: zure / enzymatische hydrolyse
- Degradatie dr oxidatie / basische sto en —> afbraakproducten ≠ bouwstenen
4.1. Zetmeel = glucose-eenheden via α-binding aan elkaar
- Spijsverteringsstelsel: enkel α-splitsend
- Cellulose = via β-bindingen = ongeschikt vr menselijke voeding = niet-degradeerbaar
- Herkauwers: via microbiële ora id maag —> enzymen die wel β kunnen splitsen (gras)
- Belangrijkste E-bron id voeding: graan (rijst, maïs, tarwe) = 75% zetmeel + aardappelen
- Structuur
- 2 soorten polysachariden vn D-glucose:
- Lineair = amylose
- Vertakt = amylopectine
- Komt voor in korrels
- Sommige graansoorten: enkel amylopectine
- Amylose
- Lange onvertakte ketens glucose: α binding C1-4
- Oplosbaar in warm water
- Dubbele helix
- Amylopectine
- Minder oplosbaar
- Lateraal verankerd tssn C1 eindstandige glucose & C6 andere keten
—> verdere vertakkingen
- Zetmeelkorrels
- In planten: bij verwerking vn graan (malen,..) niet aangetast
- Identi catiemiddel: zeer speci eke structuur
- Radiale schikking amylose-amylopectine mengsels in concentrische schalen
—> dr H-bruggen bij elkaar = kristallijn deel vd korrel
- Lossere stapeling = amorfe zones —> makkelijk toegankelijk vr water
- Rijst: kleinste, aardappel; grootste korrels
3
fi fl fi ff fi
, 4.2. Glycogeen = reservebron glucose: belangrijk voor spieren
- Dierlijk zetmeel: vooral id lever & spieren
- Vertakt polymeer D-glucose
4.3. Cellulose = niet verteerbaar dr menselijke enzymen: β-binding
- Bouwmateriaal planten = meest voorkomend koolhydraat
- Niet verteerbaar dr de mens (β) = geen voedingsstof
- Toch: cellulosehoudende groenten & vruchten —> motiliteit darmstelsel ↑
- Belangrijkste component voedingsvezelfractie
- Herhalende disacharide = cellobiose
4.4. Pectinen
- Uronzuur: galactose waar terminale OH-functie carboxylfunctie is: COOH
- Con tuur: binding (gel-vorm): uit aardbeien pectinen vrijgesteld —> duurt lang:
con tuur-suiker toevoegen = pectinen: hoge methylatie-graad = snelle vorming gel
- Zuur milieu + grote hoeveelheden sacharose vormen pectinen gel
- Complexe colloïdale koolhydraten (heteropolymeren)
- (1,4)-α-D-galacturonopyranosyleenheden + D-galactose en L-arabinose waarbij de
vrije carboxylgroepen partieel veresterd zijn / geneutraliseerd dr basen
- Snelle pectinen = om uitzakking vd vruchten te voorkomen (DM >70)
- Dieetcon tuur: DM <50, weinig suiker en divalente kationen (Ca, Mg)
- DM = Degree of Methylation = (# gemethyleerde) / (totaal #galacturonzuurresten)
—> onderscheiding pectinesoorten
4.5. Dextrinen
- Geur geroosterd brood, beter verteerbaar: zetmeel afgebroken (ook goed vr baby)
- Gedeeltelijk afgebroken zetmeel (3-10 D-glucose eenheden)
- Fysicochemische eigenschappen afhankelijk vd afmeting:
- Zware moleculen lossen slecht op in water (enkel zwellen bij hogere temp); lichte
moleculen lossen goed op + hebben uiterst gering verdikkingse ect
4.6. Plantaardige gommen
- Natuurlijk voorkomende polysachariden: hetero-polymeren
- Als stabilisator / verdikkingsmiddel gebruikt (pudding, romig ijs…)
- Hydrocolloïden omdat ze met koud / warm water viskeuze oplossingen vormen
- Di erentiëren na hydrolyse & identi ceren vd bouwstenen
- Niet verteerbaar
- Voorbeelden:
- Guar: uit boon = verdikkingsmiddel
- Johannesbroodpitmeel: zaden = verdikkingsmiddel —> nutrilon voor baby’s
- Carrageen: chocomelk = stabilisator: zorgt dat vetdruppels zich niet afscheiden vn
watergedeelte
4.7. Voedingsvezel
- Niet verteerbare polysachariden, maar belangrijk vr darm-microbioom
- Gezondheidse ecten: ↓ verlaagd risico
- Coronair hartlijden, beroerte, ↑ - Obesitas
bloeddruk - Sommige kankers
- Diabetes - G-I aandoeningen
- Types:
- Niet-zetmeel polysachariden: cellulose, pectine, inuline,…
- Enzym-weerstanding zetmeel = moeilijk verteerbaar: nog opgesloten in plantsel
- Lignine: polyfenol in planten
- Versch soorten voedingsvezels (chemische structuren) = versch fysiologische e ecten
4
ff fifi
fi ff fi ff ff