100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting - Inleiding in de Bedrijfskunde (BK1201)

Rating
-
Sold
-
Pages
79
Uploaded on
23-09-2025
Written in
2024/2025

Uitgebreide samenvatting van alle colleges, video's en het boek: 'Introduction to business Custom edition'. Alle informatie die je nodig hebt voor het tentamen.

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
September 23, 2025
Number of pages
79
Written in
2024/2025
Type
Summary

Subjects

Content preview

Inleiding in de bedrijfskunde
Businesses in context
 Environmental context: factoren = economie + de staat + technologie + werk + culturele en
institutionele verschillen, context van globaliseren
 Organizational context: key elements organization = doelen + structuur + eigendom + size +
organisatie-/bedrijfscultuur
 Strategic context: managementbeslissingen + invloeden van de beslissingen die de richting
van de bedrijfsactiviteiten bepalen, strategie: reeks doelstellingen + methoden om
doelstellingen te bereiken

Module 1
Business activities
Activiteiten beïnvloeden elkaar, activiteiten hangen af van de context waarin ze opereren
 Innovation
 Operations
 Marketing
 Human Resource Management (HRM)
 Finance en accounting

Scientific management
 Wetenschappelijke benadering
 Focus op arbeider
 Verbeter productiviteit door minimale aantal bewegingen op snelste manier te maken
 Onnodige bewegingen en tijd verwijderen
 Draait om efficiëntie
 Mensen als machines
 Scheiding van denken over wat er moet gebeuren en het doen
 Taakverdeling – arbeidsverdeling om efficiënter te maken
 Veel controle
 Vechten tegen de tirannie van de vuist – vuistregel
 Simpele routines
 Lopende band – verhoging efficiëntie
 Motivatie: geld (meer geld)
 ‘Economic man’: arbeider is rationeel berekende machine gedreven door eigenbelang,
rijkdom willen bezitten
 Nadelen:
- Focus op controleren gedrag (negeerde grotere systeem)
- Slecht/beledigend begrip van werknemers
- Beperkt idee van wat werknemers motiveert
- Individuele focus

Human Relations
 Reageerde op scientific management: gaf ideeën hoe werknemers gemotiveerd konden
worden  aandacht voor werknemer
 Productiviteit verbeteren door betere werkomstandigheden (meer rustpauzes)
 Experiment- en interviewprogramma’s

,  Tegen repetitie – saaiheid
 Arbeiders worden niet alleen door geld gemotiveerd maar ook door werkomstandigheden en
aandacht
 De houding en het moreel van arbeiders kunnen de negatieve effecten van vermoeidheid,
eentonigheid en verveling tegengaan
 ‘Social man’

Bureaucratic management
 Kritiek op de traditionele autoriteit: relaties, verwantschap (familie), gewoonten/traditie –
omdat het altijd zo geweest is
 Kritiek op particularisme/ vriendjespolitiek: werknemers aannemen/ ontslaan vanwege
factoren die geen verband hebben met organisatie: religie, geslacht, relatie, familiebanden
 Weber reageerde met rationeel-juridische autoriteit
 Traditionele autoriteit + particularisme bestrijden door Weber’s principes:
 Formele regels
 Hiërarchie
 Autoriteit van functie of positie
 Arbeidsverdeling
 Systematische beloningsstructuur (gebaseerd op iemands verdiensten ipv connecties)
 Scheiding werk en privé
 Nadelen:
- Red tape (mensen raken te gefixeerd op de regels ten koste van de activiteiten die
moeten worden uitgevoerd)
- Rigide
- Stiekeme vriendjespolitiek

Systeemtheorie
 Bedrijven zijn complexer dan werd gedacht + bedrijven werden complexer
 Bedrijven werden als open systemen gezien/ lichamen/ levende organismen – bedrijven
worden beïnvloed door factoren van buitenaf, moeten reageren op omgeving
 Input  wordt beïnvloedt door omgeving en feedback (internal processes)  systeem
past zich aan  output
 Door feedbackloops past het systeem zich aan en leert het veranderingen aan te brengen
om te overleven en te groeien
 Dominante vorm van systeemtheorie = contingency theory: hoe organisatie past in
omgeving, richt zich op structuur en procedures, mate waarin de structuur past in
omgeving
 Principes:
- Permeabiliteit: organisatie als open systemen
- Holisme: systemen moeten in hun geheel worden beschouwd
- Entropie: pas op voor de puinhoop – als je niet constant goed voor het systeem blijft
zorgen het gaat verslechteren (behouden van balans)
- Equifinaliteit: er is meer dan 1 beste manier

Netwerk theorie
 Organisaties zijn netwerken (ipv piramides) met nodes (knooppunten) en ties
(connecties)
 Netwerken zijn levend want ze veranderen voortdurend
 Netwerken zijn relaties tussen meerdere onderling afhankelijke, zelforganiserende
eenheden
 Strong ties = sterke relaties – hechte groepen die informatie delen die ze al hebben

,  Weak ties = zwakke relaties – meer unieke informatie die bruggen vormen
 Kaizen = continu alle functies verbeteren en alle medewerkers betrekken (intern)
 Keiretsu = waarderen van langdurige relaties met respect voor een uitgebreid netwerk
van partners (extern)
 Gevaar: kwetsbaar
 Verschillen:
- Innovativiteit ipv efficiëntie
- Managers faciliteren (begeleiden) ipv dirigeren
- Vertrouwen (cultuur) ipv bureaucratische regels
- Horizontale relaties ipv verticale relaties (piramide)

Module 2: environmental context
 Macro-trends bepalen de bedrijvigheid van morgen

Veranderingen in omgeving organisatie
 Technologische veranderingen
 Economische veranderingen
 Maatschappelijke veranderingen
 Klimaatverandering

De organisatie-omgeving
Directe omgeving/ taakomgeving
 Consumenten/afnemers
 Concurrenten
 Toeleveranciers
 Overheid
 Belangengroepen/maatschappelijke organisaties
Indirecte omgeving
 Technologische context (hieronder meer): innovaties
- Nieuwe technologieën leiden tot nieuwe bedrijfsmodellen
- Veel hangt samen met digitalisering
- Andere bedrijfsmodellen verdwijnen
- Kan ook bedrijfsvoering verbeteren
- Nieuwe manier van werken (digitaal)
- Bedrijven moeten zich aan blijven passen aan de technologische ontwikkelingen om
te overleven
 Politieke context: beleid overheden
- Overheden bepalen regelgeving, belastingen, subsidies
- Overheden regelen bedrijfsactiviteiten die grenzen overgaan: importtarieven etc.
- Politieke spanningen verslechteren internationale investerings- en handelsklimaat
 Economische context: ontwikkelingen nationale en internationale economie
- Tijdens economische crisis is het overleven voor bedrijven
- Eerst waren westerse landen dominant in wereldhandel, maar niet-westerse landen
(vooral Azië) steeds groter aandeel wereldeconomie
- Overheden beïnvloeden investeringsklimaat: politieke consistentie bevorderen
economisch klimaat  bedrijven durven risico’s te nemen en willen investeren
 Socioculturele context: maatschappelijke situatie en ontwikkelingen
- Door maatschappelijke veranderingen (bv. BLM) worden ook veranderingen in
bedrijven verwacht
 Ecologische context (klimaat en milieu): natuurlijke omgeving

, - Klimaatveranderingen, virussen etc. leiden tot hoge kosten voor bedrijven

Globalisering
 = wereldwijde uitwisseling van goederen, diensten, kapitaal, informatie, ideeën en mensen
 = toenemende onderlinge afhankelijkheid tussen landen: corona snel verspreiden, snelle
wereldwijde informatie verspreiding
 Culturele globalisering: zoals sushi, halloween, pizza
 Globalisering verwijst naar een toenemende vervlechting van de wereldeconomie
 Globalisering 1.0 (1880-1920): wereldhandel neemt sterk toe door nieuwe
transportmiddelen + lagere importtarieven
 Globalisering 2.0 (1980-2014): na wereldcrisis komt globalisering weer op gang door politieke
veranderingen, internationale samenwerking, maatschappelijke veranderingen,
technologische factoren
 Effecten globalisering: sterke toename van wereldhandel, internationale investeringen,
internationaal kapitaal, uitwisseling kennis/informatie/ideeën, grensoverschrijdend verkeer
mensen
 Nadelen globalisering:
- Toenemende inkomensongelijkheid (vooral niet-Europese landen)
- Groeiende afhankelijkheid van internationale toeleveranciers
- Klimaat en milieu slachtoffer van globalisering (reizen)

Regionalisering
 = internationale handel, investeringen, instituties binnen regio’s: afbraak van internationale
samenwerkingen, Brexit, protesten tegen globalisering (baanverlies)

Multinationals
 Gezien als symbool van globalisering
 = bedrijven die buitenlandse vestigingen hebben en in verschillende landen opereren (niet
elke onderneming met buitenlandse activiteiten is multinational, je moet wel buitenlandse
vestigingen in meerdere landen hebben)
 Belangrijk voor wereldeconomie + dragen bij aan groei wereldhandel
 Eerst waren multinationals vooral westerse landen, maar tegenwoordig komen
multinationals uit de hele wereld

Fundamental question
 = Wat bepaald succes of verlies bij bedrijven die alle grenzen over gaan (buitenlandse)
 Institution-based view: formele en informele regels (extern)
 Resource-based view: middelen en capaciteiten van het bedrijf zelf (intern)

Liability of outsidership
 = Het gebrek aan bekendheid en netwerken wat buitenstaanders ervaren in een nieuwe
omgeving

Strategische methode
 PESTE analyse: politiek, economisch, sociale, technisch, ecologisch

We leven in VUCA world
 Volatility
 Uncertainty: onzeker over de effecten van opkomende processen
 Complexity: er zijn heel veel oorzaken en gevolgen
$13.48
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
marieke__1

Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
marieke__1 Erasmus Universiteit Rotterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
0
Member since
2 year
Number of followers
1
Documents
10
Last sold
-
Alle bedrijfskunde samenvattingen EUR

Ik heb alle samenvattingen van Bedrijfskunde EUR jaar 1 geupload. Met deze samenvattingen heb ik al mijn tentamens in 1 keer gehaald.

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions