HOOFDSTUK 10 – VACCINATIE
VERHOGEN VAN DE IMMUNITEIT TEGEN PATHOGENEN
Passieve immunisatie = transfer van (antimicrobiële) antistoffen
à korte termijn bescherming, geen geheugen
Actieve immunisatie = vaccinatie
à injectie van het antigen
à inductie van (lange termijn) immuun geheugen en bescherming
- subunit vaccin (recombinant proteïne + adjuvans)
- afgedode pathogenen
- levende geattenueerde pathogenen
- DNA of RNA
Vaccinatie met levende geattenueerde pathogenen
1ste vaccin met koepokken (Vaccinia, vacca = cow) tegen pokken (Variola) à eradicatie van pokken
= enige ziekte die men volledig heeft kunnen eridaceren (= uitroeien),
enkel nog bijgehouden in beveiligde laboratoria (3)
à rabies, tuberculosis, gele koorts, polio, mazelen, rubella, bof, varicella, cholera,influenza, rotavirus
(pokken kwamen vooral voor in steden, niet echt op het vaste land door contact koeien)
INFECTIES EN VACCINS
“Zijn vaccins nuttig en effectief doeltreffend?” JA!
à grafieken met data van uit VS (voor Europa hetzelfde):
tonen aan dat heel veel ziektes na gebruik van vaccins teruggedrongen zijn
(tabel met gevallen van geselecteerde infectieuse ziektes in VS voor en na introductie van effectief vaccin)
Mortaliteitscurves in de loop der geschiedenis van de palaeolythische periode (< 10.000 jaar
geleden) tot nu:
UK/Europa:
à bij jonge kinderen weinig sterfte,
à bij hogere leeftijden: meer sterfte (= logisch)
Afrika: Mozambique:
à WEL veel mortaliteit op jonge leeftijden, daarna daalt
de grafiek sneller, volledig te wijden aan infectieuze ziekten
à Hoezo niet in Westerse landen?
Gebruik vaccins + antibiotica + beter hygiëne (NIET door minder goed immuunsysteem
, ACTIEVE VS. PASSIEVE IMMUNISATIE
Passief immuniseren = antistoffen toedienen om pathogeen te elimineren, korte termijn bescherming
à natuurlijke manier: antistoffen van moeder gaan over naar kind via placenta of moedermelk
à artificiele manier: antistoffen isoleren uit bloed van ene persoon en in te spuiten bij andere persoon
Actief immuniseren = immuunrespons induceren, lange termijn bescherming
à natuurlijke manier: als je geïnfecteerd bent geweest
à artificiele manier: vaccinatie
ACTIEVE IMMUNISATIE
Antigen toedienen, gaat een immuunrespons induceren
Antistof effector functies:
- Neutralisatie
- Opsonisatie (fagocytose)
- Antibody-dependent cellularcytotoxicity (ADCC)
- Complement activatie
à Antigen presenterende cel neemt antigen op en presenteert dit, dit activeert CD4+ cellen, deze
activeren B-cellen, deze maken antistoffen
Cytotoxische CD8+ T cellen:
Afdoding van geïnfecteerde cellen (perforine&granzyme, inductie vanapoptosis)
(afhankelijk van soort vaccin: CD8+ T-cellen)
à Migratie naar de lymfeknoop
VERHOGEN VAN DE IMMUNITEIT TEGEN PATHOGENEN
Passieve immunisatie = transfer van (antimicrobiële) antistoffen
à korte termijn bescherming, geen geheugen
Actieve immunisatie = vaccinatie
à injectie van het antigen
à inductie van (lange termijn) immuun geheugen en bescherming
- subunit vaccin (recombinant proteïne + adjuvans)
- afgedode pathogenen
- levende geattenueerde pathogenen
- DNA of RNA
Vaccinatie met levende geattenueerde pathogenen
1ste vaccin met koepokken (Vaccinia, vacca = cow) tegen pokken (Variola) à eradicatie van pokken
= enige ziekte die men volledig heeft kunnen eridaceren (= uitroeien),
enkel nog bijgehouden in beveiligde laboratoria (3)
à rabies, tuberculosis, gele koorts, polio, mazelen, rubella, bof, varicella, cholera,influenza, rotavirus
(pokken kwamen vooral voor in steden, niet echt op het vaste land door contact koeien)
INFECTIES EN VACCINS
“Zijn vaccins nuttig en effectief doeltreffend?” JA!
à grafieken met data van uit VS (voor Europa hetzelfde):
tonen aan dat heel veel ziektes na gebruik van vaccins teruggedrongen zijn
(tabel met gevallen van geselecteerde infectieuse ziektes in VS voor en na introductie van effectief vaccin)
Mortaliteitscurves in de loop der geschiedenis van de palaeolythische periode (< 10.000 jaar
geleden) tot nu:
UK/Europa:
à bij jonge kinderen weinig sterfte,
à bij hogere leeftijden: meer sterfte (= logisch)
Afrika: Mozambique:
à WEL veel mortaliteit op jonge leeftijden, daarna daalt
de grafiek sneller, volledig te wijden aan infectieuze ziekten
à Hoezo niet in Westerse landen?
Gebruik vaccins + antibiotica + beter hygiëne (NIET door minder goed immuunsysteem
, ACTIEVE VS. PASSIEVE IMMUNISATIE
Passief immuniseren = antistoffen toedienen om pathogeen te elimineren, korte termijn bescherming
à natuurlijke manier: antistoffen van moeder gaan over naar kind via placenta of moedermelk
à artificiele manier: antistoffen isoleren uit bloed van ene persoon en in te spuiten bij andere persoon
Actief immuniseren = immuunrespons induceren, lange termijn bescherming
à natuurlijke manier: als je geïnfecteerd bent geweest
à artificiele manier: vaccinatie
ACTIEVE IMMUNISATIE
Antigen toedienen, gaat een immuunrespons induceren
Antistof effector functies:
- Neutralisatie
- Opsonisatie (fagocytose)
- Antibody-dependent cellularcytotoxicity (ADCC)
- Complement activatie
à Antigen presenterende cel neemt antigen op en presenteert dit, dit activeert CD4+ cellen, deze
activeren B-cellen, deze maken antistoffen
Cytotoxische CD8+ T cellen:
Afdoding van geïnfecteerde cellen (perforine&granzyme, inductie vanapoptosis)
(afhankelijk van soort vaccin: CD8+ T-cellen)
à Migratie naar de lymfeknoop