Week 2 Hoofdstuk2 Leren en geheugen
Ontwikkelingsgerontologie
Vorige week:
- Accomoderen: vorjen van nieuwe of aanapssen van bestaande schema’s op grond van
nieuwe informatie of interactier
- Assimileren: invooegen van informatie/handelingen in reeds bestaande
kennisschema’s/handelingsstructuren
Leren en geheugen
Vasthouden van het resultaat van leren (geheugen) → nieuwe kennis, vaardigheden en
mogelijkheden (leren)
Geheugen
= vermogen om ‘informatie’
- Op te slaan, encoderen
- Te bewaren, retentie
- Herkennen, recognitie
- Reproduceren, recall
Geheugen op tijd/duur
- Zintuiglijk geheugen: verlenging van je zintuigen, korte duur, bewust en onbewust
- Korte termijn geheugen/werkgeheugen: info die op dit moment moet worden onthouden,
korte duur
- Lange termijn geheugen: opslaan,vasthouden,terugvinden. Consolidatie= als info vaak
herhaald word in het korte termijn geheugen, komt het permanent in het LTG. Info kan
vervagen. Oude kennis kan overschreven worden.
- Emotioneel geheugen
Lange termijn geheugen
- Declaritief geheugen: episodisch geheugen, semantisch geheugen (hoe je een ei bakt etc)
- Nondeclaratief geheugen: procedurele geheugen
• Priming, vaardigheden, conditionering, habituatie → dit is onbewust.
Declaratief vs prodedureel
Bewust → vaardigheden en handelingen, onbewust
Feiten → het is aangeleerd, verworven
Uitleggen met woorden
Alles wat je verwoord
Verschil episodisch semantisch
Tijdgebonden → algemene kennis zoals namen en kennis en begrippen
Persoonlijk zoals gebeurtenissen → niet tijdgebonden
Ontstaan van procedureel geheugen
- Expertise, priming, conditionering(klassiek en operant), habitiatie/desensitisatie
Ontwikkelingsgerontologie
Vorige week:
- Accomoderen: vorjen van nieuwe of aanapssen van bestaande schema’s op grond van
nieuwe informatie of interactier
- Assimileren: invooegen van informatie/handelingen in reeds bestaande
kennisschema’s/handelingsstructuren
Leren en geheugen
Vasthouden van het resultaat van leren (geheugen) → nieuwe kennis, vaardigheden en
mogelijkheden (leren)
Geheugen
= vermogen om ‘informatie’
- Op te slaan, encoderen
- Te bewaren, retentie
- Herkennen, recognitie
- Reproduceren, recall
Geheugen op tijd/duur
- Zintuiglijk geheugen: verlenging van je zintuigen, korte duur, bewust en onbewust
- Korte termijn geheugen/werkgeheugen: info die op dit moment moet worden onthouden,
korte duur
- Lange termijn geheugen: opslaan,vasthouden,terugvinden. Consolidatie= als info vaak
herhaald word in het korte termijn geheugen, komt het permanent in het LTG. Info kan
vervagen. Oude kennis kan overschreven worden.
- Emotioneel geheugen
Lange termijn geheugen
- Declaritief geheugen: episodisch geheugen, semantisch geheugen (hoe je een ei bakt etc)
- Nondeclaratief geheugen: procedurele geheugen
• Priming, vaardigheden, conditionering, habituatie → dit is onbewust.
Declaratief vs prodedureel
Bewust → vaardigheden en handelingen, onbewust
Feiten → het is aangeleerd, verworven
Uitleggen met woorden
Alles wat je verwoord
Verschil episodisch semantisch
Tijdgebonden → algemene kennis zoals namen en kennis en begrippen
Persoonlijk zoals gebeurtenissen → niet tijdgebonden
Ontstaan van procedureel geheugen
- Expertise, priming, conditionering(klassiek en operant), habitiatie/desensitisatie