Basisverpleegkunde en veilig werken
2. Observeren en redeneren
- Observeren
o Waarnemen
Ordenen en verwerken van zintuigelijke stimuli tot betekenisvolle info
Bewust of onbewust opdoen van indrukken van alles wat er om je heen
gebeurt.
o Observeren
Bewust, of gericht en nauwkeurig waarnemen met al je zintuigen
Alle gegevens over een zorgvrager die van belang zijn voor de medische
behandeling, systematisch verzamelen en vastleggen
- Doel
o Zoveel mogelijk info verzamelen om tot een goede verpleging te komen
o Moeilijkheden van fysieke, psychische, sociale of existentiële aard kunnen zo
opgelost worden
- Kenmerken v. een juiste observatie
o Objectief
o Doelgericht
o Tijdens alle fasen v/h verpleegproces
o Zo volledig en correct mogelijk
o Belangrijke en minder belangrijke zaken van elkaar scheiden
- Observatiehulpmiddelen
o Schalen
o Richtlijnen
- Verstorende factoren
o Interpreteren = zin en betekenis geven aan de gegevens v/h geobserveerde
= betekenis geven aan gedrag
- Fouten bij observeren
o Reeds interpreteren voor alle info bekend is
o Veralgemenen
o Vooroordelen
o Projecteren van eigen gevoelens op een ander
- Aandachtspunt
o Beschouw je interpretatie als voorlopig tot je de situatie voldoende hebt verkend om
zeker te zijn dat jouw interpretatie wel juist is
o Verwar interpretatie niet met observatie
2. Observeren en redeneren
- Observeren
o Waarnemen
Ordenen en verwerken van zintuigelijke stimuli tot betekenisvolle info
Bewust of onbewust opdoen van indrukken van alles wat er om je heen
gebeurt.
o Observeren
Bewust, of gericht en nauwkeurig waarnemen met al je zintuigen
Alle gegevens over een zorgvrager die van belang zijn voor de medische
behandeling, systematisch verzamelen en vastleggen
- Doel
o Zoveel mogelijk info verzamelen om tot een goede verpleging te komen
o Moeilijkheden van fysieke, psychische, sociale of existentiële aard kunnen zo
opgelost worden
- Kenmerken v. een juiste observatie
o Objectief
o Doelgericht
o Tijdens alle fasen v/h verpleegproces
o Zo volledig en correct mogelijk
o Belangrijke en minder belangrijke zaken van elkaar scheiden
- Observatiehulpmiddelen
o Schalen
o Richtlijnen
- Verstorende factoren
o Interpreteren = zin en betekenis geven aan de gegevens v/h geobserveerde
= betekenis geven aan gedrag
- Fouten bij observeren
o Reeds interpreteren voor alle info bekend is
o Veralgemenen
o Vooroordelen
o Projecteren van eigen gevoelens op een ander
- Aandachtspunt
o Beschouw je interpretatie als voorlopig tot je de situatie voldoende hebt verkend om
zeker te zijn dat jouw interpretatie wel juist is
o Verwar interpretatie niet met observatie