Bundel Methoden Communicatiewetenschap
College 1: 4-11-2024
Doelen: overeenkomsten en verschillen kunnen aangeven tussen verschillende
onderzoeksontwerpen.
Tentamen: stel je voor je hebt een onderzoek. Met welke tool zal je dit onderzoeken?
Groepsopdracht voldaan/niet voldaan.
Tentamen:
- Eindcijfer
- Schriftelijke toets: kennis en toepassen van de curssusstof
- In het tentamen krijg je een artikel die je al kan voorbereiden voor het tentamen
- Open vragen en meerkeuzevragen
- Een tentamenvraag over beoordeling kwaliteit wetenschappelijk artikel
Inleidend college
Kwantitatief en kwalitatief onderzoek
De empirische cyclus
Onderzoeksontwerpen
Kwalititeit van het onderzoek
o Juiste onderzoeksontwerp
o Relevantie
o Betrouwbaarheid en validiteit
o Open science
Kwantitatief en kwalitatief onderzoek
Kwantitatief: willen dingen uitdrukken in cijfers en verwachtingen toetsen. Het doel is om
deze verwachting te toetsen.
Kwalitatief: niet alles kan in cijfers uitgedrukt worden. Hoe kijkt iemand aan tegen het
concept van schoonheid? Wat vinden mensen van een bepaald onderwerp? Waarom doen
mensen iets?
Ze gebruiken andere paradigma: een manier waarop je naar de wereld kunt kijken.
Een paradigma bestaat uit twee dingen:
1. Ontologie: ideeën over de sociale werkelijkheid. Hoe zien we de dingen om ons
heen?
2. Epistemologie: ideeën over kennisvergaring.
Kwantitatief
Kijken op een natuurkundige manier.
Empirisch analytisch paradigma
Zij zeggen dat alles in de werkelijkheid kan worden omschreven in wetmatigheden. Ze
stellen dat alles in de sociale werkelijkheid ook gebeurt met wetmatigheden.
, - De empirische realiteit is een objectief kenbare werkelijkheid geregeld door
universele wetmatigheden (x leidt tot y)
- Systematisch onderzoek ontdekt, openbaart deze wetmatigheden
Ontologie:
Natuurwetenschappelijk
Wetmatigheden
Epistemologie:
Toetsen uitspraken over specifieke situaties
Herhaalbaarheid en controleerbaarheid
Als we onderzoek herhalen, dan komt er dezelfde wetmatigheid uit.
Bijvoorbeeld: experiment met twee groepen kinderen waarbij je de een blootstelt aan geweld,
zolang we dit herhalen in dezelfde omstandigheden, leidt dit tot dezelfde resultaten.
Kwalitatief
Constructivistisch of interpretatief paradigma
Er bestaat een empirische werkelijkheid maar die is zodanig niet toegankelijk. We
moeten haar betekenis geven.
De manier waarop we betekenis geven aan de wereld om ons heem creeert een sociale
werkelijkheid van betekenissen.
De werkelijkheid wordt daarmee een sociaal geconstrueerde werkelijkheid, die bepalend is
voor de wijze waarop we deze kennen, beleven en de consequenties die we daaraan
verbinden.
De werkelijkheid die niet voor iedereen gelijk.
Bijvoorbeeld: een schoonheidsideaal kan door de tijd veranderen
Ontologie:
We moeten betekenis geven aan de werkelijkheid
Geconstrueerde werkelijkheid
Veranderlijk niet voor iedereen gelijk
Epistemologie:
Beschrijven van geconstrueerde werkelijkheid
Holistisch
Navolgbaarheid: het moet te volgen zijn wat de onderzoeker aan het doen is
De empirische cyclus
Een cyclus die zich constant herhaald bij het doen van onderzoek.
Vaak lopen ze niet de hele cirkel door
Inductief onderzoek: kwalitatief onderzoek
- Van specifiek naar algemeen
- Doel: theorie ontwikkelen: beter idee krijgen hoe iets zit
- Exploratief
- (Individuele) perspectieven beschrijven
Kennisprobleem -> data-verzameling -> inductie: theorie
, Daar stoppen veel kwalitatieve onderzoekers
Deductief onderzoek: kwantitatief onderzoek
- Van algemeen naar specifiek
- Doel: theorie toetsen
- Inferentieel
- Generaliserend
Deductie: hypothesen -> data-verzameling -> toetsing -> evaluatie
Vraagstellingen
Zijn er verschillen in hoe mannen en vrouwen worden afgebeeld in Netflix series?
20 mannen in ouderrol, 10 als superheld… dit doe je ook voor vrouwen en dan ga je
vergelijken. Dan ben je aan het toetsen dus: kwantitatief onderzoek
Hoe kijken vrouwen aan tegen de representatie van queer karakters in Netflix series?
Iemands perceptie: kwalitatief onderzoek
Methoden
Survey: kwantitatief/kwalitatief
Experiment: kwantitatief (je wilt altijd een verwachting toetsen)
Inhoudsanalyse: kwantitatief/kwalitatief
Interview: kwalitatief
Survey: het afnemen van een vragenlijst, vaak onder een groot aantal respondenten
Je wilt graag aantonen dat er een verband is tussen twee variabelen
Vaak bedoeld om de sociale werkelijkheid te beschrijven
Alleen subjectief meetbare variabelen onderzoeken
Geen causaliteit aantonen
Nadeel: je kunt geen effecten aantonen
Bijvoorbeeld: wat zijn de kenmerken van kijkgedrag van kinderen naar het jeugdjournaal
betreffende frequentie, co-viewing en motivatie?
Experiment: Een onderzoeksmethode waarbij je door middel van manipuleren van een of
enkele specifieke variabelen kan toetsen wat de effecten van die variabelen zijn
- Binnen CW vaak manipulatie van media berichten
Bijvoorbeeld: wat is de invloed van blootstelling gemanipuleerde Instagram beelden op het
zelfbeeld van jonge vrouwen?
Manipuleren: in een groep de testgroep en de andere de controlegroep. Wat is dan het effect
van het toevoegen van de manipulatie?
Inhoudsanalyse: een onderzoeksmethode waarmee je de inhoud van mediaboodschappen
kunt beschrijven
- Wanneer je deze beschrijving hebt, kun je wel proberen deze te begrijpen of te
verklaren
- Geen causaliteit aantonen
Bijvoorbeeld: welke geruststelling strategieën worden toegepast in het jeugdjournaal?
Interviewonderzoek: een onderzoeksmethode waarin de onderzoeker via vragen informatie
probeert te krijgen over het perspectief van de betrokkene
, - Vaak bedoeld om perspectieven op de sociale werkelijkheid te beschrijven en indien
mogelijk te begrijpen en te verklaren
- Geen relaties toetsen
Bijvoorbeeld: hoe geven jongeren betekenis aan risicogedrag?
Kwaliteit onderzoek
1. Methode: past de methode die gebruikt wordt bij de vraagstelling? Kijken: wat was de
onderzoeksvraag? WAT: vraagstelling en WAARTOE: doelstelling. Deze vind je in de
probleemstelling.
a. Beschrijvende vraag: stand van zaken, ontwikkeling, vergelijking
b. Verklarende vraag: oorzaken van iets achterhalen. Verklaren relatie tussen
eigenschappen
c. Voorspellinde/causale vraag: wat zijn de gevolgen?
Onderzoeksopzet:
HOE: ontwerp (survey/experiment/inhoudsanalyse/kwalitatief interview)
2. Relevantie WAARTOE: wat wil je doen met de kennis? Is het wel waardevol vol de
samenleving?
3. Betrouwbaarheid en validiteit: is de onderzoeksuitspraak juist?
a. Is de uitspraak een toevalstreffer (betrouwbaarheid)
b. Dekt de uitspraak de werkelijkheid (validiteit)
Gevonden score = ware score + systematische fout (bias) + toevallige fout (random error)
Betrouwbaarheid:
- Is de uitspraak herhaalbaar?
- Afwezigheid van toevalstreffer.
Validiteit:
- Is een uitspraak juist?
- Geen systematische fouren
4. Open science: de resultaten voor iedereen openbaar maken. Transparant zijn, zodat
anderen dit kunnen gebruiken.
College 1: 4-11-2024
Doelen: overeenkomsten en verschillen kunnen aangeven tussen verschillende
onderzoeksontwerpen.
Tentamen: stel je voor je hebt een onderzoek. Met welke tool zal je dit onderzoeken?
Groepsopdracht voldaan/niet voldaan.
Tentamen:
- Eindcijfer
- Schriftelijke toets: kennis en toepassen van de curssusstof
- In het tentamen krijg je een artikel die je al kan voorbereiden voor het tentamen
- Open vragen en meerkeuzevragen
- Een tentamenvraag over beoordeling kwaliteit wetenschappelijk artikel
Inleidend college
Kwantitatief en kwalitatief onderzoek
De empirische cyclus
Onderzoeksontwerpen
Kwalititeit van het onderzoek
o Juiste onderzoeksontwerp
o Relevantie
o Betrouwbaarheid en validiteit
o Open science
Kwantitatief en kwalitatief onderzoek
Kwantitatief: willen dingen uitdrukken in cijfers en verwachtingen toetsen. Het doel is om
deze verwachting te toetsen.
Kwalitatief: niet alles kan in cijfers uitgedrukt worden. Hoe kijkt iemand aan tegen het
concept van schoonheid? Wat vinden mensen van een bepaald onderwerp? Waarom doen
mensen iets?
Ze gebruiken andere paradigma: een manier waarop je naar de wereld kunt kijken.
Een paradigma bestaat uit twee dingen:
1. Ontologie: ideeën over de sociale werkelijkheid. Hoe zien we de dingen om ons
heen?
2. Epistemologie: ideeën over kennisvergaring.
Kwantitatief
Kijken op een natuurkundige manier.
Empirisch analytisch paradigma
Zij zeggen dat alles in de werkelijkheid kan worden omschreven in wetmatigheden. Ze
stellen dat alles in de sociale werkelijkheid ook gebeurt met wetmatigheden.
, - De empirische realiteit is een objectief kenbare werkelijkheid geregeld door
universele wetmatigheden (x leidt tot y)
- Systematisch onderzoek ontdekt, openbaart deze wetmatigheden
Ontologie:
Natuurwetenschappelijk
Wetmatigheden
Epistemologie:
Toetsen uitspraken over specifieke situaties
Herhaalbaarheid en controleerbaarheid
Als we onderzoek herhalen, dan komt er dezelfde wetmatigheid uit.
Bijvoorbeeld: experiment met twee groepen kinderen waarbij je de een blootstelt aan geweld,
zolang we dit herhalen in dezelfde omstandigheden, leidt dit tot dezelfde resultaten.
Kwalitatief
Constructivistisch of interpretatief paradigma
Er bestaat een empirische werkelijkheid maar die is zodanig niet toegankelijk. We
moeten haar betekenis geven.
De manier waarop we betekenis geven aan de wereld om ons heem creeert een sociale
werkelijkheid van betekenissen.
De werkelijkheid wordt daarmee een sociaal geconstrueerde werkelijkheid, die bepalend is
voor de wijze waarop we deze kennen, beleven en de consequenties die we daaraan
verbinden.
De werkelijkheid die niet voor iedereen gelijk.
Bijvoorbeeld: een schoonheidsideaal kan door de tijd veranderen
Ontologie:
We moeten betekenis geven aan de werkelijkheid
Geconstrueerde werkelijkheid
Veranderlijk niet voor iedereen gelijk
Epistemologie:
Beschrijven van geconstrueerde werkelijkheid
Holistisch
Navolgbaarheid: het moet te volgen zijn wat de onderzoeker aan het doen is
De empirische cyclus
Een cyclus die zich constant herhaald bij het doen van onderzoek.
Vaak lopen ze niet de hele cirkel door
Inductief onderzoek: kwalitatief onderzoek
- Van specifiek naar algemeen
- Doel: theorie ontwikkelen: beter idee krijgen hoe iets zit
- Exploratief
- (Individuele) perspectieven beschrijven
Kennisprobleem -> data-verzameling -> inductie: theorie
, Daar stoppen veel kwalitatieve onderzoekers
Deductief onderzoek: kwantitatief onderzoek
- Van algemeen naar specifiek
- Doel: theorie toetsen
- Inferentieel
- Generaliserend
Deductie: hypothesen -> data-verzameling -> toetsing -> evaluatie
Vraagstellingen
Zijn er verschillen in hoe mannen en vrouwen worden afgebeeld in Netflix series?
20 mannen in ouderrol, 10 als superheld… dit doe je ook voor vrouwen en dan ga je
vergelijken. Dan ben je aan het toetsen dus: kwantitatief onderzoek
Hoe kijken vrouwen aan tegen de representatie van queer karakters in Netflix series?
Iemands perceptie: kwalitatief onderzoek
Methoden
Survey: kwantitatief/kwalitatief
Experiment: kwantitatief (je wilt altijd een verwachting toetsen)
Inhoudsanalyse: kwantitatief/kwalitatief
Interview: kwalitatief
Survey: het afnemen van een vragenlijst, vaak onder een groot aantal respondenten
Je wilt graag aantonen dat er een verband is tussen twee variabelen
Vaak bedoeld om de sociale werkelijkheid te beschrijven
Alleen subjectief meetbare variabelen onderzoeken
Geen causaliteit aantonen
Nadeel: je kunt geen effecten aantonen
Bijvoorbeeld: wat zijn de kenmerken van kijkgedrag van kinderen naar het jeugdjournaal
betreffende frequentie, co-viewing en motivatie?
Experiment: Een onderzoeksmethode waarbij je door middel van manipuleren van een of
enkele specifieke variabelen kan toetsen wat de effecten van die variabelen zijn
- Binnen CW vaak manipulatie van media berichten
Bijvoorbeeld: wat is de invloed van blootstelling gemanipuleerde Instagram beelden op het
zelfbeeld van jonge vrouwen?
Manipuleren: in een groep de testgroep en de andere de controlegroep. Wat is dan het effect
van het toevoegen van de manipulatie?
Inhoudsanalyse: een onderzoeksmethode waarmee je de inhoud van mediaboodschappen
kunt beschrijven
- Wanneer je deze beschrijving hebt, kun je wel proberen deze te begrijpen of te
verklaren
- Geen causaliteit aantonen
Bijvoorbeeld: welke geruststelling strategieën worden toegepast in het jeugdjournaal?
Interviewonderzoek: een onderzoeksmethode waarin de onderzoeker via vragen informatie
probeert te krijgen over het perspectief van de betrokkene
, - Vaak bedoeld om perspectieven op de sociale werkelijkheid te beschrijven en indien
mogelijk te begrijpen en te verklaren
- Geen relaties toetsen
Bijvoorbeeld: hoe geven jongeren betekenis aan risicogedrag?
Kwaliteit onderzoek
1. Methode: past de methode die gebruikt wordt bij de vraagstelling? Kijken: wat was de
onderzoeksvraag? WAT: vraagstelling en WAARTOE: doelstelling. Deze vind je in de
probleemstelling.
a. Beschrijvende vraag: stand van zaken, ontwikkeling, vergelijking
b. Verklarende vraag: oorzaken van iets achterhalen. Verklaren relatie tussen
eigenschappen
c. Voorspellinde/causale vraag: wat zijn de gevolgen?
Onderzoeksopzet:
HOE: ontwerp (survey/experiment/inhoudsanalyse/kwalitatief interview)
2. Relevantie WAARTOE: wat wil je doen met de kennis? Is het wel waardevol vol de
samenleving?
3. Betrouwbaarheid en validiteit: is de onderzoeksuitspraak juist?
a. Is de uitspraak een toevalstreffer (betrouwbaarheid)
b. Dekt de uitspraak de werkelijkheid (validiteit)
Gevonden score = ware score + systematische fout (bias) + toevallige fout (random error)
Betrouwbaarheid:
- Is de uitspraak herhaalbaar?
- Afwezigheid van toevalstreffer.
Validiteit:
- Is een uitspraak juist?
- Geen systematische fouren
4. Open science: de resultaten voor iedereen openbaar maken. Transparant zijn, zodat
anderen dit kunnen gebruiken.