Samenvatting Pathologie
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1: inleiding in de pathologie .......................................................................................... 2
Hoofdstuk 6: aandoeningen van het hart- en vaatstelsel ................................................................. 5
Diepe veneuze trombose (DVT) .................................................................................................... 7
Arteriële aandoeningen ............................................................................................................... 9
Atherosclerose (aderverkalking) ................................................................................................... 9
Hypertensie..............................................................................................................................11
Ritme- en geleidingsstoornissen van het hart ................................................................................12
Atriumfibrilleren (AF) .................................................................................................................13
Ventrikelfibrilleren (VF) ..............................................................................................................14
Coronaire hartziekten ................................................................................................................15
Stabiele angina pectoris: ................................................................................................................ 16
Acuut coronair syndroom................................................................................................................ 17
Oedeem ..................................................................................................................................20
Hartfalen (decompensatio cordis) ...............................................................................................22
Hoofdstuk 8: aandoeningen van het ademhalingsstelsel ...............................................................26
Anatomie en fysiologie in het kort ................................................................................................26
Diagnostisch onderzoek.............................................................................................................26
Onderste luchtweginfecties .......................................................................................................28
Acute bronchitis ............................................................................................................................. 28
Pneumonie ..................................................................................................................................... 29
Tuberculose (tbc) ............................................................................................................................ 31
Longembolie ................................................................................................................................... 32
Astma ......................................................................................................................................34
COPD ......................................................................................................................................37
, Hoofdstuk 1: inleiding in de pathologie
Anatomie: bouw van het lichaam.
Fysiologie: het functioneren van het lichaam.
Pathofysiologie: leer van afwijkende processen die tot ziekte leiden en het effect daarvan op het
lichaam.
Epidemiologie: studie van het voorkomen van aandoeningen onder de bevolking in relatie tot
andere verschijnselen.
Morbiditeit: mate waarin een aandoening in een bepaalde populatie voorkomt.
Incidentie: het aantal nieuwe gevallen van een aandoening in een bepaalde periode.
Prevalentie: aantal gevallen van een aandoening op een bepaald tijdstip in een populatie.
Etiologie: leer van de oorzaken van een aandoening.
Endogene factoren: ontstaat de aandoening van binnenuit.
Exogene factoren: ontstaat de aandoening door een oorzaak van buitenaf.
Idiopathische aandoening: etiologie nog niet duidelijk bekend.
➔ In verband met risicofactoren.
Belangrijke processen in de pathogenese (processen in het lichaam die, in reactie op een
eventuele oorzaak, tot ziekte leiden):
- Inflammatie (ontsteking): een beschermende reactie van het lichaam op infectieuze en
niet-infectieuze factoren.
- Abnormale activiteit van het immuunsysteem: kan ongewenste activiteit vertonen en
leiden tot auto-immuunziekten, allergie, immuundeficiëntie en kanker.
- Neoplasie (nieuwvorming): tumoren ontstaan door abnormale en ongecontroleerde cel-
of weefselgroei.
- Ischemie (doorbloedingsstoornissen): zuurstoftekort door onvoldoende doorbloeding
ten gevolge van hart-, vaat-, en stollingsafwijkingen, leidt tot een verstoorde functie van
diverse organen.
- Metabole stoornissen: sprake van een gestoorde stofwisseling op celniveau.
- Degeneratie: afnemen van de normale functie, bv ten gevolge van veroudering of slijtage.
Lichamelijk onderzoek:
Vitale functies: ademfrequentie, hartfrequentie, bloeddruk, bewustzijn en temperatuur.
- Onderzocht via ABCDE-methodiek
A, airway: beoordelen en veiligstellen van de ademweg en de cervicale wervelkolom.
B, breathing: beoordelen en ondersteunen van de oxygenatie en ventilatie.
C, circulation: beoordelen en ondersteunen van circulatie
D, disability: beoordelen en ondersteunen van het bewustzijn en neurlogische uitval.
E, exposure: beoordelen van waarneembare afwijkingen, temperatuur en controle van
omgeving.
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1: inleiding in de pathologie .......................................................................................... 2
Hoofdstuk 6: aandoeningen van het hart- en vaatstelsel ................................................................. 5
Diepe veneuze trombose (DVT) .................................................................................................... 7
Arteriële aandoeningen ............................................................................................................... 9
Atherosclerose (aderverkalking) ................................................................................................... 9
Hypertensie..............................................................................................................................11
Ritme- en geleidingsstoornissen van het hart ................................................................................12
Atriumfibrilleren (AF) .................................................................................................................13
Ventrikelfibrilleren (VF) ..............................................................................................................14
Coronaire hartziekten ................................................................................................................15
Stabiele angina pectoris: ................................................................................................................ 16
Acuut coronair syndroom................................................................................................................ 17
Oedeem ..................................................................................................................................20
Hartfalen (decompensatio cordis) ...............................................................................................22
Hoofdstuk 8: aandoeningen van het ademhalingsstelsel ...............................................................26
Anatomie en fysiologie in het kort ................................................................................................26
Diagnostisch onderzoek.............................................................................................................26
Onderste luchtweginfecties .......................................................................................................28
Acute bronchitis ............................................................................................................................. 28
Pneumonie ..................................................................................................................................... 29
Tuberculose (tbc) ............................................................................................................................ 31
Longembolie ................................................................................................................................... 32
Astma ......................................................................................................................................34
COPD ......................................................................................................................................37
, Hoofdstuk 1: inleiding in de pathologie
Anatomie: bouw van het lichaam.
Fysiologie: het functioneren van het lichaam.
Pathofysiologie: leer van afwijkende processen die tot ziekte leiden en het effect daarvan op het
lichaam.
Epidemiologie: studie van het voorkomen van aandoeningen onder de bevolking in relatie tot
andere verschijnselen.
Morbiditeit: mate waarin een aandoening in een bepaalde populatie voorkomt.
Incidentie: het aantal nieuwe gevallen van een aandoening in een bepaalde periode.
Prevalentie: aantal gevallen van een aandoening op een bepaald tijdstip in een populatie.
Etiologie: leer van de oorzaken van een aandoening.
Endogene factoren: ontstaat de aandoening van binnenuit.
Exogene factoren: ontstaat de aandoening door een oorzaak van buitenaf.
Idiopathische aandoening: etiologie nog niet duidelijk bekend.
➔ In verband met risicofactoren.
Belangrijke processen in de pathogenese (processen in het lichaam die, in reactie op een
eventuele oorzaak, tot ziekte leiden):
- Inflammatie (ontsteking): een beschermende reactie van het lichaam op infectieuze en
niet-infectieuze factoren.
- Abnormale activiteit van het immuunsysteem: kan ongewenste activiteit vertonen en
leiden tot auto-immuunziekten, allergie, immuundeficiëntie en kanker.
- Neoplasie (nieuwvorming): tumoren ontstaan door abnormale en ongecontroleerde cel-
of weefselgroei.
- Ischemie (doorbloedingsstoornissen): zuurstoftekort door onvoldoende doorbloeding
ten gevolge van hart-, vaat-, en stollingsafwijkingen, leidt tot een verstoorde functie van
diverse organen.
- Metabole stoornissen: sprake van een gestoorde stofwisseling op celniveau.
- Degeneratie: afnemen van de normale functie, bv ten gevolge van veroudering of slijtage.
Lichamelijk onderzoek:
Vitale functies: ademfrequentie, hartfrequentie, bloeddruk, bewustzijn en temperatuur.
- Onderzocht via ABCDE-methodiek
A, airway: beoordelen en veiligstellen van de ademweg en de cervicale wervelkolom.
B, breathing: beoordelen en ondersteunen van de oxygenatie en ventilatie.
C, circulation: beoordelen en ondersteunen van circulatie
D, disability: beoordelen en ondersteunen van het bewustzijn en neurlogische uitval.
E, exposure: beoordelen van waarneembare afwijkingen, temperatuur en controle van
omgeving.