Oefenvragen wonden en fracturen:
1. Wat is een wond?
Verstoring in de continuïteit van de weefsels.
2. Wat is een open wond en wat verstaan we onder een gesloten wond?
Bij een open wond is de (bovenliggende) huid beschadigd en bij een
gesloten wond is onderliggend weefsel beschadigd, maar de huid is nog
wel intact.
3. De genezing van een wond loopt schematisch gezien in 3 fasen, welke?
Reactiefase, regeneratiefase en remodelleringsfase.
4. Wat gebeurt er in de reactiefase?
Direct na beschadiging treedt eerst vaatvernauwing op.
Stollings- en ontstekingsreacties worden geactiveerd.
Dit leidt tot een stolsel die verdere bloeding voorkomt.
Dan ontstaat er een korst die de wond met de buitenwereld afsluit.
Vaatverwijding > ontstekingsverschijnselen.
Wondoedeem met witte bloedcellen die bacteriën, vreemd materiaal en
dode cellen opruimen.
Als de witte bloedcellen hun werk hebben gedaan, komt de wond in de
regeneratiefase.
5. Omschrijf de regeneratiefase:
Herstelwerkzaamheden gaan allereerst uit van de bloedvaten.
Haarvaten langs de wondranden groeien het bloedstolsel in. De
fibrinedraden daarin funderen als een soort steiger.
Via de vaten worden fibroblasten aangevoerd die bindweefsel
produceren.
Weefsel ziet er na verloop van tijd rood en korrelig uit, het is goed
doorbloed > granulatieweefsel.
6. Omschrijf de remodelleringsfase:
Als het hele weefsel is vervangen met granulatieweefsel dan groeien de
epidermis aan beide kanten van de wond naar elkaar toe en valt de
korst af.
7. Wanneer ontstaat er een contractuur?
Dwangstand van een lichaamsdeel of gewricht, wat kan ontstaan als de
wondranden te sterk naar elkaar toe groeien.
8. Wat is keloïd?
Scherp begrensde littekenvorming die zich buiten het oorspronkelijk
beschadigde huidgebied uitbreidt.
9. Noem 7 plaatselijke factoren en 3 algemene factoren die van invloed zijn op
de wondgenezing;
Locatie, vorm/diepte, aard van de verwonding, plaatselijke
bloedvoorziening, hoeveelheid en aanvalskracht ziektekiemen,
verontreiniging van de wond en aanwezigheid van vreemd materiaal.
Leeftijd, verminderde weerstand en onderliggende ziektes.
10. Wat is een fractuur?
Verbreking van de natuurlijke samenhang van botweefsel.
11. We kunnen fracturen globaal opdelen in:
Indeling naar oorzaak en indeling naar vorm.
12. Indeling naar oorzaak heeft 3 takken, welke?
Traumatische fracturen, spontane/pathologische fracturen en
vermoeidheidsfracturen.
13. Wat zijn traumatische fracturen? En waarin kunnen we die indelen?
Fracturen van een normaal gezond bot, ontstaan door van buitenaf
inwerkend geweld. Op te delen in direct geweld, indirect geweld en
eigen musculatuur.
14. Wat zijn spontane/pathologische fracturen?
Fracturen van een ziek bot.
1. Wat is een wond?
Verstoring in de continuïteit van de weefsels.
2. Wat is een open wond en wat verstaan we onder een gesloten wond?
Bij een open wond is de (bovenliggende) huid beschadigd en bij een
gesloten wond is onderliggend weefsel beschadigd, maar de huid is nog
wel intact.
3. De genezing van een wond loopt schematisch gezien in 3 fasen, welke?
Reactiefase, regeneratiefase en remodelleringsfase.
4. Wat gebeurt er in de reactiefase?
Direct na beschadiging treedt eerst vaatvernauwing op.
Stollings- en ontstekingsreacties worden geactiveerd.
Dit leidt tot een stolsel die verdere bloeding voorkomt.
Dan ontstaat er een korst die de wond met de buitenwereld afsluit.
Vaatverwijding > ontstekingsverschijnselen.
Wondoedeem met witte bloedcellen die bacteriën, vreemd materiaal en
dode cellen opruimen.
Als de witte bloedcellen hun werk hebben gedaan, komt de wond in de
regeneratiefase.
5. Omschrijf de regeneratiefase:
Herstelwerkzaamheden gaan allereerst uit van de bloedvaten.
Haarvaten langs de wondranden groeien het bloedstolsel in. De
fibrinedraden daarin funderen als een soort steiger.
Via de vaten worden fibroblasten aangevoerd die bindweefsel
produceren.
Weefsel ziet er na verloop van tijd rood en korrelig uit, het is goed
doorbloed > granulatieweefsel.
6. Omschrijf de remodelleringsfase:
Als het hele weefsel is vervangen met granulatieweefsel dan groeien de
epidermis aan beide kanten van de wond naar elkaar toe en valt de
korst af.
7. Wanneer ontstaat er een contractuur?
Dwangstand van een lichaamsdeel of gewricht, wat kan ontstaan als de
wondranden te sterk naar elkaar toe groeien.
8. Wat is keloïd?
Scherp begrensde littekenvorming die zich buiten het oorspronkelijk
beschadigde huidgebied uitbreidt.
9. Noem 7 plaatselijke factoren en 3 algemene factoren die van invloed zijn op
de wondgenezing;
Locatie, vorm/diepte, aard van de verwonding, plaatselijke
bloedvoorziening, hoeveelheid en aanvalskracht ziektekiemen,
verontreiniging van de wond en aanwezigheid van vreemd materiaal.
Leeftijd, verminderde weerstand en onderliggende ziektes.
10. Wat is een fractuur?
Verbreking van de natuurlijke samenhang van botweefsel.
11. We kunnen fracturen globaal opdelen in:
Indeling naar oorzaak en indeling naar vorm.
12. Indeling naar oorzaak heeft 3 takken, welke?
Traumatische fracturen, spontane/pathologische fracturen en
vermoeidheidsfracturen.
13. Wat zijn traumatische fracturen? En waarin kunnen we die indelen?
Fracturen van een normaal gezond bot, ontstaan door van buitenaf
inwerkend geweld. Op te delen in direct geweld, indirect geweld en
eigen musculatuur.
14. Wat zijn spontane/pathologische fracturen?
Fracturen van een ziek bot.