Voorbeeld 1 :
DC is gehuwd met Y’ en laat haar na (LLE). Zijn eerste echtgenoot Y is overleden
● Y’ (LLE) : VG van de ganse nalatenschap (½ gemeenschappelijk vermogen + eigen
vermogen DC)
DC heeft afstammelingen (1e orde), zijnde A, B en C die bij hoofd erven
● A, B en C krijgen elk ⅓ BE van de ganse nalatenschap
Gelet op het feit dat B vooroverleden is zullen zijn afstammelingen zijn plaats vervullen bij
staken dus → 1e graad door plaatsvervanging
● E en D krijgen elk ⅙ van de BE van de ganse nalatenschap
Voorbeeld 2A :
DC laat enkel ascendenten na dus zitten we in de 3e orde.
Er moet hier gekloofd worden → nalatenschap wordt in 2 gelijke delen verdeeld tussen de
moederlijke en de vaderlijke lijn. Binnen elke lijn erft de dichtste in orde en graad
● Vaderlijke lijn : ½ voor vader
● Moederlijke lijn : ½ voor GV
, Voorbeeld 2B :
DC laat enkel ascendenten na dus zitten we in de 3e orde → kloven
● Vaderlijke lijn : V erft alles want niemand meer in de moederlijke lijn
● Moederlijke lijn : geen erfgenamen meer
Voorbeeld 3A
DC laat een GV na aan vaderszijde, een stiefvader en een halfbroers na die zelf 1 kind heeft
We zitten in de 2e orde want C is een preferentiële zijverwant (halfbroer) en B is een
afstammeling van de halfbroer. Het dichtst in graad is C dus hij erft de volledige nalatenschap in
volle eigendom
Geen kloving want er is geen volle broer/zus naast de halfbroer OF geen halfbroer/zus in de
andere lijn
Voorbeeld 3B
DC is gehuwd met Y’ en laat haar na (LLE). Zijn eerste echtgenoot Y is overleden
● Y’ (LLE) : VG van de ganse nalatenschap (½ gemeenschappelijk vermogen + eigen
vermogen DC)
DC heeft afstammelingen (1e orde), zijnde A, B en C die bij hoofd erven
● A, B en C krijgen elk ⅓ BE van de ganse nalatenschap
Gelet op het feit dat B vooroverleden is zullen zijn afstammelingen zijn plaats vervullen bij
staken dus → 1e graad door plaatsvervanging
● E en D krijgen elk ⅙ van de BE van de ganse nalatenschap
Voorbeeld 2A :
DC laat enkel ascendenten na dus zitten we in de 3e orde.
Er moet hier gekloofd worden → nalatenschap wordt in 2 gelijke delen verdeeld tussen de
moederlijke en de vaderlijke lijn. Binnen elke lijn erft de dichtste in orde en graad
● Vaderlijke lijn : ½ voor vader
● Moederlijke lijn : ½ voor GV
, Voorbeeld 2B :
DC laat enkel ascendenten na dus zitten we in de 3e orde → kloven
● Vaderlijke lijn : V erft alles want niemand meer in de moederlijke lijn
● Moederlijke lijn : geen erfgenamen meer
Voorbeeld 3A
DC laat een GV na aan vaderszijde, een stiefvader en een halfbroers na die zelf 1 kind heeft
We zitten in de 2e orde want C is een preferentiële zijverwant (halfbroer) en B is een
afstammeling van de halfbroer. Het dichtst in graad is C dus hij erft de volledige nalatenschap in
volle eigendom
Geen kloving want er is geen volle broer/zus naast de halfbroer OF geen halfbroer/zus in de
andere lijn
Voorbeeld 3B