Deel IV: Controle en preventie v. criminaliteit (colleges 14-17)
Inleiding in de criminologie 10/12
Criminaliteits- en veiligheidsbeleid en politie
Criminaliteits-en veiligheidsbeleid
Wat is het criminaliteitsbeleid?
Hetzelfde als het strafrechtelijk beleid? Breder geworden
Traditionele doelstellingen (strafrechtelijk beleid)
Handhaven openbare orde + misdrijven oplossen (incl. berechting, bestraffing daders)
Vroeger ≠ democratisch
“Nieuwe” doelstellingen (criminaliteitsbeleid) strafrecht ≠ totaliteit
- Criminaliteit voorkomen (preventie)
- Maatschappelijke problemen oplossen (problem-policing)
- Bejegening v. slachtoffers (primaire aandacht voor het slachtofferschap)
+ Herstel v. schade (herstelrecht) + inperken v. angstgevoelens (geruststellingsbeleid)
Definitie v. criminaliteitsbeleid (Raad v. Europa, 1983):
Alle strafrechtelijke en niet-strafrechtelijke maatregelen om de samenleving te beschermen tegen
criminaliteit, om het lot v. daders te bepalen en om de rechten van slachtoffers te waarborgen.
Fasen en actoren v.h. criminaliteitsbeleid – vooral binnen strafrechtsbedeling
1. Criminalisering v. specifieke gedragingen door wetgevende macht
Actoren: Koning, Kamer v. volksvertegenwoordigers en Senaat (+ steden en gemeenten)
2. Identificatie v. beleidsprioriteiten inzake criminaliteit (verwaarloosd)
Actoren: Ministers BZ en Justitie, College der Procureurs-Generaal en procureur des Koning,
lokale politie, burgemeesters meestal vanuit Zonale Veiligheidsraden
3. Opsporing criminaliteit (constateren, registreren, opsporen, aanhouden, verhoren)
Actoren: Gerechtelijke Politie, parketten (+ inlichtingendiensten en leger)
Bestuurlijke politie heeft ook andere functies
4. Vervolging
Actoren: lokale parketten en federaal parket
5. Berechting
Actoren: rechtbanken en hoven (+ steden en gemeentelijke administratieve sancties)
6. Tenuitvoerlegging (eindbeslissing)
Parketten, strafuitvoeringsrechtbanken (SURB), gevangenissen (17/35 in Vlaanderen), Justitiehuizen
Bv. elektronisch toezicht, resocialisatie (+ instellingen voor minderjarigen)
Internering geldt als veiligheidsmaatregel i.p.v. straf
Fasen en actoren v.h. criminaliteitsbeleid – vooral binnen strafrechtsbedeling (modern)
7. Ondersteuning and nazorg van slachtoffers
Actoren: Centrum voor Algemeen Welzijnswerk (CAW) en justitiehuizen
8. Herstelrecht (eerst voorgesteld als alternatief, nu als doelstelling)
Actoren: Moderator en Médiante (vzw’s)
1
, 9. Preventie criminaliteit (eerst idee v. afschrikking, later preventie i.p.v. repressie)
Meerdere federale, regionale en lokale instanties (ook politie) + privésector en burgers
Veel kritiek op geweest bv. risicovolle situaties op voorhand verkeerd identificeren
Van criminaliteit- naar integraal veiligheidsbeleid
Verschuiving in meerdere landen vanaf einde ‘80
Mijlpalen in België (namen niet vanbuiten kennen)
- Pinksterplan I en II (1990-92)
- Krachtlijnen voor een federaal Veiligheidsprogramma (1995)
- Federaal Veiligheids- en Detentieplan (2000)
- Kadernota’s Integrale Veiligheid (2004 en 2016)
Integrale veiligheid: brede benadering criminaliteit en veiligheidsproblematiek
Meer dan alleen repressie of criminaliteitsbestrijding “veiligheidsketen”
Bijzondere nadruk op bestuurlijke handhaving in Kadernota v. 2016
Doelstellingen v. criminaliteitsbeleid + verminderen v.d. subjectieve onveiligheid en de overlast en
verhogen v.d. leefbaarheid
Criminele + niet-criminele oorzaken v. onveiligheid bv. verkeers- brandveiligheid en natuurrampen en
hun invloed op de subjectieve beleving van mensen
Met stappenplan systematisch aan de slag: informatie, analyse, actie + evaluatie
In veel landen gebeurt er veel te weinig evaluatie v.h. beleid en maatregelen.
Duidelijke stellingen in Kadernota van 2016:
“Een integrale veiligheidszorg streeft ernaar zoveel mogelijk aspecten v.e. veiligheidsfenomeen in het
beleid en de aanpak te betrekken en dit gespreid over de diverse schakels van de veiligheidsketen:
preventie, repressie en nazorg ten aanzien v.h. slachtoffer en v.d. dader.
Een integraal veiligheidsbeleid beperkt zich niet tot de strafrechtsketen en de strafrechtshandhaving,
maar kiest ook voor een bestuurlijke handhaving van zowel overlast veroorzakende gedragingen en
lichtere vormen van criminaliteit als georganiseerde misdaadfenomenen.
“Een beleid van integrale veiligheidszorg streeft er bovendien naar om, waar mogelijk, via sociaal en
individueel preventieve maatregelen en hulpverlening, in te werken op de structurele- en individuele
oorzaken van criminaliteit en onveiligheid. Een integraal veiligheidsbeleid richt zich zowel naar de
subjectieve- als naar de objectieve onveiligheid”
Criminaliteitsbeleid ondergeschikt aan veiligheidsbeleid
Kadernota’s Integrale Veiligheid (2016)
Het strafrechtelijk beleid van de minister van Justitie (…) de politieplannen (het nationaal veiligheidsplan
(NVP), het zonaal veiligheidsplan (ZVP), en eventueel het lokaal veiligheidsplan (LVP)) en het
veiligheidsplan van het Brusselse Gewest, vormen in die zin allen een afgeleide van de Kadernota en
dienen zich conceptueel en qua prioritaire veiligheidsfenomenen maximaal te oriënteren naar de KIV”
(Geens & Jambon, 2016, p. 7).
Dienst voor het Strafrechtelijke Beleid (DSB) van Ministerie van Justitie:
Deze definitie laat toe ruimer te kijken dan louter de in de strafwet strafbaar gestelde gedragingen. Het
omvat het gehele veld van de veiligheidsketen: zowel de algemeen preventieve aanpak als de
maatschappelijke beschermingsfactoren, en strekt zich tevens uit over de domeinen van de penologie
(sanctionering van daders) en de victimologie (bejegening van slachtoffers)
2
, De Dienst beoogt een integrale en geïntegreerde strafrechtelijke beleidsvoering, als onderdeel van het
integraal veiligheidsbeleid van de federale regering”
Veiligheidsbeleid is ook geïntegreerd = gecoördineerd
Verticale coördinatie tussen verschillende beleidsniveaus
- Federaal, regionaal, zonaal en/of lokaal + internationaal en Europees
Horizontaal coördinatie tussen verschillende overheidsdiensten
- Nationaal veiligheidsplan (NVP) concretiseert doelstellingen voor politie en justitie
Nieuwste NVP in werking getreden op 1 januari 2021 (elke 4 jaar)
- Groeiende coördinatierol voor steden en gemeenten
Groeiende rol private actoren
Bedrijven, private veiligheidssector en burger zelf: zichzelf + eigen bezittingen
“Gedeelde maatschappelijke verantwoordelijkheid voor veiligheid”
Veiligheidsketen
Deels overlap met fasen van het criminaliteitsbeleid, maar meer nadruk op preventieve.
Proactief = maatregelen om structurele oorzaken onveiligheid/incidenten weg te nemen.
Bv. sluiten fabriek, weigering vergunning bedrijf, massa-evenement of bejaardenhuis
Kost vaak veel geld, hoeveel criminele feiten worden werkelijk vermeden?
Concluderende opmerkingen
Positieve vooruitgang t.o.v. strafrechtelijk beleid, maar gebrekkige toepassing in België:
- Onvoldoende strategische planning
- Moeilijke coördinatie (moeilijk om op zelfde lijn te laten opperen)
- Te weinig monitoring en evaluatie bv. proactief (te weinig geïnvesteerd, schade
Fundamentele kritiek door sommige academici
- Repressie “achteraf” vervangen door risicojustitie “vooraf”
Politie
Wat is de politie? ‘nieuwe uitvinding’
Huidige rechtsstaat: politie = overheidsdienst met monopolie over gebruik van fysiek geweld
Twee traditionele kerntaken:
- Handhaving van openbare orde en veiligheid
- Opsporen en onderzoeken van strafbare feiten
Nieuwe, bijkomende taken, o.a.:
- Directe hulpverlening
3
Inleiding in de criminologie 10/12
Criminaliteits- en veiligheidsbeleid en politie
Criminaliteits-en veiligheidsbeleid
Wat is het criminaliteitsbeleid?
Hetzelfde als het strafrechtelijk beleid? Breder geworden
Traditionele doelstellingen (strafrechtelijk beleid)
Handhaven openbare orde + misdrijven oplossen (incl. berechting, bestraffing daders)
Vroeger ≠ democratisch
“Nieuwe” doelstellingen (criminaliteitsbeleid) strafrecht ≠ totaliteit
- Criminaliteit voorkomen (preventie)
- Maatschappelijke problemen oplossen (problem-policing)
- Bejegening v. slachtoffers (primaire aandacht voor het slachtofferschap)
+ Herstel v. schade (herstelrecht) + inperken v. angstgevoelens (geruststellingsbeleid)
Definitie v. criminaliteitsbeleid (Raad v. Europa, 1983):
Alle strafrechtelijke en niet-strafrechtelijke maatregelen om de samenleving te beschermen tegen
criminaliteit, om het lot v. daders te bepalen en om de rechten van slachtoffers te waarborgen.
Fasen en actoren v.h. criminaliteitsbeleid – vooral binnen strafrechtsbedeling
1. Criminalisering v. specifieke gedragingen door wetgevende macht
Actoren: Koning, Kamer v. volksvertegenwoordigers en Senaat (+ steden en gemeenten)
2. Identificatie v. beleidsprioriteiten inzake criminaliteit (verwaarloosd)
Actoren: Ministers BZ en Justitie, College der Procureurs-Generaal en procureur des Koning,
lokale politie, burgemeesters meestal vanuit Zonale Veiligheidsraden
3. Opsporing criminaliteit (constateren, registreren, opsporen, aanhouden, verhoren)
Actoren: Gerechtelijke Politie, parketten (+ inlichtingendiensten en leger)
Bestuurlijke politie heeft ook andere functies
4. Vervolging
Actoren: lokale parketten en federaal parket
5. Berechting
Actoren: rechtbanken en hoven (+ steden en gemeentelijke administratieve sancties)
6. Tenuitvoerlegging (eindbeslissing)
Parketten, strafuitvoeringsrechtbanken (SURB), gevangenissen (17/35 in Vlaanderen), Justitiehuizen
Bv. elektronisch toezicht, resocialisatie (+ instellingen voor minderjarigen)
Internering geldt als veiligheidsmaatregel i.p.v. straf
Fasen en actoren v.h. criminaliteitsbeleid – vooral binnen strafrechtsbedeling (modern)
7. Ondersteuning and nazorg van slachtoffers
Actoren: Centrum voor Algemeen Welzijnswerk (CAW) en justitiehuizen
8. Herstelrecht (eerst voorgesteld als alternatief, nu als doelstelling)
Actoren: Moderator en Médiante (vzw’s)
1
, 9. Preventie criminaliteit (eerst idee v. afschrikking, later preventie i.p.v. repressie)
Meerdere federale, regionale en lokale instanties (ook politie) + privésector en burgers
Veel kritiek op geweest bv. risicovolle situaties op voorhand verkeerd identificeren
Van criminaliteit- naar integraal veiligheidsbeleid
Verschuiving in meerdere landen vanaf einde ‘80
Mijlpalen in België (namen niet vanbuiten kennen)
- Pinksterplan I en II (1990-92)
- Krachtlijnen voor een federaal Veiligheidsprogramma (1995)
- Federaal Veiligheids- en Detentieplan (2000)
- Kadernota’s Integrale Veiligheid (2004 en 2016)
Integrale veiligheid: brede benadering criminaliteit en veiligheidsproblematiek
Meer dan alleen repressie of criminaliteitsbestrijding “veiligheidsketen”
Bijzondere nadruk op bestuurlijke handhaving in Kadernota v. 2016
Doelstellingen v. criminaliteitsbeleid + verminderen v.d. subjectieve onveiligheid en de overlast en
verhogen v.d. leefbaarheid
Criminele + niet-criminele oorzaken v. onveiligheid bv. verkeers- brandveiligheid en natuurrampen en
hun invloed op de subjectieve beleving van mensen
Met stappenplan systematisch aan de slag: informatie, analyse, actie + evaluatie
In veel landen gebeurt er veel te weinig evaluatie v.h. beleid en maatregelen.
Duidelijke stellingen in Kadernota van 2016:
“Een integrale veiligheidszorg streeft ernaar zoveel mogelijk aspecten v.e. veiligheidsfenomeen in het
beleid en de aanpak te betrekken en dit gespreid over de diverse schakels van de veiligheidsketen:
preventie, repressie en nazorg ten aanzien v.h. slachtoffer en v.d. dader.
Een integraal veiligheidsbeleid beperkt zich niet tot de strafrechtsketen en de strafrechtshandhaving,
maar kiest ook voor een bestuurlijke handhaving van zowel overlast veroorzakende gedragingen en
lichtere vormen van criminaliteit als georganiseerde misdaadfenomenen.
“Een beleid van integrale veiligheidszorg streeft er bovendien naar om, waar mogelijk, via sociaal en
individueel preventieve maatregelen en hulpverlening, in te werken op de structurele- en individuele
oorzaken van criminaliteit en onveiligheid. Een integraal veiligheidsbeleid richt zich zowel naar de
subjectieve- als naar de objectieve onveiligheid”
Criminaliteitsbeleid ondergeschikt aan veiligheidsbeleid
Kadernota’s Integrale Veiligheid (2016)
Het strafrechtelijk beleid van de minister van Justitie (…) de politieplannen (het nationaal veiligheidsplan
(NVP), het zonaal veiligheidsplan (ZVP), en eventueel het lokaal veiligheidsplan (LVP)) en het
veiligheidsplan van het Brusselse Gewest, vormen in die zin allen een afgeleide van de Kadernota en
dienen zich conceptueel en qua prioritaire veiligheidsfenomenen maximaal te oriënteren naar de KIV”
(Geens & Jambon, 2016, p. 7).
Dienst voor het Strafrechtelijke Beleid (DSB) van Ministerie van Justitie:
Deze definitie laat toe ruimer te kijken dan louter de in de strafwet strafbaar gestelde gedragingen. Het
omvat het gehele veld van de veiligheidsketen: zowel de algemeen preventieve aanpak als de
maatschappelijke beschermingsfactoren, en strekt zich tevens uit over de domeinen van de penologie
(sanctionering van daders) en de victimologie (bejegening van slachtoffers)
2
, De Dienst beoogt een integrale en geïntegreerde strafrechtelijke beleidsvoering, als onderdeel van het
integraal veiligheidsbeleid van de federale regering”
Veiligheidsbeleid is ook geïntegreerd = gecoördineerd
Verticale coördinatie tussen verschillende beleidsniveaus
- Federaal, regionaal, zonaal en/of lokaal + internationaal en Europees
Horizontaal coördinatie tussen verschillende overheidsdiensten
- Nationaal veiligheidsplan (NVP) concretiseert doelstellingen voor politie en justitie
Nieuwste NVP in werking getreden op 1 januari 2021 (elke 4 jaar)
- Groeiende coördinatierol voor steden en gemeenten
Groeiende rol private actoren
Bedrijven, private veiligheidssector en burger zelf: zichzelf + eigen bezittingen
“Gedeelde maatschappelijke verantwoordelijkheid voor veiligheid”
Veiligheidsketen
Deels overlap met fasen van het criminaliteitsbeleid, maar meer nadruk op preventieve.
Proactief = maatregelen om structurele oorzaken onveiligheid/incidenten weg te nemen.
Bv. sluiten fabriek, weigering vergunning bedrijf, massa-evenement of bejaardenhuis
Kost vaak veel geld, hoeveel criminele feiten worden werkelijk vermeden?
Concluderende opmerkingen
Positieve vooruitgang t.o.v. strafrechtelijk beleid, maar gebrekkige toepassing in België:
- Onvoldoende strategische planning
- Moeilijke coördinatie (moeilijk om op zelfde lijn te laten opperen)
- Te weinig monitoring en evaluatie bv. proactief (te weinig geïnvesteerd, schade
Fundamentele kritiek door sommige academici
- Repressie “achteraf” vervangen door risicojustitie “vooraf”
Politie
Wat is de politie? ‘nieuwe uitvinding’
Huidige rechtsstaat: politie = overheidsdienst met monopolie over gebruik van fysiek geweld
Twee traditionele kerntaken:
- Handhaving van openbare orde en veiligheid
- Opsporen en onderzoeken van strafbare feiten
Nieuwe, bijkomende taken, o.a.:
- Directe hulpverlening
3