100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

2.2.2 Diagnostiek samenvatting (cijfer 8.4)

Rating
-
Sold
1
Pages
57
Uploaded on
11-09-2025
Written in
2024/2025

in dit document heb ik een beknopte (maar uitgebreid genoeg ;)) samenvatting gemaakt van de theorie van zowel psychopathologie en recht. onderaan in het document heb ik per leerdoel theorie gekoppeld aan dat leerdoel zodat het duidelijk is wat er per vraag van je verwacht word.

Show more Read less
Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
8, 9, 11, 12, 14
Uploaded on
September 11, 2025
Number of pages
57
Written in
2024/2025
Type
Summary

Subjects

Content preview

Psychopathologie
Boek: psychiatrie, een inleiding
Les 1
Hoofdstuk 12. Alleen Cluster B; NIET ;12.3 en 12.5
Persoonlijkheidsstoornissen en impulsbeheersingstoornissen

12.1 inleiding
Wanneer gedragspatronen inflexibel, rigide of maladaptief worden dat ze aanzienlijk
persoonlijk lijden veroorzaken, of wanneer ze het sociale of beroepsmatige functioneren
van de betrokkene belemmeren, kunnen ze als persoonlijkheidsstoornissen worden
aangemerkt.

12.2 type persoonlijkheidsstoornissen
Persoonlijkheidsstoornissen kenmerken zich door excessief rigide gedragspatronen of
manieren om met anderen om te gaan, die uiteindelijk negatieve consequenties hebben.
Door deze rigiditeit kunnen mensen zich niet aan externe eisen aanpassen, waardoor
deze patronen uiteindelijk ondermijnend gaan werken. Kinderen met psychische
stoornissen of problematische gedragingen, zoals gedragsproblemen, depressie,
nervositeit en uitzonderlijke kinderlijkheid, hebben een grote risico dan gemiddeld om
later een persoonlijkheidsstoornis te ontwikkelen. De kenmerken komen vaak vroeg aan
het licht, waardoor ze diepgeworteld raken. 6 tot 10 procent van de gehele bevolking
heeft een persoonlijkheidsstoornis, in Nederland 10 tot 15 procent.

De DSM-5 omschrijft zes criteria;
1. Een patroon van ervaringen en gedragingen dat duidelijk afwijkend is van wat je
normaal verwacht op cognities, affectiviteit, interpersoonlijk functioneren en/of
impulsbeheersing.
2. Het patroon is star en zichtbaar.
3. Het patroon veroorzaakt lijdensdruk of beperkingen in het functioneren op
belangrijke terreinen.
4. Het patroon is stabiel en van lange duur, begonnen voor de jongvolwassenheid.
5. Er is geen andere psychische stoornis als verklaring.
6. Het is ook niet toe te schrijven aan de effecten van lichamelijke aandoeningen of
drugs.

De DSM verdeelt persoonlijkheidsstoornissen in drie clusters:
- Cluster A: Mensen die als vreemd of excentriek worden beschouwd.
→ Paranoïde-, schizoïde- en schizotypische stoornissen.
- Cluster B: Mensen met overmatig dramatisch, emotioneel of wispelturig gedrag.
→ Antisociale-, borderline-, histrionische- en narcistische-
persoonlijkheidsstoornissen.
- Cluster C: Mensen die vaak nerveus of angstig lijken.
→ Vermijdende-, afhankelijke- en dwangmatige persoonlijkheidsstoornissen.
Vaak hebben de mensen ook andere diagnosticeerbare psychologische
stoornissen.

,12.4 Persoonlijkheidsstoornissen gekenmerkt door dramatisch, emotioneel of
wispelturig gedrag – cluster B
Deze mensen vertonen gedragspatronen die buitensporig, onvoorspelbaar of egoïstisch
zijn. Ze hebben problemen met het aangaan en onderhouden van relaties. De
symptomen hebben een expressieve aard.

Antisociale-persoonlijkheidsstoornis: een persoonlijkheidsstoornis die wordt
gekenmerkt door antisociaal en onverantwoordelijk gedrag en door gebrek aan spijt van
misdaden.
Ze zijn antisociaal in de zin dat ze vaak de rechten van anderen schenden, zich niet aan
sociale normen en conventies storen, en in sommige gevallen de wet overtreden. Ze zijn
impulsief en komen hun verplichtingen niet na. Wel hebben ze een oppervlakkige
charme en de meeste hebben een gemiddelde intelligentie. Vertonen nauwelijks
schuldgevoel en/of angst als ze met een bedreigende situatie worden geconfronteerd.
Vaker bij mannen (6%) dan vrouwen (1%). Diagnose vanaf 18, maar patroon echter al in
kindertijd.
Geen verband tussen deze stoornis en etnische of raciale factoren, stoornis komt echter
meeste voor bij mensen in lagere sociaal-economische groepen.
2 dimensies:
1. Persoonlijkheidsdimensie: oppervlakkige
charme, egoïsme, gebrek aan empathie,
gevoelloosheid, meedogenloos profiteren
van anderen en onverschilligheid tegenover
gevoelens en welzijn van anderen. Houden
zich meestal wel aan de wet.
2. Gedragsdimensie: aannemen van algeheel
instabiele en antisociale manier van leven,
met als gevolg regelmatig problemen met
autoriteiten, slecht arbeidsverleden en
instabiele relaties.


Borderline-persoonlijkheidsstoornis: een persoonlijkheidsstoornis die zich kenmerkt
door plotselinge stemmingswisselingen, gebrek aan een samenhangend zelfbeeld en
onvoorspelbaar, impulsief gedrag.
De kern is een diepgaand patroon van instabiliteit in de relaties, het zelfbeeld en de
stemmingen en een gebrek aan controle over impulsen. Ze zijn vaak onzeker over hun
persoonlijke identiteit, waarden, doelen, carrière en keuzes in relaties. Ze kunnen er niet
tegen om alleen te zijn en zullen wanhopige pogingen doen om gevoelens van verlating
te vermijden. Hun gevoelens tegenover anderen zijn intens. Komt vaker voor bij vrouwen.
Ze hebben moeilijkheden om emoties te reguleren, ze worden verteerd door intense
emotionele pijn en chronische gevoelens van woede. Vaak is er sprake van trauma in de
jeugd, ze kunnen zich toegeven aan impulsieve automutilatie (zichzelf verwonden). ¾
doet een poging tot zelfdoding.

,Histrionische-persoonlijkheidsstoornis: een persoonlijkheidsstoornis die wordt
gekenmerkt door overdreven emotionaliteit en een overmatige behoefte aan aandacht,
lof, geruststelling en goedkeuring.
Ze gedragen zich vaak dramatisch en emotioneel, maar hun emoties lijken oppervlakkig,
overdreven en vluchtig. Routine maakt ze snel rusteloos en hunkeren ze snel naar
nieuwe dingen en stimulering. Ze gedragen zich flirterig, maar zijn te veel met zichzelf
bezig om intieme relaties te ontwikkelen of diepe gevoelens voor anderen te hebben.

Narcistische- persoonlijkheidsstoornis: een stoornis die wordt gekenmerkt door een
opgeblazen zelfbeeld en eisen dat anderen hen aandacht geven en bewonderen.
Ze verwachten dat anderen hun speciale
eigenschappen zullen opmerken, zelfs als hun
prestaties gewoon zijn. Ze hebben geen
empathie voor anderen.
Veel sterker opgeblazen eigendunk en minder
melodramatisch dan histrionische-
persoonlijkheidsstoornis. Meestal beter in staat
hun gedachten en handelingen te organiseren
dan mensen met een borderline-
persoonlijkheidsstoornis. Succesvoller in hun
carrière en beter in staat een positie van macht
en status te bereiken. Relaties zijn meestal ook
stabieler dan mensen met een borderline-
persoonlijkheidsstoornis.



12.6 problemen met de indeling van persoonlijkheidsstoornissen
Er blijven vragen bestaan rondom de classificatie van de persoonlijkheidsstoornissen in
het algemeen en de gebruikte classificatie in de DSM-5 en de daarvoor gebruikte
criteria. Hardnekkige vragen zijn:
- Kan een persoonlijkheidsstoornis wel betrouwbaar worden onderscheiden ten
opzichte van andere klinische syndromen? Kenmerken van een
persoonlijkheidsstoornis kunnen ook in loop der tijd variëren wanneer de
omstandigheden veranderen.
- Er is een grote mate van overlap tussen de diagnostische criteria voor
persoonlijkheidsstoornissen, de meeste voldoen aan criteria van meer dan één
persoonlijkheidsstoornis.
- Hoe onderscheid je nu normaal en pathologie? Als je een tijdje achterdochtig
bent, betekent het niet dat je een paranoïde persoonlijkheidsstoornis hebt

Toch is de ontwikkeling van een nauwkeurig beschrijvend systeem een belangrijke stap
in de richting van een wetenschappelijke verklaring. Het opstellen van betrouwbare
diagnostische categorieën legt de basis voor valide onderzoek naar de oorzaken en de
behandeling.

, 12.7 theoretische perspectieven
Veel theoretische verslagen over persoonlijkheidsstoornissen zijn afkomstig uit het
psychodynamisch model.

Psychodynamische perspectieven richten zich meestal op de eerdere, pre-oedipale
periode van ongeveer 18 maanden tot 3 jaar, waarin kinderen een identiteit beginnen te
ontwikkelen die onafhankelijk is van die van de ouders. Deze theorieën concentreren
zich op de ontwikkeling van het zelfgevoel bij het verklaren van stoornissen zoals
narcistische-, en borderline- persoonlijkheidsstoornissen.
- Hans Kohut: zelfpsychologie
- belangrijk hoe het zelf zich ontwikkelt → gevoel van eigenwaarde, waarden en
een samenhangend en realistisch zelfgevoel te ontwikkelen.
- gezonde narcisme in vroege jeugd. In adolescentie wordt idealisering
getransformeerd naar realistische bewondering voor ouders, docenten en
vrienden.
- gebrek aan empathie en steun van ouders basis pathologisch narcisme →
constructie van een grandioze, wankele façade van zelfperfectie die vermeende
ontoereikendheden maskeert. → Betrokkene blijft kwetsbaar voor deuken in
eigenwaarde in sociale of beroepsmatige doelstelling.
- Otto Kernbeg
Volgens Otto ontstaat borderline wanneer de ontwikkeling van een gevoel van
stabiliteit en eenheid ten aanzien van het zelf en anderen tijdens de jeugd uitblijft.
Ze hebben tegenstrijdige elementen van zichzelf en anderen niet tot en volledig,
compleet, stabiel geheel kunnen synthetiseren. Dit zorgt voor het verschijnsel
afsplitsing: het onvermogen om de positieve en negatieve aspecten van het zelf
en anderen met elkaar te verenigen, hetgeen leidt tot plotselinge wisselingen
tussen positieve en negatieve gevoelens.
- Margaret Mahler
Separatie-individuatie: ontstaan van afzonderlijke psychologische en biologische
identiteit van moeder en van erkenning van persoonlijke eigenschappen die de
eigen identiteit definiëren anderzijds. → Verstoring in dit proces (kind niet laten
gaan of dus snel zelfstandig) kan teruggezien worden in borderline-stoornis.

Leer- en sociaalcognitieve perspectieven
Een patroon van verkeerde relaties met anderen wordt gevormd door ervaringen tijdens
de jeugd. Kinderen die worden ontmoedigd om hun mening te uit kunnen een
afhankelijkheidspatroon ontwikkelen. Te veel discipline vanuit de ouders kan leiden tot
een dwangmatige stoornis. ‘Hysterie’ kan worden teruggeleid naar ervaringen in de jeugd
waarbij sociale bekrachtigingen zoals aandacht van de ouders zijn verbonden aan het
uiterlijk van het kind.

Sociaalcognitieve theorieën
Antisociale persoonlijkheidsstoornis komt vanuit het niet hebben geleerd hoe je op
anderen moet reageren als bekrachtigers. De socialisatie is dus anders en minder
ontwikkeld door een tekort aan beloning/bekrachtiging van goed gedrag. Leren door
observeren stelt dat kinderen agressief gedrag zien en zo aanleren doordat ze zien dat
antisociaal gedrag bekrachtigd wordt door de vermijding van schuld of manipulatie.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
LBU2806 Hogeschool InHolland
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
12
Member since
7 months
Number of followers
0
Documents
10
Last sold
6 days ago

5.0

3 reviews

5
3
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions