andere uit natuurkunde, wiskunde en geneeskunde.
Socrates: heeft een grote invloed gehad over hoe wij nu nadenken over de
psychologie.
Hij vond dat alle belangrijke kennis in de psyche van iemand zat en dat hij
dit door vragen te stellen eruit kon halen.
Zijn student was Plato. Zij zijn grondleggers van rationalisme en nativisme.
Rationalisme: je reden gebruiken om kennis en waarheid te ontdekken.
Nativisme: kennis en ideeën zijn al aangeboren.
Idealisme: zoals jij de dingen ziet/ervaart is niet echt maar het gene wat
er zit in jouw hoofd dat is echt.
Plato zijn idealisme was dat je een verschijningsvorm hebt (dat wat wij
zien) en de ideale vorm (wat wij in ons hoofd creëren).
Volgens Plato zat de psyche in elkaar met verschillende onderdelen waar
de reden in centraal stond. Je hebt aan de ene kant de lusten en aan de
andere kant je morele verplichtingen en volgens hem is het de taak van de
reden om die 2 samen te laten werken.
Plato vergeleek ons voorkomen met een helder licht wat op ene voorwerp
viel, dat slechts oppervlakkige en onvolledige aspecten van de ware vorm
weerkaatste en de kwaliteiten alleen begrepen konden worden met
rationeel nadenken.
Aristoteles was een leerling van Plato en was een voorstander van
empirisme. Ook heeft hij de taxonomie ontdekt.
Empirisme: kennis komt voort uit observatie en classificatie (orde aan
brengen).
Aristoteles aanschouwt de aarde
Taxonomie: het indelen van dieren in diersoorten, voorbeeld van
classificatie.
Rationele zielen, die logische konden nadenken en konden classificeren
waren uniek en alleen voor mensen.
Scale of nature: een hiërarchische ordening begrensd door eenvoudige
planten aan de onderkant en mensen aan de top.
Aristoteles heeft het Lyceum opgezet.
Aristoteles zei dat de geest observaties filterde in categorieën van
ervaring:
substantie (wat)
kwantiteit (hoeveel)
Kwaliteit (kleur en vorm)
plaats (waar)
,tijd (wanneer)
relatie (bijv, groter-kleiner)
activiteit (wat doet het)
Hij vond ook dat verschillende organisme verschillende zielen hadden:
Vegetatieve zielen (voeden, voortplanten)
Sensitieve zielen (sensatie, bewegen, geheugen, verbeelding)
Rationele zielen (logische redeneren).
Aristoteles zei dat alle gebeurtenissen 4 componenten moesten hebben:
- Materiele oorzaak (het materiaal waaruit iets is gemaakt
- formele oorzaak, (het idee of plan achter het veroorzaakte ding)
- efficiënte oorzaak, (de acties of interacties die het veroorzaakte ding tot
stand brengen) - het doel waarvoor het ding wordt veroorzaakt
Democritus stelde dat alles was samengesteld uit kleine ondeelbare
atomen die willekeurig bewogen in de verder lege ruimte en op
onvoorspelbare manieren met elkaar in wisselwerking stonden om
materiële lichamen te creëren (Atomisme).
Democritus deelt de wereld op in atoomkruimels.
Al-Kindi heeft het getallensysteem wat wij nu kennen ontdekt (indo-
Arabische cijfers). Getallen 0 t/m 9.
Alhazen heeft veel gedaan met optica en visuele waarneming. Hij zei dat
zicht passief is (komt van buiten naar binnen bij ons). En gaf als voorbeeld
camera obscura: hele donkeren kamer met 1 kleine gaatje wat laat zien
wat er in de buitenwereld gebeurd. Via dat gaatje valt er ligt naar binnen
waardoor wat er buiten gebeurd kleiner en ondersteboven op de
achterwand geprojecteerd wordt.
Avicenna gaf een uitbreiding van de ideeën van Aristoteles. Hij zei dat je
interne en externe zintuigen hebt.
Hij vulde de functies van de ziel aan met:
- inschatting (inschatting van kansen en gevaren)
- Neiging (handelingssimpulsen).
Avicenna zegt ook dat ook als je interne en externe zintuigen weg vallen je
altijd je zelfbewustzijn zal behouden.
Corpus van Hippocrates: gezamenlijk een uitgebreid corpus van
medische geschriften gemaakt door Hippocrates en zijn leerlingen.
Humoral theorie: Hippocrates en zijn leerlingen verklaarde gezondheid
en ziekte aan de hand van de balans tussen 4 humoren (vloeistoffen):
slijm, bloed, gele gal en zwarte gal.
Descartes hij trok alles in twijfel, behalve het feit dat hij alles in twijfel kon
trekken en dat verklaarde volgens hem dat wij een ziel hebben. Hij
,verkreeg kennis door te gaan denken (deductie), en dat verkoos hij boven
sensorische ervaringen (inductie).
Hij ging opzoek naar simple natures: fundamentele eigenschappen van
fysieke fenomenen waaraan je niet kunt twijfelen.
Hij wist zeker dat er 2 dingen zijn in de fysieke wereld: extensie (de ruimte
dat iets opneemt) en beweging.
Zijn ideeën leken op die van Galileo.
Galileo zei dat er in de wereld om je heen 2 kenmerken/kwaliteiten zijn:
Primaire kwaliteiten (vorm, hoeveelheid, beweging)
Secundaire kwaliteiten (zicht, geduld, gevoel) is er alleen als wij, mensen,
met iets interacteren.
Fysica: het universum is gevuld met deeltjes (vuur, lucht, aarde) deze
deeltjes hebben extensie en beweging. De kleinste deeltjes (vuurdeeltjes)
bevonden zich in het centrum om de zon te vormen, grote deeltjes
(aardedeeltjes) vormde de materiele lichamen en transparante deeltje
vulde de ruimte overal tussen. Zo zag Descartes de wereld.
Mechanistische Fysiologie: het lichaam als een machine.
Descartes dacht dat zenuwen holle buizen waren met animal spirits
(hersenvocht).
reflex = stimulus (externe wereld) + respons (gedrag organisme)
Descartes dacht dat als je iets veel oefent en de hersenstructuren worden
anders dat dan het hersenvocht anders gaat stromen en ‘’paden’’ maakt
waardoor het dus steeds makkelijker gaat. Dit dacht hij met emoties, hij
dacht dat met boosheid de vloeistof heel hard ging en bij verdrietigheid de
vloeistof ging en dat verklaarde hoe je reageerde.
Dualisme: geloof in dat er onderscheid is tussen lichaam en ziel.
Descartes vond dat er een verschil was dus het lichaam (machine) en
geest (rationele ziel), maar dat ze wel interacteerde. De rationele ziel
bestaat uit aangeboren ideeën.
Hij vond mechanische uitleggen voor al e functies van de door Aristoteles
vegetatieve en sensitieve ziel. Alleen kon dit niet voor de rationele ziel.
Hij lag aan de grond van de neuropsychologie.
Elisabeth van Bohemen vroeg zich af hoe de geest en het lichaam dan
samenwerkte.
Descartes verklaarde dat lichaam en geest interacteerde bij de
pijnappelklier (epifyse).
Interactief dualisme: het feit dat lichaam en geest via de pijnappelklier
konden interacteren.
, John Locke verklaart alles aan de hand van de mechanische fysiologie.
De ziel (aangeboren ideeën) is niet nodig voor kennis.
(sensaties + reflecties = herinnering)
Locke was het met Descartes eens dat het universum uit deeltjes bestaat
maar zei dat hun impact op sensorische organen kan leiden tot geuren,
beelden en geluiden. Hij geloofde in het Empirisme. En zei dat alles voort
kwam uit ervaring.
Locke = Levenservaring
Hij vond dat er soorten kennis waren:
intuïtief (een direct ervaring, zoals de wereld is),
demonstratief (zaken die je kan uitleggen, zoals wiskunde),
sensitief (kennis via je ervaringen)
Als je ouder wordt dacht Locke dat simpele ideeën (bijv. rood, rond, hard)
combineren tot complexe ideeën (bijv. appel, honger).
associatie van ideeën door:
continuïteit (continguity), gebeurtenissen die heel dichtbij (vlak naar)
elkaar gebeuren.
gelijkenis (similarity), dingen die op elkaar lijken ga je met elkaar
associëren.
Locke’s manier van kennis werven was experimentele onderzoeken van
wetenschappers en wilde dit delen met mensen die de kennis/ervaringen
niet hadden.
Hij heeft veel invloed gehad op de ontwikkeling van psychologie in
Engelssprekende landen.
Social contract: hierin staat de relatie tussen het gezag van de staat en
het individu geschreven en dat heeft Locke geïntroduceerd.
Molyneux creëerde het Molyneax probleem, als een man blind is vanaf
zijn geboorte dan zal hij de wereld niet herkennen als die opeens zicht
krijgt.
Leibniz geloofde dat alles bestaat uit levende organismes (Monaden).
Je hebt verschillende monaden:
- enkelvoudige monade (bare monad), nemen wel waar maar hebben geen
duidelijk bewustzijn dus soort droomtoestand
- waarnemende monade (sentient monad), die kan dingen waarnemen dus
perceptie (alles gaat automatisch)
- rationele monade (rational monad), die kunnen bewust waarnemen dus
apperceptie
- opperste monade (supreme monad) is God en god is alles om je heen.
Leibniz en monaden is als een kast vol met laden.