Cellen kunnen in een omgeving komen met schadelijke stimuli. Om te overleven
moeten cellen de mogelijkheid hebben om zich aan te passen aan de gewijzigde
omstandigheden. De cel past zich aan door veranderingen in volume, in aantal of
door omvorming tot een ander celtype.
Dat kan fysiologisch gebeuren (meestal) bijvoorbeeld als je traint voor een marathon.
Dan zal je spiermassa toenemen omdat de spiercellen toenemen in grootte.
Pathologisch: bv groei van kanker
1
,2
,Ø Dit komt voor als een cel of een weefsel wordt blootgesteld aan een verhoogde
werkbelas4ng.
Ø Hypertrofie is de enige aanpassingsvorm voor weefsels waarin het aantal cellen
niet kan toenemen.
Kan zowel fysiologisch als pathologisch zijn:
• Fysiologisch: de toename in spiermassa door training
• Pathologisch: harthypertrofie bij chronische hypertensie
Bij personen die langdurig een verhoogde bloeddruk hebben, gaan de cellen van hun
hart in respons groter worden à niet normaal. Het hart gaat onder stress komen
omdat er zo ook meer zuurstof en nutriënten nodig zijn. Dit kan lijden tot een
hartschade.
Hypertrofie kan ook een compensa4eproces zijn. Bijvoorbeeld: wanneer 1 nier
verwijderd wordt, hypertrofieert de overblijvende nier om de func4onele capaciteit
te verhogen.
3
, Het kan niet in spier- of zenuwweefsel
Kan zowel fysiologisch als pathologisch zijn:
• normaal fysiologisch proces: bij borst- en uterusweefsel tijdens de zwangerschap.
Zo zal het borstklierweefsel vergroten ter voorbereiding voor de borstvoeding.
• dikwijls pathologisch
Zoals bij hypertrofie kan hyperplasie ook een compenserend mechanisme zijn (als
een deel van de levercellen verwijderd wordt, neemt het aantal hepatocyten
opnieuw toe om de functionele capaciteit van de lever te vrijwaren).
4