Nederlands samenvatting Taal & Didactiek
Hoofdstuk 9: Methoden en leergangen
9.1 De geschiedenis van het leesonderwijs
In der loop der tijd zijn er verschillende aanpakken en methoden voor aanvankelijk lezen geweest, elk ontwikkeld
vanuit een andere visie op leesonderwijs, het gaat om;
- Synthetische methoden
- Analytische methoden
- Analytisch-synthetische methoden
- Globaalmethoden
- Structuurmethoden
- Functioneel aanvankelijk lezen
9.1.1. Synthetische methoden
De oudste manier om kinderen te leren lezen, is met behulp van namen van de letters van het alfabet. Men benoemde
de letters, zoals bij het spellen van een woord gebruikelijk is. De kinderen leerden eerst de namen van de letters en
moesten vervolgens de afzonderlijke letters samenvoegen tot een woord; z/i/t = zit.
We noemen een dergelijke methode ook wel spelmethode. Omdat bij het leren lezen uitgegaan wordt van de losse
elementen die vervolgens samengevoegd of gesynthetiseerd moeten worden, spreken we ook wel van een
synthetische methode. Kenmerkend voor deze manier van werken is dat eerst de koppeling tussen klank en letter
wordt aangeleerd en pas als de kinderen de letters goed kennen, mogen ze beginnen aan het lezen van eenvoudige
woorden.
De manier van werken met de spelmethode staat ver af van moderne leesdidactiek. Er wordt wel een groot beroep
gedaan op het abstractievermogen van kinderen. De namen van de letters van ons alfabet zijn volstrekt willekeurig en
er is vrijwel geen koppeling met de klank die een letter gewoonlijk weergeeft. Het vergt dus nogal wat van de kinderen
om dit inzicht.
In 1657 kreeg pedagoog Comenius de nodige kritiek op deze methode. De spelmethode heeft lang het beeld van het
leesonderwijs bepaald. Pas in de begin negentiende eeuw kwam de klankmethode.
Bij de klankmethode ging men niet meer uit van de letternamen, maar van de klank die bij de letter hoort. Ook de
klankmethode is dus een synthetische methode, omdat het uitgangspunt ligt in de losse elementen van onze taal. De
klankmethode is concreter, omdat kinderen de relaties kunnen leggen tussen de losse klanken en het hele woord.
Een nadeel van de synthetische methode is dat ze het uitgangspunt voor het leren lezen in de kleinste elementen van
de taal neemt. Klanken en letters hebben geen betekenis en je loopt het gebaar dat het leren lezen op deze manier te
veel een technische bezigheid wordt die weinig aandacht voor de betekenis van woorden geeft.
9.1.2. Analytische methoden
Er kwam een methode die tegenovergestelde was van de synthetische methode. Als uitgangspunt nam men een
complete tekst, waarvan de kinderen eerst door voorlezen de betekenis moesten leren kennen. Vervolgens probeerde
men de kinderen de afzonderlijke elementen van de tekst, de klanken en letters, aan te leren. We noemen deze
werkwijze ook wel een analytische methode. Het leesonderwijs start vanuit een betekenisvolle tekst en door analyse
van zinnen en woorden komen de kinderen tot letterkennis. Een belangrijk nadeel is dat kinderen met veel letters
tegelijk geconfronteerd worden en met name voor zwakke lezers is dit een probleem.
9.1.3. Analytisch-synthetische methode
Een analytisch-synthetische methode start het leesonderwijs vanuit concrete woorden. De woorden worden
geanalyseerd in klanken en de bijbehorende letter wordt aangeleerd. Met de letters die de kinderen geleerd hebben,
worden door synthese opnieuw woorden gevormd. Zowel de analytische als synthetische krijgt dus systematische
aandacht.
Deze methode leerden de kinderen lezen aan de hand van zorgvuldig uitgekozen woorden, zogenoemde
normaalwoorden. Dat waren woorden waarin de letters hun normale klanken hadden. Om de oo aan te leren koos
men het woord noot.
Men probeerde de normaalwoorden zo te kiezen dat er zo veel mogelijk verschillende woorden de letters aanleerden.
Tegenwoordig gebruiken we de term klankzuivere woorden.
De oudste analytisch-synthetische methoden besteedden in de beginfase van het leren lezen eerst uitgebreid
aandacht aan het auditief analyseren en synthetiseren van woorden. Daarna ging men over tot het systematisch
aanleren van de letters. Typerend voor de analytisch-synthetische methode is dat ze werken met een beperkt aantal
basiswoorden. Deze woorden worden gelezen door de analyse en synthese manier.
Deze methode wordt nog steeds gebruikt in het onderwijs. Veilig leren lezen en Letterstad zijn methodes die dit nog
steeds gebruiken.
, Het voordeel van deze methode is dat kinderen vanaf het begin alleen woorden lezen met letters die al aangeleerd
zijn. Op die manier kent het leren lezen een gestructureerde opbouw. Zo wordt ook voorkomen dat de kinderen met
teveel letters tegelijk worden geconfronteerd.
Letterstad
Een analytisch-synthetische methode die een belangrijke stempel op het leesonderwijs heeft gedrukt, is de methode
letterstad. Het is een methode die in een aantal opzichten afwijkt van de andere methoden. Het was de eerste
methode die consequent vanuit leerpsychologische principes het leesonderwijs opzette. Op grond van de leertheorie
van Gal’Perin gebruikte letterstad een aantal opvallende hulpmiddelen. Kooreman is de man achter de methode in
Nederland. Ze gebruikten richtingsversjes voor de schrijfrichting.
Om de koppeling tussen klank en letter te vergemakkelijken, waren er letterkaarten, waarin de essentiële kenmerken
van een letter op een speelse manier waren weergegeven. Een ander opvallend hulpmiddel is het gebruik van de
plattegrond. Er was een plattegrond voor het aanleren van de verschillende soorten klanken en één voor het correct
opschrijven van woorden.
Letterstad heeft een sterke koppeling tussen lezen en spellen. Het aanleren van spellingsregels ging op een bepaalde
manier. Voor de spelling van de open en gesloten lettergreep werd een algoritme gebruikt, in de vorm van een
plattegrond.
De zeer gestructureerde manier van werken werd door sommige kinderen als lastig ervaren en de veelheid van
termen werkte niet altijd verhelderend.
9.1.4. Globaalmethoden
Rond 1930 kwamen er globaalmethoden. De methoden ontstonden onder invloed van de zogenaamde
Gestaltpsychologie. In de Gestaltpsychologie gaat men ervan uit dat bij de menselijke waarneming de totaalindruk
primair is. Het zinvolle geheel, de Gestalt, wordt eerst waargenomen en daarna de delen. Het geheel is meer dan de
som van de delen. Lezen is ook een vorm van waarnemen. Hier geldt dat wij geen afzonderlijke letters waarnemen,
maar grotere gehelen zoals woorden en woordgroepen. Men kwam tot de conclusie dat leesonderwijs altijd een grote
omweg had gevolgd door eerst aandacht te besteden aan klanken en letters. Het was beter om kinderen vanaf het
begin te confronteren met woorden en zinnen. Door spontane analyse en synthese zou het leren lezen op gang
komen.
Leeszwakke kinderen konden deze methode niet aan. Een belangrijke winst voor de globaalmethode is dat ze
aandacht voor de inhoud en betekenis van een tekst. In de moderne leesonderwijs wordt deze methode niet meer
gebruikt.
9.1.5. Structuurmethoden
De structuurmethode is een methode die de voordelen van de analytische-synthetische methode en de
globaalmethode met elkaar combineert. Uit de globaalmethode heeft men het globaal lezen en de aandacht voor de
betekenis overgenomen. Het sterke punt uit de analytisch-synthetische methode, is de gerichte aanpak voor de
analyse en synthese van woorden. Analyseren en synthetiseren wordt aangeduid als structureren. Het doel van de
structuurmethode is dat de kinderen de structuur van ons spellingssysteem ontdekken, dat wil zeggen dat ze zich de
koppeling tussen klank en letter eigen maken. Kenmerkend voor de structuurmethode is dat men de kinderen een
beperkt aantal woorden op een globale manier laat lezen. De globaalwoorden worden ook geanalyseerd en de
kinderen leren door middel van synthese nieuwe woorden lezen. Men spreekt om die reden liever niet van
globaalwoorden, maar van structuurwoorden. De structuurmethode heeft zowel aandacht voor het herkennen van
woorden als de elementaire leeshandeling. Het uitgangspunt is visueel.
Veilig leren lezen is de bekendste structuurmethode. De methode is al sinds 1960 op de markt. Volgens de principes
van de structuurmethode start veilig leren lezen het leesonderwijs vanuit de zogenaamde structuurwoorden. Die
woorden moeten de kinderen globaal lezen; ze moeten ze kunnen herkennen op grond van de visuele woordvorm.
Daarnaast wordt vanaf het begin ook aandacht besteed aan de elementaire leeshandeling. Een belangrijk hulpmiddel
zijn de structuurstroken. Dat zijn stroken met de structuurwoorden uit de methode. De stroken kunnen op de grens
van de grafemen worden omgevouwen, zodat een leerkracht de kinderen kan laten zien waaruit een woord is
opgebouwd.
De structuurmethode is wat we wel noemen, een eclectische werkwijze die de sterke punten van verschillende
methoden in zich verenigt. Vooral zwakke leerlingen hebben problemen met deze methode.
9.1.6. Functioneel aanvankelijk lezen
In het ontwikkelingsgericht onderwijs staat het functioneel aanvankelijk lezen centraal. Een ander impuls voor de
ontwikkeling voor het functioneel aanvankelijk lezen vormde de kritiek die bestond op de bestaande leesmethoden.
Dat waren de volgende punten;
- Leesmethoden gaan weinig uit van de eigen taal van het kind. De basiswoorden komen niet uit de
belevingswereld van het kind.
- Een leesmethode forceert de natuurlijke leesontwikkeling van een kind.
- Een leesmethode legt teveel druk op de techniek en heeft weinig aandacht voor betekenis.
Hoofdstuk 9: Methoden en leergangen
9.1 De geschiedenis van het leesonderwijs
In der loop der tijd zijn er verschillende aanpakken en methoden voor aanvankelijk lezen geweest, elk ontwikkeld
vanuit een andere visie op leesonderwijs, het gaat om;
- Synthetische methoden
- Analytische methoden
- Analytisch-synthetische methoden
- Globaalmethoden
- Structuurmethoden
- Functioneel aanvankelijk lezen
9.1.1. Synthetische methoden
De oudste manier om kinderen te leren lezen, is met behulp van namen van de letters van het alfabet. Men benoemde
de letters, zoals bij het spellen van een woord gebruikelijk is. De kinderen leerden eerst de namen van de letters en
moesten vervolgens de afzonderlijke letters samenvoegen tot een woord; z/i/t = zit.
We noemen een dergelijke methode ook wel spelmethode. Omdat bij het leren lezen uitgegaan wordt van de losse
elementen die vervolgens samengevoegd of gesynthetiseerd moeten worden, spreken we ook wel van een
synthetische methode. Kenmerkend voor deze manier van werken is dat eerst de koppeling tussen klank en letter
wordt aangeleerd en pas als de kinderen de letters goed kennen, mogen ze beginnen aan het lezen van eenvoudige
woorden.
De manier van werken met de spelmethode staat ver af van moderne leesdidactiek. Er wordt wel een groot beroep
gedaan op het abstractievermogen van kinderen. De namen van de letters van ons alfabet zijn volstrekt willekeurig en
er is vrijwel geen koppeling met de klank die een letter gewoonlijk weergeeft. Het vergt dus nogal wat van de kinderen
om dit inzicht.
In 1657 kreeg pedagoog Comenius de nodige kritiek op deze methode. De spelmethode heeft lang het beeld van het
leesonderwijs bepaald. Pas in de begin negentiende eeuw kwam de klankmethode.
Bij de klankmethode ging men niet meer uit van de letternamen, maar van de klank die bij de letter hoort. Ook de
klankmethode is dus een synthetische methode, omdat het uitgangspunt ligt in de losse elementen van onze taal. De
klankmethode is concreter, omdat kinderen de relaties kunnen leggen tussen de losse klanken en het hele woord.
Een nadeel van de synthetische methode is dat ze het uitgangspunt voor het leren lezen in de kleinste elementen van
de taal neemt. Klanken en letters hebben geen betekenis en je loopt het gebaar dat het leren lezen op deze manier te
veel een technische bezigheid wordt die weinig aandacht voor de betekenis van woorden geeft.
9.1.2. Analytische methoden
Er kwam een methode die tegenovergestelde was van de synthetische methode. Als uitgangspunt nam men een
complete tekst, waarvan de kinderen eerst door voorlezen de betekenis moesten leren kennen. Vervolgens probeerde
men de kinderen de afzonderlijke elementen van de tekst, de klanken en letters, aan te leren. We noemen deze
werkwijze ook wel een analytische methode. Het leesonderwijs start vanuit een betekenisvolle tekst en door analyse
van zinnen en woorden komen de kinderen tot letterkennis. Een belangrijk nadeel is dat kinderen met veel letters
tegelijk geconfronteerd worden en met name voor zwakke lezers is dit een probleem.
9.1.3. Analytisch-synthetische methode
Een analytisch-synthetische methode start het leesonderwijs vanuit concrete woorden. De woorden worden
geanalyseerd in klanken en de bijbehorende letter wordt aangeleerd. Met de letters die de kinderen geleerd hebben,
worden door synthese opnieuw woorden gevormd. Zowel de analytische als synthetische krijgt dus systematische
aandacht.
Deze methode leerden de kinderen lezen aan de hand van zorgvuldig uitgekozen woorden, zogenoemde
normaalwoorden. Dat waren woorden waarin de letters hun normale klanken hadden. Om de oo aan te leren koos
men het woord noot.
Men probeerde de normaalwoorden zo te kiezen dat er zo veel mogelijk verschillende woorden de letters aanleerden.
Tegenwoordig gebruiken we de term klankzuivere woorden.
De oudste analytisch-synthetische methoden besteedden in de beginfase van het leren lezen eerst uitgebreid
aandacht aan het auditief analyseren en synthetiseren van woorden. Daarna ging men over tot het systematisch
aanleren van de letters. Typerend voor de analytisch-synthetische methode is dat ze werken met een beperkt aantal
basiswoorden. Deze woorden worden gelezen door de analyse en synthese manier.
Deze methode wordt nog steeds gebruikt in het onderwijs. Veilig leren lezen en Letterstad zijn methodes die dit nog
steeds gebruiken.
, Het voordeel van deze methode is dat kinderen vanaf het begin alleen woorden lezen met letters die al aangeleerd
zijn. Op die manier kent het leren lezen een gestructureerde opbouw. Zo wordt ook voorkomen dat de kinderen met
teveel letters tegelijk worden geconfronteerd.
Letterstad
Een analytisch-synthetische methode die een belangrijke stempel op het leesonderwijs heeft gedrukt, is de methode
letterstad. Het is een methode die in een aantal opzichten afwijkt van de andere methoden. Het was de eerste
methode die consequent vanuit leerpsychologische principes het leesonderwijs opzette. Op grond van de leertheorie
van Gal’Perin gebruikte letterstad een aantal opvallende hulpmiddelen. Kooreman is de man achter de methode in
Nederland. Ze gebruikten richtingsversjes voor de schrijfrichting.
Om de koppeling tussen klank en letter te vergemakkelijken, waren er letterkaarten, waarin de essentiële kenmerken
van een letter op een speelse manier waren weergegeven. Een ander opvallend hulpmiddel is het gebruik van de
plattegrond. Er was een plattegrond voor het aanleren van de verschillende soorten klanken en één voor het correct
opschrijven van woorden.
Letterstad heeft een sterke koppeling tussen lezen en spellen. Het aanleren van spellingsregels ging op een bepaalde
manier. Voor de spelling van de open en gesloten lettergreep werd een algoritme gebruikt, in de vorm van een
plattegrond.
De zeer gestructureerde manier van werken werd door sommige kinderen als lastig ervaren en de veelheid van
termen werkte niet altijd verhelderend.
9.1.4. Globaalmethoden
Rond 1930 kwamen er globaalmethoden. De methoden ontstonden onder invloed van de zogenaamde
Gestaltpsychologie. In de Gestaltpsychologie gaat men ervan uit dat bij de menselijke waarneming de totaalindruk
primair is. Het zinvolle geheel, de Gestalt, wordt eerst waargenomen en daarna de delen. Het geheel is meer dan de
som van de delen. Lezen is ook een vorm van waarnemen. Hier geldt dat wij geen afzonderlijke letters waarnemen,
maar grotere gehelen zoals woorden en woordgroepen. Men kwam tot de conclusie dat leesonderwijs altijd een grote
omweg had gevolgd door eerst aandacht te besteden aan klanken en letters. Het was beter om kinderen vanaf het
begin te confronteren met woorden en zinnen. Door spontane analyse en synthese zou het leren lezen op gang
komen.
Leeszwakke kinderen konden deze methode niet aan. Een belangrijke winst voor de globaalmethode is dat ze
aandacht voor de inhoud en betekenis van een tekst. In de moderne leesonderwijs wordt deze methode niet meer
gebruikt.
9.1.5. Structuurmethoden
De structuurmethode is een methode die de voordelen van de analytische-synthetische methode en de
globaalmethode met elkaar combineert. Uit de globaalmethode heeft men het globaal lezen en de aandacht voor de
betekenis overgenomen. Het sterke punt uit de analytisch-synthetische methode, is de gerichte aanpak voor de
analyse en synthese van woorden. Analyseren en synthetiseren wordt aangeduid als structureren. Het doel van de
structuurmethode is dat de kinderen de structuur van ons spellingssysteem ontdekken, dat wil zeggen dat ze zich de
koppeling tussen klank en letter eigen maken. Kenmerkend voor de structuurmethode is dat men de kinderen een
beperkt aantal woorden op een globale manier laat lezen. De globaalwoorden worden ook geanalyseerd en de
kinderen leren door middel van synthese nieuwe woorden lezen. Men spreekt om die reden liever niet van
globaalwoorden, maar van structuurwoorden. De structuurmethode heeft zowel aandacht voor het herkennen van
woorden als de elementaire leeshandeling. Het uitgangspunt is visueel.
Veilig leren lezen is de bekendste structuurmethode. De methode is al sinds 1960 op de markt. Volgens de principes
van de structuurmethode start veilig leren lezen het leesonderwijs vanuit de zogenaamde structuurwoorden. Die
woorden moeten de kinderen globaal lezen; ze moeten ze kunnen herkennen op grond van de visuele woordvorm.
Daarnaast wordt vanaf het begin ook aandacht besteed aan de elementaire leeshandeling. Een belangrijk hulpmiddel
zijn de structuurstroken. Dat zijn stroken met de structuurwoorden uit de methode. De stroken kunnen op de grens
van de grafemen worden omgevouwen, zodat een leerkracht de kinderen kan laten zien waaruit een woord is
opgebouwd.
De structuurmethode is wat we wel noemen, een eclectische werkwijze die de sterke punten van verschillende
methoden in zich verenigt. Vooral zwakke leerlingen hebben problemen met deze methode.
9.1.6. Functioneel aanvankelijk lezen
In het ontwikkelingsgericht onderwijs staat het functioneel aanvankelijk lezen centraal. Een ander impuls voor de
ontwikkeling voor het functioneel aanvankelijk lezen vormde de kritiek die bestond op de bestaande leesmethoden.
Dat waren de volgende punten;
- Leesmethoden gaan weinig uit van de eigen taal van het kind. De basiswoorden komen niet uit de
belevingswereld van het kind.
- Een leesmethode forceert de natuurlijke leesontwikkeling van een kind.
- Een leesmethode legt teveel druk op de techniek en heeft weinig aandacht voor betekenis.