KLEUTERS IN DE MAATSCHAPPIJ 1
1. INLEIDING
1.1 De cultureel en responsieve leraar
Cultureel responsief lesgeven is een pedagogische benadering waarin docenten bewust hun
lespraktijk aanpassen om tegemoet te komen aan de diverse culturele achtergronden,
ervaringen en behoeften van hun leerlingen.
1.2 Sociale rechtvaardigheid en SDG’s
De Substainable Development Goals (SGD’s) zijn doelen die opgesteld zijn door de VN,
bedoeld om armoede te bestrijden.
Gericht op: klimaatverandering, onderwijs, gezondheidszorg, gendergelijkheid, …
1.3 Diversiteit en etniciteit
Diversiteit omvat alle vormen van verschil tussen mensen, niet alleen gebaseerd op afkomst
of cultuur.
Het verwijst naar de veelheid aan verschillen tussen mensen in een samenleving of groep
zoals:
Culturele verschillen (taal, gewoonten, tradities, …)
Socio-economische achtergrond (inkomen, opleidingsniveau, …)
Gender en seksuele geaardheid
Religieuze overtuigingen
Fysieke en mentale capaciteiten
Etniciteit richt zich specifiek op de culturele of sociale kenmerken die een groep mensen
onderscheiden.
Het verwijst naar de culturele identiteit en achtergrond van een groep mensen die
gemeenschappelijke kenmerken delen zoals:
Afkomst of genealogie
Taal
Tradities en gebruiken
Religieuze of culturele waarden
, 1.4 Discriminatie
Discriminatie is het ongelijk behandelen van personen en groepen op basis van kenmerken
van die personen of groepen op basis van vooroordelen en stereotypen.
Het kan zich op verschillende niveaus uiten:
Individueel niveau: Als mensen anderen discrimineren op basis van vooroordelen en
stereotypen (direct en zichtbaar)
Institutioneel niveau: Wanneer bepaalde groepen mensen door organisaties
benadeeld worden (indirect en onzichtbaar)
1.5 Vijf kenmerken van diversiteit
David Mitchell onderscheidt vijf kenmerken van diversiteit die relevant zijn voor het
onderwijs:
Sekse en gender
Sociale klasse/ sociaaleconomische status
Ras/ etniciteit/ cultuur
Overtuigingen/ religie
Vermogens (gezondheid en fysiek vermogen, persoonlijkheid, cognitief/ intellectueel
vermogen)
1.6 Diversiteit versus inclusie
Diversiteit betekend dat er een mix van mensen aanwezig is, met verschillende
achtergronden, perspectieven en ervaringen.
Inclusie gaat over het creëren van een omgeving waarin iedereen zicht welkom,
gewaardeerd en gerespecteerd voelt.
1.7 Referentiekader
Referentiekader is een geheel van waarden, normen, overtuigingen, ervaringen en
perspectieven die een persoon of groep gebruikt om de wereld om zich heen te begrijpen en
interpreteren.
1. INLEIDING
1.1 De cultureel en responsieve leraar
Cultureel responsief lesgeven is een pedagogische benadering waarin docenten bewust hun
lespraktijk aanpassen om tegemoet te komen aan de diverse culturele achtergronden,
ervaringen en behoeften van hun leerlingen.
1.2 Sociale rechtvaardigheid en SDG’s
De Substainable Development Goals (SGD’s) zijn doelen die opgesteld zijn door de VN,
bedoeld om armoede te bestrijden.
Gericht op: klimaatverandering, onderwijs, gezondheidszorg, gendergelijkheid, …
1.3 Diversiteit en etniciteit
Diversiteit omvat alle vormen van verschil tussen mensen, niet alleen gebaseerd op afkomst
of cultuur.
Het verwijst naar de veelheid aan verschillen tussen mensen in een samenleving of groep
zoals:
Culturele verschillen (taal, gewoonten, tradities, …)
Socio-economische achtergrond (inkomen, opleidingsniveau, …)
Gender en seksuele geaardheid
Religieuze overtuigingen
Fysieke en mentale capaciteiten
Etniciteit richt zich specifiek op de culturele of sociale kenmerken die een groep mensen
onderscheiden.
Het verwijst naar de culturele identiteit en achtergrond van een groep mensen die
gemeenschappelijke kenmerken delen zoals:
Afkomst of genealogie
Taal
Tradities en gebruiken
Religieuze of culturele waarden
, 1.4 Discriminatie
Discriminatie is het ongelijk behandelen van personen en groepen op basis van kenmerken
van die personen of groepen op basis van vooroordelen en stereotypen.
Het kan zich op verschillende niveaus uiten:
Individueel niveau: Als mensen anderen discrimineren op basis van vooroordelen en
stereotypen (direct en zichtbaar)
Institutioneel niveau: Wanneer bepaalde groepen mensen door organisaties
benadeeld worden (indirect en onzichtbaar)
1.5 Vijf kenmerken van diversiteit
David Mitchell onderscheidt vijf kenmerken van diversiteit die relevant zijn voor het
onderwijs:
Sekse en gender
Sociale klasse/ sociaaleconomische status
Ras/ etniciteit/ cultuur
Overtuigingen/ religie
Vermogens (gezondheid en fysiek vermogen, persoonlijkheid, cognitief/ intellectueel
vermogen)
1.6 Diversiteit versus inclusie
Diversiteit betekend dat er een mix van mensen aanwezig is, met verschillende
achtergronden, perspectieven en ervaringen.
Inclusie gaat over het creëren van een omgeving waarin iedereen zicht welkom,
gewaardeerd en gerespecteerd voelt.
1.7 Referentiekader
Referentiekader is een geheel van waarden, normen, overtuigingen, ervaringen en
perspectieven die een persoon of groep gebruikt om de wereld om zich heen te begrijpen en
interpreteren.