Neuropsychologische stoornissen
Blok 2 – GWZ jaar 2 – richting GGZ
,Inhoudsopgave
Task 1: The brain ............................................................................................................................................ 3
Task 2: brein plasticiteit ................................................................................................................................ 23
Task 3: Taalproblemen .................................................................................................................................. 35
Task 4: Geheugen en Dementie ..................................................................................................................... 54
Task 5: Attention disorders en agnosia ......................................................................................................... 68
Task 6: Parkinson en Tournette .................................................................................................................... 88
2
,Task 1: The brain
1. Wat is het centrale zenuwstelsel en wat valt hieronder? (Parasympatisch
& sympatisch & autonoom/ animaal)
Perifere zenuwstelsel (PNS/PZS) = verbindt de hersenen en het
ruggenmerg,
→ Somatische zenuwstelsel/ animaal zenuwstelsel, bestaat uit
axonen die boodschappen overbrengen van de zintuigen naar het
CZS en van het CZS naar de spieren
→ Autonome zenuwstelsel, bestaat uit neuronen die informatie
ontvangen van en opdrachten sturen naar het hart, de darmen en
andere organen. Controleert het hart, de darmen en andere
organen, enkele van zijn cellichamen in de hersenen of het
ruggenmerg
Sympathische zenuwstelsel = een netwerk van zenuwen
die de organen voorbereiden op een uitbarsting van
krachtige activiteit, bestaat uit ketens van ganglia,
bevindt zich links en rechts van de centrale gebieden van
het ruggenmerg. Ganglia hebben verbinden heen en weer
met het ruggenmerg. Voorbereiden op fight-or-flight
➢ Verhogen ademhaling en hartslag, verminderen
spijsverteringsactiviteit
• Axonen geven noradrenaline af
Parasympathische zenuwstelsel = rust- en
verteringssysteem, vergemakkelijkt niet noodzakelijke
reacties, tegenovergestelde van sympathische
activiteiten, bestaat uit hersenzenuwen en zenuwen uit
het sacrale ruggenmerg. Lange preganglionische axonen
vanuit het ruggenmerg naar parasympathische ganglia
dichtbij elk intern orgaan, kortere postganglionaire vezels strekken zich uit van de
parasympathische ganglia naar de organen
➢ Verlagen hartslag, verhogen spijsverteringsactiviteit, bevorderen seksuele opwinding
(erectie), besparen energie
• Axonen geven neurotransmitter (acetylcholine) af aan organen
Centrale zenuwstelsel (CZS) = hersenen en ruggenmerg
3
, Dit figuur hoeven we niet specifiek te kennen
a. Welke cellen komen in het zenuwstelsel voor?
→ Termen: Neuronen, synapsen, grijze en witte massa, sulci en
gyri, glia
Neuronen = ontvangen informatie en transporteren het naar andere cellen
→ 86 biljoen neuronen in het brein
→ variëren in grootte, vorm en functie> vorm bepaald door verbindingen en bepaald dus de functie
→ bevatten dezelfde interne structuur als dierlijke cellen
- Dendrieten = ontvangen, vertakkende vezels
→ hoe groter het oppervlakte hoe meer info er ontvangen kan worden
- Axonen = uitzenden, brengt een impuls over naar andere neuronen, een orgaan of een spier.
Kunnen heel erg lang zijn
- Presynaptische terminal (synapsspleet)= uiteinde van elke tak heeft een zwelling,
vertakkingen van axon. Op dit punt laat het axon chemicaliën vrij die de kruising tussen dat
neuron en een andere cel kruisen
- Soma = cellichaam (kern, ribosomen en mitochondriën) → Meeste metabolische activiteit
Myelineschede = isolerend materiaal dat axonen bedekt
Insnoeringen van Ranvier = onderbrekingen in de myelineschede, verhogen snelheid impulsen
Opbouw cel/neuron:
Membraan = een structuur die de binnenkant van de cel scheidt van de het milieu buiten de cel
→ protein channels: gecontroleerde vloed van water, zuurstof, sodium, potassium, calcium, chloride,
important chemicals
4
Blok 2 – GWZ jaar 2 – richting GGZ
,Inhoudsopgave
Task 1: The brain ............................................................................................................................................ 3
Task 2: brein plasticiteit ................................................................................................................................ 23
Task 3: Taalproblemen .................................................................................................................................. 35
Task 4: Geheugen en Dementie ..................................................................................................................... 54
Task 5: Attention disorders en agnosia ......................................................................................................... 68
Task 6: Parkinson en Tournette .................................................................................................................... 88
2
,Task 1: The brain
1. Wat is het centrale zenuwstelsel en wat valt hieronder? (Parasympatisch
& sympatisch & autonoom/ animaal)
Perifere zenuwstelsel (PNS/PZS) = verbindt de hersenen en het
ruggenmerg,
→ Somatische zenuwstelsel/ animaal zenuwstelsel, bestaat uit
axonen die boodschappen overbrengen van de zintuigen naar het
CZS en van het CZS naar de spieren
→ Autonome zenuwstelsel, bestaat uit neuronen die informatie
ontvangen van en opdrachten sturen naar het hart, de darmen en
andere organen. Controleert het hart, de darmen en andere
organen, enkele van zijn cellichamen in de hersenen of het
ruggenmerg
Sympathische zenuwstelsel = een netwerk van zenuwen
die de organen voorbereiden op een uitbarsting van
krachtige activiteit, bestaat uit ketens van ganglia,
bevindt zich links en rechts van de centrale gebieden van
het ruggenmerg. Ganglia hebben verbinden heen en weer
met het ruggenmerg. Voorbereiden op fight-or-flight
➢ Verhogen ademhaling en hartslag, verminderen
spijsverteringsactiviteit
• Axonen geven noradrenaline af
Parasympathische zenuwstelsel = rust- en
verteringssysteem, vergemakkelijkt niet noodzakelijke
reacties, tegenovergestelde van sympathische
activiteiten, bestaat uit hersenzenuwen en zenuwen uit
het sacrale ruggenmerg. Lange preganglionische axonen
vanuit het ruggenmerg naar parasympathische ganglia
dichtbij elk intern orgaan, kortere postganglionaire vezels strekken zich uit van de
parasympathische ganglia naar de organen
➢ Verlagen hartslag, verhogen spijsverteringsactiviteit, bevorderen seksuele opwinding
(erectie), besparen energie
• Axonen geven neurotransmitter (acetylcholine) af aan organen
Centrale zenuwstelsel (CZS) = hersenen en ruggenmerg
3
, Dit figuur hoeven we niet specifiek te kennen
a. Welke cellen komen in het zenuwstelsel voor?
→ Termen: Neuronen, synapsen, grijze en witte massa, sulci en
gyri, glia
Neuronen = ontvangen informatie en transporteren het naar andere cellen
→ 86 biljoen neuronen in het brein
→ variëren in grootte, vorm en functie> vorm bepaald door verbindingen en bepaald dus de functie
→ bevatten dezelfde interne structuur als dierlijke cellen
- Dendrieten = ontvangen, vertakkende vezels
→ hoe groter het oppervlakte hoe meer info er ontvangen kan worden
- Axonen = uitzenden, brengt een impuls over naar andere neuronen, een orgaan of een spier.
Kunnen heel erg lang zijn
- Presynaptische terminal (synapsspleet)= uiteinde van elke tak heeft een zwelling,
vertakkingen van axon. Op dit punt laat het axon chemicaliën vrij die de kruising tussen dat
neuron en een andere cel kruisen
- Soma = cellichaam (kern, ribosomen en mitochondriën) → Meeste metabolische activiteit
Myelineschede = isolerend materiaal dat axonen bedekt
Insnoeringen van Ranvier = onderbrekingen in de myelineschede, verhogen snelheid impulsen
Opbouw cel/neuron:
Membraan = een structuur die de binnenkant van de cel scheidt van de het milieu buiten de cel
→ protein channels: gecontroleerde vloed van water, zuurstof, sodium, potassium, calcium, chloride,
important chemicals
4