Boek: systeemgericht werken in sociale
beroepen
Hoofdstuk 1
Systeemgericht werken= het gedrag interpreteren als een logische reactie
op wat er in het systeem als geheel gebeurt, en dat je daar vanuit
verschillende perspectieven naar kijkt.
Elk perspectief een belangrijk puzzelstukje helpt om de totaliteit te
begrijpen
Het systeemgerichte perspectief een doos waarin al die stukjes een
eigen plaats hebben
Psychodynamische perspectief= benadrukt de invloed van vroege
jeugdervaringen en onbewuste processen op ons gedrag
Gericht op: het verklaren van psychische problemen
Ontwikkeld in: la belle epoque (1890- 1914) waarin nieuwe
wetenschappelijke ontwikkelingen gedaan werden en die gekenmerkt werd
door optimisme en groei
Grondlegger: Sigmund Freud (1856- 1939) Weense zenuwarts
(psychiater)
Jean-Martin Charcot: Freud ontmoette Charcot, Charlot wist Freud met
hypnose van een psychisch probleem te genezen Freud was onder de
indruk door de invloed van onbewuste krachten die werden uitgeoefend op
zijn gedrag dit was Freud zijn inspiratie tot het uitwerken van een
psychodynamische theorie.
,Freuds psychodynamische persoonlijkheidsmodel= 3 lagen in de
persoonlijkheid.
Volgens Freud: het gedrag van mensen wordt in grote mate bepaald door
onbewuste driften.
De 3 intrapsychische ‘instanties’:
- Id (‘Es’) = bij geboorte aanwezig, dit zijn driften
Driften= een dynamische psychische kracht die aanzet tot gedrag.
Levensdrift (Eros of libido) = zet aan tot liefhebben en creëren
Doodsdrift (Thanatos) = zet aan tot vernietiging en agressie
Tegenwoordig: ziet men het id ruimer en gaat men uit van een veelheid
aan wensen en behoeften die ons motiveren tot gedrag (bvb. Veiligheid,
gehechtheid)
- Ego (‘ik’ en ‘ich’)= de tweede laag die vormt in de peutertijd.
Ontwikkeld: dit is een langere periode. Als het voldoende is ontwikkeld,
beseft het kind dat het zelf iemand is en dat er om hem heen andere
mensen zijn die zelf kiezen wat ze doen.
Belangrijk bij mentaliseren= het vermogen om na te denken over de eigen
innerlijke wereld en die van anderen.
Een bemiddelde instantie= zo wordt het ego gezien, wanneer de driften en
het superego met elkaar in tegenspraak zijn (bvb. Als je iets voelt wat je
niet zou ‘mogen’ voelen naar de maatstaven van het geweten)
Afweermechanismen= reactie van het ego bij een bemiddelde instantie.
Het zijn onbewuste strategieën waarmee ongewenste gevoelens en
herinneringen buiten het bewustzijn worden gehouden (bvb. Ontkenning
‘ik boos? Echt niet)
sublimatie= een gezond afweermechanisme. Je gevoelens omzetten in
sociaal aanvaarde activiteiten (bvb. Sporten en muziek).
- Superego (‘Über-ich’) = de derde laag die vormt in de kleutertijd.
Bestaat uit: het geweten en een ideaal-ik.
Geweten= omvat bewuste en onbewuste normen
Ideaal-ik= omvat een beeld van hoe je in het ideale geval zou zijn.
Ontwikkeld: door het internaliseren van de normen en waarden van de
ouders. Naarmate de tijd worden die normen vanzelfsprekend, zodat je ze
beleeft als eigen nomen.
Schuld: ervaar je als je de normen overtreedt van het superego
, Psychoseksuele ontwikkeling= theorie waarin door Freud een onderscheid
gemaakt wordt in 5 leeftijdsgebonden psychoseksuele ontwikkelingsstadia.
In elk stadium wordt een bepaald lichaamsdeel geassocieerd met een
behoefte die centraal staat.
Later: deze stadia zij. Gekoppeld aan bepaalde ontwikkelingstaken.
Eerste 3 stadia: ontwikkelen zich de lagen van de persoonlijkheid en het
beschikbare afweermechanisme.
Fase Van Lichaamsde Fasekenmerk Ontwikkelingst Samenhang Ontstaa
af el aak met n van
Orale 0 Mond Grenzelooshe Hechting, Psychose, Id
fase mnd id, (on)veilig, frustratietolera verslaving,
. passief ntie afhankelijkhei
ontvangen d
Anale 18 Anus Zindelijkheid, Autonomie, Dwangmatigh Ego
fase mnd ordenen/ zelfbeheersing eid, zwart-
. kapot maken witdenken
Fallisch 4 jr. Genitaliën Geslachtsrol, Gewetensvormi Neurotische Supere
e fase driehoeksrela ng remming go
tie
De latentiefase= Na de eerste 3 stadia komt het kind in een rustige
periode (latentiefase)
De genitale fase= vanaf de pubertijd, waar een volwassen, aan de
geslachtsdelen gebonden seksualiteitsbeleving bij hoort.
Fixatie= de stagnatie van de psychoseksuele ontwikkeling. Deze stagnatie
komt volgens Freud door psychische problemen.
In bepaalde fase moeilijkheden stagnatie/fixatie
Bvb: een ingrijpende gebeurtenis, ouders niet adequate reageren
Handelingswijze van het kind: om daarmee om te gaan past het kind de op
dat moment beschikbare afweermechanisme toe.
Regressie= terugval in een eerdere ontwikkelingsfase. Vroege ervaringen
hebben op deze manier invloed op de latere persoonlijkheidsstructuur.
Bvb: een peuter krijgt een broertje/zusje, en valt terug in duimzuigen of
onzindelijkheid.
Overdacht= verschijnsel dat (onbewuste) ervaringen van vroeger in de
huidige situatie worden geprojecteerd. Er worden gevoelens losgemaakt
die niet horen bij deze persoon in het hier en nu, maar bij sleutelfiguren uit
de jeugd.
, Freud ontdekte dat als de gevoelens herkend en besproken werden als
overdracht, dit een mooi groeiproces op gang kon brengen.
Tegenoverdacht= als de overdracht niet herkend wordt, maar de ander
hier juist in meegaat. Ontstaat bij: kenmerken van de cliënt resoneren met
een onbewust thema van de professional.
Neo-Freudianen= Zij voegen eigen inzichten toe aan de
psychodynamische theorie.
Doordat ze maar deels op de theorie van Freud baseerde leidde dit tot een
breuk met Freud.
Evaluatie van het psychodynamische perspectief:
- Lange tijd beschouwd als onwetenschappelijk
Onbewuste processen zijn niet objectief verifieerbaar.
- Inhoudelijke zijn sommige onderdelen van de theorie betwijfeld en
bekritiseerd
Zoals de sterke nadruk op seksuele agressieve gevoelens en concepten
(penisnijd).
Door humanistische psychologie word de aanname betwijfeld dat een
therapeut beter dan de cliënt kan weten wat hij nodig heeft
- Klassieke vorm van psychoanalyse naar moderne psychodynamische
psychotherapie
Klassieke was gericht op bewustmaken van verdrongen herinneringen en
het doorvoelen van de betekenis daarvan (sofasessies), dit leidde niet
altijd tot verbetering. Moderne is korter en meer gericht op actuele
relaties.
- Ontwikkeling in de versterkte aandacht voor hechting, mentaliseren,
neurologische en intentionele processen
Door moderne technieken is het mogelijk om onbewuste processen op een
meer objectieve manier te onderzoeken. Dit draagt bij dat
psychodynamische inzichten tegenwoordig op een breder draagvlak
kunnen rekenen.
Er is geen twijfel meer dat onbewuste processen invloed hebben op ons
handelen.
Mentaliseren= het vermogen om na te denken over de eigen innerlijke
wereld en die van anderen.
Cognitief en emotioneel proces dat onder andere verband houdt met
hechting.
Mentale activiteit die verbeeldingskracht vereist en die gevoelig is voor
fouten.
Gaat erom: het besef dat de wereld die wij ervaren niet de wereld zelf is,
maar dat daar mentale processen tussen zitten.