Casus 7: gezondheidsbeleid
1. Wat is beleid?
Beleid = een beschrijving van doelen gericht op het verbeteren van de huidige situatie
in de richting van de gewenste situatie
Beleid is het streven naar het bereiken van bepaalde doeleilanden met bepaalde
middelen en bepaalde tijdskeuzes
Beleid kan worden omgezet in wetgeving, maar ook in bevolkingscampagnes en
andere speciale initiatieven.
Beleidsveld: relatie tussen beleid en het deel van de maatschappij waarop het beleid
zich richt. Schema beleidsveld, waarop grijpen de middelen in. (Voor
probleembestrijding iis kennis nodig om het beleid te begrijpen.)
Voorkomen dat beleidsdenken utopisch/ideaal beeld dat niet haalbaar is, belang
aan geven hoe de beleidsmiddelen aangrijpen bij maatschappelijke processen die
van belang zijn voor het ontstaan van het probleem en bereiken van het doel.
Beleid kan berusten op 3 relaties:
Finaal denken = het denken in termen van doeleinden
Doelrationeel = doelgericht
Probleem = een verschil tussen een maatstaf en een voorstelling van een bestaande
of verwachte situatie
Beleidsinstrumenten = alles wat we gebruiken om het bereiken van de doeleinden
te bevorderen. Coördinaties tussen beleidsbepalende en beleidsuitvoerende
instanties. (Oprichten van organisaties, centrale financiering en het toezicht op de
uitvoering.)
Beleidsproces = verloop van handelingen, argumenten en interacties met betrekking
tot een beleid.
2. Wat houdt de beleidscyclus is (hoe komt beleid tot stand)?
1. Beleidsagende opstellen (agendavorming): een probleem wordt
gesignaleerd en onder de aandacht gebracht, zodat het op de agenda komt te
staan.
2. Beleid formuleren (besluitvorming): na debat en onderhandeling wordt beleid
vastgesteld door bestuurders. Hierbij vindt beleidsontwerp plaats
(probleemanalyse, contactbepaling, doelen bepalen, implementatieplan,
kosten, opbrengsten)
3. Beleid implementeren (beleidsuitvoering): bestuurders vertalen dit
vastgestelde beleid naar formele regels, richtlijnen en procesduren die
vervolgens worden toegepast. Tijdens de uitvoering vindt monitoring plaats
om later te kunnen evalueren.
4. Beleid evalueren (evaluatie): uiteindelijk wordt geëvalueerd wat de effecten
zijn van het toegepast beleid en of het beleid eventueel nog moet worden
aangepast. Dit gebeurt landelijk door wetenschappelijk onderzoek.
Kenmerken van hogerwerf:
, 1. Dynamiek, beweging
2. Wederzijdse beïnvloeding (interactie) tussen de factoren (macht en informatie)
en wisselwerking tussen actoren
3. Verloop van samenhangende reeks van gebeurtenissen tussen twee
tijdstippen
4. Opeenvolging van gebeurtenissen
5. Vast patroon
Beleidsproces: omzetten van eisen en steun in overheidsbeleid. De sluiswachters
(gatekeepers) aanvaarden, afwijzen of combineren eisen van politieke systemen,
optreden tegen communicatiemedia, belangengroepen, politieke partijen en
Kamerleden.
De politieke kringloop: beleidsproces dat op overheidsbeleid betrekking heeft,
tussen politieke systeem en omgeving. Het politieke stelsel ondergaat invloed uit
op natuurlijke omgeving: ligging van land en klimaat. Sociale omgeving:
leeftijdsopbouw van de bevolking en economie.
politiek vormt het beleid
Politieke actoren = personen en groeperingen die actief zijn in de politiek.
Eis = een voorkeur voor een bepaald soort beleid
Sluiswachters (Gate keepers) = sluiswachters aanvaarden, reduceren, of wijzen
politieke eisen af. (Belangengroepen)
3. Wat is gezondheidsbeleid en hoe komt het tot stand? (Preventiecyclus)
Gezondheidsbeleid is het totaal aan maatregelen om ziekte en
gezondheidsproblemen te voorkomen, zowel binnen als buiten de gezondheidszorg.
Vaak is hierbij samenwerking tussen verschillende beleidssectoren nodig, waarbij de
gezondheidszorg slechts één van de betrokken partijen is.
Gezondheidsbeleid is beleid dat erop gericht is de gezondheidstoestand van de
bevolking te handhaven of te verbeteren door middel van maatregelen die gericht zijn
op de factoren die van invloed zijn op de gezondheid.
De publieke gezondheidszorg zorgt voor de bescherming en bevordering van de
gezondheid van de bevolking of van specifieke groepen daaruit, alsmede het
voorkomen en vroegtijdig opsporen van ziekten onder die bevolking.
Preventie in de gezondheidszorg wordt onderscheiden in primaire, secundaire en
tertiaire preventie afhankelijk van het stadium van de aandoening die men probeert te
voorkomen.
WHO: gezondheidsbeleid = “de beslissing, plannen en acties die worden
ondernomen om specifieke gezondheidsdoelen in een samenleving te bereiken.”
Primaire preventie
- is gericht op het voorkomen van nieuwe gevallen van een ziekte en dus op het
wegnemen of verminderen van de oorzaak daarvan.
- Richt zich op gezonde mensen.
- De activiteiten kunnen persoonsgericht en medisch van aard zijn, zoals
vaccinaties.
- Ook collectief gericht op bijvoorbeeld gedragsverandering. Voor
gedragsverandering dient gezondheidsvoorlichting en -opvoeding (GVO). Deze is
gericht op de bevordering van positief op de gezondheid inwerkende
gedragsfactoren. Deze gezondheidsbevordering gaat vaak gepaard met
flankerend beleid (duurder maken van rookwaren, strafbaar stellen van rijden
onder invloed, een rookverbod in de horeca) preventieve maatregelen buiten
de gezondheidszorg
1. Wat is beleid?
Beleid = een beschrijving van doelen gericht op het verbeteren van de huidige situatie
in de richting van de gewenste situatie
Beleid is het streven naar het bereiken van bepaalde doeleilanden met bepaalde
middelen en bepaalde tijdskeuzes
Beleid kan worden omgezet in wetgeving, maar ook in bevolkingscampagnes en
andere speciale initiatieven.
Beleidsveld: relatie tussen beleid en het deel van de maatschappij waarop het beleid
zich richt. Schema beleidsveld, waarop grijpen de middelen in. (Voor
probleembestrijding iis kennis nodig om het beleid te begrijpen.)
Voorkomen dat beleidsdenken utopisch/ideaal beeld dat niet haalbaar is, belang
aan geven hoe de beleidsmiddelen aangrijpen bij maatschappelijke processen die
van belang zijn voor het ontstaan van het probleem en bereiken van het doel.
Beleid kan berusten op 3 relaties:
Finaal denken = het denken in termen van doeleinden
Doelrationeel = doelgericht
Probleem = een verschil tussen een maatstaf en een voorstelling van een bestaande
of verwachte situatie
Beleidsinstrumenten = alles wat we gebruiken om het bereiken van de doeleinden
te bevorderen. Coördinaties tussen beleidsbepalende en beleidsuitvoerende
instanties. (Oprichten van organisaties, centrale financiering en het toezicht op de
uitvoering.)
Beleidsproces = verloop van handelingen, argumenten en interacties met betrekking
tot een beleid.
2. Wat houdt de beleidscyclus is (hoe komt beleid tot stand)?
1. Beleidsagende opstellen (agendavorming): een probleem wordt
gesignaleerd en onder de aandacht gebracht, zodat het op de agenda komt te
staan.
2. Beleid formuleren (besluitvorming): na debat en onderhandeling wordt beleid
vastgesteld door bestuurders. Hierbij vindt beleidsontwerp plaats
(probleemanalyse, contactbepaling, doelen bepalen, implementatieplan,
kosten, opbrengsten)
3. Beleid implementeren (beleidsuitvoering): bestuurders vertalen dit
vastgestelde beleid naar formele regels, richtlijnen en procesduren die
vervolgens worden toegepast. Tijdens de uitvoering vindt monitoring plaats
om later te kunnen evalueren.
4. Beleid evalueren (evaluatie): uiteindelijk wordt geëvalueerd wat de effecten
zijn van het toegepast beleid en of het beleid eventueel nog moet worden
aangepast. Dit gebeurt landelijk door wetenschappelijk onderzoek.
Kenmerken van hogerwerf:
, 1. Dynamiek, beweging
2. Wederzijdse beïnvloeding (interactie) tussen de factoren (macht en informatie)
en wisselwerking tussen actoren
3. Verloop van samenhangende reeks van gebeurtenissen tussen twee
tijdstippen
4. Opeenvolging van gebeurtenissen
5. Vast patroon
Beleidsproces: omzetten van eisen en steun in overheidsbeleid. De sluiswachters
(gatekeepers) aanvaarden, afwijzen of combineren eisen van politieke systemen,
optreden tegen communicatiemedia, belangengroepen, politieke partijen en
Kamerleden.
De politieke kringloop: beleidsproces dat op overheidsbeleid betrekking heeft,
tussen politieke systeem en omgeving. Het politieke stelsel ondergaat invloed uit
op natuurlijke omgeving: ligging van land en klimaat. Sociale omgeving:
leeftijdsopbouw van de bevolking en economie.
politiek vormt het beleid
Politieke actoren = personen en groeperingen die actief zijn in de politiek.
Eis = een voorkeur voor een bepaald soort beleid
Sluiswachters (Gate keepers) = sluiswachters aanvaarden, reduceren, of wijzen
politieke eisen af. (Belangengroepen)
3. Wat is gezondheidsbeleid en hoe komt het tot stand? (Preventiecyclus)
Gezondheidsbeleid is het totaal aan maatregelen om ziekte en
gezondheidsproblemen te voorkomen, zowel binnen als buiten de gezondheidszorg.
Vaak is hierbij samenwerking tussen verschillende beleidssectoren nodig, waarbij de
gezondheidszorg slechts één van de betrokken partijen is.
Gezondheidsbeleid is beleid dat erop gericht is de gezondheidstoestand van de
bevolking te handhaven of te verbeteren door middel van maatregelen die gericht zijn
op de factoren die van invloed zijn op de gezondheid.
De publieke gezondheidszorg zorgt voor de bescherming en bevordering van de
gezondheid van de bevolking of van specifieke groepen daaruit, alsmede het
voorkomen en vroegtijdig opsporen van ziekten onder die bevolking.
Preventie in de gezondheidszorg wordt onderscheiden in primaire, secundaire en
tertiaire preventie afhankelijk van het stadium van de aandoening die men probeert te
voorkomen.
WHO: gezondheidsbeleid = “de beslissing, plannen en acties die worden
ondernomen om specifieke gezondheidsdoelen in een samenleving te bereiken.”
Primaire preventie
- is gericht op het voorkomen van nieuwe gevallen van een ziekte en dus op het
wegnemen of verminderen van de oorzaak daarvan.
- Richt zich op gezonde mensen.
- De activiteiten kunnen persoonsgericht en medisch van aard zijn, zoals
vaccinaties.
- Ook collectief gericht op bijvoorbeeld gedragsverandering. Voor
gedragsverandering dient gezondheidsvoorlichting en -opvoeding (GVO). Deze is
gericht op de bevordering van positief op de gezondheid inwerkende
gedragsfactoren. Deze gezondheidsbevordering gaat vaak gepaard met
flankerend beleid (duurder maken van rookwaren, strafbaar stellen van rijden
onder invloed, een rookverbod in de horeca) preventieve maatregelen buiten
de gezondheidszorg