Kwalitatieve methoden en technieken
Hoofdstuk 1: kwalitatief onderzoek en
criminologische theorie
1. Inleiding
Grounded theory: methode waarbij theorieën ontstaan uit verzamelde data, zonder vooraf
vastgestelde hypothesen.
- Probleem: veel criminologen voegen momenteel zo weinig toe aan hun data dat het
vakgebied aan platheid en intellectuele betekenisloosheid ten onder dreigt te gaan =>
Probleem v beheersingscultuur: criminologen gedragen zich te vaak als schoothondje v/h
handhavingsbeleid
- Criminologen gaan te weinig op eigen, autonoom initiatief iets doen.
A-theoretisch empirisme: er is een overdaad aan relatief gemakkelijk toegankelijke gegevens
over criminaliteit waardoor onderzoekers zelf geen data meer gaan verzamelen
goed onderzoek: onderzoek dat tot nieuwe en betere vragen leidt en vragen beantwoord
- Beperking onderzoek: Het stellen van onderzoeksvragen waarmee men eigenlijk de
werkelijkheid verkeerd inschat door een gebrekkige kennis over bepaalde
onderzoeksgroepen
Vertehen: het handelen vanuit het actorperspectief leren begrijpen
- Het leren begrijpen v/d werkelijkheid vanuit emic perspectief: welke betekenis geeft de
actor zelf aan zijn handelen? (van binnen uit)
- Beste: combinatie van kwantitatief en kwalitatief onderzoek
- Stappen
- Stap 1: vaststellen dat variabelen samenhangen en het schetsen van
ontwikkelingen
- Stap 2: nagaan hoe bepaalde zaken samenhangen en hier een verklaring voor
bieden
Stammenstrijd: strijd tussen aanhangers kwalitatief en kwantitatief onderzoek
- Weinig vruchtbaar, leidt tot loopgravenoorlog waar te weinig ingezet w op het
inhoudelijk verbeteren v onderzoek en theorievorming
2. Waarom er theorie in onze ‘gereedschapskist’ zit
Theorie: Een bepaalde manier van kijken naar de werkelijkheid waar je hypothesen uit kunt
afleiden en die je helpt om conclusies te kunnen trekken uit onderzoeksgegevens
- Theoretische noties fungeren als een bril waardoor bepaalde zaken scherp gesteld of
overbelicht worden en andere zaken wegvallen of onderbelicht worden
Impliceert de keuze van theorie ook de keuze voor een bepaalde methode?
- Nee, de onderzoeksvraag is bepalend voor het kiezen van een methode
Relatie tussen theorie en onderzoek:
- Een onderzoek heeft een theorie nodig omdat het anders een stuurloos onderzoek is
- Een theorie heeft onderzoek nodig om zich verder te kunnen ontwikkelen
,3. Het gebruik van kwalitatieve methoden in de criminologie
19e eeuw: Max Weber: Introductie concept Verstehen als doel aan de sociale wetenschappen
(kenmerkend voor kwalitatief onderzoek)
Culturele criminologie => doen aan exploratief onderzoek: oz naar verborgen werelden
- Lastig / onmogelijk te onderzoeken adhv statistische methoden (kwantitatief
onderzoek)
- Best via kwalitatief onderzoek: directie observatie / interactie met betrokkenen
Historische criminologie:
- narratieve methode: uit verschillende persoonlijke verhalen wordt een ‘groter’ verhaal
geconstrueerd
- Methode v Levensgeschiedenis: schetsen van iemand zijn leven om zijn
motieven te achter halen
- (Niet enkel binnen historische criminologie gebruikt)
Kritische blik en reflectie op totstandkoming en gebruik v data v belang!!
- de gebruikte methoden blijven slechts een middel en zijn niet het doel op zich
- door fraude in verleden, roep om meer transparantie en duiding v
onderzoeksmethoden en data
4. Criminologische epistemologie in een notendop
Etiologie vs sociale reactie
- Etiologie: gericht op oorzaken criminaliteit
- Sociale reactiebenadering: verklaren welke functies criminaliteitsbestrijding heeft en
welk effect dit heeft op criminaliteit
Bestuderen v criminaliteit obv verschillende verklaringsniveaus
- Op maatschappelijk niveau: macro
- Voorbeeld: criminaliteit verklaren adhv cultuur en maatschappijstructuur
- Voornamelijke kwalitatieve methode
- Op groepniveau: meso
- Voorbeeld: criminaliteit verklaren adhv opvoeding en sociaal leren
- Voornamelijk kwalitatieve methode
- Op individueel niveau: micro
- Voorbeeld: criminaliteit verklaren adhv genen, hormomen en neurotransmitters
- Voornamelijk kwantitatieve methode
- Geen aandacht voor context
- Onderzoeksvraag bepaalt de methode, niet het onderzoeksniveau
- Iets wat ‘waar’ is op macro niveau hoeft niet op micro niveau ‘waar’ te zijn en
omgekeerd
- Voorbeeld: link tussen werkloosheid en criminaliteit op macro niveau betekent
niet dat iedereen die werkloos en een crimineel is
Criminologie maakt gebruik v inzichten uit verschillende disciplines (vandaar
‘niveauproblemen’)
- Moederdisciplinces: filosofie, statistiek, medische wetenschap, biologie, sociale
psychologie, sociologie, klinische en ontwikkelingspsychologie, culturele antropologie
en economie
- Verschillende mensenbeelden
, - deterministisch mensbeeld: vrijheid v handelen is bepaald door mogelijkheden
en omstandigheden
- voluntaristisch mensbeeld: vrijewils beslissing
- Verschillende maatsch visies
- Consensusmodel: de regels die in de maatschappij gelden zijn vastgesteld in een
democratisch proces waarin iedereen zijn zegje heeft kunnen doen, overheid als
neutraal gegeven
- Conflictmodel: de regels die in een maatschappij gelden zijn opgelegd door
degene die als winnaar van een machtsstrijd uit de bus is gekomen, overheid is
partij van maatschappelijk conflict
- Verschillende delictvormen: elke delictvrom heeft een andere verklaring
Intersubjectiviteit: verschillende onderzoekers analyseren hetzelfde middel onafhankelijk van
elkaar
Kwalitatief oz => vooral meso- en macroniveau
Belangrijke perspectiefwisselingen in de criminologie, nieuwe impuls aan kwalitatief oz
5. De Chicago School
Robert E. Park, Chicago school => beginpunt kwalitatieve methoden
Robert E. Park:
- Grondlegger stadsetnografie
- Observatie uit eerste hand (enkel dan ‘verstehen’)
- Kom van je stoel en maak je handen vuil => oz in leefomgeving doen, leer de echte
wereld kennen
- ‘Gentlemen, go get the seat of your pants dirty in real research.’
- Pleitte voor methode v participerende observatie
William Foote White
- Streetcorner society
- = etnografische studie v een verpauperde wijk in chicago waar hij is gaan wonen
W.i. Thomas en F. Znaniecki
- The Polish peasant in Europe and America
Clifford Shaw
- Jack-roller (= zakkenroller)
- Case study van één zakkenroller
Edwin Sutherland
- The professional thief (één dief)
Howard Becker
- On becoming a marihuana user
- bevriende muzikanten bestudeerd (deden vaak marihuana)
- vanuit eigen milieu, was al lid v/d gemeenschap (full-member research)
- Kijken hoe iemand marihuana leert gebruiken
Foote en Whyte: pleiten voor etnografische benadering om het onderwerp v/e oz in zijn
context te kunnen plaatsen
, Jaren ’50: ontstaan subculturele strainbenadering
- zoeken v/e verklaring voor delinquent gedrag van groepen jonge mannen die in lage-
inkomensbuurten opgroeien
- Voorbeeld 1: ‘Delinquent Boys’ van Cohen
- Centraal: morele verontwaardig over het slecht gedrag van jongeren
- Voorbeeld 2: Miller, Skyes en Matza
- De emotionele, symbolische en rituele kant van deviantie werd benadrukt
en het onderscheid tussen crimineel en brave burger werd gerelativeerd
- Nederland: opkomst van kwalitatief oz pas later opgekomen, vaak met een etnische of
culturele dimensie
- Voorbeeld: ‘Surinaamse jongeren op de Kruiskade’ van Buiks
6. Labelling
Jaren ’60: labellingbenadering: oz naar degenen die anderen ‘criminele’ etiketten opplakten
- Vanaf label ‘crimineel’, bekeken en behandeld op stereotiepe manier => gedragen naar
label
- De sociale reactie versterkt het gedrag dat men juist beoogt te onderdrukken
Symbolisch interactionisme
- George H. Mead grondlegger
- Handelingen krijgen pas betekenis in de interactie tussen mensen
- geen ‘natuurlijke’ betekenis, afhankelijk v interpretatie
- We stellen onze identiteit op adhvd reacties van anderen op ons
- Die anderen hoeven dat niet openlijk te zeggen, zij kunnen dat ook duidelijk
maken door middel van symbolische handelingen
- significant others: belangrijke mensen waaraan we het meest belang hechten (mening)
Erving Goffman: Stigma
- term ‘stigma’ voor het eerst in criminologie
- stigmatisering zorgt voor het kwijtraken v oorspronkelijke identiteit, kan zichzelf op den
duur alleen nog maar in clichébeelden zien
- aantasting zelfbeeld = ‘geschonden identiteit’ (spoiled identity)
- langdurig verblijf in ‘totale institutie’ (= instelling waarvan men voor alle dagelijkse
behoeften afhankelijk is, bvb. gevangenis) kan leiden tot afsterving (mortification) v/h
‘ik’
secundaire deviantie
- Edwin Lemert
- gevolg van stigmatisering en degradatie
- (primaire deviantie: eerste keer overtreding v/d wet => men blijft bij normaal sociaal
leven betrokken)
- door sociale uitsluiting kan regelovertredend gedrag makkelijk een structureel karakter
krijgen
- focus op sociale reacties
studies naar de selectiviteit v/d strafrechtspleging
- Harold Garfinkel
- Strafproces functioneert als een degradatieceremonie
- delinquent fysiek te laten voelen (fouilleren, boeien…) dat hij buiten de
maatschappelijke orde w geplaatst en vanaf dan tot een als lager gekwalificeerd
segment v/d sl behoort (degradatie)
Hoofdstuk 1: kwalitatief onderzoek en
criminologische theorie
1. Inleiding
Grounded theory: methode waarbij theorieën ontstaan uit verzamelde data, zonder vooraf
vastgestelde hypothesen.
- Probleem: veel criminologen voegen momenteel zo weinig toe aan hun data dat het
vakgebied aan platheid en intellectuele betekenisloosheid ten onder dreigt te gaan =>
Probleem v beheersingscultuur: criminologen gedragen zich te vaak als schoothondje v/h
handhavingsbeleid
- Criminologen gaan te weinig op eigen, autonoom initiatief iets doen.
A-theoretisch empirisme: er is een overdaad aan relatief gemakkelijk toegankelijke gegevens
over criminaliteit waardoor onderzoekers zelf geen data meer gaan verzamelen
goed onderzoek: onderzoek dat tot nieuwe en betere vragen leidt en vragen beantwoord
- Beperking onderzoek: Het stellen van onderzoeksvragen waarmee men eigenlijk de
werkelijkheid verkeerd inschat door een gebrekkige kennis over bepaalde
onderzoeksgroepen
Vertehen: het handelen vanuit het actorperspectief leren begrijpen
- Het leren begrijpen v/d werkelijkheid vanuit emic perspectief: welke betekenis geeft de
actor zelf aan zijn handelen? (van binnen uit)
- Beste: combinatie van kwantitatief en kwalitatief onderzoek
- Stappen
- Stap 1: vaststellen dat variabelen samenhangen en het schetsen van
ontwikkelingen
- Stap 2: nagaan hoe bepaalde zaken samenhangen en hier een verklaring voor
bieden
Stammenstrijd: strijd tussen aanhangers kwalitatief en kwantitatief onderzoek
- Weinig vruchtbaar, leidt tot loopgravenoorlog waar te weinig ingezet w op het
inhoudelijk verbeteren v onderzoek en theorievorming
2. Waarom er theorie in onze ‘gereedschapskist’ zit
Theorie: Een bepaalde manier van kijken naar de werkelijkheid waar je hypothesen uit kunt
afleiden en die je helpt om conclusies te kunnen trekken uit onderzoeksgegevens
- Theoretische noties fungeren als een bril waardoor bepaalde zaken scherp gesteld of
overbelicht worden en andere zaken wegvallen of onderbelicht worden
Impliceert de keuze van theorie ook de keuze voor een bepaalde methode?
- Nee, de onderzoeksvraag is bepalend voor het kiezen van een methode
Relatie tussen theorie en onderzoek:
- Een onderzoek heeft een theorie nodig omdat het anders een stuurloos onderzoek is
- Een theorie heeft onderzoek nodig om zich verder te kunnen ontwikkelen
,3. Het gebruik van kwalitatieve methoden in de criminologie
19e eeuw: Max Weber: Introductie concept Verstehen als doel aan de sociale wetenschappen
(kenmerkend voor kwalitatief onderzoek)
Culturele criminologie => doen aan exploratief onderzoek: oz naar verborgen werelden
- Lastig / onmogelijk te onderzoeken adhv statistische methoden (kwantitatief
onderzoek)
- Best via kwalitatief onderzoek: directie observatie / interactie met betrokkenen
Historische criminologie:
- narratieve methode: uit verschillende persoonlijke verhalen wordt een ‘groter’ verhaal
geconstrueerd
- Methode v Levensgeschiedenis: schetsen van iemand zijn leven om zijn
motieven te achter halen
- (Niet enkel binnen historische criminologie gebruikt)
Kritische blik en reflectie op totstandkoming en gebruik v data v belang!!
- de gebruikte methoden blijven slechts een middel en zijn niet het doel op zich
- door fraude in verleden, roep om meer transparantie en duiding v
onderzoeksmethoden en data
4. Criminologische epistemologie in een notendop
Etiologie vs sociale reactie
- Etiologie: gericht op oorzaken criminaliteit
- Sociale reactiebenadering: verklaren welke functies criminaliteitsbestrijding heeft en
welk effect dit heeft op criminaliteit
Bestuderen v criminaliteit obv verschillende verklaringsniveaus
- Op maatschappelijk niveau: macro
- Voorbeeld: criminaliteit verklaren adhv cultuur en maatschappijstructuur
- Voornamelijke kwalitatieve methode
- Op groepniveau: meso
- Voorbeeld: criminaliteit verklaren adhv opvoeding en sociaal leren
- Voornamelijk kwalitatieve methode
- Op individueel niveau: micro
- Voorbeeld: criminaliteit verklaren adhv genen, hormomen en neurotransmitters
- Voornamelijk kwantitatieve methode
- Geen aandacht voor context
- Onderzoeksvraag bepaalt de methode, niet het onderzoeksniveau
- Iets wat ‘waar’ is op macro niveau hoeft niet op micro niveau ‘waar’ te zijn en
omgekeerd
- Voorbeeld: link tussen werkloosheid en criminaliteit op macro niveau betekent
niet dat iedereen die werkloos en een crimineel is
Criminologie maakt gebruik v inzichten uit verschillende disciplines (vandaar
‘niveauproblemen’)
- Moederdisciplinces: filosofie, statistiek, medische wetenschap, biologie, sociale
psychologie, sociologie, klinische en ontwikkelingspsychologie, culturele antropologie
en economie
- Verschillende mensenbeelden
, - deterministisch mensbeeld: vrijheid v handelen is bepaald door mogelijkheden
en omstandigheden
- voluntaristisch mensbeeld: vrijewils beslissing
- Verschillende maatsch visies
- Consensusmodel: de regels die in de maatschappij gelden zijn vastgesteld in een
democratisch proces waarin iedereen zijn zegje heeft kunnen doen, overheid als
neutraal gegeven
- Conflictmodel: de regels die in een maatschappij gelden zijn opgelegd door
degene die als winnaar van een machtsstrijd uit de bus is gekomen, overheid is
partij van maatschappelijk conflict
- Verschillende delictvormen: elke delictvrom heeft een andere verklaring
Intersubjectiviteit: verschillende onderzoekers analyseren hetzelfde middel onafhankelijk van
elkaar
Kwalitatief oz => vooral meso- en macroniveau
Belangrijke perspectiefwisselingen in de criminologie, nieuwe impuls aan kwalitatief oz
5. De Chicago School
Robert E. Park, Chicago school => beginpunt kwalitatieve methoden
Robert E. Park:
- Grondlegger stadsetnografie
- Observatie uit eerste hand (enkel dan ‘verstehen’)
- Kom van je stoel en maak je handen vuil => oz in leefomgeving doen, leer de echte
wereld kennen
- ‘Gentlemen, go get the seat of your pants dirty in real research.’
- Pleitte voor methode v participerende observatie
William Foote White
- Streetcorner society
- = etnografische studie v een verpauperde wijk in chicago waar hij is gaan wonen
W.i. Thomas en F. Znaniecki
- The Polish peasant in Europe and America
Clifford Shaw
- Jack-roller (= zakkenroller)
- Case study van één zakkenroller
Edwin Sutherland
- The professional thief (één dief)
Howard Becker
- On becoming a marihuana user
- bevriende muzikanten bestudeerd (deden vaak marihuana)
- vanuit eigen milieu, was al lid v/d gemeenschap (full-member research)
- Kijken hoe iemand marihuana leert gebruiken
Foote en Whyte: pleiten voor etnografische benadering om het onderwerp v/e oz in zijn
context te kunnen plaatsen
, Jaren ’50: ontstaan subculturele strainbenadering
- zoeken v/e verklaring voor delinquent gedrag van groepen jonge mannen die in lage-
inkomensbuurten opgroeien
- Voorbeeld 1: ‘Delinquent Boys’ van Cohen
- Centraal: morele verontwaardig over het slecht gedrag van jongeren
- Voorbeeld 2: Miller, Skyes en Matza
- De emotionele, symbolische en rituele kant van deviantie werd benadrukt
en het onderscheid tussen crimineel en brave burger werd gerelativeerd
- Nederland: opkomst van kwalitatief oz pas later opgekomen, vaak met een etnische of
culturele dimensie
- Voorbeeld: ‘Surinaamse jongeren op de Kruiskade’ van Buiks
6. Labelling
Jaren ’60: labellingbenadering: oz naar degenen die anderen ‘criminele’ etiketten opplakten
- Vanaf label ‘crimineel’, bekeken en behandeld op stereotiepe manier => gedragen naar
label
- De sociale reactie versterkt het gedrag dat men juist beoogt te onderdrukken
Symbolisch interactionisme
- George H. Mead grondlegger
- Handelingen krijgen pas betekenis in de interactie tussen mensen
- geen ‘natuurlijke’ betekenis, afhankelijk v interpretatie
- We stellen onze identiteit op adhvd reacties van anderen op ons
- Die anderen hoeven dat niet openlijk te zeggen, zij kunnen dat ook duidelijk
maken door middel van symbolische handelingen
- significant others: belangrijke mensen waaraan we het meest belang hechten (mening)
Erving Goffman: Stigma
- term ‘stigma’ voor het eerst in criminologie
- stigmatisering zorgt voor het kwijtraken v oorspronkelijke identiteit, kan zichzelf op den
duur alleen nog maar in clichébeelden zien
- aantasting zelfbeeld = ‘geschonden identiteit’ (spoiled identity)
- langdurig verblijf in ‘totale institutie’ (= instelling waarvan men voor alle dagelijkse
behoeften afhankelijk is, bvb. gevangenis) kan leiden tot afsterving (mortification) v/h
‘ik’
secundaire deviantie
- Edwin Lemert
- gevolg van stigmatisering en degradatie
- (primaire deviantie: eerste keer overtreding v/d wet => men blijft bij normaal sociaal
leven betrokken)
- door sociale uitsluiting kan regelovertredend gedrag makkelijk een structureel karakter
krijgen
- focus op sociale reacties
studies naar de selectiviteit v/d strafrechtspleging
- Harold Garfinkel
- Strafproces functioneert als een degradatieceremonie
- delinquent fysiek te laten voelen (fouilleren, boeien…) dat hij buiten de
maatschappelijke orde w geplaatst en vanaf dan tot een als lager gekwalificeerd
segment v/d sl behoort (degradatie)