1. Wat is recht?
= een verzameling van rechtsregels in materiële zin en wordt gecreëerd door mensen met
als doel om hun samenleving te ordenen. Het toepassen en afdwingen van deze rechtsregels
moet bijdragen tot een vreedzame en rechtvaardige samenleving.
Rechtsregels = gedragsregels die zijn vastgelegd door een overheid.
De overheid bestaat niet, er zijn meerdere
overheidsinstellingen
1.1. Verschillen tussen samenlevingen en staten
Samenlevingen*= een bevolking die een sociaal geheel vormt (niet geordend).
er zijn oneindig veel samenlevingen, die elks andere geldende regels hebben =
verschillend
Iedereen behoort tot meerdere samenlevingen:
Voorbeeld: Ik behoor tot de Vlaamse samenleving, AP hogeschool samenleving, Mijn gezin,...
ook binnenin een samenleving kunnen er onderlinge verschillen zijn, iedereen is
verschillend en iedereen heeft dus ook andere regels.
Voorbeeld: Mijn beste vriendin heeft geen uur om thuis te komen bij het uitgaan, ik mag van
mijn ouders maar tot 3u à half 4 uitgaan.
Staat*= is een gebied binnen bepaalde grenzen met een eigen bestuur/regering die gezag
uitoefent over de plaatselijke bevolking.
Kenmerken van een staat:
Territorium/ gebied
1
, Een politieke organisatie
Volk
Internationale erkenning door de VN (=Verenigde Naties)
Voorbeeld: België is een staat, want heeft een grondgebied namelijk België, Regering de
Croo , Belgen, is erkend door de VN 1945.
2 soorten staten die invloed hebben op de rechtsregels:
Kapitalistische staat = gericht op het individu.
Communistische staat = gericht op de samenleving (ons)
Voorbeeld 1: er zijn grote verschillen van omgaan met familie tussen bepaalde landen.
Rusland (communistisch) staat er bekend voor dat ze eerst naar anderen kijken en dan naar
zichzelf, ze zullen altijd eerst alles doen voor hun familie. In België (kapitalistisch) denken we
eerst aan onzelf of we ons er wel goed bij voelen.
Voorbeeld 2: Als wij Belgen (kapitalistisch) een mening hebben, zullen wij deze uitspreken. In
de situatie met Rusland (communistisch) en Oekraïne is er veel protest maar houden ze deze
mening stil door de onderdrukking.
Rechtstaat*= wordt er belang gehecht aan de mensenrechten, heeft men ook een grondwet
en een scheiding der staatsmachten.
Kenmerken van een rechtstaat:
Mensenrechten
(vrijheid van meningsuiting, vrijheid van godsdienst, recht op privacy, ...)
“Discrimineren mag, maar men moet dit kunnen verantwoorden!”
Voorbeeld: als ik een 6/20 haal op mijn examen, moet de prof kunnen zeggen
waarom ik dit resultaat behaald heb.
2
, Scheiding der machten
1) Wetgevende macht = parlement dat de wetten maakt.
2) Uitvoerende macht = ministers en regering die de wetten uitvoeren.
3) Rechterlijke macht = hoven en rechters die de naleving van deze wetten
controleren.
Doel van scheiding der machten: machtsmisbruik tegen te gaan door de macht te
verdelen.
1.2. Verschillende soorten rechtsregels
Berechtingsregels = procedurele wetten, proceswet.
Zoals: ik arresteer u, hoelang mag ik u vasthouden? Heb je recht op bijstand van een
advocaat?
Wijzigingsregels = regels die bestaande regelgeving gaan wijzigen, wetten om een
andere wet aan te passen.
Erkenningsregels = een inhoudelijke wet, we hebben een probleem en we gaan dat
zo oplossen, dat is er van toepassing en dit zijn de mogelijke sancties.
Voorbeeld: Abortus en Euthanasie kon een arts vervolg worden voor moord wet
gekomen rond abortus en euthanasie.
1.3. Enkele verbanden
Verband tussen recht en godsdienst
Het recht staat bovenaan en de godsdienst eronder. MAAR toch is er achter de
schermen nog inspraak van de godsdienst.
Voorbeeld: In de tijden van de aanslagen hadden de joden ervoor gezorgd dat er
patrouille gedaan werd door militairen en niet door agenten (godsdient heeft toch
een invloed)
Verband tussen recht en moraal
3
, Wat mag en wat niet mag (verandert door tijd en ruimte) en overtuigingen die jij en
uw samenleving van belang vindt.
Voorbeeld: Vroeger mocht je leerlingen straffen door ze te slagen met een lat, nu is
dit not done en wordt je vervolgd.
Voorbeeld 2: Er zijn landen waar het samenwonen en een relatie hebben als man met
meerdere vrouwen aanvaard wordt, In België niet.
Verband tussen recht en sociale zeden
1.4. Doel van het recht
= het ordenen van een samenleving van mensen.
Recht VS Rechtszekerheid
Rechtszekerheid*= houdt in dat de burgers in staat worden gesteld om het positief
recht dat op hen van toepassing is, te kennen. De burgers moeten de rechtsgevolgen
van hun handelingen en hun gedrag op voorhand kunnen inschatten.
Voorbeeld 1: Je rijdt te snel op een baan van 70 en krijgt een snelheidsboete. (Staat
vast)
Voorbeeld 2: je legt veel slechte examens af, waardoor je een 2 de zit hebt, want je
moet minsten voor 45 studiepunten geslaagd zijn.
Recht VS Rechtvaardigheid
Rechtvaardigheid*= betekent dat gelijke gevallen gelijk behandeld moeten worden,
en ongelijke gevallen ongelijk.
Voorbeeld: 2 maanden geen huur betaald (in het contract staat 1 maand niet betalen,
buiten). In de wet staat dat je pas een zaak kan hebben na 3 maanden niet betalen.
Niet rechtvaardig.
1.5. Het recht als middel
Op niveau van een rechtregel3 (= gedragsregels of normen)
4