100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

volledige functieleer samenvatting

Rating
-
Sold
7
Pages
95
Uploaded on
31-08-2025
Written in
2024/2025

volledige samenvatting

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
August 31, 2025
Number of pages
95
Written in
2024/2025
Type
Summary

Subjects

Content preview

Functieleer
Hoofdstuk 1: intropsychologie
Gestaltpsychologen, pavlov, skinner moet je kennen

Psychologie = een wetenschap die gedrag bestudeerd om de interne processen te
begrijpen die aan dat gedrag ten grondslag liggen.

Hermann von Helmholz (1821-1894): wetenschapper die belangrijke inzichten leverde
op het gebied van zien en horen (en wiskunde/natuurkunde). Hij was eerste die de
snelheid van zenuwimpulsen in zenuwvezels bij kikkers ondezocht.

Fransiscus Donders (1868): (Tilburgse oogarts) was de eerste die mentale
chronometrie onderzocht.

Mentale chronometrie is het meten van de snelheid van mentale processen
(denkprocessen) om de structuur van de geest te begrijpen. Het
onderzoekt hoe snel mensen informatie verwerken, beslissingen nemen, en
reageren op verschillende soorten mentale taken. (klokken van de tijd die je
brein nodig heeft om een taak uit te voeren)

Bijvoorbeeld, hoe snel je een beslissing maakt wanneer je een
verkeerslicht ziet veranderen van groen naar rood, of hoe snel je een woord
herkent in een zin.

Donders gebruikt additieve factorlogica, het van elkaar aftrekken van verschillende
processen om de tijd van een specifieke taak te berekenen. (word nog gebruikt in fMRI
onderzoek)

A. Tijdsduur voor het discrimineren van stimuli.
B. Tijdsduur om keuzes te maken.

Darwin (1859): evolutietheorie: levende wezens zijn het resultaat van een
aanpassingsproces aan veranderende omstandigheden.

Voorbeelden hiervan zijn genetische variatie, natuurlijke selectie,
‘struggle for life’ en ‘survival of the fittest’.

Mens uit dier geevolueerd. Dit betekent dat menselijk gedrag op dezelfde manier
bestudeerd kan worden als diergedrag en dat mensen kenmerken hadden geerfd die
ook bij dieren voorkwamen.

Hiervoor: mens heeft een ziel die niet verbonden was met de rest van de wereld en niet
onderworpen is aan aardse wetmatigheden



1

,Ontstaan van de psychologie:
Wilhem Wundt (1879): opende het eerste laboratorium voor experimentele psychologie
aan de universiteit van Leipzig in Duitsland. Hiermee is Wundt een van de grondleggers
van de wetenschappelijke psychologie. Verschillende onderzoeken begonnen de
wetenschappelijke psychologie.

Wundt was ook de grondlegger van structuralisme: de wetenschap van de
onmiddelijke ervaring

Die hangt af van (bewustzijn):

1. Sensaties
2. Mentale beelden/herinneringen
3. Gevoelens

Introspectie, volgens Wilhelm Wundt, is het proces waarbij je heel bewust naar
je eigen gedachten en gevoelens kijkt om ze te begrijpen. Wundt gebruikte
introspectie als een manier om te onderzoeken hoe het menselijke brein werkt.
In zijn laboratorium vroeg hij mensen om te beschrijven wat ze dachten en
voelden terwijl ze bepaalde taken uitvoerden. Zo probeerde hij inzicht te krijgen
in hoe onze geest dingen zoals waarneming, emoties en beslissingen verwerkt.

Deze methode bleek zeer onbetrouwbaar te zijn.

Alfred Binet en Theodore Simon (1907) bedachten samen de eerste bruikbare
intelligentietest. Binet en Simon werden de vader van toegepaste psychologie
genoemd.

William James (1842-1910): Functionalisme

William James was een belangrijke psycholoog die het functionalisme
ontwikkelde. Het functionalisme verschilt van het structuralisme omdat het niet
kijkt naar de structuur van bewustzijn, maar naar het nut of functie ervan. Het
functionalisme is beinvloed door Darwins evolutietheorie. Men is geinteresseerd
in het verschil tussen mens en dier en waarom sommige mensen anders of beter
zijn dan anderen.

John Watson en B.F. Skinner: om psychologie wetenschappelijker te maken stelde
behavioristen voor om enkel observeerbaar gedrag te bestuderen want het
mentale gedrag is niet te onderzoeken.
Voordeel van deze stroming: metingen zijn precies/objectief te meten,
hierdoor kan men ook beter vergelijken.

Skinner deed dit door leerprocessen van dieren te onderzoeken.




2

,Sigmund freud (de meest geciteerde psycholoog) heeft door zijn bijdrage aan de
psychoanalyse bijgedragen tot de ontwikkeling van de psychologie. In het kort stelt de
psychoanalyse dat bewuste krachten slechts oppervlakkige verschijnselen zijn, terwijl
onbewuste krachten zoals seks en agressie de oorsprong vormen van het menselijk
gedrag en verantwoordelijk zijn voor persoonlijkheidsverschillen en mentale
stoornissen.

Gestaltpsychologie: Het geheel is meer dan de som der delen.
Oprichters = Wertheimer, Kohler, Koffka.

Gestaltpsychologie zegt dat we dingen als complete gehelen waarnemen,
waarbij het geheel meer betekenis heeft dan de losse onderdelen waaruit het
bestaat.

- Tegenbeweging van structuralisme
- Gestalt = geheel
- Het gaat om het geheel

Gestaltpsychologen verwerpen het structuralisme omdat zij geloven dat ervaring meer
is dan een functie van gewaarwording. Mensen hebben een psychologisch veld (hun
geest) dat in voortdurende interactie is met de omgeving door middel van
elektromagnetische krachtvelden.

Gestalt psychologen gebruiken het fenomeen van de apparente beweging als bewijs
voor hun stelling: twee lampjes die op de juiste timing of afstand oplichten lijken te
bewegen als 1 lampje dat hoog-laag of links-rechts beweegt. Perceptie is een
constructie en geen passieve reflectie van de sensatie. De manier waarop dit
waargenomen wordt kan beinvloed worden met de wil. Ook in het auditieve domein is
sprake van constructie: je kunt ‘hoog-laag-hoog' tonen waarnemen als gallop of als een
hoge/lage stroom.

Biologie speelt op vier manieren een rol bij de psychologie:

1. Centrale zenuwstelsel (CZS): het CZS maakt gedragingen mogelijk.
Aandoeningen in het CZS hebben effect op psychologisch functioneren
(psychologische problemen kunnen behandeld worden door geneesmiddelen
die inwerken op CZS)
2. Invloed van lichaam op geest: lichaam of staat van lichaam kan van invloed zijn
op het denken/gedragingen van mensen (honger, pijn, zonlicht,
lichaamsbeweging, ‘gut-brain’ (brein-darm-interacties).
3. Erfelijkheid: eigenschappen kunnen erfelijk zijn (tweelingenonderzoek,
adoptiesudies, stamboomonderzoeken)
4. Evolutie: bepaalde gedragingen kunnen worden begrepen vanuit menselijke
evolutiegeschiedenis (partnerkeuze)

3

, Cognitieve factoren
Cognitieve psychologie: mensenlijk gedrag begrijpen en voorspellen met informatie-
verwerkende cognitieve proccesen (denken, leren, herinneren, waarnemen,
probleemoplossen) die zich in de hersenen afspelen.

Behavioristen (watson) ontkenden het bestaan van ‘cognities’. Zij wilden gedrag
bestuderen in observeergedrag

Tolman (1932) deed onderzoek naar het bestaan van cognities. Hij leerde ratten
simpele S-R relaties en leerde hen om inzicht te gebruiken (mentale kaart) bij
een doolhof. Zo bewees hij het bestaan van cognities.

Sociale factoren:
Mens is sociaal wezen dat deel uitmaakt van allerhande social netwerken. Dit werd
binnen de filosofie en de eerste jaren van psychologie vergeten. Culturele verschillen
ontstaan omdat mensen zich vooral binnen een bepaalde sociale groep bevinden.

Geert Hofstede onderscheidde 5 (later 6) dimensies waarop (bedrijfs)culturen van
elkaar verschillen:

1) individu-collectief

2) macht-egalitair

3) zekerheid-laissez-faire

4) man-vrouw verschillen

5) lange-korte termijn denken



WEIRD people: merendeel van psychologische onderzoek is gebaseerd op blanke
personen uit de westerse wereld (mensen uit Western Educated Industrialized Rich
Democraties societies). De vraag is hoe generaliseerbaar dit onderzoek is aangezien de
samenleving bestaat uit veel meer eigenschappen.

Nature-nurture debat: veel onderzoek is gewijd aan het relatieve belang van
biologische (NATURE: aangeboren, genetische karakteristieken) en sociaal-culturele
factoren (NURTURE: omgevingsinvloeden) voor het verklaren van gedrag. De vraag
speelt wat er aangeboren wordt en wat aangeleerd wordt.

Man-vrouw verschillen: overschatting van biologische factoren en onderschatting van
sociaal culturele invloeden.

Bijv. Mannen kunnen beter kaartlezen dan vrouwen. Komt dit door verschil in
breinstructuur, moesten ze vroeger jagen (evolutie), school, interesse,
gewoontes.

4
$13.05
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
edymn

Get to know the seller

Seller avatar
edymn Tilburg University
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
8
Member since
1 year
Number of followers
0
Documents
4
Last sold
3 months ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their exams and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can immediately select a different document that better matches what you need.

Pay how you prefer, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card or EFT and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions