Inleiding
Het Nederlandse positieve recht is niet zomaar een verzameling van losse
regels, maar een geordend geheel. Een groot deel van deze regels is terug
te vinden in systematisch opgebouwde wetboeken en wetten. In dit
hoofdstuk wordt uitgelegd hoe rechtsregels worden ingedeeld in
verschillende rechtsgebieden, waarbij de regels binnen zo’n gebied een
samenhang vertonen.
Daarnaast kunnen rechtsregels ook op andere manieren worden
ingedeeld. In dit hoofdstuk worden daarom enkele belangrijke indelingen
kort behandeld: het onderscheid tussen dwingend en aanvullend recht,
tussen formeel en materieel recht, en tot slot tussen internationaal en
nationaal recht.
2 | Codificatie, wetboeken en wetten
Codificatie = systematische opname van alle regels van een
rechtsgebied in een wetboek (codex).
Voordelen:
- Alle regels bij elkaar overzicht & inzichtelijkheid.
- Regels zijn onderling geordend (samenhang duidelijk).
- Meer rechtszekerheid en minder willekeur.
- Burgers weten duidelijk wat hun rechten en plichten zijn.
19e eeuw eerste codificaties in Nederland.
- Doel: einde maken aan lokale/regio-verschillen en
rechtsonzekerheid.
- Ideaal: stabiel en helder rechtsstelsel.
Wetboek vs. Wet :
- Wetboek = uitgebreid en samenhangend geheel van regels.
Voorbeeld:
Burgerlijk Wetboek (BW)
Wetboek van Strafrecht (Sr)
- Wet = bevat specifieke regels voor een bepaald onderwerp.
Niet alle regels van een rechtsgebied staan in het wetboek!
3 | Rechtsgebieden
Klassieke indeling van het nationale recht
Drie rechtsgebieden
1. Privaatrecht
2. Strafrecht
3. Bestuursrecht
Strafrecht:
Omvat het Wetboek van Strafrecht.
Bevat ook het verkeersstrafrecht.
, Dit geheel wordt ook wel het commune strafrecht genoemd
(commune = algemeen, dus het gewone strafrecht (misdrijven,
overtredingen).
, Staats- en bestuursrecht:
Regelen de organisatie van de staat.
Omvatten constitutioneel recht (Grondwet).
Omvatten bestuursrecht (regels van provincies en gemeenten).
Andere publiekrechtelijke deelgebieden:
Economische ordeningsrecht regels over de organisatie van de
economie.
Communicatierecht regels over communicatie en media.
Functionele rechtsgebieden:
Functionele rechtsgebieden zijn ontstaan in de loop van de tijd.
Kenmerk: bevatten vaak zowel privaatrechtelijke als
publiekrechtelijke regels (het is een mengvorm, want zulke
onderwerpen raken zowel de overheid als burgers onderling).
Voorbeelden:
- Sociaal recht (vooral arbeidsrecht): Regels over werk, inkomen
en bescherming van werknemers.
- Milieurecht: Regels over bescherming van natuur en
leefomgeving.
- Gezondheidsrecht: Regels over zorg en medische kwesties.
- Huurrecht: Regels over huurders en verhuurders.
4 | Publiekrecht en privaatrecht
Rechtsverhoudingen
Privaatrecht:
Burgers staan op gelijke voet met elkaar.
Ze spreken samen af wat de regels en gevolgen zijn.
Voorbeeld:
Een huurcontract tussen huurder en verhuurder.
Publiekrecht:
Er is een gezagsverhouding (overheid beslist, burger moet
volgen).
De overheid bepaalt eenzijdig de regels.
De burger is wel ondergeschikt, maar niet rechteloos: de burger
kan de overheid voor de rechter dagen als de overheid zich niet aan
de regels houdt.
Bestuurlijke verhoudingen:
Binnen de overheid is er een hiërarchie (rangorde) en
taakverdeling.
Provincies en gemeenten mogen ook hun eigen zaken regelen.
Nederland heet een gedecentraliseerde eenheidsstaat (er is een
centrale overheid, maar provincies en gemeenten hebben ook eigen
bevoegdheden).
Gemeenten kunnen zelf taken uitvoeren zoals:
- Ophalen van huisvuil,
- Regelen van een verbrandingsinstallatie.