zondagsarmpje = pulled elbow
waarmee komt de patiënt
De patiënt is een klein kind van 1-4 jaar, dat de aangetaste arm niet wil gebruiken.
Het houdt de elleboog in lichte flexie en de voorarm in pronatie.
Geen opzetting van de elleboog. Geen hematomen.
In 50% van de gevallen is er een acuut trauma, waarbij de pijn plots ontstaat wanneer het kind (als op een zondagmorgen
wandeling) wordt opgetrokken tussen twee volwassen wandelaars
definitie
een radiuskopsubluxatie, een gedeeltelijke ontwrichting van de radius (elleboog) waarbij het ligamentum annulare uit het
radiuskopje slipt
● de pijn komt op bij de minste beweging
● bij palpatie is er geen drukpijn en geen zwelling
● passief bewegingsonderzoek
○ extensie en flexie → geen beperking
○ supinatie → beperkt en pijnlijk
epidemiologie / fysiopathologie / GVO
oorzaak: trekken aan of optillen van de arm van het kind
Leg uit dat het kopje van een van de onderarmsbeenderen uit de kom is geraakt, en dat dit meestal gebeurt bij het optrekken
van een kind tijdens een wandeling tussen twee volwassenen
Om recidieven te voorkomen, moet dit manoeuvre niet meer uitgevoerd worden
wat (niet) doen
uitleg en preventie
● uitlokkende handelingen vermijden
● recidiefkans 5%
anamnese en klinisch beeld is meestal diagnostisch, zodat men kan beginnen met een manipulatie
● hyperpronatietechniek
1. de arts staat gehurkt voor het kind dat op de schoot van de ouder gehouden wordt en dat
de arm in extensie en pronatie houdt
2. druk met contralaterale duim de radiuskop naar ulnair
3. met de andere hand wordt nu de voorarm in volledige pronatie gehouden, waarna de
elleboog wordt geflecteerd
● supinatie-flexietechniek
1. zelfde starthouding
2. druk met contralaterale duim de radiuskop naar ulnair
3. dan een supinatiebeweging uitvoeren, waarna een flexie wordt uitgevoerd.
⇒ Een hoor- en voelbare klik is meestal een teken dat de manipulatie correct is uitgevoerd.
Herevalueer na tien minuten: de pijn en bewegingsbeperking moeten verdwenen zijn na een correct
uitgevoerde manipulatie. Zo niet verwijzen voor RX en specialistische evaluatie
niet zinvol
● RX: in initiële fase niet nodig, tenzij er zwelling, uitgesproken drukpijn en een contusie zichtbaar is
● mitella en rust
, polymorfe lichteruptie (PMLE) = zonne-allergie
waarmee komt de patiënt
Jeukende huiduitslag op aan zon blootgestelde delen (gezicht, decolleté, armen, handen)
Soms is er een vraag voor preventie vóór vertrek naar de zon
definitie
polymorfe, erythemateuze, jeukende huiduitslag met papels en/of vesikels, enkele uren/dagen na expositie aan (het eerste)
zonlicht, voorkomend op zonblootgestelde delen (soms ook uitbreidend)
abnormale huidreactie op UV blootstelling (UV-A belangrijker dan UV-B)
UVA UVB
● lange golf ● korte golf
● komt tot in dermis en basaalcellenlaag ● komt vooral in epidermis
● verantwoordelijk voor voortijdige veroudering ● veroorzaakt verbranding
● grote rol bij huidkanker: vorming van vrije radicalen ● grote rol bij huidkanker: veroorzaakt DNA-schade
epidemiologie / fysiopathologie / GVO
Frequentie: 10-20% in meer of mindere mate, vnl jonge vrouwen en bij lichte huidtypes (Noord-Zuid gradiënt)
Zelflimiterend: de klachten verdwijnen vanzelf na enkele dagen tot twee weken
Klachten komen jaarlijks terug, vooral aan het begin van het zon-seizoen (voorjaar of wintersport)
Ontstaat meestal tussen 20-40 jaar, maar verminderen met de leeftijd
wat (niet) doen
preventieve adviezen
● vermijden zon tussen 11-15h, bedekkende kledij
● lichtgewenning: begin met enkele minuten in vroege lente en blootstelling stilaan opdrijven (evt onder vorm van
begeleide lichttherapie PUVA)
● zonnecrèmes zonder PABA met ‘breedband’filter (UVA + UVB), beschermingsfactor minimaal 15
● antimalaria middelen: hydroxychloroquinine (Plaquenil®) officiële indicatie, matig effect tov placebo
therapeutische adviezen
● zonder behandeling: spontane genezing na 7-10 d
● symptomatisch: antihistaminica peroraal en corticoïden lokaal
○ systemische corticoïden zijn voorbehouden voor ernstige gevallen
○ de bijwerkingen van de behandeling moeten afgewogen worden tegen de ernst van de klachten
● antimalaria middelen: hydroxychloroquinine (Plaquenil) → matig effect tov placebo
niet zinvol
● preventieve toediening van systemische corticoïden (geen evidentie)
● betacaroteen of vitamine PP (geen bewezen effect)
differentiaal diagnose
fototoxiciteit
● geneesmiddelen: antibiotica (tetracyclines), amiodarone, Sint-janskruid, ethinyloestradiol (de pil), NSAID,
sulfonylurea, fibraten, furosemide
● cosmetica: parfums, PABA-derivaten (in zonnecrèmes), teer (shampoo)
● planten: berenklauw, buxus, selderij, peterselie
fotosensitiviteit
● Lupus erythematosus discoides (LED): vlindermasker op het gelaat
● porfyrie (metabole ziekte)
, haaruitval
waarmee komt de patiënt
Ouders komen met hun kind bij de huisarts omdat ze ongerust zijn over een plots opgetreden kale plek. Meestal
vrezen ze dat het een voorteken is van totale kaalheid. Uiteraard spelen esthetische bezwaren een grote rol.
definitie
Uitval van hoofdhaar in een afgegrensde plek(ken), soms in de wenkbrauwen.
Alopecia areata (AA): auto-immuunziekte
Tinea capitis (TC): parasitaire infectie (ringworm)
Trichotillomanie (TTM): dwangmatig uittrekken van het hoofdhaar, vaak tgv stress
Alopecia cicatricialis (AC): littekenvorming tgv verbranding, verwonding …
epidemiologie / fysiopathologie / GVO
Incidentie haaraandoeningen 0,7 tot 1 per 1000 (kinderen 0-14 jaar). Geen afzonderlijke cijfers per diagnose gekend
uitval van 50-100 haren/dag is normaal
wat (niet) doen
Anamnese en klinisch onderzoek zijn vaak voldoende ter differentiatie.
Zo nodig kan bij twijfel Woodlamp onderzoek of schimmelkweek overwogen worden.
Alopecia areata (AA): in de meerderheid van de gevallen is geruststelling op zijn plaats. Spontaan herstel binnen enkele
maanden. Enkel bij hardnekkige gevallen verwijzing naar dermatoloog voor intradermale injecties met corticosteroïden.
Soms echter geen herstel (CAVE psychische belasting) Evt. haarstukje of pruik
Tinea capitis (TC): Terbinafine oraal gedurende 4 weken. Lokale middelen onvoldoende werkzaam. Nazicht andere
gezinsleden
Trichotillomanie (TTM): uitleg, vaak gedragstherapie, soms gecombineerd met antidepressiva
Tractie (Tr): uitleg, andere haardracht
Alopecia cicatricialis (AC): geen genezing, evt. haarstukje of pruik
verwijzing
dermatoloog
● bij twijfel over oorzaak
● Alopecia areata die niet verdwijnt na enkele maanden of die uitbreidt naar andere plaatsen dan de hoofdhuid
● therapie-resistente Tinea capitis
kinderpsycholoog/kinderpsychiater
● persisterende trichotillomanie
waarmee komt de patiënt
De patiënt is een klein kind van 1-4 jaar, dat de aangetaste arm niet wil gebruiken.
Het houdt de elleboog in lichte flexie en de voorarm in pronatie.
Geen opzetting van de elleboog. Geen hematomen.
In 50% van de gevallen is er een acuut trauma, waarbij de pijn plots ontstaat wanneer het kind (als op een zondagmorgen
wandeling) wordt opgetrokken tussen twee volwassen wandelaars
definitie
een radiuskopsubluxatie, een gedeeltelijke ontwrichting van de radius (elleboog) waarbij het ligamentum annulare uit het
radiuskopje slipt
● de pijn komt op bij de minste beweging
● bij palpatie is er geen drukpijn en geen zwelling
● passief bewegingsonderzoek
○ extensie en flexie → geen beperking
○ supinatie → beperkt en pijnlijk
epidemiologie / fysiopathologie / GVO
oorzaak: trekken aan of optillen van de arm van het kind
Leg uit dat het kopje van een van de onderarmsbeenderen uit de kom is geraakt, en dat dit meestal gebeurt bij het optrekken
van een kind tijdens een wandeling tussen twee volwassenen
Om recidieven te voorkomen, moet dit manoeuvre niet meer uitgevoerd worden
wat (niet) doen
uitleg en preventie
● uitlokkende handelingen vermijden
● recidiefkans 5%
anamnese en klinisch beeld is meestal diagnostisch, zodat men kan beginnen met een manipulatie
● hyperpronatietechniek
1. de arts staat gehurkt voor het kind dat op de schoot van de ouder gehouden wordt en dat
de arm in extensie en pronatie houdt
2. druk met contralaterale duim de radiuskop naar ulnair
3. met de andere hand wordt nu de voorarm in volledige pronatie gehouden, waarna de
elleboog wordt geflecteerd
● supinatie-flexietechniek
1. zelfde starthouding
2. druk met contralaterale duim de radiuskop naar ulnair
3. dan een supinatiebeweging uitvoeren, waarna een flexie wordt uitgevoerd.
⇒ Een hoor- en voelbare klik is meestal een teken dat de manipulatie correct is uitgevoerd.
Herevalueer na tien minuten: de pijn en bewegingsbeperking moeten verdwenen zijn na een correct
uitgevoerde manipulatie. Zo niet verwijzen voor RX en specialistische evaluatie
niet zinvol
● RX: in initiële fase niet nodig, tenzij er zwelling, uitgesproken drukpijn en een contusie zichtbaar is
● mitella en rust
, polymorfe lichteruptie (PMLE) = zonne-allergie
waarmee komt de patiënt
Jeukende huiduitslag op aan zon blootgestelde delen (gezicht, decolleté, armen, handen)
Soms is er een vraag voor preventie vóór vertrek naar de zon
definitie
polymorfe, erythemateuze, jeukende huiduitslag met papels en/of vesikels, enkele uren/dagen na expositie aan (het eerste)
zonlicht, voorkomend op zonblootgestelde delen (soms ook uitbreidend)
abnormale huidreactie op UV blootstelling (UV-A belangrijker dan UV-B)
UVA UVB
● lange golf ● korte golf
● komt tot in dermis en basaalcellenlaag ● komt vooral in epidermis
● verantwoordelijk voor voortijdige veroudering ● veroorzaakt verbranding
● grote rol bij huidkanker: vorming van vrije radicalen ● grote rol bij huidkanker: veroorzaakt DNA-schade
epidemiologie / fysiopathologie / GVO
Frequentie: 10-20% in meer of mindere mate, vnl jonge vrouwen en bij lichte huidtypes (Noord-Zuid gradiënt)
Zelflimiterend: de klachten verdwijnen vanzelf na enkele dagen tot twee weken
Klachten komen jaarlijks terug, vooral aan het begin van het zon-seizoen (voorjaar of wintersport)
Ontstaat meestal tussen 20-40 jaar, maar verminderen met de leeftijd
wat (niet) doen
preventieve adviezen
● vermijden zon tussen 11-15h, bedekkende kledij
● lichtgewenning: begin met enkele minuten in vroege lente en blootstelling stilaan opdrijven (evt onder vorm van
begeleide lichttherapie PUVA)
● zonnecrèmes zonder PABA met ‘breedband’filter (UVA + UVB), beschermingsfactor minimaal 15
● antimalaria middelen: hydroxychloroquinine (Plaquenil®) officiële indicatie, matig effect tov placebo
therapeutische adviezen
● zonder behandeling: spontane genezing na 7-10 d
● symptomatisch: antihistaminica peroraal en corticoïden lokaal
○ systemische corticoïden zijn voorbehouden voor ernstige gevallen
○ de bijwerkingen van de behandeling moeten afgewogen worden tegen de ernst van de klachten
● antimalaria middelen: hydroxychloroquinine (Plaquenil) → matig effect tov placebo
niet zinvol
● preventieve toediening van systemische corticoïden (geen evidentie)
● betacaroteen of vitamine PP (geen bewezen effect)
differentiaal diagnose
fototoxiciteit
● geneesmiddelen: antibiotica (tetracyclines), amiodarone, Sint-janskruid, ethinyloestradiol (de pil), NSAID,
sulfonylurea, fibraten, furosemide
● cosmetica: parfums, PABA-derivaten (in zonnecrèmes), teer (shampoo)
● planten: berenklauw, buxus, selderij, peterselie
fotosensitiviteit
● Lupus erythematosus discoides (LED): vlindermasker op het gelaat
● porfyrie (metabole ziekte)
, haaruitval
waarmee komt de patiënt
Ouders komen met hun kind bij de huisarts omdat ze ongerust zijn over een plots opgetreden kale plek. Meestal
vrezen ze dat het een voorteken is van totale kaalheid. Uiteraard spelen esthetische bezwaren een grote rol.
definitie
Uitval van hoofdhaar in een afgegrensde plek(ken), soms in de wenkbrauwen.
Alopecia areata (AA): auto-immuunziekte
Tinea capitis (TC): parasitaire infectie (ringworm)
Trichotillomanie (TTM): dwangmatig uittrekken van het hoofdhaar, vaak tgv stress
Alopecia cicatricialis (AC): littekenvorming tgv verbranding, verwonding …
epidemiologie / fysiopathologie / GVO
Incidentie haaraandoeningen 0,7 tot 1 per 1000 (kinderen 0-14 jaar). Geen afzonderlijke cijfers per diagnose gekend
uitval van 50-100 haren/dag is normaal
wat (niet) doen
Anamnese en klinisch onderzoek zijn vaak voldoende ter differentiatie.
Zo nodig kan bij twijfel Woodlamp onderzoek of schimmelkweek overwogen worden.
Alopecia areata (AA): in de meerderheid van de gevallen is geruststelling op zijn plaats. Spontaan herstel binnen enkele
maanden. Enkel bij hardnekkige gevallen verwijzing naar dermatoloog voor intradermale injecties met corticosteroïden.
Soms echter geen herstel (CAVE psychische belasting) Evt. haarstukje of pruik
Tinea capitis (TC): Terbinafine oraal gedurende 4 weken. Lokale middelen onvoldoende werkzaam. Nazicht andere
gezinsleden
Trichotillomanie (TTM): uitleg, vaak gedragstherapie, soms gecombineerd met antidepressiva
Tractie (Tr): uitleg, andere haardracht
Alopecia cicatricialis (AC): geen genezing, evt. haarstukje of pruik
verwijzing
dermatoloog
● bij twijfel over oorzaak
● Alopecia areata die niet verdwijnt na enkele maanden of die uitbreidt naar andere plaatsen dan de hoofdhuid
● therapie-resistente Tinea capitis
kinderpsycholoog/kinderpsychiater
● persisterende trichotillomanie