100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Pathologie: cardiologie

Rating
-
Sold
1
Pages
25
Uploaded on
27-08-2025
Written in
2024/2025

Een beknopte, duidelijke en goed gestructureerde samenvatting van de belangrijkste pathologische concepten in de cardiologie, inclusief trombo-embolische aandoeningen, bloedvatproblemen, hartfalen en shock. Ideaal voor studenten, verpleegkundigen en andere medische professionals die hun kennis willen opfrissen of snel willen studeren.

Show more Read less
Institution
Module










Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Module

Document information

Uploaded on
August 27, 2025
Number of pages
25
Written in
2024/2025
Type
Summary

Subjects

Content preview

SAMENVATTING PATHOLOGIE: CARDIOLOGIE
5 Hoofdstukken:
1. Trombo-embolische aandoeningen
2. Aandoeningen bloedvaten onderste ledematen
3. Ziekten van de hartwand/hartzakje
4. Hartfalen
5. Shock

TROMBO-EMBOLISCHE AANDOENINGEN
Definitie: aandoeningen gepaard gaande met de aanwezigheid van een bloedklonter in een bloedvat
(vene en/of arterie), leidend tot een vernauwing of afsluiting van dat bloedvat
 Hierdoor krijgen de achterliggende weefsels (na de klonter) niet genoeg of geen bloed meer

Triade van Virchow: beschrijft de 3 belangrijkste factoren die bijdragen aan de vorming van een
bloedstolsel (trombose) in de bloedvaten. Deze concepten werden geïntroduceerd door Rudolf
Virchow, een Duitse arts en patholoog, en vormen een belangrijk uitgangspunt in de pathofysiologie
van trombose. De drie elementen zijn:
1. Endotheel beschadiging of beschadigde vaatwand
Beschadiging aan de binnenbekleding van een bloedvat (endotheel) kan leiden tot
blootstelling van het onderliggende weefsel, wat de bloedstollingscascade activeert.
Mogelijke oorzaken: verwonding, ontsteking, atherosclerose
2. Veranderingen in de bloedstroom
Abnormale bloedstroming kan bijdragen aan trombose. Twee soorten afwijkingen spelen een
rol: stase (verminderde of vertraagde bloedstroom door bvb. bedlegerigheid of
immobilisatie) en turbulentie (onregelmatige bloedstroom vaak veroorzaakt door
hartklepaandoeningen of aneurysmas)
3. Hypercoagulabiliteit of verhoogde stolbaarheid van het bloed
Verhoogde neiging van het bloed om te stollen, door bvb. genetische factoren of verworven
oorzaken (zwangerschap, kanker, roken, obesitas)
Deze drie factoren werken vaak samen, en wanneer ze aanwezig zijn, neemt het risico op trombose
significant toe.

Bevorderende factoren voor een trombo-embolische aandoeningen:
- Atherosclerose
- Vertraagde doorbloeding
- Trombofilie
- Oncologische problemen
- Hartritmestoornissen
Uitleg van deze factoren:

Atherosclerose: een langzame progressieve aandoening van de arteriële vaatwand die zorgt
voor vernauwing van het lumen van het bloedvat. Het kan een aanleiding zijn tot insufficiënte
bloedvoorziening in achterliggende weefsels. Een gevolg kan ischemie zijn.
Atherosclerotische plaque bestaat uit een kern van vetten,
macrofagen gevuld met vetten (“schuimcellen”), necrotisch
bindweefsel, glad spierweefsel en ontstekingscellen onder
bindweefselkapsel. Bij het scheuren komt weefselfactor vrij
uit de gescheurde bloedvatwand en start een coagulatie-
reactie met klontervorming. Deze klontervorming zorgt voor
een (sub)totale afsluiting van het bloedvat met acute
ischemie of infarcering van het achterliggende weefsel.
Beïnvloedbare risicofactoren: leeftijd, gender, familiale aanleg
Niet beïnvloedbare RF: roken, hypertensie, DMT2, obesitas, afwijking in lipoproteïnehuishouden

, SAMENVATTING PATHOLOGIE: CARDIOLOGIE
Vertraagde doorbloeding: stase van het bloed: kan veroorzaakt worden door immobilisatie
(bedlegerig na ingreep, verlamming, lange reis, …) Hierbij zijn de onderste extremiteiten niet
goed meer doorbloed. Een andere mogelijke oorzaak: varices. Varices, ook wel spataders
genoemd, ontstaan door stuwing in de venen en een disfunctie van de veneuze kleppen, wat
leidt tot een belemmerde veneuze retour en uiteindelijk een vertraagde bloedstroom. Nog
twee andere oorzaken zijn hartfalen (meer specifiek rechtzijdige backward failure*) en een
zwangerschap. Bij een zwangerschap kan er een vertraagde doorbloeding ontstaan door
gewichtstoename, hormonale veranderingen, toegenomen bloedvolume, de groeiende
baarmoeder in het bekken en onderbuik (compressie van de baby, als de mama op haar rug
ligt, op de bloedvaten = neemt de doorbloeding af)

*rechtzijdig backward failure: een hartfalen waarbij de rechterharthelft niet goed
functioneert. Dit betekent dat het rechterventrikel (de rechter kamer van het hart) niet in
staat is om bloed effectief naar de longen te pompen. Hierdoor ontstaat er een "backward"
(terugwaarts) ophoping van bloed in het veneuze systeem (de aderen die bloed terugvoeren
naar het hart).

Trombofilie: stoornissen in de bloedstolling met verhoogde kans op trombosevorming. Het
kan erfelijk of verworven zijn. Erfelijk: antitrombinedeficiëntie, tekort aan proteïne C, tekort
aan proteïne S, toename fibrinogeen. Verworven: tekort aan antitrombine III door langdurig
gebruik orale anticonceptiva (oestrogenen)

Oncologische problemen: kunnen ook een bevorderende factor zijn van trombo-embolische
aandoeningen. Een tumoraal proces kan zo een doorstroming belemmeren (compressie,
vorming embolieën). Ook kan chemotherapie voor schade zorgen van de bloedvatwanden
(ook bij radiotherapie), de bloedstolling laten toenemen of schade brengen aan de hartspier.

Hartritmestoornissen: zoals bvb voorkamerfibrillatie. Vkf is een veel voorkomende
hartritmestoornis, ook wel boezemfladderen of kamerfibrilatie genoemd. In plaats van een
mooie contractie en een samentrekking, gaat je ventrikel flabberen. De ventrikels kunnen nog
wel output geven, de cardiac output is goed, maar je gaat een heel erg vertraagde
doorbloeding krijgen en dit kan voor stolling en klonters zorgen. Er is dus een onregelmatige
circulatie in het atrium en dit gaat stolselvorming bevorderen.
!! Als je ineens een klonter, die rechts zit, defibrilleert, gaat deze instant naar de longen en zal
een longembolie ontstaan. Als je ineens een klonter, die links zit, defibrilleert, gaat deze
zorgen voor een immense CVA. Doordat het voor een te grote druk in de bloedbanen zorgt,
krijgt de patiënt een beroerte. Daarom goed opletten en duidelijke procedure volgen als er
een patiënt binnenkomt met hartritme stoornissen. Eerst kijken naar de stollingsgraad om de
eventuele klonter op te sporen en de patiënt te ontstollen.

Nog andere bevorderende factoren: gekwetste vaatwanden (door IV-druggebruik, een
infuus, andere ingrepen), een aneurysma (abnormale, plaatselijke verwijding of uitstulping
van een bloedvat, meestal veroorzaakt door een verzwakking in de vaatwand) of
hartkleplijden (aandoeningen waarbij één of meer hartkleppen niet goed functioneren)

Symptomen van trombo-embolische aandoeningen: zijn afhankelijk van de lokalisatie van de trombus
of embool:
- Coronaire arteriën: acuut myocardinfarct (AMI)
- Arterie been: acute ischemie van het been (plotselinge geblokkeerde bloedtoevoer)
- Cerebrale arterie: CVA, herseninfarct
- Vene been: diep veneuze trombose (DVT)
- Arteria pulmonalis: longembolie

Zadelembolie: ernstige vorm van longembolie waarbij trombus vastzit op de splitsing vd longslagader, waardoor de bloedtoevoer naar beide
longen wordt geblokkeerd => leidt tot extreme druk op rechterhartkamer, dat probeert tegen de blokkade in te pompen. Hierdoor kan hart in
situatie terechtkomen waarin elektrische activiteit intact blijft, maar mechanische pompfunctie faalt, genaamd Pulseless Electrical Activity
(PEA): er wordt geen bloed meer rondgepompt, ondanks het hart nog elektrische signalen afgeeft, (zonder snelle behandeling: fataal)

, SAMENVATTING PATHOLOGIE: CARDIOLOGIE
Diagnose van trombo-embolische aandoeningen:
- Klinisch: (Klinisch zijn er vaak weinig specifieke klachten, waardoor er nood is aan aanvullend onderzoek)
o DVT: gezwollen, rood, warm en pijnlijk been
o Longembolie: dyspneu, thoracale pijn, enz.
- Bloedonderzoek
o D-dimeren: afbraakproducten van fibrine
o Bepaling D-dimeerconcentratie: lage specificiteit en lage positief voorspellende waarde
maar hoge sensitiviteit
=> De aanwezigheid van D-dimeren is niet alarmerend, maar als het afwezig is, mag je
onmiddellijk de diagnose van embolieën of problemen van trombo-embolieën schrappen
=> Verhoogde D-dimeerconcentratie zegt voor de rest erg weinig
- Medische beeldvorming
o Röntgenfoto: meestal weinig te zien X
o CT angiografie: CT met contrast(product) voor bloedvaten ✓
=> in IV wordt een contrastproduct ingespoten: zeer goede observatie en visualisatie
mogelijk vd bloedvaten en mogelijks waar er geen flow plaatsvindt. Je kan wel allergisch
reageren op deze vloeistof, dus niet altijd een favoriet, er moet ook altijd een radioloog in
de buurt zijn.
o Echografie: duplexechografie ✓
=> echografie is de favoriet
=> een duplexechografie is een een medische beeldvormingstechniek die echografie
combineert met Doppler-echografie om de bloedstroom door bloedvaten in het lichaam te
onderzoeken. Wordt altijd gebruikt bij problemen met bloedsomloop. De procedure
bestaat uit twee delen: 1. Echografie: maakt gebruik van geluidsgolven om beelden van de
interne structuren van het lichaam te creëren, zoals bloedvaten en organen. 2. Doppler-
echografie: hiermee kan de snelheid en richting van de bloedstroom worden gemeten
o Ventilatie-perfusiescan (in onbruik geraakt) X

Behandeling van trombo-embolische aandoeningen:
- Heelkundig: embolectomie
- Medicamenteus
o Trombolyse: kunnen trombus of embool oplossen door plasminogeen om te zetten tot
plasmine (heeft fibrinolytische activiteit)
 Alteplase (Actilyse®) voor: AMI, longembool, ischemisch CVA
 Tenecteplase (Metalyse®) voor: AMI
 Urokinase (Actosolv®) voor: longembool, arteriële of veneuze trombose
o Anti-stollingsmedicatie (anticoagulantia)

Antitrombotica: geneesmiddelen die de vorming van bloedstolsels voorkomen of behandelen.
Er zijn twee hoofdtypes van antitrombotica: anticoagulantia (bloedverdunners) en trombolytica (het
doorbreken van stolsels)
Even de stappen van hemostase (proces waarbij lichaam een bloeding stopt en de integriteit van de
bloedvaten herstelt en het bloedverlies beperkt na een verwonding) herhalen:
1. Vasculaire fase: vasoconstrictie
2. Bloedplaatjesfase of trombocytenaggregatie: trombocyten hechten zich vast aan
collageenvezels van het endotheel = primaire hemostase
3. Vrijgekomen weefselfactoren komen in contact met inactieve stollingsfactoren. Die
stollingsfactoren zullen elkaar activeren (coagulatie). Protrombine (II) zal geactiveerd worden
tot trombine (IIa) = secundaire hemostase.
4. Trombine activeert fibrinogeen tot fibrine, zorgt voor fibrinedraden ter ondersteuning
5. Fibrinolyse: gevormde bloedstolsel wordt afgebroken zodra de vaatwand hersteld is: ook
activatie van plasminogeen tot plasmine dmv plasminogeenactivatie (urokinase)
$11.19
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
Emmavpk

Get to know the seller

Seller avatar
Emmavpk Karel de Grote-Hogeschool
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
1
Member since
4 months
Number of followers
0
Documents
1
Last sold
4 months ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their exams and reviewed by others who've used these revision notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No problem! You can straightaway pick a different document that better suits what you're after.

Pay as you like, start learning straight away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and smashed it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions